Verordening (EG) nr. 2430/97 van de Commissie van 8 december 1997 tot vaststelling, voor het productieseizoen 1998/1999, van de maatregelen voor verbetering van de kwaliteit van de olijfolieproductie
Publicatieblad Nr. L 337 van 09/12/1997 blz. 0003 - 0006
VERORDENING (EG) Nr. 2430/97 VAN DE COMMISSIE van 8 december 1997 tot vaststelling, voor het productieseizoen 1998/1999, van de maatregelen voor verbetering van de kwaliteit van de olijfolieproductie DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1581/96 (2), inzonderheid op artikel 5, lid 5, Overwegende dat krachtens artikel 5, lid 4, van Verordening nr. 136/66/EEG een percentage van de aan de olijfolieproducenten toegekende productiesteun voor de financiering van regionale acties voor verbetering van de kwaliteit van de geproduceerde olijfolie mag worden bestemd; dat op grond van artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1583/96 van de Raad (3) 1,4 % van de aan de olijfolieproducenten toegekende productiesteun is bestemd om in de producerende lidstaten specifieke acties ter verbetering van de olijfoliekwaliteit te financieren; Overwegende dat bepalingen voor de uitvoering van en de controle op die acties dienen te worden vastgesteld; dat eveneens de taken moeten worden omschreven die aan de organisaties van olijfolieproducenten kunnen worden opgedragen; Overwegende dat de voor 1997 vastgestelde acties dienen te worden gehandhaafd, teneinde naar gelang van de behoeften en mogelijkheden in elke lidstaat een ruime keuze aan acties te bieden; Overwegende dat, met het oog op een betere afstemming op de werkelijke productiecyclus in de sector als geheel, de kwaliteitsverbeteringsmaatregelen moeten worden uitgevoerd over een aaneengesloten periode van twaalf maanden, die op 1 juni ingaat; Overwegende dat evenwel rekening dient te worden gehouden met de prognoses van de producerende lidstaten voor bepaalde maatregelen in maart, april en mei 1998, en de maatregelen op grond daarvan mogen worden uitgevoerd in de periode van 1 maart 1998 tot en met 30 april 1999; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Bij deze verordening worden de in de periode van 1 januari tot en met 30 april 1999 voor de verbetering van de olijfoliekwaliteit te organiseren acties omschreven. 2. De acties hebben betrekking op: a) bestrijding van de olijfvlieg (Dacus oleae) en, in voorkomend geval, van andere schadelijke organismen; b) verbetering van de behandeling van olijfbomen, van het oogsten, de opslag en de verwerking van olijven, alsmede van de opslag van de geproduceerde olijfolie; c) technische bijstand, tijdens het verkoopseizoen, aan olijvenproducenten en aan oliefabrieken met het oog op een verbetering van de kwaliteit van de producten en van de verwerking van olijven tot olie; d) inrichting of beheer van de proeflokalen voor de beoordeling van de organoleptische eigenschappen van olijfolie van eerste persing; e) inrichting of beheer, op regionaal of provinciaal niveau, van laboratoria voor de analyse van de fysico-chemische kenmerken van de olijfolie; f) samenwerking met instellingen die zich hebben gespecialiseerd in het uitvoeren van onderzoekprogramma's op het gebied van de verbetering van de kwaliteit van olijfolie. Artikel 2 De uitgaven voor de in deze verordening omschreven acties worden met name gefinancierd met de middelen afkomstig uit de krachtens artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1535/95 ingehouden productiesteun. Bij de verdeling van de middelen voor de financiering van de acties wordt rekening gehouden met het in elke betrokken lidstaat ingehouden bedrag. Artikel 3 Iedere lidstaat waar olijfolie wordt geproduceerd, stelt, volgens de beschikbare bedragen, een programma op dat alle of een deel van de in artikel 1 genoemde acties omvat. Artikel 4 Voor de in artikel 1, lid 2, onder a), bedoelde acties worden in het programma opgenomen: a) een lijst van olijfolieproductiegebieden waar, met name gezien de van het bestrijdingsprogramma verwachte gevolgen voor de kwaliteit van de geproduceerde olijfolie en de omvang van de productie waarvoor de acties van belang zullen zijn, de bestrijding van de olijfvlieg voorrang moet krijgen; b) wanneer dit wegens regionale omstandigheden nodig is, een lijst van olijfolieproductiegebieden waar, met name gezien de van het bestrijdingsprogramma verwachte gevolgen voor de kwaliteit van de geproduceerde olijfolie en de omvang van de productie waarvoor de acties van belang zullen zijn, de bestrijding van andere schadelijke organismen voorrang moet krijgen; c) een voorstel voor de invoering van een controle-, alarmerings- en evaluatiesysteem in ieder prioritair productiegebied; dit systeem omvat met name: - middelen ter bepaling van de populatie van de olijfvlieg of van andere schadelijke organismen, - voorzieningen voor de alarmering en voor het voorschrijven van de uit te voeren behandelingen, - voorzieningen voor scholing en voorlichting van de producenten, - middelen voor de beoordeling van het alarmeringssysteem en van de behandelingsresultaten; d) een ontwerpactieprogramma voor de uitvoering van de in ieder productiegebied nodig blijkende behandelingen. Artikel 5 Voor de in artikel 1, lid 2, onder b), bedoelde acties worden in het programma opgenomen: - een voorstel voor opleidingscursussen voor de producenten over, respectievelijk, de behandeling van olijfbomen, de beste periode voor de olijvenoogst, de oogstmethoden en de verwerking van olijven; - een voorstel voor opleidingscursussen voor kader- en voor technisch personeel van oliefabrieken over de methoden van opslag en verwerking van olijven, alsmede over de kwaliteit en de opslag van de geproduceerde olijfolie. Artikel 6 Voor de in artikel 1, lid 2, onder c), bedoelde acties worden de inhoud van het contract voor technische bijstand, het gebied waar de actie zal worden gevoerd, de doelstellingen en de middelen om deze te bereiken, omstandig in het programma omschreven. Artikel 7 Voor de in artikel 1, lid 2, onder d), bedoelde acties worden in het programma de specificaties voor de inrichting en/of het beheer van de proeflokalen voor de organoleptische beoordeling opgenomen, waarbij rekening wordt gehouden met het bepaalde in bijlage XII bij Verordening (EEG) nr. 2568/91 van de Commissie (4). Artikel 8 Voor de in artikel 1, lid 2, onder e), bedoelde acties wordt in het programma aangegeven welke analyses zullen worden verricht en welk materiaal daarvoor moet worden aangeschaft. Artikel 9 Voor de in artikel 1, lid 2, onder f), bedoelde acties wordt in het programma een omstandige beschrijving gegeven van het wetenschappelijk onderzoek, van de doelstellingen en van de methoden, alsmede wordt, respectievelijk worden, de gespecialiseerde onderzoekinstelling, respectievelijk de gespecialiseerde onderzoekinstellingen, vermeld. Artikel 10 1. Iedere betrokken lidstaat doet de Commissie uiterlijk op 31 december 1997 het actieprogramma toekomen. Het programma bevat met name: a) een omstandige beschrijving van de voorgenomen acties, de duur en de kosten ervan, b) een lijst van alle benodigde producten en materieel, en de prijs per eenheid ervan, c) een lijst van de met de uitvoering van de acties belaste centra, instellingen of producentenorganisaties. 2. De Commissie kan binnen 30 dagen na de datum waarop het programma is ontvangen, de lidstaat verzoeken in het programma de door haar nodig geachte wijzigingen aan te brengen. De lidstaat past het programma overeenkomstig dit verzoek aan. 3. De lidstaat stelt uiterlijk op 15 februari 1998 het definitieve programma vast en doet het onverwijld aan de Commissie toekomen. De contracten of overeenkomsten met de met de uitvoering van de acties belaste centra, instellingen of producentenorganisaties, of de door de lidstaten ten opzichte van die centra, instellingen of producentenorganisaties te nemen bestuursrechtelijke maatregelen moeten uiterlijk op 1 maart 1998 in werking treden. De contracten of overeenkomsten kunnen verscheidene jaren bestrijken, met dien verstande dat zij moeten worden aangepast wanneer dat op grond van later door de Commissie goedgekeurde programma's nodig is. De lidstaten gebruiken het modelcontract dat hun door de Commissie ter beschikking wordt gesteld. Het programma wordt onder verantwoordelijkheid van de betrokken lidstaat uitgevoerd. 4. De uitgaven voor het door de lidstaat opgestelde en eventueel op verzoek van de Commissie gewijzigde programma komen in aanmerking voor financiering op grond van deze verordening. De uitgaven voor: - uitvoering van de behandelingen bedoeld in artikel 4, - vergoeding van de proevers en salarissen van het laboratoriumpersoneel, worden evenwel slechts voor ten hoogste 75 % vergoed. 5. De door de contractant en de eventuele subcontractanten gemaakte algemene kosten worden tot 2 % van de totale, in aanmerking komende uitgaven vergoed. Artikel 11 De behandelingen mogen worden uitgevoerd door op grond van artikel 20 quater van Verordening nr. 136/66/EEG erkende organisaties van olijfolieproducenten of unies daarvan. Wanneer voor de bestrijding van de olijfvlieg insecticiden worden gebruikt, dient de werkzame stof op eiwithoudend aas te worden aangebracht. In bijzondere omstandigheden en onder toezicht van de met het voorschrijven van de behandelingen belaste instanties kan evenwel worden toegestaan dat insecticiden op een andere wijze worden gebruikt. De insecticiden moeten van zodanige aard zijn en zodanig worden gebruikt, dat in olie van olijven uit de behandelde productiegebieden geen enkel residu kan worden aangetroffen. Ook mogen methoden voor geïntegreerde bestrijding worden toegepast. Artikel 12 De betalingen betreffende - de contracten of overeenkomsten met de in artikel 10, lid 1, onder c), bedoelde centra, instellingen of organisaties die door de lidstaat zijn gesloten of goedgekeurd, of - de door de lidstaat ten opzichte van die centra, instellingen of organisaties genomen bestuursrechtelijke maatregelen geschieden na overlegging van de bewijsstukken voor de gedane uitgaven en nadat de bevoegde autoriteiten de juistheid van deze stukken, alsmede de naleving van de voorgeschreven verplichtingen hebben vastgesteld. Bij de ondertekening van het contract of de overeenkomst wordt door de contractant een zekerheid gesteld voor een bedrag van, ten minste, 4 % van de waarde van het contract of de overeenkomst, om de deugdelijke uitvoering te garanderen. Voor meerjarencontracten of -overeenkomsten wordt het bedrag van de zekerheid berekend op basis van de waarde van elke jaartranche. De zekerheid wordt pas vrijgegeven nadat door de lidstaat is geverifieerd of alle acties waarin het contract of de overeenkomst voorziet tijdig, respectievelijk binnen het betrokken jaar, zijn uitgevoerd. Na de ondertekening van het contract of de overeenkomst of na de vaststelling van de bestuursrechtelijke maatregel mogen tot 30 % van het totaalbedrag voorschotten worden betaald, mits voor een overeenkomstig bedrag zekerheid wordt gesteld. Voor zover de lidstaat over bewijsstukken ter staving van de met de voorafgaande voorschotten gedane uitgaven beschikt, kunnen verdere voorschotten worden verstrekt, op voorwaarde dat daarvoor voor een overeenkomstig bedrag zekerheid wordt gesteld. De zekerheden worden eerst vrijgegeven indien: a) de bewijsstukken ter staving van de gedane uitgaven aan de lidstaat zijn verstrekt, b) de juistheid van deze stukken is vastgesteld en is vastgesteld, dat de voorgeschreven verplichtingen zijn nageleefd. De lidstaat kan zich evenwel voor de in artikel 10, lid 1, onder c), bedoelde centra of instellingen die de rechtspositie van een overheidsinstelling hebben, garant stellen. Het bedrag van de verbeurde zekerheden wordt in mindering gebracht op de uitgaven van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie. Met de uitvoering van de acties belaste centra, instellingen of producentenorganisaties moeten binnen twee maanden na de in het contract voor de uitvoering van de acties vastgestelde einddatum bij de bevoegde instantie van de lidstaten een gedetailleerd verslag indienen over de aanwending van de toegewezen middelen van de Gemeenschap en over de verwachte resultaten van de betrokken acties. Wanneer het verslag na het verstrijken van bovengenoemde termijn van twee maanden wordt ingediend, wordt voor elke na het verstrijken van deze termijn begonnen maand 10 % van de Gemeenschapsbijdrage per actie ingehouden. Deze inhoudingen worden in mindering gebracht op de uitgaven van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Garantie. Artikel 13 De olijfolieproducerende lidstaten waarvoor dit actieprogramma geldt, passen een controleregeling toe, die de waarborg biedt dat de in het programma bedoelde acties die worden gefinancierd, ook nauwgezet worden uitgevoerd. Daartoe verifiëren de betrokken lidstaten: - de gemaakte kosten langs de weg van administratieve en boekhoudkundige controles, - door controles, met name ter plaatse, of de acties overeenkomstig de overeenkomsten en de bestuursrechtelijke maatregelen zijn uitgevoerd. Zij stellen de Commissie bij het toezenden van het in artikel 3 bedoelde programma tevens in kennis van de vastgestelde controlemaatregelen. De Commissie kan de lidstaten verzoeken in het controlesysteem de door haar nodig geachte wijzigingen aan te brengen. De betrokken lidstaten zenden de Commissie vóór 1 oktober 1999 een verslag over de uitvoering van het programma en over de geplande en uitgevoerde controles. Artikel 14 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 8 december 1997. Voor de Commissie Franz FISCHLER Lid van de Commissie (1) PB 172 van 30. 9. 1966, blz. 3025/66. (2) PB L 206 van 16. 8. 1996, blz. 11. (3) PB L 206 van 16. 8. 1996, blz. 14. (4) PB L 248 van 5. 9. 1991, blz. 1.