Verordening (EG) nr. 385/97 van de Commissie van 28 februari 1997 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1507/96 houdende opening en wijze van beheer van bepaalde tariefcontingenten voor invoer van ruwe rietsuiker voor de voorziening van de raffinaderijen in de Gemeenschap
Publicatieblad Nr. L 060 van 01/03/1997 blz. 0051 - 0052
VERORDENING (EG) Nr. 385/97 VAN DE COMMISSIE van 28 februari 1997 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1507/96 houdende opening en wijze van beheer van bepaalde tariefcontingenten voor invoer van ruwe rietsuiker voor de voorziening van de raffinaderijen in de Gemeenschap DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1599/96 (2), en met name op artikel 16, lid 1, artikel 37, lid 6, en artikel 39, Overwegende dat bij Verordening (EG) nr. 1507/96 van de Commissie (3) de uitvoeringsbepalingen zijn vastgesteld voor de invoer van ruwe rietsuiker in het kader van een jaarlijks tariefcontingent met het oog op de raffinage ervan door de in artikel 9, lid 4, derde alinea, van Verordening (EEG) nr. 1785/81 bedoelde raffinaderijen; dat volgens deze uitvoeringsbepalingen gebruikmaking van het tariefcontingent slechts mogelijk is als bij het aanvragen van het invoercertificaat een certificaat van oorsprong van het betrokken derde land wordt overgelegd dat voldoet aan de in artikel 47 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 89/97 (5), bepaalde voorwaarden; Overwegende dat de certificaten van oorsprong door de bevoegde instanties van elk land van uitvoer worden afgegeven tegen overlegging van het connossement waarin de inlading voor het zeevervoer wordt bevestigd, en dat voor de invoer van de betrokken ruwe suiker uitsluitend deze procedure wordt toegepast; dat de exporteur deze certificaten pas na het laden kan verkrijgen en er dan nog twee weken kunnen verlopen voordat deze certificaten in het bezit van de importeur zijn, terwijl in de meeste gevallen het product in die tussentijd reeds in de Europese invoerhaven is aangekomen; dat de importeur het product dan tijdelijk moet opslaan, wat de met het voorraadbeheer gemoeide kosten nodeloos verhoogt; Overwegende dat daarentegen bij de invoer van preferentiële suiker in het kader van het aan de Overeenkomst van Lomé gehechte Protocol nr. 8 en van bijzondere preferentiële ruwe suiker als bedoeld in artikel 37 van Verordening (EEG) nr. 1785/81 het bewijs van de oorsprong van de suiker bij het in het vrije verkeer brengen ervan wordt geleverd overeenkomstig de artikelen 47 en 56 van Verordening (EEG) nr. 2454/93; Overwegende dat de drie invoerstromen van ruwe suiker in dit opzicht gelijk dienen te worden behandeld en dat artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1507/96 dienovereenkomstig moet worden gewijzigd; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor suiker, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Artikel 5 van Verordening (EG) nr. 1507/96 wordt vervangen door: "Artikel 5 1. Om voor het tariefcontingent in aanmerking te komen moet bij het in het vrije verkeer brengen van het product een certificaat van oorsprong van het betrokken derde land worden overgelegd dat voldoet aan de in de artikelen 47 en 56 van Verordening (EEG) nr. 2454/93 bepaalde voorwaarden. 2. De in artikel 3, lid 1, bedoelde aanvraag om een invoercertificaat moet door de raffinadeur bij de bevoegde instantie van de betrokken lidstaat worden ingediend en daarbij moet deze aanvraag vergezeld gaan van een verklaring die de in artikel 47, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2454/93 bedoelde gegevens bevat.". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op 1 maart 1997. Zij is van toepassing voor de invoer waarvoor de certificaten op of na 1 maart 1997 worden aangevraagd. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, 28 februari 1997. Voor de Commissie Franz FISCHLER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 177 van 1. 7. 1981, blz. 4. (2) PB nr. L 206 van 16. 8. 1996, blz. 43. (3) PB nr. L 189 van 30. 7. 1996, blz. 82. (4) PB nr. L 253 van 11. 10. 1993, blz. 1. (5) PB nr. L 17 van 21. 1. 1997, blz. 28.