98/305/JBZ: Gemeenschappelijk optreden van 27 april 1998 door de Raad vastgesteld op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, met het oog op de financiering van specifieke projecten ten behoeve van asielzoekers en vluchtelingen
Publicatieblad Nr. L 138 van 09/05/1998 blz. 0008 - 0009
GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN van 27 april 1998 door de Raad vastgesteld op basis van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, met het oog op de financiering van specifieke projecten ten behoeve van asielzoekers en vluchtelingen (98/305/JBZ) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel K.3, lid 2, onder b), en artikel K.8, lid 2, Overwegende dat de lidstaten het asielbeleid beschouwen als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang; Overwegende dat de uitvoering van acties ten behoeve van asielzoekers en vluchtelingen in de lidstaten kan bijdragen tot verbetering van de omstandigheden waaronder deze personen worden toegelaten en tot bevordering van het delen van verantwoordelijkheid tussen de lidstaten; dat het noodzakelijk is bij wijze van experiment specifieke projecten uit te voeren om te komen tot een rechtsinstrument waarmee het optreden op dit gebied op passende wijze verder kan worden ontwikkeld, HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD: Artikel 1 1. In 1998 zullen bij wijze van experiment specifieke projecten worden uitgevoerd om de omstandigheden te verbeteren waaronder asielzoekers en vluchtelingen op het grondgebied van de lidstaten worden toegelaten. 2. Deze maatregelen strekken met name tot uitvoering van de volgende instrumenten: - resolutie van de Raad van 20 juni 1995 over minimumwaarborgen voor asielprocedures (1); - resolutie van de Raad van 25 september 1995 over de verdeling van de lasten met betrekking tot de opname en het verblijf van ontheemden op tijdelijke basis (2); - resolutie van de Raad van 26 juni 1997 inzake niet-begeleide minderjarige onderdanen van derde landen (3). Artikel 2 Het totale bedrag van deze specifieke projecten beloopt ten hoogste 3,750 miljoen ECU. Artikel 3 De specifieke projecten worden gefinancierd uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Artikel 4 1. Voor financieringen van minder dan 200 000 ECU, houdt de Commissie de Raad op de hoogte van het aantal financieringsverzoeken voor specifieke projecten dat zij heeft ontvangen, van de door haar toegepaste beginselen voor de toekenning van de steun, alsmede van de resultaten van die projecten. 2. Voor financieringen van 200 000 ECU of meer, maar minder dan 1 miljoen ECU, wordt de Commissie bijgestaan door een comité bestaande uit één vertegenwoordiger per lidstaat en voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie. De Commissie legt het comité een lijst voor van de aan haar voorgelegde projecten. De Commissie vermeldt, met opgave van redenen, welke projecten zij selecteert. Binnen een termijn van twee weken brengt het comité over de verschillende projecten advies uit met de in artikel K.4, lid 3, tweede alinea, van het Verdrag voorgeschreven meerderheid van stemmen. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel. Het advies wordt in de notulen opgenomen; voorts heeft iedere lidstaat het recht te verzoeken dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen. De Commissie houdt zoveel mogelijk rekening met het advies van het comité. Zij brengt het comité op de hoogte van de wijze waarop zij rekening heeft gehouden met zijn advies. 3. Voor financieringen van 1 miljoen ECU of meer, legt de Commissie het in lid 2 bedoelde comité een lijst voor van de aan haar voorgelegde projecten. De Commissie vermeldt, met opgave van redenen, welke projecten zij selecteert. Binnen een termijn van twee weken brengt het comité over de verschillende projecten advies uit met de in artikel K.4, lid 3, tweede alinea, van het Verdrag voorgeschreven meerderheid van stemmen. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel. Projecten waarover binnen die termijn geen gunstig advies is uitgebracht, worden door de Commissie ingetrokken of met het eventuele advies van het comité voorgelegd aan de Raad, die zich binnen een termijn van een maand uitspreekt met de in artikel K.4, lid 3, tweede alinea, van het Verdrag voorgeschreven meerderheid. Artikel 5 De Commissie houdt de Raad op de hoogte van de resultaten van de uit de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen gefinancierde projecten, teneinde te beoordelen of het optreden op dit gebied op basis van een passend rechtsinstrument verder kan worden ontwikkeld. Artikel 6 Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen. Het is van toepassing tot eind 1998. Artikel 7 Dit gemeenschappelijk optreden wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad. Gedaan te Luxemburg, 27 april 1998. Voor de Raad De Voorzitter R. COOK (1) PB C 274 van 19.9.1996, blz. 13. (2) PB C 262 van 7.10.1995, blz. 1. (3) PB C 221 van 19.7.1997, blz. 23.