98/94/EG: Beschikking van de Commissie van 7 januari 1998 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor tissuepapierproducten (Voor de EER relevante tekst)
Publicatieblad Nr. L 019 van 24/01/1998 blz. 0077 - 0082
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 7 januari 1998 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor tissuepapierproducten (Voor de EER relevante tekst) (98/94/EG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 880/92 van de Raad van 23 maart 1992 inzake een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren (1), inzonderheid op artikel 5, Overwegende dat in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 880/92 van de Raad is bepaald dat de voorwaarden voor de toekenning van de milieukeur per productengroep worden vastgesteld; Overwegende dat in artikel 10, lid 2, van genoemde verordening is bepaald dat de gevolgen van het product voor het milieu aan de hand van specifieke milieucriteria per productengroep worden beoordeeld; Overwegende dat de Commissie bij Beschikkingen 94/924/EG (2) en 94/925/EG (3) milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor toiletpapier en keukenrollen heeft vastgesteld die overeenkomstig artikel 3 van die beschikkingen geldig zijn tot en met 14 november 1997; Overwegende dat een nieuwe beschikking dient te worden aangenomen waarin milieucriteria voor deze productengroepen worden vastgesteld die geldig zijn voor een volgende periode van drie jaar na het verstrijken van de geldigheidsduur van de vorige criteria; Overwegende dat de bij Beschikkingen 94/924/EG en 94/925/EG vastgestelde milieucriteria dienen te worden herzien in het licht van de marktontwikkeling; Overwegende dat de milieucriteria voor toiletpapier, keukenrollen en andere tissuepapierproducten in één tekst moeten worden bijeengebracht; Overwegende dat bij artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 880/92 van de Raad verder is bepaald dat de productengroepen, de specifieke milieucriteria voor elke groep en hun respectieve geldigheidsduur na de overlegprocedure overeenkomstig artikel 6 worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 7; Overwegende dat de Commissie de voornaamste belangengroepen overeenkomstig artikel 6 van genoemde verordening in het kader van een overlegorgaan heeft geraadpleegd; Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het bij artikel 7 van genoemde verordening ingestelde Comité, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 Onder de productengroep "tissuepapierproducten" (hierna "de productengroep" te noemen) wordt verstaan: "vellen of rollen tissuepapier, geschikt voor gebruik voor persoonlijke hygiëne, het absorberen van vloeistoffen en/of het schoonmaken van bevuilde oppervlakken. Gewoonlijk gaat het om gegaufreerd of crêpepapier in één of meer lagen. Gelamineerde tissueproducten worden niet tot de productengroep gerekend.". Artikel 2 De gevolgen voor het milieu van de productengroep als gedefinieerd in artikel 1 worden beoordeeld aan de hand van de in de bijlage opgenomen specifieke milieucriteria. Artikel 3 De definitie van en de specifieke milieucriteria voor de productengroep zijn geldig van 1 januari 1998 tot en met 31 december 2000. Artikel 4 Voor administratieve doeleinden wordt aan deze productengroep het codenummer "004" toegekend. Artikel 5 Deze beschikking is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, 7 januari 1998. Voor de Commissie Ritt BJERREGAARD Lid van de Commissie (1) PB L 99 van 11. 4. 1992, blz. 1. (2) PB L 364 van 31. 12. 1994, blz. 24. (3) PB L 364 van 31. 12. 1994, blz. 32. BIJLAGE KADER Om een milieukeur te krijgen moeten tissuepapierproducten voldoen aan de criteria van deze bijlage, die gericht zijn op: - het terugdringen van lozingen van bepaalde toxische of anderszins verontreinigende stoffen in het water, - het terugdringen van milieuschade of -risico's die verbonden zijn aan het gebruik van energie (klimaatverandering, verzuring, uitputting van niet-duurzame bronnen) door het terugdringen van de emissies in de lucht, - het doen groeien van het bewustzijn dat goede beheersprincipes dienen te worden toegepast om de bossen in stand te houden, - de bevordering van het verminderen en het efficiënt gebruiken van afval. Als ruw vezelmateriaal voor de papierfabricage dient hetzij pulp van plantaardige vezels, hetzij uit papierafval vervaardigde pulp, hetzij een mengsel van beide te worden gebruikt. Alle zuivere houtpulp dient afkomstig te zijn uit gebieden waar duurzaam beheer wordt toegepast. De criteria worden vastgesteld op een niveau dat bevorderlijk is voor het verkrijgen van een milieukeur voor uit gerecycleerde vezels vervaardigde producten, maar dat ook ruimte biedt voor producten op basis van zuivere vezels die worden vervaardigd met gebruikmaking van zo milieuvriendelijk mogelijke technologieën. Milieucriteria 1. Emissies in het water en de lucht i) Hoe goed het product beantwoordt aan de criteria COD, AOX, CO2 en SO2, wordt uitgedrukt door middel van een cijferscore, die gerelateerd wordt aan een referentiewaarde (aangeduid als een "coëfficiënt" voor elk criterium). >RUIMTE VOOR DE TABEL> ii) De cijferscores (L) worden berekend als aangegeven in vergelijking 1. De feitelijke emissie voor elke parameter moet worden gedeeld door de corresponderende coëfficiënt voor die parameter. Li = >NUM>(Emissie voor parameter i) >DEN>Ci (vergelijking 1)iii) De totaalscore (P) wordt berekend zoals in vergelijking 2, door de cijferscores voor de verschillende parameters bij elkaar op te tellen. P = L1 + L2 + L3 + L4 (vergelijking 2) iv) Indien een van de emissiecijfers voor de parameters COD, AOX, CO2 en SO2 voor een bepaald product de in tabel 1 als drempel gedefinieerde waarde overschrijdt, komt dat product niet in aanmerking voor de milieukeur. v) De milieukeur kan slechts worden toegekend indien de totaalscore (P) voor het product niet méér bedraagt dan 4. 2. Bosbeheer Er moet een verklaring, handvest of gedragscode worden ingediend inzake de verbintenis van de personen die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de hulpbronnen waarvan de vezels afkomstig zijn, waarin een nadere invulling wordt gegeven aan beginselen en maatregelen voor een duurzaam bosbeheer (1). Voor bossen in Europa moeten bovenbedoelde beginselen en maatregelen overeenstemmen met de richtsnoeren voor duurzaam bosbeheer die zijn goedgekeurd in het kader van de Conferentie over de bescherming van bossen in Europa (Helsinki, 1993). Buiten Europa moeten zij beantwoorden aan de principes voor bosbeheer van de UNCED (Rio de Janeiro, juni 1992) alsook, wanneer deze van toepassing zijn, aan de criteria of richtsnoeren voor duurzaam bosbeheer die zijn vastgesteld als onderdeel van diverse internationale en regionale initiatieven (ITTO, Montreal Process, Tarapoto Process, "Dry-Zone Africa"-initiatief van UNEP/FAO). 3. Minimalisering van de hoeveelheid vaste afvalstoffen Alle producenten van pulp, papier en afgeleide tissueproducten moeten beschikken over een systeem voor de behandeling van afvalstoffen en restproducten die afkomstig zijn van de productie-installaties. In de aanvraag moet een beschrijving van dit systeem worden opgenomen waarin ten minste de volgende aspecten worden belicht: - Procedures voor het van de afvalstroom scheiden en gebruiken van recycleerbare materialen - Procedures voor de terugwinning van materialen voor andere toepassingen, zoals verbranding voor stoomopwekking ten behoeve van de productie - Procedures voor de behandeling van gevaarlijk afval (2) 4. Geschiktheid voor gebruik Het product moet geschikt zijn voor gebruik. Consumenteninformatie Op de verpakking van het product moet de volgende informatie staan: Aan dit product is de milieukeur van de EU toegekend, aangezien het: - bijdraagt tot het terugdringen van waterverontreiniging, klimaatverandering, afvalproductie en verzuring; - helpt de bossen in stand te houden. Ter aanvulling van deze consumenteninformatie kan de fabrikant ook een verklaring met het percentage gerecycleerde vezels afleveren. Technisch aanhangsel Definities en testeisen Alle emissieparameters De periode voor de metingen of het bepalen van de massabalansen moet gebaseerd zijn op de productie gedurende twaalf maanden. Wanneer het een nieuwe of herbouwde productieinstallatie betreft, is de basis voor de metingen een periode van ten minste drie opeenvolgende maanden waarin de installatie stabiel heeft gefunctioneerd. De metingen moeten representatief zijn voor de desbetreffende productieperiode. Indien een product vervaardigd wordt uit verschillende kwaliteiten pulp, moet voor het bepalen van de emissiewaarde voor de pulpproductie het gewogen gemiddelde voor alle gebruikte pulpsoorten worden berekend. De totale emissies moeten worden berekend door de bij de pulpproductie ontstane emissies op te tellen bij de emissies die worden veroorzaakt door de tissueproductie. Indien een pulp- of papierfabrikant in dezelfde installatie verschillende producten vervaardigt, kan het aandeel van elk product in de totale emissies worden bepaald. Zo kan de productie met het oog op de vervaardiging van het product met een milieukeur worden onderscheiden van andere productieactiviteiten. De resultaten moeten afdoende worden gestaafd door op technische gegevens gebaseerde metingen en ramingen. Metingen van waterlozingen dienen te worden verricht op ongefilterde monsters waarin nog geen bezinking is opgetreden, hetzij na behandeling in de fabriek, hetzij na behandeling in een openbare zuiveringsinstallatie. Het COD en de AOX worden gemeten door onafhankelijke testinstituten of erkende laboratoria. De metingen mogen ook plaatsvinden in de laboratoria van de fabrieken indien de bevoegde lokale instanties, die belast zijn met het verlenen van vergunningen voor de exploitatie of de emissies van deze installaties, hun testprogramma goedkeuren. In dat geval worden de rapporten ten behoeve van de autoriteiten opgesteld door de fabrikant op basis van de voorschriften van dit technisch aanhangsel. Chemische zuurstofverbruik, COD COD wordt gemeten overeenkomstig ISO 6060 of equivalente normen. De minimum testfrequentie is eenmaal per maand. Absorbeerbare organische halogeenverbindingen, AOX AOX worden gemeten overeenkomstig ISO 9562 of equivalente normen. De minimum testfrequentie is eenmaal per maand. Voor testperiodes die korter zijn dan één jaar moeten minimaal drie tests worden uitgevoerd. Voor processen waarbij geen gebruik wordt gemaakt van chloorhoudende chemicaliën, mag de AOX-test achterwege worden gelaten. Kooldioxide, CO2 De aanvrager moet een specificatie van de uitstoot van kooldioxide in de lucht verstrekken. Deze moet alle in de fabrieken bij de productie van pulp en papier gebruikte niet-hernieuwbare brandstoffen, alsook de aangekochte elektriciteit omvatten. CO2-equivalenten voor het energieverbruik in de fabrieken zijn opgenomen in tabel 2. >RUIMTE VOOR DE TABEL> Zwavel De aanvrager moet een zwavelbalans verstrekken met het oog op het bepalen van de uitstoot van zwavel in de lucht. Deze balans moet gegevens bevatten over alle zwavelemissies die ontstaan bij de productie van pulp en papier met uitzondering van de emissies die ontstaan bij de productie van elektriciteit voor het net. De gegevens moeten de resultaten omvatten van metingen bij de terugwinningsinstallaties, kalkovens, stoomketels en verbrandingsovens voor stinkende gassen als die beschikbaar zijn. Ook met diffuse emissies moet rekening worden gehouden. Bosbeheer Pulpfabrieken moeten schriftelijk verklaren dat bij de productie van het tissuepapier hetzij gerecycleerde vezels worden gebruikt, hetzij materiaal op basis van zuivere vezels die afkomstig zijn uit bossen die overeenkomstig de aan de bovenstaande criteria ten grondslag liggende principes worden beheerd. Afvalbeheer De aanvrager moet een document overleggen waarin wordt beschreven hoe afval en restmateriaal uit de verschillende stadia van de pulp- en papierproductie met inachtneming van bovenstaande eisen worden behandeld. Geschiktheid voor gebruik De aanvrager moet aantonen dat het product gebruiksgeschikt is. De daartoe gebruikte gegevens mogen gegevens van geschikte ISO- of CEN-testmethoden omvatten, maar mogen eveneens op in de fabriek uitgevoerde proeven zijn gebaseerd. Bij de aanvraag moeten de gebruikte testprocedures nader worden omschreven. (1) Niet verplicht wanneer het gaat om papier dat voor 100 % gerecycleerd is of wanneer gebruik wordt gemaakt van vezels die voor 100 % uit andere grondstoffen dan hout zijn verkregen. (2) Zoals omschreven door de regelgevende instantie in het land waar de verwerking plaatsvindt.