Verordening (EG) nr. 824/97 van de Raad van 29 april 1997 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3030/93 van de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen
Publicatieblad Nr. L 119 van 08/05/1997 blz. 0001 - 0003
VERORDENING (EG) Nr. 824/97 VAN DE RAAD van 29 april 1997 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3030/93 van de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 3030/93 (1), een gemeenschappelijke regeling werd ingesteld die van toepassing is op de invoer van bepaalde textielproducten uit derde landen; Overwegende dat de publicatie van een bericht in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, C-reeks, voldoende is om aan de behoeften aan informatie van de bedrijven te voldoen en deze in kennis te stellen van de landen die lid zijn van de Wereldhandelsorganisatie (WTO); Overwegende dat als gevolg van Besluit 96/386/EG van de Raad van 26 februari 1996 betreffende de sluiting van een regeling betreffende de toegang tot de markt van textielproducten tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek India (2) en Besluit 96/207/EG van de Raad van 22 december 1995 betreffende de voorlopige toepassing van twee overeenkomsten in de vorm van een memorandum van overeenstemming tussen de Europese Gemeenschap en de Socialistische Republiek Vietnam betreffende de handel in textiel- en kledingproducten (3), artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 3030/93 gewijzigd dient te worden teneinde rekening te houden met de nieuwe regeling voor de invoer van folkloristische producten en producten van de huisindustrie uit deze landen; Overwegende dat het volgens artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 3030/93 in bepaalde omstandigheden mogelijk is de invoer van grotere hoeveelheden toe te staan; dat het in het licht van de opgedane ervaring wenselijk lijkt de voorwaarden voor de toepassing van dit artikel nader te omschrijven en te bepalen dat de extra hoeveelheden die voor een bepaald contingentjaar en een bepaalde categorie zijn toegestaan eventueel afgetrokken kunnen worden van een of meer productcategorieën voor het betrokken jaar of van het kwantitatieve maximum dat voor het volgende contingentjaar op de betrokken categorie van toepassing is; Overwegende dat bepaald dient te worden dat deze verordening geen voorrang heeft op de Overeenkomst betreffende textiel- en kledingproducten en, wat landen betreft die geen lid zijn van de WTO, op de bilaterale overeenkomsten; Overwegende dat de uitvoervergunning uiterlijk op 31 maart van het jaar volgende op het jaar van verzending van de goederen waarop de uitvoervergunning betrekking heeft bij de bevoegde autoriteit van de lidstaten moet worden ingediend; dat de goederen waarop de vergunning betrekking heeft niet kunnen worden ingevoerd indien deze termijn niet in acht wordt genomen; dat het niettemin wenselijk lijkt toe te staan dat de termijn voor het voorleggen van uitvoervergunningen in buitengewone omstandigheden tot 30 juni van hetzelfde jaar kan worden verlengd; Overwegende dat bij de toepassing van Verordening (EEG) nr. 3030/93 is gebleken dat het wenselijk is daarin enige wijzigingen aan te brengen; dat van deze gelegenheid tevens gebruik dient te worden gemaakt enkele bepalingen te verduidelijken en bij te werken; Overwegende dat wijzigingen op de lijst van leden van de WTO en de lijst van de voor de afgifte van invoerdocumenten bevoegde instanties niet van dien aard zijn dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de in artikel 17 omschreven comitéprocedure; dat het met het oog op administratieve vereenvoudiging wenselijk is dat de Commissie deze lijsten regelmatig op eigen initiatief door middel van een bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen aanpast, en dat dit voldoende is om aan de behoefte aan informatie van de bedrijven te voldoen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 3030/93 wordt als volgt gewijzigd: 1. artikel 1, lid 1, wordt vervangen door de volgende tekst: "1. Deze verordening is van toepassing op de invoer van - de in bijlage I vermelde textielproducten, van oorsprong uit de in bijlage II vermelde derde landen waarmee de Gemeenschap bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen heeft gesloten; - de in bijlage X vermelde textielproducten van oorsprong uit derde landen die lid zijn van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), en die, wat de Gemeenschap betreft, nog niet in het kader van de GATT 1994 zijn geïntegreerd in de zin van artikel 2, lid 6 of lid 8, van de WTO-overeenkomst betreffende textiel- en kledingproducten. De Commissie maakt de lijst van derde landen die lid zijn van de WTO bekend in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen en zorgt voor de regelmatige bijwerking van deze lijst."; 2. artikel 3, lid 1, wordt vervangen door de volgende tekst: "1. De in bijlage V vermelde kwantitatieve maxima zijn niet van toepassing op de in bijlage VI omschreven producten van de huisindustrie en folkloristische producten die bij invoer vergezeld gaan van een certificaat dat door de bevoegde instanties van het land van oorsprong overeenkomstig het bepaalde in bijlage VI is afgegeven en dat aan de andere daarin vastgestelde voorwaarden voldoet."; 3. artikel 3, lid 3, wordt vervangen door de volgende tekst: "3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op Brazilië, Hongkong en Macao."; 4. artikel 8 wordt vervangen door de volgende tekst: "Artikel 8 Extra invoer Wanneer het in bepaalde omstandigheden nodig blijkt voor een of meer productcategorieën grotere hoeveelheden in te voeren dan de in bijlage V vermelde hoeveelheden kunnen op initiatief van de Commissie of van een of meer lidstaten voor een bepaald contingentjaar extra invoermogelijkheden worden toegestaan volgens de in artikel 17 omschreven procedure. Indien de autoriteiten van het leverende land dergelijke extra mogelijkheden hebben toegestaan terwijl het maximum reeds was bereikt, dan wordt een overeenkomstige hoeveelheid afgetrokken van het kwantitatieve maximum: - van een of meer productcategorieën van dezelfde groep of subgroep producten, voor het lopende contingentjaar (mits deze hoeveelheid niet groter is dan 3 % van het kwantitatieve maximum voor de categorie waarvoor de extra mogelijkheden zijn toegestaan) en/of - van dezelfde productcategorie, voor het volgende contingentjaar. In dringende gevallen opent de Commissie binnen vijf werkdagen na ontvangst van een verzoek van een lidstaat het overleg in het bij artikel 17 ingestelde comité en neemt zij binnen 15 werkdagen na die datum een besluit. De toegestane extra invoermogelijkheden worden bij de toepassing van artikel 7 niet in aanmerking genomen."; 5. artikel 15, lid 1, wordt vervangen door de volgende tekst: "1. Indien de Commissie bij het onderzoek overeenkomstig de in bijlage IV vastgestelde procedures het bewijs verkrijgt dat producten van oorsprong uit een in bijlage V vermeld leverend land waarop de in artikel 2 bedoelde of op grond van artikel 10 vastgestelde kwantitatieve maxima van toepassing zijn, door middel van wederverzending, routeverlegging of anderszins in de Gemeenschap zijn ingevoerd, zonder dat deze kwantitatieve maxima daarbij in acht werden genomen, en dat derhalve de nodige aanpassingen moeten worden verricht, vraagt zij overleg aan overeenkomstig de in artikel 16 omschreven procedure om tot overeenstemming te komen over een gelijkwaardige aanpassing van de overeenkomstige kwantitatieve maxima."; 6. artikel 15, lid 5, wordt vervangen door de volgende tekst: "5. Wanneer bewezen wordt dat het hierbij gaat om het grondgebied van niet in bijlage V genoemde derde landen die lid zijn van de WTO, vraagt de Commissie, overeenkomstig de in artikel 16 omschreven procedure overleg aan met het betrokken derde land of de betrokken derde landen teneinde de maatregelen te nemen die nodig zijn om het probleem op te lossen. De Commissie kan ten aanzien van het betrokken derde land of de betrokken derde landen kwantitatieve maxima instellen of andere passende maatregelen nemen overeenkomstig de in artikel 17 omschreven procedure."; 7. artikel 16, lid 1, eerste zinsnede, wordt vervangen door de volgende tekst: "1. Overeenkomstig de in artikel 17, lid 5, omschreven procedure gaat de Commissie op de volgende wijze over tot het in deze verordening bedoelde overleg:"; 8. artikel 20 wordt vervangen door de volgende tekst: "Artikel 20 Deze verordening kan in geen enkel opzicht een afwijking inhouden van de Overeenkomst betreffende textiel- en kledingproducten, wat de WTO-leden betreft, of van de bilaterale overeenkomsten, protocollen of regelingen die de Gemeenschap met de in bijlage II genoemde derde landen heeft gesloten."; 9. in bijlage III wordt artikel 14, lid 1, vervangen door de volgende tekst: "1. Voorzover de Commissie overeenkomstig artikel 12 van de verordening heeft bevestigd dat de gevraagde hoeveelheid nog beschikbaar is binnen de grenzen van het betrokken kwantitatieve maximum, geven de instanties van de lidstaat binnen vijf werkdagen na overlegging van het origineel van de uitvoervergunning door de importeur de overeenkomstige invoervergunning af. De uitvoervergunning moet uiterlijk op 31 maart van het jaar volgende op het jaar waarin de goederen waarop zij betrekking heeft zijn verzonden, worden overgelegd. In buitengewone omstandigheden kan de termijn voor de overlegging van de uitvoervergunning tot en met 30 juni worden verlengd, op een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat en volgens de in artikel 17 van de verordening omschreven procedure."; 10. aan artikel 14, lid 4, artikel 21, lid 3, en artikel 26 van bijlage III wordt de volgende alinea toegevoegd: "De bevoegde instanties kunnen toestaan dat, overeenkomstig de door hen gestelde voorwaarden, aangiften of aanvragen met behulp van elektronische middelen worden overgebracht of gedrukt. De bevoegde instanties moeten echter wel over alle documenten en al het bewijsmateriaal kunnen beschikken."; 11. in bijlage III wordt artikel 14, lid 4, eerste zin, vervangen door de volgende tekst: "4. De aangifte of de aanvraag die de importeur met het oog op de afgifte van een invoervergunning bij de bevoegde instanties indient, dient de volgende gegevens te bevatten:"; 12. in bijlage III wordt artikel 21, lid 1, vervangen door de volgende tekst: "1. De instanties van de lidstaten geven binnen vijf werkdagen na overlegging van het origineel van de uitvoervergunning door de importeur de overeenkomstige invoervergunning af. De uitvoervergunning moet uiterlijk op 31 maart van het jaar volgende op het jaar waarin de goederen waarop zij betrekking heeft zijn verzonden, worden overgelegd. In buitengewone omstandigheden kan de termijn voor de overlegging van de uitvoervergunning tot en met 30 juni worden verlengd, op een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat en volgens de in artikel 17 van de verordening omschreven procedure. Deze termijn is niet van toepassing op producten van oorsprong uit Egypte en Malta. De invoervergunningen, die opgesteld worden op een formulier dat met het in aanhangsel 1 bij deze bijlage opgenomen model overeenstemt, zijn in het gehele douanegebied van de Gemeenschap geldig."; 13. in bijlage III wordt artikel 21, lid 3, eerste zinsnede, vervangen door de volgende tekst: "3. De aangifte of de aanvraag die de importeur met het oog op de afgifte van een invoervergunning bij de bevoegde instanties indient, dient de volgende gegevens te bevatten:"; 14. in bijlage III wordt artikel 26, eerste alinea, vervangen door de volgende tekst: "De aangifte of de aanvraag die de importeur met het oog op de afgifte van een invoervergunning bij de bevoegde instanties indient, dient de volgende gegevens te bevatten:"; 15. in bijlage III wordt het volgende artikel ingevoegd: "Artikel 30 bis De namen en adressen van de bevoegde instanties als bedoeld in artikel 14, lid 4, artikel 21, leden 1 en 3, artikel 25, lid 3, artikel 26 en artikel 31, lid 1, worden door de Commissie bekendgemaakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen."; 16. in bijlage III wordt artikel 31, lid 1, vervangen door de volgende tekst: "1. De formulieren die de bevoegde instanties van de lidstaten voor de afgifte van de invoervergunningen dienen te gebruiken en de toezichtsdocumenten als bedoeld in artikel 14, lid 1, artikel 21, lid 1, en artikel 25, lid 3, stemmen overeen met het model van de invoervergunning dat in aanhangsel 1 bij deze bijlage is opgenomen."; 17. aan artikel 31 van bijlage III wordt de volgende alinea toegevoegd: "12. De invoervergunning mag het behulp van elektronische middelen worden afgegeven mits de betrokken douaneautoriteiten door middel van een computernetwerk toegang hebben tot deze vergunning."; 18. bijlage XI en aanhangsel 2 bij bijlage III worden geschrapt. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Luxemburg, 29 april 1997. Voor de Raad De Voorzitter H. VAN MIERLO (1) PB nr. L 275 van 8. 11. 1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2315/96 (PB nr. L 314 van 4. 12. 1996, blz. 1). (2) PB nr. L 153 van 27. 6. 1996, blz. 47. (3) PB nr. L 73 van 21. 3. 1996, blz. 1.