Verordening (EG) nr. 1937/96 van de Commissie van 8 oktober 1996 tot wijziging van de bijlagen III B en VI bij Verordening (EG) nr. 517/94 van de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van textielprodukten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere, bijzondere, communautaire regeling
Publicatieblad Nr. L 255 van 09/10/1996 blz. 0004 - 0007
VERORDENING (EG) Nr. 1937/96 VAN DE COMMISSIE van 8 oktober 1996 tot wijziging van de bijlagen III B en VI bij Verordening (EG) nr. 517/94 van de Raad betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van textielprodukten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere, bijzondere, communautaire regeling DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 517/94 van de Raad van 7 maart 1994 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van textielprodukten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere, bijzondere, communautaire regeling (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1476/96 van de Commissie (2), inzonderheid op artikel 25, lid 4, Overwegende dat de Raad bij Verordening (EG) nr. 517/94 voor de Republieken Bosnië-Herzegovina en Kroatië en voor de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië kwantitatieve contingenten heeft ingesteld, die zijn opgenomen in de bijlagen III B en VI bij die verordening; Overwegende dat na de opheffing van het embargo tegen de Federatieve Republiek Joegoslavië ten aanzien van dat land jaarlijkse maxima zijn ingesteld bij Verordening (EG) nr. 538/96 van de Raad (3), en in de bijlagen III B en VI bij Verordening (EG) nr. 517/94 zijn opgenomen; Overwegende dat enkele Lid-Staten bij de Commissie een verzoek hebben ingediend tot verhoging van bepaalde kwantitatieve maxima van de Gemeenschap voor de invoer van produkten van oorsprong uit de Republieken Bosnië-Herzegovina en Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, teneinde in bepaalde marktbehoeften te kunnen voorzien; Overwegende dat de Raad bij de vaststelling van het aanvangsniveau van de contingenten beoogde een zeker evenwicht te betrachten tussen een passende bescherming van de betrokken sectoren van het bedrijfsleven van de Gemeenschap en handhaving, met inachtneming van de belangen van de onderscheiden partijen, van een aanvaardbaar handelsniveau met de Republieken van het voormalige Joegoslavië; Overwegende dat uit onderzoek naar de stand van zaken van de communautaire produktie is gebleken dat de omvang van bepaalde contingenten kan worden aangepast zonder afbreuk te doen aan bovengenoemde doelstelling; Overwegende dat de Commissie het derhalve dienstig acht de omvang van de bedoelde contingenten aan te passen, daarbij de gegevens over hun behoeften die de Lid-Staten haar hebben doen toekomen in aanmerking nemende; Overwegende dat de bijlagen III B en VI bij Verordening (EG) nr. 517/94 derhalve dienen te worden gewijzigd; Overwegende dat voorts de specifieke beheersvoorschriften voor de toewijzing van deze extra contingenten voor 1996 dienen te worden vastgesteld; dat het consistenter en administratief eenvoudiger is daarvoor dezelfde regels toe te passen als voor de toewijzing van de oorspronkelijke contingenten; dat voor de invoer van produkten van oorsprong uit de Republieken Bosnië-Herzegovina en Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië derhalve de desbetreffende bepalingen dienen te worden toegepast van Verordening (EG) nr. 2738/95 van de Commissie van 28 november 1995 tot vaststelling van bijzondere regels voor het beheer en de verdeling van bepaalde, bij Verordening (EG) nr. 517/94 van de Raad voor 1996 ingestelde kwantitatieve contingenten voor textielprodukten (4); Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het comité dat bij Verordening (EG) nr. 517/94 is ingesteld, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De bijlagen III B en VI bij Verordening (EG) nr. 517/94 worden vervangen door de bijlage bij deze verordening. Artikel 2 Wat de kwantitatieve beperkingen van toepassing op de Republieken Bosnië-Herzegovina en Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië betreft gelden voor de hoeveelheden waarmee de toepasselijke contingenten worden verhoogd in 1996 de beheersvoorschriften van de artikelen 2, 8 en 9 van Verordening (EG) nr. 2738/95 van de Commissie. Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 8 oktober 1996. Voor de Commissie Leon BRITTAN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 67 van 10. 3. 1994, blz. 1. (2) PB nr. L 188 van 27. 7. 1996, blz. 4. (3) PB nr. L 79 van 29. 3. 1996, blz. 1. (4) PB nr. L 285 van 28. 11. 1995, blz. 5. BIJLAGE "BIJLAGE III B JAARLIJKSE KWANTITATIEVE MAXIMA VAN DE GEMEENSCHAP BEDOELD IN ARTIKEL 2, LID 1, EERSTE STREEPJE >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE VI PASSIEVE VEREDELING JAARLIJKSE KWANTITATIEVE MAXIMA VAN DE GEMEENSCHAP BEDOELD IN ARTIKEL 4 >RUIMTE VOOR DE TABEL> >RUIMTE VOOR DE TABEL>