31998D0729

98/729/EG: Besluit van de Raad van 14 december 1998 tot wijziging van Besluit 97/256/EG om de aan de Europese Investeringsbank verleende garantie van de Gemeenschap uit te breiden tot leningen voor projecten in Bosnië-Herzegovina

Publicatieblad Nr. L 346 van 22/12/1998 blz. 0054 - 0056


BESLUIT VAN DE RAAD van 14 december 1998 tot wijziging van Besluit 97/256/EG om de aan de Europese Investeringsbank verleende garantie van de Gemeenschap uit te breiden tot leningen voor projecten in Bosnië-Herzegovina (98/729/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 235,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Parlement (2),

Overwegende dat het noodzakelijk is de inspanningen op te voeren om een stabiel politiek klimaat in Bosnië-Herzegovina tot stand te brengen; dat het in het kader van de door de Raad uitgestippelde regionale aanpak wenselijk is een buitengewone actie voor de wederopbouw van de infrastructuur in Bosnië-Herzegovina in overweging te nemen; dat het voor de financiering van deze actie dienstig is een beroep te doen op de Europese Investeringsbank, hierna "de EIB" te noemen; dat de Raad de Commissie heeft verzocht een voorstel in te dienen betreffende de uitbreiding tot leningen van de EIB in Bosnië-Herzegovina van de regelingen die zijn vervat in Besluit 97/256/EG van de Raad van 14 april 1997 tot verlening van een garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de Europese Investeringsbank op leningen voor projecten buiten de Gemeenschap (landen in Midden- en Oost-Europa, mediterrane landen, landen in Azië en Latijns-Amerika, Zuid-Afrika en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië) (3);

Overwegende dat de betrokkenheid van de EIB in Bosnië-Herzegovina moet sporen met het beleid van de Gemeenschap in dit land; dat de EIB binnen het kader van het in de verschillende donorconferenties overeengekomen wederopbouwprogramma dient te opereren en projecten dient te financieren die voor de Gemeenschap en voor Bosnië-Herzegovina van belang zijn;

Overwegende dat de leningen die door de EIB uit eigen vermogen tegen door haar overeenkomstig haar statuten vastgestelde voorwaarden worden verstrekt, een combinatie met een schenkingselement uit de Gemeenschapsbegroting zouden behoeven om het optreden van de EIB doeltreffend te maken; dat deze schenking in de vorm van rentesubsidies zou moeten geschieden; dat bankleningen daarnaast ook zouden kunnen worden gecombineerd met gewone schenkingen als cofinanciering van de projecten; dat het wenselijk is dat het subsidiepercentage even hoog is als het percentage dat op grond van de protocollen betreffende financiële samenwerking reeds aan andere republieken van het voormalige Joegoslavië wordt toegekend;

Overwegende dat Verordening (EG) nr. 1628/96 van de Raad van 25 juli 1996 betreffende de steun aan Bosnië-Herzegovina, Kroatië, de Federatieve Republiek Joegoslavië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (4), in steunmaatregelen voorziet; dat in artikel 8 van die verordening is bepaald dat de in die verordening bedoelde acties betrekking kunnen hebben op uitgaven voor rentesubsidies voor door de EIB verstrekte leningen; dat de procedures van die verordening voor de financieringsbesluiten betreffende de door die verordening bestreken acties op de hier bedoelde nieuwe regelingen van toepassing dienen te zijn;

Overwegende dat de verlening van rentesubsidies van uitzonderlijke aard is en geen precedent voor de financiële bijstand van de Gemeenschap aan Bosnië-Herzegovina mag vormen;

Overwegende dat het vermogen van Bosnië-Herzegovina om aan zijn externe financiële verplichtingen te voldoen, veilig dient te worden gesteld door de tenuitvoerlegging van door de internationale financiële instellingen gesteunde macro-economische hervormingsprogramma's;

Overwegende dat de door de EIB te verstrekken leningen afhankelijk dienen te worden gesteld van de kwijting van alle vervallen en uitstaande financiële verplichtingen van alle overheden van Bosnië-Herzegovina aan de EIB en aan de Gemeenschap, en van de voorwaarde dat Bosnië-Herzegovina bij wijze van garantie de verantwoordelijkheid aanvaardt voor dergelijke financiële verplichtingen die nog niet zijn vervallen;

Overwegende dat Besluit 97/256/EG bijgevolg dient te worden gewijzigd in overeenstemming met de bovenstaande overwegingen;

Overwegende dat het Verdrag voor de vaststelling van dit besluit in geen andere bevoegdheden dan in die van artikel 235 voorziet,

BESLUIT:

Artikel 1

Besluit 97/256/EG wordt als volgt gewijzigd:

1. in de titel wordt na de woorden "de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië", het woord "Bosnië-Herzegovina" toegevoegd;

2. na overweging 9 wordt de volgende overweging ingevoegd:

"9. a) Overwegende dat de garantie van de Gemeenschap voor verliezen van de EIB op leningen voor projecten in Bosnië-Herzegovina een uitzonderlijke en bijzondere maatregel is en geen precedent vormt voor eventuele garanties in de toekomst;";

3. artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 komt als volgt te luiden:

"1. De Gemeenschap verleent de Europese Investeringsbank (EIB) een algemene garantie voor gevallen waarin betaling uitblijft van bedragen die aan de EIB verschuldigd zijn uit hoofde van leningen welke overeenkomstig de gebruikelijke criteria van de EIB zijn verstrekt voor investeringsprojecten in landen in Midden- en Oost-Europa, in mediterrane landen, in Azië en in Latijns-Amerika, in de Republiek Zuid-Afrika, in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en in Bosnië-Herzegovina.

Deze garantie is beperkt tot 70 % van het totaalbedrag van de uitstaande kredieten, plus alle daarmee verband houdende bedragen. Voor het totaal van de uitstaande kredieten geldt een maximum van 7 355 miljoen ECU, dat als volgt is onderverdeeld:

- Midden- en Oost-Europa:

3 520 miljoen ECU;

- mediterrane landen:

2 310 miljoen ECU;

- Azië en Latijns-Amerika:

900 miljoen ECU;

- Republiek Zuid-Afrika:

375 miljoen ECU;

- Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië:

150 miljoen ECU;

- Bosnië-Herzegovina:

100 miljoen ECU.

Dit maximum heeft betrekking op de periode van drie jaar die ingaat op 31 januari 1997 voor de landen in Midden- en Oost-Europa, de mediterrane landen en de landen in Azië en in Latijns-Amerika, op 1 juli 1997 voor de Republiek Zuid-Afrika en op 1 januari 1998 voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Voor Bosnië-Herzegovina heeft het betrekking op een periode van twee jaar die ingaat op de datum van de bekendmaking van dit besluit. Indien bij het verstrijken van elk van deze perioden het bedrag van de door de EIB verstrekte leningen de bovengenoemde totaalbedragen heeft bereikt, wordt de betrokken periode automatisch met zes maanden verlengd.";

b) aan lid 2 wordt het volgende zevende streepje toegevoegd:

"- Bosnië-Herzegovina.";

4. het volgende artikel 1 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 1 bis

1. Dit artikel is van toepassing op de door de EIB in Bosnië-Herzegovina verstrekte leningen.

2. De garantie van de Gemeenschap wordt afhankelijk gesteld van de volledige betaling door Bosnië-Herzegovina van zijn uitstaande financiële verplichtingen aan de EIB en aan de Gemeenschap, en van de voorwaarde dat Bosnië-Herzegovina bij wijze van garantie de verantwoordelijkheid aanvaardt voor dergelijke financiële verplichtingen die nog niet zijn vervallen.

3. De door de EIB in Bosnië-Herzegovina te verstrekken leningen sporen met het beleid van de Gemeenschap in dat land. De EIB opereert in het kader van het in de verschillende donorconferenties overeengekomen wederopbouwprogramma en financiert projecten van wederzijds belang op het gebied van algemene infrastructuurvoorzieningen, waaronder begrepen vervoer, energie en milieu, met het accent op water-, afvalwater- en rioolwaterzuiveringsprojecten, teneinde het wederopbouwproces te bespoedigen.

4. De Commissie draagt zorg voor een adequate coördinatie en samenhang tussen acties in het kader van het onderhavige besluit en acties in het kader van Verordening (EG) nr. 1628/96 (*).

5. Schenkingen uit de Gemeenschapsbegroting voor projecten in Bosnië-Herzegovina op grond van dit besluit, hebben de vorm van rentesubsidies voor door de EIB verstrekte leningen. Het subsidiepercentage bedraagt 2 %.

De financieringsbesluiten betreffende dit besluit worden genomen overeenkomstig de in Verordening (EG) nr. 1628/96 vervatte procedures.

6. Artikel 1, lid 3, is niet van toepassing op leningen van de EIB in Bosnië-Herzegovina.

7. De Commissie en de EIB werken waar nodig samen met alle internationale financiële instellingen die in Bosnië-Herzegovina actief zijn.

(*) PB L 204 van 14.8.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 851/98 (PB L 122 van 24.4.1998, blz. 1).";

5. aan artikel 2 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

"De Commissie brengt het Europees Parlement en de Raad uiterlijk eind 1999 verslag uit over de tenuitvoerlegging van de bepalingen van dit besluit die Bosnië-Herzegovina betreffen. Het verslag bevat tevens een evaluatie van de gevolgen. In het verslag worden met name de ontwikkeling van de economische en financiële situatie in Bosnië-Herzegovina en het niveau van de door de EIB toegekende leningen in aanmerking genomen en worden passende aanbevelingen gedaan. Hiertoe verstrekt de EIB aan de Commissie de nodige informatie.".

Artikel 2

Dit besluit wordt van kracht op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Gedaan te Brussel, 14 december 1998.

Voor de Raad

De Voorzitter

W. MOLTERER

(1) PB C 192 van 19. 6. 1998, blz. 12.

(2) PB C 341 van 9. 11. 1998.

(3) PB L 102 van 19.4.1997, blz. 33. Besluit gewijzigd bij Besluit 98/348/EG (PB L 155 van 29.5.1998, blz. 53).

(4) PB L 204 van 14.8.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 851/98 (PB L 122 van 24.4.1998, blz. 1).