31996R2222

Verordening (EG) nr. 2222/96 van de Raad van 18 november 1996 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 805/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees

Publicatieblad Nr. L 296 van 21/11/1996 blz. 0050 - 0054


VERORDENING (EG) Nr. 2222/96 VAN DE RAAD van 18 november 1996 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 805/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Parlement (2),

Overwegende dat, vooral als gevolg van de ongerustheid van de consumenten over boviene spongiforme encefalopathie (BSE), de rundvleesmarkt ernstig verstoord is; dat deze situatie heeft geleid tot een snelle en voortdurende verslechtering van de markt die zich met name vertaalt in een sterke daling van het verbruik, een val van de producentenprijzen en aankopen door de interventiebureaus; dat uit de prognoses blijkt dat, ondanks de vele maatregelen die de Gemeenschap in verband hiermee heeft genomen, het risico bestaat dat het verbruik niet snel weer op het oude niveau terugkomt; dat dus maatregelen moeten worden genomen om het marktevenwicht te herstellen en tegelijk de steunregelingen in de sector rundvlees werkbaar te houden; dat het daarom absoluut noodzakelijk is dat de produktie beter worden afgestemd op het niveau van het verbruik;

Overwegende dat de Raad met de aanneming van Verordening (EG) nr. 1997/96 (3) reeds bepaalde dringende maatregelen heeft genomen betreffende met name de verhoging van de maximumhoeveelheid die tot medio november 1996 ter interventie moet worden opgekocht; dat die verordening slechts betrekking heeft op een gedeelte van het Commissievoorstel en de Raad derhalve heeft verklaard later over de andere onderdelen van genoemd voorstel een besluit te zullen nemen, met inbegrip van eventuele andere verhogingen van genoemde maximumhoeveelheid;

Overwegende dat, in verband met de daarvoor geldende leeftijdsgrenzen, de in artikel 4b van Verordening (EEG) nr. 805/68 (4) bedoelde speciale premie voor mannelijke runderen op dit ogenblik tweemaal tijdens de levensduur van het dier kan worden toegekend; dat toekenning van een tweede premie voor stieren van meer dan 22 maanden aanzet tot produktie van bijzonder zware dieren; dat, om dit te ondervangen, de tweede betaling moet worden afgeschaft; dat deze maatregel gepaard dient te gaan met een verhoging van de premie om zo economisch nadeel voor de betrokken producenten te voorkomen;

Overwegende dat er in bepaalde Lid-Staten veestapels van stieren zijn die worden gefokt in regio's met een van oudsher extensieve produktie; dat om dit type produktie te kunnen aanpassen aan de nieuwe situatie, de betrokken Lid-Staten dient te worden toegestaan om bij wijze van overgangsmaatregel de toekenning van de tweede premie gedurende de jaren 1997 en 1998 te handhaven, waarbij echter het aantal aldus voor premie in aanmerking komende dieren beperkt wordt en het bedrag van de tweede premie zodanig vastgesteld dat de som van de twee ontvangen premies gelijk is aan de som van de twee premies die voor gecastreerde dieren kunnen worden toegekend;

Overwegende dat het totale aantal dieren waarvoor in een kalenderjaar de speciale premie mag worden toegekend, afhankelijk is van de regionale maxima die zijn vastgesteld in artikel 4b, lid 3 en lid 3 bis, van Verordening (EEG) nr. 805/68; dat de ervaring heeft geleerd dat het aantal dieren waarvoor de premie wordt aangevraagd in bepaalde Lid-Staten aanzienlijk lager en in andere aanzienlijk hoger is dan bedoelde maxima; dat, met het oog op aanpassing van de maxima aan de reële produktie, die maxima opnieuw moeten worden vastgesteld uitgaande van de feitelijke aanvragen voor premies; dat, met het oog op bijsturing van de totale produktie, de aangepaste maxima bovendien met 5 % moeten worden verlaagd, behalve in de Lid-Staten waar de aanvragen de maxima met meer dan 5 % overschreden; dat bovendien het voor Spanje vastgestelde regionale maximum moet worden aangepast aan de aldaar geconstateerde bijzondere ontwikkeling;

Overwegende dat het tijdelijk uit het gebruikscircuit nemen van de premierechten voor zoogkoeien kan bijdragen tot produktiebeheersing; dat daartoe de Commissie moet worden gemachtigd de nodige maatregelen te nemen met betrekking tot de rechten die niet door de producenten worden gebruikt en die in de nationale reserves worden teruggestort;

Overwegende dat, ter stimulering van de extensieve produktie, in artikel 4h van Verordening (EEG) nr. 805/68 is bepaald dat naast de speciale premie en de zoogkoeienpremie een aanvullende premie wordt toegekend, wanneer het voor het bedrijf geconstateerde veebezettingsgetal lager is dan 1,4 GVE/ha voedergewas; dat het, om het effect van deze maatregel op de extensivering en op de beheersing van de produktie te vergroten, dienstig is vast te stellen dat een hoger bedrag wordt uitbetaald, wanneer de geconstateerde veebezetting beneden 1 GVE/ha blijft;

Overwegende dat de sanering van de rundvleesmarkt vereist dat het aantal op de markt aangeboden dieren wordt verlaagd door het uit produktie nemen en/of afzet van lichte jonge dieren te bevorderen; dat daartoe het effect op de produktie van de bij artikel 4i van Verordening (EEG) nr. 805/68 ingevoerde verwerkingspremie moet worden verhoogd; dat met behoud van de facultatieve toepassing daarvan voor de Lid-Staten de werkingssfeer van die maatregelen moet worden uitgebreid tot alle stierkalveren; dat het, om ervoor te zorgen dat de premiebedragen aangepast kunnen worden aan hetgeen met het oog op de regeling nodig is, voorts dienstig is te bepalen dat die bedragen door de Commissie worden vastgesteld;

Overwegende dat de invoering van een premie voor het vervroegd op de markt brengen van kalveren ook kan bijdragen tot herstel van het marktevenwicht; dat om deze premie goed af te stemmen op de produktievoorwaarden in de Lid-Staten, moet worden bepaald welke kalveren in de Lid-Staten in aanmerking komen naar gelang van het, statistisch vastgestelde, gemiddelde slachtgewicht van geslachte kalveren in elke Lid-Staat; dat dit gemiddelde gewicht binnen een Lid-Staat kan variëren; dat derhalve moet worden bepaald dat de Commissie mag toestaan dat de premie naar regio wordt toegepast; dat om verleggingen van het handelsverkeer te voorkomen, een aanhoudperiode noodzakelijk is; dat de vaststelling van het bedrag van de premie onder de bevoegdheid van de Commissie moet vallen om dezelfde redenen als die met betrekking tot de verwerkingspremie;

Overwegende dat produktie en consumentenverwachtingen van Lid-Staat tot Lid-Staat aanzienlijk kunnen verschillen; dat hun dus de keuze moet worden gelaten de verwerkingspremie dan wel de premie voor het vervroegd op de markt brengen toe te passen, waarbij zij wel verplicht worden ten minste een van deze twee toe te passen in de periode van 1 december 1996 tot en met 30 november 1998;

Overwegende dat na zes maanden de doeltreffendheid moet worden bekeken van de premieregeling voor het vervroegd op de markt brengen van kalveren, van de verwerkingspremie en van de juiste toepassing daarvan, met name door een vergelijking van de gevolgen daarvan met de doelstelling van een vermindering met ongeveer 1 000 000 kalveren bij de produktie van rood vlees, de wijze waarop de aanpassing over de Lid-Staten is verdeeld en eventuele handelsdistorsies;

Overwegende dat de omvang van de hoeveelheden die als gevolg van de BSE-crisis moeten worden opgekocht, waarschijnlijk zal leiden tot overschrijding van de in artikel 6, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 805/68 vastgestelde maxima; dat, om te voorkomen dat toepassing van die maxima ertoe leidt dat de in artikel 6, lid 4, van genoemde verordening vastgestelde "vangnetregeling" wordt toegepast, de bedoelde maxima voor de jaren 1996 en 1997 dienen te worden verhoogd tot een niveau dat in overeenstemming is met de marktsituatie; dat om zo snel mogelijk te kunnen reageren op de marktschommelingen, de Raad gemachtigd moet worden om op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen te besluiten genoemd maximum voor interventiaankopen te wijzigen;

Overwegende dat tijdelijke aankoop van lichte dieren door de interventiebureaus ook kan bijdragen tot het herstel van de markt voor rundvlees; dat daartoe een speciale interventieregeling moet worden ingevoerd die van toepassing is op de interventies in het najaar van 1997;

Overwegende dat, in verband met de specifieke situatie na de Duitse hereniging, in artikel 4k van Verordening (EEG) nr. 805/68 voor het grondgebied van de nieuwe Duitse Länder bijzondere regionale maxima zijn vastgesteld waarbij is afgeweken van het maximum van 90 dieren en van de regelingen voor regionale en individuele maxima voor de speciale premies en de zoogkoeienpremies; dat eind 1998 de herstructurering van de rundvleesproduktie in de nieuwe Duitse Länder voldoende zal zijn gevorderd, zodat geen specifieke maatregelen meer nodig zijn; dat desondanks bepaalde aanpassingsmaatregelen moeten worden vastgesteld;

Overwegende dat, zelfs voordat de in deze verordening vastgestelde maatregelen worden toegepast, maatregelen voor een vlotte overgang van de vroegere bepalingen naar de in deze verordening vastgestelde bepalingen nodig kunnen blijken,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 805/68 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 4b:

a) wordt lid 2 vervangen door:

"2. De premie wordt:

a) ten hoogste een keer toegekend voor elk ongecastreerd mannelijk rund dat niet jonger dan tien en niet ouder dan 21 maanden is, of

b) ten hoogste twee keer toegekend voor elk gecastreerd mannelijk rund, namelijk

- de eerste keer als het dier tien maanden oud is,

- de tweede keer nadat het dier 22 maanden oud is geworden.

Om voor de premie in aanmerking te komen moet ieder dier waarvoor een aanvraag is ingediend, gedurende een nader te bepalen periode door de producent worden gemest.";

b) wordt:

- in lid 3 voor Duitsland "3 092 667" vervangen door "2 966 619" en de tekst tussen haakjes geschrapt;

- aan lid 3 de volgende alinea toegevoegd:

"Voor de jaren 1997 en 1998 zijn evenwel de volgende regionale maxima van toepassing:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

c) wordt in lid 5 de tweede zin van de eerste alinea vervangen door de volgende zin:

"In dat geval worden voor niet-gecastreerde mannelijke dieren de in lid 2, onder a), bedoelde leeftijdscriteria vervangen door het minimumgewicht van 200 kg.";

d) wordt lid 6, eerste alinea, vervangen door:

"6. Per in aanmerking komend dier bedraagt de premie:

- 108,7 ecu voor gecastreerde mannelijke runderen,

- 135 ecu voor ongecastreerde mannelijke runderen.";

e) wordt het volgende lid ingelast:

"7 bis. In afwijking van lid 2, onder a), mogen de Lid-Staten ervoor kiezen de premie gedurende een overgangsperiode die de kalenderjaren 1997 en 1998 omvat, en tot een maximum aantal dieren dat gelijk is aan of lager is dan 3 % van hun regionale maxima, een tweede maal in het leven van elk ongecastreerd mannelijk rund toe te kennen. In dit geval wordt de premie slechts toegekend:

- nadat het betrokken dier 22 maanden oud is geworden, en

- op voorwaarde dat het is gefokt in een regio met een van oudsher extensieve produktie in de betrokken Lid-Staat.

Het bedrag van de tweede premie wordt vastgesteld op 81 ecu per in aanmerking komend dier.".

2. In artikel 4f, lid 4, wordt na het eerste streepje de volgende tekst ingelast:

"- de maatregelen inzake in 1997 en 1998 ongebruikte individuele rechten die in de nationale reserve worden teruggestort;".

3. artikel 4h, lid 1, wordt vervangen door:

"1. Producenten die de speciale premie en/of de zoogkoeienpremie ontvangen, komen in aanmerking voor een aanvullende premie:

- van 36 ecu per toegekende premie mits het voor hun bedrijf in de loop van het kalenderjaar vastgestelde veebezettingsgetal onder de 1,4 GVE/ha blijft, of

- van 52 ecu per toegekende premie mits het voor hun bedrijf in de loop van het kalenderjaar vastgestelde veebezettingsgetal onder de 1 GVE/ha blijft.".

4. artikel 4i wordt vervangen door:

"Artikel 4i

1. De Lid-Staten kunnen besluiten dat er aan de bedrijven een verwerkingspremie wordt verleend voor stierkalveren van oorsprong uit de Gemeenschap die uit produktie worden genomen voordat ze ouder zijn dan tien dagen. De Lid-Staten mogen echter besluiten de premie toe te kennen voor bovenbedoelde dieren die uit produktie worden genomen voor ze 20 dagen oud zijn, op voorwaarde dat ze de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de betrokken dieren buiten het circuit voor menselijke consumptie blijven.

2. De Lid-Staten kunnen tot en met 30 november 1998 een premie voor het vervroegd op de markt brengen van kalveren toekennen. Deze premie wordt toegekend bij het slachten in een Lid-Staat van elk kalf:

- waarvan het slachtgewicht gelijk is aan of lager dan het gemiddelde slachtgewicht van geslachte kalveren in de betrokken Lid-Staat, verminderd met 15 %. Het gemiddelde slachtgewicht per Lid-Staat is het gewicht dat blijkt uit de statistieken van Eurostat die zijn opgesteld voor het jaar 1995 of van elke andere statistische informatie voor dat jaar die officieel bekendgemaakt is en door de Commissie is aanvaard;

- dat onmiddellijk vóór de slacht in de Lid-Staat waar het wordt geslacht, wordt aangehouden gedurende een vast te stellen periode.

3. In de periode van 1 december 1996 tot en met 30 november 1998 moet elke Lid-Staat ten minste een van de twee in de leden 1 en 2 bedoelde regelingen toepassen.

4. Behalve in terdege gemotiveerde uitzonderingsgevallen moeten de in de leden 1 en 2 bedoelde premies binnen vijf maanden na de dag van indiening van de aanvraag worden uitbetaald.

5. Volgens de procedure van artikel 27:

- stelt de Commissie de uitvoeringsbepalingen van dit artikel vast,

- bepaalt de Commissie het in elke Lid-Staat toe te passen maximumslachtgewicht van de kalveren als bedoeld in lid 2,

- stelt de Commissie het bedrag van de verwerkingspremie vast op een zodanig niveau of, eventueel, op zodanige niveaus dat, naar gelang van hetgeen in verband met de marktsituatie noodzakelijk is, voldoende kalveren uit produktie worden genomen,

- stelt de Commissie het bedrag van de premie voor het vervroegd op de markt brengen vast op een passend niveau om de slacht van een voldoende aantal kalveren naar gelang van de marktbehoeften mogelijk te maken,

- mag de Commissie, op verzoek van een Lid-Staat, toestaan dat de premie voor het vervroegd op de markt brengen binnen die Lid-Staat gedifferentieerd naar regio wordt toegepast, mits de dieren onmiddellijk vóór de slacht gedurende een nog vast te stellen periode in de slachtregio werden gehouden,

- kan de Commissie de toekenning van de ene en/of de andere van de in dit artikel bedoelde premies schorsen.

6. De Commissie controleert of de in dit artikel bedoelde regelingen, wanneer die zes maanden zijn toegepast, bevredigende resultaten hebben opgeleverd.

Zo niet, dan dient de Commissie bij de Raad een passend voorstel in, waarover de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen beslist, met name rekening houdend met de wijze waarop de aanpassingsinspanningen over de Lid-Staten zijn verdeeld en met eventuele handelsdistorsies.".

5. In artikel 4k, lid 1:

a) worden onder a) de cijfers "660 323" en "180 000" vervangen door respectievelijk "235 316" en "306 048";

b) wordt punt b) geschrapt.

6. Per 1 januari 1999 wordt artikel 4k vervangen door:

"Artikel 4k

1. Voor het grondgebied van de nieuwe Duitse Länder geldt het volgende:

a) alle bepalingen inzake de premieregelingen die voor de rest van de Gemeenschap gelden, zijn van toepassing onder voorbehoud van het bepaalde in dit artikel;

b) het in artikel 4d, lid 2, bedoelde individuele maximum voor de zoogkoeienpremie, dat wordt gebaseerd op het aantal zoogkoeien waarvoor aan de producent voor 1998 een premie is toegekend, wordt door Duitsland vastgesteld en aan elke betrokkene meegedeeld.

Indien als gevolg van natuurlijke omstandigheden de premie voor 1998 niet of slechts gedeeltelijk is uitbetaald, kan worden uitgegaan van het aantal in 1997 uitbetaalde premies.

Indien de premie voor 1998 niet of slechts gedeeltelijk is uitbetaald in verband met opgelegde sancties, moet worden uitgegaan van het aantal dat is geconstateerd bij de controle die tot deze sanctie heeft geleid;

c) wanneer na de invoering van de individuele maxima het totaal van de premierechten die zijn toegekend aan producenten wier bedrijf zich in de nieuwe Duitse Länder bevindt, kleiner is dan het voor deze regio eerder vastgestelde regionale maximum, worden de overblijvende rechten geannuleerd, afgezien van hoogstens 3 % van de in totaal aan de betrokken individuele producenten toegekende premierechten, welke hoeveelheid door Duitsland wordt toegevoegd aan de in artikel 4f, lid 1, bedoelde nationale reserve.

De aldus verkregen nieuwe reserve geldt voor het hele Duitse grondgebied. De som van de in totaal aan de producenten in de nieuwe Duitse Länder toegewezen premierechten en de aan de nationale reserve toegevoegde 3 %, mag in geen geval groter zijn dan het voor dat grondgebied geldende regionale maximum.

2. De Commissie stelt, indien nodig, de uitvoeringsbepalingen van dit artikel vast volgens de procedure van artikel 27.".

7. de tweede alinea van artikel 6, lid 1, wordt vervangen door:

"Per jaar mogen deze aankopen voor de hele Gemeenschap niet meer bedragen dan:

- 550 000 ton voor 1996,

- 500 000 ton voor 1997,

- 350 000 ton vanaf 1998.

De Raad kan op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten deze hoeveelheid te wijzigen.".

8. artikel 6a wordt vervangen door:

"Artikel 6 bis

1. In afwijking van artikel 5, lid 2, kan, op grond van de marktsituatie, in het kader van inschrijvingsprocedures, worden besloten om de interventiebureaus in een of meer Lid-Staten of in een gebied van een Lid-Staat vers of gekoeld vlees kopen van magere mannelijke runderen van oorsprong uit de Gemeenschap, te laten aankopen vanaf de eerste inschrijving in september 1997 tot en met de laatste inschrijving in december 1997, zoals bepaald in de uitvoeringsbepalingen voor interventiemaatregelen in de sector rundvlees.

2. De hoeveelheden vlees die overeenkomstig lid 1 worden gekocht, worden meegeteld voor de toepassing van de in artikel 6, lid 1, vastgestelde maxima.

3. De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 27 de uitvoeringsbepalingen van dit artikel vast.".

Artikel 2

Indien nodig stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 805/68 maatregelen vast voor de overgang van de oude regeling naar de in deze verordening bedoelde nieuwe regeling.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is als volgt van toepassing:

- artikel 1, punt 4, met ingang van 1 december 1996,

- artikel 1, punten 1, 3, 5 en 8, met ingang van 1 januari 1997,

- artikel 1, punt 6, met ingang van 1 januari 1999.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 18 november 1996.

Voor de Raad

De Voorzitter

I. YATES

(1) PB nr. C 300 van 10. 10. 1996, blz. 16.

(2) PB nr. C 320 van 28. 10. 1996.

(3) Verordening (EG) nr. 1997/96 van de Raad van 14 oktober 1996 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 805/68 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (PB nr. L 267 van 19. 10. 1996, blz. 1).

(4) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 24. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1997/96 (PB nr. L 267 van 19. 10. 1996, blz. 1).