Beschikking nr. 55/96/EGKS van de Commissie van 15 januari 1996 tot instelling van een definitief anti- dumpingrecht op de invoer in de Gemeenschap van hematietgietijzer van oorsprong uit Tsjechië en tot aanvaarding van een verbintenis van een welbepaalde exporteur van genoemd produkt
Publicatieblad Nr. L 012 van 17/01/1996 blz. 0005 - 0012
BESCHIKKING Nr. 55/96/EGKS VAN DE COMMISSIE van 15 januari 1996 tot instelling van een definitief anti-dumpingrecht op de invoer in de Gemeenschap van hematietgietijzer van oorsprong uit Tsjechië en tot aanvaarding van een verbintenis van een welbepaalde exporteur van genoemd produkt DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, Gelet op Beschikking nr. 2424/84/EGKS van de Commissie van 29 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (1), inzonderheid op de artikelen 10 en 12, Na overleg met het Raadgevend Comité, Overwegende hetgeen volgt: A. PROCEDURE (1) De Commissie heeft bij Beschikking nr. 1751/94/EGKS (2) een definitief anti-dumpingrecht op de invoer in de Gemeenschap van hematietgietijzer van oorsprong uit Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland ingesteld, in de vorm van een variabel recht dat gelijk is aan het verschil tussen de minimumprijs (cif, vóór inklaring) van 149 ecu per ton en de aangegeven douanewaarde van het betrokken produkt in alle gevallen waarin de aangegeven douanewaarde minder bedraagt dan de minimumprijs. (2) Na de instelling van dit recht heeft Eurofontes, die bijna 100 % van de bedrijfstak van de Gemeenschap vertegenwoordigt, een klacht ingediend volgens welke ook de invoer van hematietgietijzer van oorsprong uit Tsjechië met dumping geschiedt en dit de bedrijfstak van de Gemeenschap schade berokkent. (3) De klager betoogde dat, aangezien Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland door bovengenoemde beschikking waren gebonden en de producent in Tsjechië dit niet was, deze laatste werd benaderd door handelaren die het betrokken produkt waarvoor geen anti-dumpingmaatregelen golden, goedkoop wensten aan te kopen. (4) De klager voerde tevens aan, dat de producenten in Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland een gegronde reden voor een klacht wegens discriminatie zouden hebben wanneer, anders dan voor de uitvoer uit Tsjechië, voor hun uitvoer anti-dumpingmaatregelen bleven gelden. (5) Na te hebben vastgesteld dat er voldoende bewijsmateriaal bestond om de inleiding van een anti-dumpingprocedure te rechtvaardigen, publiceerde de Commissie op 21 mei 1994 (3) een bericht tot inleiding van een anti-dumpingprocedure met betrekking tot de invoer van hematietgietijzer uit Tsjechië. (6) De Commissie heeft de haar bekende betrokken exporteur en importeur, de vertegenwoordigers van het land van uitvoer en de klagers hiervan officieel in kennis gesteld. Belanghebbende partijen werd de gelegenheid geboden hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en te verzoeken te worden gehoord. (7) De exporteur, importeur en klagers hebben hun standpunt schriftelijk uiteengezet. (8) De belanghebbende partijen werden in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen aan de hand waarvan werd beoogd definitieve anti-dumpingmaatregelen in te stellen. Tevens werd hun een redelijke tijdsduur gegund waarbinnen zij, na de bekendmaking, schriftelijk konden reageren. (9) De Commissie heeft alle inlichtingen die zij voor de vaststelling van dumping en schade noodzakelijk achtte, verzameld en geverifieerd en heeft onderzoeken uitgevoerd ten kantore van: a) de Gemeenschapsproducenten - DK Recycling und Roheisen GmbH, Duitsland, - Halbergerhütte GmbH, Duitsland, - Preussag Stahl AG, Duitsland, - EKO Stahl AG, Duitsland (4), - Alti Forni e Ferriere di Servola SpA, Italië; b) de producent/exporteur in Tsjechië - Vitkovice as, Ostrava (10) Het dumpingonderzoek bestreek het tijdvak van 1 april 1993 tot en met 31 maart 1994 (hierna "onderzoektijdvak" genoemd). B. ONDERZOCHT PRODUKT (11) De klacht betreft niet-gelegeerd gietijzer, bevattende niet meer dan 0,5 gewichtspercent fosfor, dat is ingedeeld onder GN-code 7201 10 19 (bevattende 0,4 of meer gewichtspercent mangaan en niet meer dan 1 gewichtspercent silicium) en wordt hematietgietijzer genoemd. Hematietgietijzer wordt gebruikt voor de produktie van gietijzer met grafiet in de vorm van lamellen (grijs gietijzer). Het wordt vooral gebruikt in gietstukken van hoge kwaliteit voor machines en werktuigmachines, alsmede in gietstukken die aan thermische of chemische belasting zijn blootgesteld. C. DUMPING (12) Sedert de inwerkingtreding op 1 maart 1992 van de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken wordt Tsjechië in het geval van anti-dumpingprocedures als een land met een markteconomie beschouwd. De berekening van de dumpingmarge voor Tsjechië werd derhalve gebaseerd op de gegevens die de Tsjechische producent verstrekte in antwoord op de vragenlijst en gedurende het daaropvolgende verificatiebezoek met betrekking tot de kosten en prijzen in Tsjechië. 1. Normale waarde (13) De verkopen op de binnenlandse markt in Tsjechië gingen met verlies gepaard en werden daarom niet geacht in het normale handelsverkeer te hebben plaatsgevonden. De normale waarde werd bijgevolg vastgesteld overeenkomstig artikel 2, leden 3, onder b), ii), en 4, van Beschikking nr. 2424/88/EGKS, dit wil zeggen aan de hand van een aangenomen waarde, bepaald door bij de produktiekosten een redelijk bedrag voor winst te voegen. Over het algemeen werden de kostenberekeningen gebaseerd op de beschikbare boekhoudkundige gegevens. Doch, gezien de veranderingen in de Tsjechische economie en in de opbouw van de Tsjechische industrie, gaven de beschikbare boekhoudkundige gegevens van de ondernemingen niet steeds de kosten weer die gewoonlijk in het kader van normale handelstransacties door ondernemingen worden gedragen, in het bijzonder financierings- en afschrijvingskosten. Daarom moesten in de boekhoudkundige gegevens aanpassingen worden aangebracht met betrekking tot die punten waarmee in de kostenberekening van het betrokken produkt niet volledig rekening was gehouden, teneinde tot een aangenomen waarde te komen waarin de volledige kosten op passende wijze werden weergegeven. Gezien het feit echter dat de vastgestelde dumpingmarge bij gebruik van de reeds beschikbare gegevens hoger ligt dan de schademarge voor de bedrijfstak van de Gemeenschap, heeft de Commissie in dit bijzondere geval, en zonder op toekomstige anti-dumpingprocedures vooruit te lopen, ervan afgezien dergelijke aanpassingen aan te brengen die bij doorvoering ervan voor de betrokken onderneming zouden leiden tot een hogere normale waarde en derhalve tot een hogere dumpingmarge. 2. Prijs bij uitvoer (14) De vastgestelde prijzen bij uitvoer zijn de prijzen die thans voor het bij uitvoer naar de Gemeenschap verkochte produkt zijn betaald of moeten worden betaald, na aftrek van alle belastingen, kortingen en verlagingen, die werkelijk zijn toegekend en rechtstreeks verband houden met de betrokken verkopen. 3. Vergelijking (15) De vergelijking van de prijzen bij uitvoer met de normale waarde geschiedde per transactie op het niveau af-fabriek en op hetzelfde handelsniveau. Correcties van de prijs bij uitvoer werden verricht om rekening te houden met de uitgaven voor vracht en andere verkoopkosten die in de prijs bij uitvoer waren begrepen. 4. Dumpingmarge (16) De voor Vitkovice as vastgestelde dumpingmarge bedraagt 34 % van de cif-prijs bij uitvoer grens Gemeenschap. D. BEDRIJFSTAK VAN DE GEMEENSCHAP (17) Om te weten of de klagers een belangrijk gedeelte van de totale Gemeenschapsproduktie van het soortgelijke produkt vormen, heeft de Commissie, zoals zij dit bij de eerdere procedure inzake invoer van het soortgelijke produkt heeft gedaan, van alle producenten in de Gemeenschap inlichtingen opgevraagd en ontvangen. (18) De Commissie heeft op basis van de ontvangen gegevens vastgesteld, dat het aandeel van de Gemeenschapsproduktie van het betrokken produkt dat de klagende producenten gedurende het onderzoektijdvak voor hun rekening nemen, ongeveer 100 % van de totale Gemeenschapsproduktie bedroeg. E. SCHADE (19) Er zij aan herinnerd, dat de Commissie in Beschikking nr. 1751/94/EGKS reeds heeft vastgesteld dat de bedrijfstak van de Gemeenschap schade heeft geleden door invoer met dumping van oorsprong uit Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland. In de onderhavige procedure moest worden onderzocht of de invoer met dumping van oorsprong uit Tsjechië eveneens aanzienlijke schade aan de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft veroorzaakt. (20) Uit het onderzoek is gebleken dat de Gemeenschapsimporteurs op de hoogte waren van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van hematietgietijzer van oorsprong uit Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland vanaf het tijdstip van bekendmaking van het bericht van inleiding in december 1992 en dat zij van toen af aan alternatieve leveringsbronnen hebben gezocht in landen waarvoor deze procedure niet geldt. De Commissie heeft in dit verband tussen 1990 en het einde van het onderzoektijdvak (maart 1994) de voornaamste ontwikkelingen op de Gemeenschapsmarkt van hematietgietijzer onderzocht. 1. Verbruik in de Gemeenschap, omvang en marktaandeel van de invoer met dumping (21) Het patroon van het zichtbare verbruik, dit wil zeggen de verkopen door de bedrijfstak van de Gemeenschap op de gemeenschappelijke markt, vermeerderd met de invoer uit alle derde landen, liet zien dat het verbruik van 1 035 334 ton in 1990 tot 821 165 ton in 1991 is gedaald, vervolgens in 1992 op hetzelfde niveau bleef (823 076 ton) en daarna in 1993 daalde tot 685 886 ton, dit wil zeggen een daling van 34 % over deze periode, en daarna gedurende het onderzoektijdvak een geringe stijging naar 764 335 ton vertoonde. Deze afname in het verbruik valt te verklaren uit de recessie in de automobielnijverheid, de voornaamste gebruiker van produkten van gietijzer, en door de gedeeltelijke vervanging van hematietgietijzer door hoogwaardig schroot. (22) De omvang van de invoer uit Tsjechië steeg van 0 ton in 1990 en in 1991 tot 4 316 ton in 1992, tot 15 871 ton in 1993 en tot 26 086 ton gedurende het onderzoektijdvak, dit wil zeggen een stijging van 504 % tussen 1992 en het onderzoektijdvak. In de Eurostat-gegevens waarop deze bevinding is gebaseerd, werd tot begin 1993 geen onderscheid gemaakt tussen de invoer uit Tsjechië en die uit Slowakije, maar uit het beschikbare bewijsmateriaal blijkt dat er in Slowakije geen producent bestaat die in het groot in gietijzer handelt. (23) De marktaandelen van de invoer uit Tsjechië stegen van 0 % in 1990 en 1991 tot 0,5 % in 1992, tot 2,3 % in 1993 en tot 3,4 % gedurende het onderzoektijdvak. In de eerste drie maanden van 1994 werd ongeveer 16 191 ton van het betrokken produkt uit Tsjechië ingevoerd, hetgeen een marktaandeel voor die periode van 6,4 % is. 2. Prijzen van het met dumping ingevoerde produkt (24) De cif-prijzen grens Gemeenschap van de onderzochte invoer lieten volgens de gegevens van Eurostat zien dat, ofschoon de prijzen van de Tsjechische invoer waren gestegen van 115,38 ecu per ton in 1992 en 115,12 ecu per ton in 1993 naar 130,03 ecu per ton gedurende het onderzoektijdvak, zij onder het prijspeil van de invoer uit Brazilië en Polen en op hetzelfde peil als de prijzen van de Russische exporteurs lagen. 3. Toestand van de bedrijfstak van de Gemeenschap a) Gemeenschapsproduktie (25) De Gemeenschapsproduktie van hematietgietijzer daalde van 601 033 ton in 1990 tot 506 960 ton in 1991, 410 431 ton in 1992, 292 940 ton in 1993 en tot 274 674 ton gedurende het onderzoektijdvak. Deze dramatische produktiedaling valt deels te verklaren uit het feit dat verscheidene Gemeenschapsproducenten van het betrokken produkt tussen eind 1991 en begin 1994 de produktie hebben beëindigd. (26) De produktie voor de Gemeenschapsproducenten die het betrokken produkt aan het einde van het onderzoektijdvak (maart 1994) bleven produceren, daalde van 440 894 ton in 1990 tot 262 862 ton gedurende het onderzoektijdvak, dit wil zeggen met 40,4 %. b) Capaciteitsbenutting (27) De capaciteitsbenutting door de Gemeenschapsproducenten daalde van 39,65 % in 1990 tot 29,79 % gedurende het onderzoektijdvak. c) Ontwikkeling van de voorraden (28) De omvang van de voorraden hematietgietijzer aan het einde van het jaar was in de onderzochte periode aan schommelingen onderhevig en daalde van 170 246 ton in 1990 tot 159 088 ton in 1991, steeg tot 184 729 ton in 1992, daalde sterk tot 54 264 ton in 1993 en tot 43 540 ton aan het einde van het onderzoektijdvak. Deze voorraadvermindering over de gehele tijdspanne moet in samenhang met de daling in de produktie en capaciteitsbenutting bij de Gemeenschapsproducenten worden gezien, als gevolg van de moeilijkheden op de markt van hematietgietijzer. d) Verkopen door de bedrijfstak van de Gemeenschap (29) De verkopen van de bedrijfstak van de Gemeenschap op de gemeenschappelijke markt daalden van 521 960 ton in 1990 tot 457 194 ton in 1991, tot 365 584 ton in 1992 en tot 359 475 ton in 1993 en tot 300 049 ton gedurende het onderzoektijdvak, dit wil zeggen een daling met 42,5 % over deze gehele periode. e) Marktaandelen van de bedrijfstak van de Gemeenschap (30) De marktaandelen van de bedrijfstak van de Gemeenschap daalden sterk van 50,4 % in 1990 tot 39,26 % gedurende het onderzoektijdvak, en vielen zelfs terug tot 27 % in het eerste kwartaal van 1994. f) Prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap (31) Op een gewogen gemiddelde basis daalden de prijzen af fabriek van de Gemeenschapsproducenten gestaag, van 186,64 ecu per ton in 1990 tot 155,08 ecu per ton gedurende het onderzoektijdvak, ondanks een stijging van de produktiekosten in deze periode. g) Winst/verlies (32) De verliezen van de bedrijfstak van de Gemeenschap stegen van 7 % over de winst in 1990 tot 65,6 % gedurende het onderzoektijdvak. Deze cijfers, in het bijzonder die voor het onderzoektijdvak, weerspiegelen de lage produktie en capaciteitsbenutting (zie de overwegingen 25, 26 en 27) en tevens het feit dat het te vroeg was om de uitwerking te beoordelen van de maatregelen op de invoer van het betrokken produkt van oorsprong uit Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland, aangezien deze pas van kracht werden in de laatste drie maanden van het onderzoektijdvak in deze procedure. h) Prijsvergelijking (33) Het met dumping ingevoerde produkt werd verkocht aan groothandelaren in de Gemeenschap die ten tijde van de instelling van de maatregelen ten aanzien van de invoer van het betrokken produkt van oorsprong uit Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland aanzienlijke voorraden hielden. (34) De antwoorden van de Gemeenschapsimporteurs op de vragenlijsten van de Commissie betroffen 15,5 % van de totale invoer gedurende het onderzoektijdvak. De antwoorden waren evenwel niet betrouwbaar genoeg om een vergelijking op gebruikersniveau mogelijk te maken. (35) Om vast te stellen of aanzienlijke prijsonderbieding door de invoer met dumping op hetzelfde handelsniveau had plaatsgehad, heeft de Commissie bij de cif-prijs grens Gemeenschap (afgeleid uit de Eurostat-statistieken) van het met dumping ingevoerde produkt de kosten van verlading, financiering en opslag opgeteld, alsmede de algemene en administratieve uitgaven, aan de hand van de beschikbare gegevens, vermeerderd met een redelijke winstmarge voor een voorraadhoudende importeur, teneinde hetzelfde handelsniveau voor verkopen door de Gemeenschapsproducenten te bereiken. (36) Een vergelijking tussen de aangepaste prijzen van het met dumping ingevoerde produkt en de prijzen van de Gemeenschapsproducenten gaf een gewogen gemiddelde prijsonderbieding gedurende het onderzoektijdvak te zien van 26,6 ecu per ton, dit wil zeggen 14,3 %. Dit lijkt een minimumpercentage, aangezien een vergelijking op eindgebruikersniveau, gebaseerd op de verkoopprijzen van de medewerkende importeur, een aanzienlijk hogere prijsonderbieding liet zien. 4. Gevolgtrekkingen inzake schade (37) Gezien het voorgaande onderzoek heeft de Commissie geconcludeerd dat de bedrijfstak van de Gemeenschap aanzienlijke schade lijdt. De toestand zoals weergegeven in de overwegingen 40 tot en met 47 van Beschikking nr. 67/94/EGKS van de Commissie (5), tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht in de eerdere procedure, is hoofdzakelijk dezelfde gebleven, met dramatische verliezen aan marktaandeel, in het bijzonder gedurende het onderzoektijdvak, en met voortdurend uitstel van voldoende prijsverhogingen om de gestegen produktiekosten te compenseren, hetgeen tot een verdere verslechtering van de financiële resultaten en tot de sluiting van fabrieken heeft geleid. 5. Oorzaak a) Gevolgen van de invoer met dumping (38) Voor een beoordeling van de gevolgen van de invoer met dumping op de markt van de Gemeenschap en de mate waarin deze tot de schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft bijgedragen, moest de Commissie er rekening mee houden, dat zij een anti-dumpingonderzoek betreffende de invoer van hematietgietijzer uit Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland had uitgevoerd dat tot de instelling van voorlopige anti-dumpingrechten in januari 1994 en tot definitieve rechten in juli 1994 had geleid. (39) Zoals eerder is vastgesteld (zie overweging 20) waren de Gemeenschapsimporteurs op de hoogte van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van het betrokken produkt van oorsprong uit de bovengenoemde landen en zochten zij actief naar alternatieve leveringsbronnen. Tsjechië, met fabrieken voor de produktie van hematietgietijzer en als naaste buur van de Gemeenschap, bood de importeurs een voor de hand liggende alternatieve leveringsbron van het betrokken produkt. Dit verklaart de stijging in marktaandeel van de invoer uit dit land van 0 % in 1991 tot 2,3 % in 1993. (40) Voorts kan vanaf januari 1994, toen voorlopige anti-dumpingrechten werden ingesteld op de invoer van hematietgietijzer van oorsprong uit Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland, een duidelijke stijging in de invoer uit Tsjechië worden waargenomen, met een totaal van 16 191 ton invoer in de eerste drie maanden van 1994 tegenover een totaal van 15 871 ton over geheel 1993. (41) Deze dramatische invoerstijging deed het marktaandeel van de Tsjechische invoer in de Gemeenschap stijgen van 2,3 % in 1993 tot 3,4 % gedurende het onderzoektijdvak en tot 6,4 % in het eerste kwartaal van 1994, terwijl het marktaandeel van de Gemeenschapsproducenten in deze zelfde perioden onderscheidenlijk terugviel van 52,4 % tot 39,3 % en tot 27,1 %. Dit verlies aan marktaandeel bij de Gemeenschapsproducenten viel samen met het gestegen marktaandeel van de invoer met dumping uit de landen van de eerdere procedure en uit Tsjechië. Het onderzoek heeft aangetoond, dat het marktaandeel van de Tsjechische invoer werd verworven ten koste van dat van de bedrijfstak van de Gemeenschap. (42) Deze opvallende marktpenetratie van het met dumping ingevoerde produkt werd mogelijk gemaakt doordat de prijzen van de Tsjechische invoer aanzienlijk onder de prijzen van de Gemeenschapsproducenten lagen. De voortdurende onderbieding van de prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft bijgedragen tot de duidelijke prijsverlaging bij die bedrijfstak, die ondanks stijgende kosten poogde zijn capaciteitsbenutting en marktaandeel te handhaven. Deze prijsontwikkeling heeft vervolgens geleid tot onhoudbare financiële verliezen, zodat enkele Gemeenschapsproducenten, reeds benadeeld door andere ongunstige omstandigheden zoals een verminderde vraag en dumpingpraktijken uit het verleden, niet langer de gevolgen van de Tsjechische invoer met dumping konden weerstaan en de produktie van hematietgietijzer in de betrokken periode hebben gestaakt. (43) Al bij al blijkt dat, terwijl de omvang en het marktaandeel van de invoer uit Tsjechië voortdurend stegen, de verkopen, het marktaandeel en de winstgevendheid van de bedrijfstak van de Gemeenschap een dalende tendens vertoonden met een opvallend versnelde penetratie van de Tsjechische invoer na de instelling van de voorlopige anti-dumpingrechten op de invoer uit Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland (zie de overwegingen 28 tot en met 32). Onder deze omstandigheden heeft de invoer met dumping uit Tsjechië bijgedragen tot de aanzienlijke schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft geleden. b) Gevolgen van andere factoren (44) De Commissie ging na, of de schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap door andere factoren dan de invoer met dumping kon zijn veroorzaakt en nam hierbij in aanmerking dat met betrekking tot de invoer uit Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland reeds aanzienlijke schade was vastgesteld en dat de begin 1994 opgelegde maatregelen deze niet konden verhelpen omdat zij pas de laatste drie maanden van het onderzoektijdvak van de onderhavige procedure in werking waren getreden en de gevolgen van voorraadvorming door importeurs of hun zoeken naar alternatieve leveringsbronnen niet konden vermijden. (45) Invoer uit Turkije heeft in 1990 enige invloed op de toestand van de bedrijfstak van de Gemeenschap uitgeoefend, maar is sedertdien van de markt verdwenen. (46) Gedurende het onderzoektijdvak vond er geen andere invoer met dumping van het betrokken produkt in de Gemeenschap plaats. (47) De bedrijfstak van hematietgietijzer is sterk afhankelijk van de mate van bedrijvigheid in de automobielnijverheid. De daling in de produktie van auto's tussen 1990 en 1993 verklaart ten dele de terugval in het verbruik van hematietgietijzer. Een inkrimpende vraag en een gedeeltelijke vervanging door alternatieve grondstoffen heeft tot de verbruiksdaling van hematietgietijzer bijgedragen. Toch werden deze ontwikkelingen, die de Gemeenschapsproducenten ertoe gebracht hadden hun produktie-eenheden te structureren en hun capaciteit in te krimpen, ruimschoots overschaduwd door de bijkomende invloed van invoer met dumping uit Tsjechië op de Gemeenschapsproduktie (zie overweging 42). c) Gevolgtrekking inzake de oorzaak (48) De Commissie heeft geconcludeerd dat, afgezien van de schade die door de invoer met dumping van oorsprong uit Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland bleek te zijn veroorzaakt en ondanks de afgenomen vraag naar het betrokken produkt, het met dumping uit Tsjechië ingevoerde produkt, vooral wegens zijn lage prijzen, zijn steeds groter wordende aandeel op de Gemeenschapsmarkt ten koste van de bedrijfstak van de Gemeenschap en doordat zijn aanwezigheid op de markt het de Gemeenschapsproducenten onmogelijk maakte van de reeds ingevoerde maatregelen profijt te trekken, afzonderlijk genomen, deze bedrijfstak aanmerkelijk schade heeft toegebracht. F. BELANG VAN DE GEMEENSCHAP (49) Bij de beoordeling van het belang van de Gemeenschap verwijst de Commissie naar de bevindingen ter zake in Beschikking nr. 1751/94/EGKS, die steekhoudend blijven. In de onderhavige procedure moeten twee belangrijke factoren in aanmerking worden genomen. Ten eerste, zoals in de eerdere procedure is overwogen, is de beëindiging van mededingingsverstoringen als gevolg van oneerlijke handelspraktijken en derhalve het herstel van een daadwerkelijke mededinging op de markt van de Gemeenschap de hoofddoelstelling van anti-dumpingmaatregelen, en fundamenteel in het belang van de Gemeenschap. Ten tweede zou het niet nemen van maatregelen in de onderhavige procedure tot verslechtering van de reeds hachelijke toestand van de Gemeenschapsproducenten leiden en hun voortbestaan duidelijk in gevaar brengen. Wanneer de betrokken bedrijfstak wegens schade door dumping tot stopzetting van zijn produktie zou worden gedwongen, zou de Gemeenschap geheel afhankelijk worden van invoer uit derde landen. In dit opzicht is reeds bij het onderzoek dat tot de instelling van maatregelen in de eerdere zaak heeft geleid, vastgesteld, dat het in het belang van de Gemeenschap is een levensvatbare communautaire bedrijfstak van hematietgietijzer in stand te houden, aangezien de daaruit voortvloeiende vermindering van het aantal leveranciers waarschijnlijk tot hogere prijzen voor het betrokken produkt zou leiden. (50) De handelspraktijken van het betrokken land van uitvoer verstoren de werking van de markt voor hematietgietijzer in de Gemeenschap. De afwezigheid van maatregelen om deze verstoring te corrigeren zou tot een verdere uitholling van de communautaire produktiecapaciteit leiden, terwijl zulks niet onder eerlijke mededinging zou plaatsvinden. (51) Het is niet in het belang van de Gemeenschap, het verwijt te riskeren van ongelijke behandeling van de producenten in Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland ten gunste van de Tsjechische producent. (52) Wat de prijzen betreft, beseft de Commissie dat anti-dumpingmaatregelen van invloed kunnen zijn op de prijzen voor eindgebruikers van het betrokken produkt. Het gevolg voor de kosten van produkten waarvoor gietijzer een noodzakelijk bestanddeel is, zou evenwel te verwaarlozen zijn. Hierbij zij aangetekend dat in Beschikking nr. 1751/94/EGKS uitdrukkelijk de mogelijkheid is voorbehouden, te gelegener tijd, afhankelijk van toekomstige marktontwikkelingen en de invloed daarvan voor eindgebruikers, de anti-dumpingmaatregelen inzake de invoer van hematietgietijzer in de Gemeenschap, met inbegrip van de maatregelen die in het kader van onderhavige procedure worden genomen, opnieuw te onderzoeken. (53) De Commissie is derhalve van oordeel, dat de belangen van de Gemeenschap beschermende maatregelen tegen de invoer met dumping van hematietgietijzer uit Tsjechië noodzakelijk maken. G. ANTI-DUMPINGRECHT (54) Na de vaststelling dat de betrokken invoer met dumping aanmerkelijke schade aan de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft veroorzaakt en het in het belang van de Gemeenschap is op te treden, zou de beoogde maatregel voldoende moeten zijn om de door de invoer met dumping berokkende schade op te heffen. (55) Aangezien de schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap bestaat uit prijsonderbieding, verlies van marktaandeel en verlies van winstgevendheid, zou opheffing van genoemde schade gebaseerd moeten zijn op maatregelen die het die bedrijfstak mogelijk maken de commerciële en financiële resultaten te boeken die wegens de gevolgen van de invoer met dumping onmogelijk waren. Hiertoe zouden de prijzen van de invoer van het betrokken produkt van oorsprong uit Tsjechië dienovereenkomstig moeten worden verhoogd. (56) Gedurende het vroegere onderzoek dat tot de instelling van anti-dumpingrechten op de invoer van hematietgietijzer van oorsprong uit Brazilië, Oekraïne, Polen en Rusland heeft geleid, heeft de Commissie het prijsniveau vastgesteld waarop de betrokken invoer geen aanzienlijke schade aan de bedrijfstak van de Gemeenschap meer zou berokkenen. De berekening was gebaseerd op door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleverde gegevens omtrent normale produktiekosten. Bij de produktiekosten is een winst van 5 % over de omzet gevoegd, hetgeen onder de geldende marktomstandigheden een redelijke marge werd geacht. (57) In beginsel zou voor het onderhavige onderzoek dezelfde werkwijze moeten worden gevolgd, met bijstelling van de produktiekosten gedurende het onderzoektijdvak. Men dient evenwel niet te vergeten, dat in de onderhavige procedure de Gemeenschapsproduktie en -benuttingscapaciteit voor het betrokken produkt gedurende het onderzoektijdvak tamelijk gering was (zie de overwegingen 25 en 27) en dat een groot gedeelte van de verkopen van de Gemeenschapsproducenten tijdens dat tijdvak afkomstig was uit de voorraden en niet uit de produktie (zie de overwegingen 28 en 29). De produktiekosten van de bedrijfstak van de Gemeenschap gedurende het onderzoektijdvak werden dientengevolge als onevenredig hoog aangemerkt en derhalve niet representatief voor normale economische omstandigheden. De berekening van het prijsniveau waarop de invoer van hematietgietijzer van oorsprong uit Tsjechië geen aanmerkelijke schade aan de bedrijfstak van de Gemeenschap meer zou veroorzaken, werd daarom gebaseerd op de produktiekosten van de Gemeenschapsproducenten gedurende de eerdere procedure, zoals in overweging 56 is omschreven. Deze prijs, met dezelfde redelijke winstmarge van 5 %, is wegens de neerwaartse druk op de prijzen en de daaruit voortvloeiende verliezen voor de bedrijfstak van de Gemeenschap gedurende het onderzoektijdvak slechts weinig hoger dan die welke voortvloeit uit de aanpassing van de uitvoerprijs aan de hand van de vastgestelde marge van onderbieding (zie overweging 36) en werd voldoende geacht om de geleden schade op te heffen. (58) Om te komen tot een recht dat de door de invoer met dumping veroorzaakte schade opheft, is de Commissie in dit bijzondere geval van oordeel dat het noodzakelijk zou zijn de prijzen van deze invoer op te trekken tot een peil dat het de Gemeenschapsproducenten mogelijk zou maken hun normale produktiekosten terug te winnen en een redelijk winstniveau te behalen. (59) De Commissie is daarom van mening, dat het bedrag van het recht het verschil moet zijn tussen de minimumprijs van 149 ecu per ton (cif, vóór inklaring) en de aangegeven douanewaarde, telkens wanneer de aangegeven douanewaarde lager ligt dan de minimumprijs. Een op dit prijspeil gebaseerd recht is voldoende om de schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap op te heffen. (60) Overeenkomstig artikel 13, lid 3, van Beschikking nr. 2424/88/EGKS wordt een op bovengenoemde minimumprijs gebaseerd variabel recht beperkt tot een niveau dat voldoende is om de schade op te heffen en dat lager is dan de vastgestelde dumpingmarge. (61) Het lijkt noodzakelijk, evenals in de eerdere procedure en gelet op de ontwikkelingen in de marktsituatie ten aanzien van het betrokken produkt en het belang van de Gemeenschap om het concurrentievermogen van haar eindgebruikers in stand te houden, nauwlettend toe te zien op verdere ontwikkelingen en mogelijke ongunstige gevolgen voor deze eindgebruikers, en in overweging te nemen dat, overeenkomstig artikel 14 van Beschikking nr. 2424/88/EGKS, op elk passend tijdstip een nieuw onderzoek kan worden ingesteld. (62) Om zo nodig een snelle instelling van een nieuw onderzoek van de ingestelde maatregelen te bevorderen, zal de Commissie in dit bijzondere geval rechtstreeks tot de instelling van definitieve maatregelen overgaan. H. VERBINTENIS a) Procedure (63) Alvorens haar eindconclusies te trekken inzake dumping en schade, heeft de Commissie de belanghebbende partijen van haar bevindingen in kennis gesteld. Aangezien zij van de betrokken exporteur geen opmerkingen heeft ontvangen, heeft de Commissie geconcludeerd dat de invoer van het betrokken produkt van oorsprong uit Tsjechië met dumping had plaatsgevonden, dat hierdoor aanzienlijke schade voor de bedrijfstak van de Gemeenschap was veroorzaakt en dat beschermende maatregelen in het belang van de Gemeenschap waren. De betrokken exporteur heeft vervolgens overeenkomstig artikel 10, lid 2, onder b), van Beschikking nr. 2424/88/EGKS een verbintenis aangeboden. (64) Het gevolg van deze verbintenis zou zijn, dat de schadelijke gevolgen van de met dumping ingevoerde produkten worden opgeheven. De Commissie herinnert er hierbij aan dat de belangrijkste factoren van de door de invoer met dumping veroorzaakte schade bestonden uit de snelle stijging in omvang en niveau van de prijsonderbieding. Bovendien acht de Commissie het administratief mogelijk erop toe te zien dat de verbintenis wordt nagekomen. De Commissie is onder deze omstandigheden van oordeel, dat de door de Tsjechische exporterende producent aangeboden verbintenis aanvaardbaar is en dat het onderzoek met betrekking tot deze onderneming kan worden afgesloten. b) Instelling van een anti-dumpingrecht in geval van schending van de verbintenis (65) De Commissie merkt op, dat in geval van schending van de verbintenis terstond een anti-dumpingrecht kan worden ingesteld dat gebaseerd is op de feiten die in het onderhavige onderzoek beschikbaar zijn en zonder dat aangaande dumping en de daaruit voortvloeiende schade een nieuw onderzoek behoeft te worden uitgevoerd. (66) Onverminderd de aanvaarding van de verbintenis dient op de invoer van het betrokken produkt van oorsprong uit Tsjechië een residueel recht te worden ingesteld teneinde ontduiking van de anti-dumpingmaatregelen te voorkomen, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Op de invoer in de Gemeenschap van hematietgietijzer, ingedeeld onder GN-code 7201 10 19, van oorsprong uit Tsjechië, wordt een definitief anti-dumpingrecht ingesteld, behalve voor de invoer van het betrokken produkt dat rechtstreeks uit Tsjechië wordt gefactureerd aan een niet geassocieerde importeur door: Vitkovice as, Vitkovice - Divize Hute, Ostrava (aanvullende Taric-code: 8875). 2. De hoogte van het recht is het verschil tussen de minimumprijs van 149 ecu per ton en de aanvaarde douanewaarde (franco grens Gemeenschap) in alle gevallen waarin deze waarde minder bedraagt dan de minimumprijs. 3. Voor de berekening van het te betalen recht wordt de minimumprijs geconverteerd in de desbetreffende nationale munteenheid tegen een wisselkoers die op dezelfde wijze wordt vastgesteld als die voor de berekening van de douanewaarde. Artikel 2 De door Vitkovice as in verband met de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van hematietgietijzer van oorsprong uit Tsjechië aangeboden verbintenis wordt hierbij aanvaard. Artikel 3 Deze beschikking treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze beschikking is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 15 januari 1996. Voor de Commissie Leon BRITTAN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 209 van 2. 8. 1988, blz. 18. (2) PB nr. L 182 van 16. 7. 1994, blz. 37. (3) PB nr. C 139 van 21. 5. 1994, blz. 7. (4) Heeft begin 1994 de produktie beëindigd. (5) PB nr. L 12 van 15. 1. 1994, blz. 5.