97/530/EG: Beschikking van de Raad van 24 juli 1997 betreffende wijzigingen in de OESO-regeling inzake richtsnoeren voor door de overheid gesteunde exportkredieten
Publicatieblad Nr. L 216 van 08/08/1997 blz. 0077 - 0079
BESCHIKKING VAN DE RAAD van 24 juli 1997 betreffende wijzigingen in de OESO-regeling inzake richtsnoeren voor door de overheid gesteunde exportkredieten (97/530/EG) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat het nodig blijft contraproductieve concurrentie op het gebied van door de overheid gesteunde exportkredieten zoveel mogelijk tegen te gaan en de internationale samenwerking te versterken; Overwegende dat de Gemeenschap, op grond van het beginsel van internationale samenwerking, deelneemt aan de regeling inzake richtsnoeren voor door de overheid gesteunde exportkredieten in het kader van de OESO (hierna "regeling" genoemd), die bij de beschikking van de Raad van 4 april 1978 in de Gemeenschap in werking is getreden en die laatstelijk werd gewijzigd bij Beschikking 97/173/EG (1); Overwegende dat de deelnemers aan de regeling een aantal bepalingen hebben vastgesteld tot wijziging van bijlage IX van de regeling en houdende toevoeging van een nieuwe bijlage, die door de Gemeenschap dient te worden goedgekeurd, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD: Artikel 1 Bijlage IX bij de regeling wordt vervangen door bijgevoegde bijlage IX. Artikel 2 Aan de regeling wordt de bijgevoegde bijlage X gevoegd. Artikel 3 Deze beschikking is gericht tot de lidstaten. Gedaan te Brussel, 24 juli 1997. Voor de Raad De Voorzitter M. FISCHBACH (1) PB nr. L 69 van 11. 3. 1997, blz. 19. BIJLAGE "BIJLAGE IX TOEKOMSTIGE WERKZAAMHEDEN I. ALGEMENE ONTBINDING De deelnemers bevestigen hun vaste wil om met de DAC/FA samen te werken om doelstellingen voor ontbinding van de hulp te ontwikkelen en om tot een nauwkeurigere omschrijving van het begrip "niet-gebonden hulp" te komen. Zij zullen de vorderingen van de DAC/FA op de voet volgen. Zij komen overeen de DAC te vragen zich te beraden over manieren om discipline en transparantie te versterken, en wel als volgt: A. Discipline In de DAC/FA zouden spoedig besprekingen moeten plaatsvinden om overeenstemming te bereiken over doelstellingen voor ontbinding van hulp. B. Transparantie De praktische regels voor de toepassing van de volgende maatregelen ter verbetering van de transparantie zouden in samenwerking met de DAC/FA moeten worden uitgewerkt. Kennisgeving van specifieke ongebonden hulpkredieten ten laatste vóór het begin van de aanbestedingsprocedure, of binnen [bijvoorbeeld 45 kalenderdagen/werkdagen] na ondertekening van het financiële contract, indien zulks eerder geschiedt, waarbij een redelijke termijn en projectinformatie wordt verstrekt zodat offertes kunnen worden ingediend vóór de uiterste datum van inschrijving. Onmiddellijke kennisgeving achteraf van de naam en de nationaliteit van de onderneming waaraan het contract voor specifieke ongebonden hulp is gegund. Het secretariaat zou een register moeten bijhouden van dergelijke kennisgevingen over OLIS. Deze informatie zou niet als vertrouwelijk worden beschouwd. II. MARKET WINDOWS De deelnemers verbinden zich ertoe zowel de transparantie als de definitie van "market window-transacties" verder te onderzoeken, teneinde concurrentievervalsing tegen te gaan. III. SECTOREN A. Landbouw Een vaste verbintenis om de onderhandelingen over aanvullende richtsnoeren inzake exportkredieten voor landbouwproducten in 1994 te openen. Er zou een deskundigengroep worden opgericht die in juli 1994 voor het eerst zou bijeenkomen. B. Staal Wanneer de resultaten van de onderhandelingen in verband met de multilaterale staalovereenkomst bekend zullen zijn, zal worden onderzocht of het nodig is meer nadere of aanvullende richtsnoeren op te nemen in de regeling voor door de overheid gesteunde exportkredieten voor staalfabrieken en -installaties. IV. PREMIES EN AANVERWANTE ZAKEN De deelnemers erkennen dat premies en garantieprovisies belangrijk zijn en een prioritaire kwestie vormen, en komen overeen om een aantal basisbeginselen te onderzoeken om de premies meer met elkaar in overeenstemming te brengen. Overeenkomstig hun internationale verplichtingen komen de deelnemers overeen dat de aangerekende premies niet onvoldoende mogen zijn om de bedrijfskosten en -verliezen op lange termijn te dekken. De deelnemers bevestigen het beginsel van risicogebonden premies en de noodzaak om concurrentievervalsing te bestrijden, ongeacht of die nu door de premies, dan wel door daarmee verband houdende voorwaarden wordt veroorzaakt. De deelnemers zullen hun uiterste best doen om vóór de vergadering van de Ministerraad van 1995 overeenstemming te bereiken over de basisbeginselen voor de premieberekening en de daarmee verband houdende voorwaarden. BIJLAGE X REGELS VOOR DE TENUITVOERLEGGING VAN HET SCHAERER-PAKKET I. DDR 1. Voor valuta waarvoor de CIRR* minder dan 10 % bedraagt. Voor verbintenissen tot en met 31 augustus 1996 geldt de volgende formule: DDR = CIRR* + >NUM>1 >DEN>6 (10-CIRR*) + M De marge (M) is afhankelijk van de krediettermijn (R) als hieronder aangegeven: >RUIMTE VOOR DE TABEL> De laatste dag waarop verbintenissen kunnen worden aangegaan volgens deze DDR-overgangsformule (individuele gebonden of gedeeltelijk ongebonden hulpkredieten, hulpprotocollen, hulpkredietlijnen of soortgelijke overeenkomsten; voor valuta waarvoor de CIRR* minder dan 10 % bedraagt) is 31 augustus 1996. De geldigheidsduur van de verbintenissen die worden aangegaan tot en met 31 augustus 1996 met gebruikmaking van deze DDR-formule verstrijkt uiterlijk op 31 augustus 1997. 2. Voor valuta waarvoor de CIRR* minstens 10 % bedraagt, geldt de volgende DDR-formule: DDR = CIRR* + M De marge (M) is afhankelijk van de krediettermijn (R). De waarde ervan is in punt 1 aangegeven. 3. Met ingang van 1 september 1996 geldt voor alle valuta en voor alle nieuwe hulpkredietverbintenissen de volgende DDR-formule: DDR = CIRR* + M De marge (M) is afhankelijk van de krediettermijn (R). De waarde ervan is in punt 1 aangegeven. II. OP DE SDR GEBASEERDE RENTEVOET Tot en met 31 augustus 1995: De paragrafen 5, onder b), en 20, onder a), alsmede aantekening 3, blijven gelden voor landen die vroeger in klasse III waren ingedeeld. In de praktijk betekent dat; dat de deelnemers de op de SDR gebaseerde rentevoet mogen blijven toepassen tot en met 31 augustus 1995. De geldigheid van de verbintenissen waarvoor de op de SDR gebaseerde rentevoet is toegepast en die uiterlijk op 31 augustus 1995 zijn aangegaan, verstrijkt uiterlijk op 29 februari 1996. III. LANDENINDELING De nieuwe indeling wordt onmiddellijk van kracht, uitgezonderd wat betreft de landen die vroeger tot klasse II behoorden en, behoudens aantekening 1, nu zijn heringedeeld in klasse I, die verder in aanmerking blijven komen voor krediettermijnen van tien jaar. Alle op deze voorwaarden gesteunde transacties verliezen hun geldigheid uiterlijk op 28 februari 1997. Voor landen die worden overgeheveld van klasse II naar klasse I is met ingang van 1 maart 1995 paragraaf 6, onder b), van de regeling van toepassing. IV. GELDIGHEID VAN EERDERE VERBINTENISSEN De geldigheidsduur van eerdere verbintenissen met betrekking tot gebonden en gedeeltelijk ongebonden hulpkredieten bedraagt twee jaar vanaf de datum van kennisgeving voor individuele transacties, ongeacht of er kennis van is gegeven uit hoofde van een kredietlijn of een herziening van een vroegere kennisgeving. Wanneer een land voor de eerste maal niet meer in aanmerking komt voor leningen van de Wereldbank met een looptijd van 17 of 20 jaar, is de geldigheidsduur van bestaande en nieuwe, meegedeelde of ondertekende, gebonden en gedeeltelijk ongebonden hulpkredietlijnen beperkt tot één jaar vanaf de datum van eventuele herindeling overeenkomstig aantekening 7 bij de regeling. Verlenging is mogelijk tegen nieuwe voorwaarden (overeenkomstig de voorschriften van hoofdstuk III van de regeling): - na een herindeling van de landen; en - na een wijziging van de voorschriften van de regeling. Verandert de DDR, dan kunnen de oude voorwaarden worden gehandhaafd. V. TOEKOMSTIGE WERKZAAMHEDEN Zie bijlage IX."