Verordening (EG) Nr. 77/98 van de Raad van 9 januari 1998 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië
Publicatieblad Nr. L 008 van 14/01/1998 blz. 0001 - 0002
VERORDENING (EG) Nr. 77/98 VAN DE RAAD van 9 januari 1998 betreffende bepaalde procedures voor de toepassing van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 113, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat de Raad een samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (1) heeft gesloten, hierna "de overeenkomst" te noemen; Overwegende dat het noodzakelijk is bepaalde procedures vast te stellen voor de toepassing van enkele bepalingen van de overeenkomst; Overwegende dat de overeenkomst bepaalt dat bepaalde producten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, binnen de grenzen van tariefcontingenten of tariefplafonds of in het kader van referentiehoeveelheden, tegen een verlaagd douanerecht of een nulrecht in de Gemeenschap mogen worden ingevoerd; dat de voor deze tariefmaatregelen in aanmerking komende producten, hun volume en de jaarlijkse verhoging daarvan, de rechten, perioden en andere criteria reeds in de overeenkomst worden genoemd; dat de wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur en van de Taric-codes en de aanpassingen als gevolg van de sluiting van overeenkomsten, protocollen of briefwisselingen tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië geen ingrijpende wijzigingen meebrengen; dat de Commissie, bijgestaan door het Comité douanewetboek, daarom eenvoudigheidshalve de nodige uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de opening en het beheer van de tariefcontingenten en tariefplafonds moet kunnen vaststellen, een communautair statistisch stelsel van toezicht op de invoer in het kader van de referentiehoeveelheden moet kunnen instellen en de nodige wijzigingen en technische aanpassingen in de bijlagen bij de uitvoeringsbepalingen moet kunnen aanbrengen; Overwegende dat de overeenkomst bepaalt dat de Gemeenschap een referentiehoeveelheid door een tariefplafond van gelijke omvang kan vervangen wanneer een referentiehoeveelheid wordt overschreden; dat de Commissie in deze omstandigheden de noodzakelijke maatregelen moet kunnen nemen; Overwegende dat de Gemeenschap, zodra een tariefplafond is bereikt, voor de invoer van de betrokken producten tot het einde van het kalenderjaar de ten aanzien van derde landen geldende douanerechten opnieuw kan instellen; dat deze maatregelen, ter bescherming van de belangen van de producenten in de Gemeenschap, op zeer korte termijn moeten kunnen worden getroffen; dat de overeenkomst bepaalt dat de Gemeenschap een tariefplafond kan schorsen indien de invoer van een in bijlage C bij de overeenkomst vermeld product gedurende twee opeenvolgende jaren minder dan 80 % van de vastgestelde hoeveelheid bedraagt; dat de overeenkomst tevens bepaalt dat de Gemeenschap één of meer voor het voorgaande jaar vastgestelde plafonds met één jaar kan verlengen indien het aangewezen wordt geacht de jaarlijkse verhoging met 5 % van het volume uit te stellen; dat de Commissie deze maatregelen op korte termijn moet kunnen treffen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De bepalingen voor de toepassing van artikel 15, lid 2, van de overeenkomst betreffende runderen, schapen, geiten, rundvlees, schapenvlees en geitenvlees en zure kersen worden vastgesteld volgens de procedure omschreven in artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (2) of in de overeenkomstige bepalingen van de andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten. Artikel 2 1. Onverminderd artikel 1 worden de bepalingen voor de toepassing van de tariefcontingenten, tariefplafonds en referentiehoeveelheden die worden vermeld in de bijlagen C en D bij de overeenkomst en in bijlage I bij het protocol inzake aanvullende handelsregelingen voor bepaalde ijzer- en staalproducten, waaronder de vervanging van referentiehoeveelheden door tariefplafonds, als bedoeld in artikel 15, lid 5, van de overeenkomst, alsmede de wijzigingen en technische aanpassingen die noodzakelijk zijn als gevolg van wijzigingen van de gecombineerde nomenclatuur en van de Taric-codes en de aanpassingen die noodzakelijk zijn als gevolg van de sluiting van overeenkomsten, protocollen of briefwisselingen tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, door de Commissie, daarbij bijgestaan door het Comité douanewetboek, volgens de in lid 2 van dit artikel omschreven procedure vastgesteld. 2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel. De Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien deze maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies dat het comité heeft uitgebracht, worden zij onverwijld door de Commissie ter kennis gebracht van de Raad. In dat geval: a) kan de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe ze besloten heeft, voor ten hoogste één maand na deze kennisgeving uitstellen; b) kan de Raad binnen de onder a) genoemde termijn met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen. 3. Het comité kan iedere aangelegenheid betreffende de toepassing van de tariefcontingenten, tariefplafonds en referentiehoeveelheden onderzoeken die door zijn voorzitter, hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek van een lidstaat, aan de orde wordt gesteld. Artikel 3 1. Zodra een tariefplafond is bereikt, kan de Commissie een verordening vaststellen waarbij voor de invoer van de betrokken producten tot het einde van het kalenderjaar de ten aanzien van derde landen geldende douanerechten opnieuw worden ingesteld. 2. Indien de invoer van een in bijlage C bij de overeenkomst vermeld product gedurende twee opeenvolgende jaren minder dan 80 % van de vastgestelde hoeveelheid bedraagt, kan de Commissie een verordening goedkeuren op grond waarvan het betrokken tariefplafond wordt geschorst. 3. De Commissie kan een verordening vaststellen op grond waarvan een of meer voor het voorgaande jaar vastgestelde plafonds met een jaar worden verlengd, indien het aangewezen wordt geacht de jaarlijkse verhoging met 5 % van het volume uit te stellen. Artikel 4 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst. Die datum wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 9 januari 1998. Voor de Raad De Voorzitter D. HENDERSON (1) PB L 348 van 18. 12. 1997, blz. 2. (2) PB L 148 van 28. 6. 1996, blz. 24. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2321/97 (PB L 322 van 25. 11. 1997, blz. 25).