Verordening (EG) nr. 1382/96 van de Commissie van 17 juli 1996 houdende opening van een tariefcontingent voor de invoer van bevroren rundvlees, bestemd voor verwerking (1 juli 1996 - 30 juni 1997) en vaststelling van bepalingen inzake het beheer daarvan
Publicatieblad Nr. L 179 van 18/07/1996 blz. 0012 - 0016
VERORDENING (EG) Nr. 1382/96 VAN DE COMMISSIE van 17 juli 1996 houdende opening van een tariefcontingent voor de invoer van bevroren rundvlees, bestemd voor verwerking (1 juli 1996 - 30 juni 1997) en vaststelling van bepalingen inzake het beheer daarvan DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EG) nr. 1095/96 van Raad van 18 juni 1996 betreffende de tenuitvoerlegging van de concessies in de lijst CXL die is opgesteld naar aanleiding van de voltooiing van de onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, van de GATT (1), en met name op artikel 1, lid 1, Overwegende dat de Gemeenschap zich er bij de overeenkomst die is gesloten tijdens de WTO-multilaterale handelsbesprekingen, toe heeft verbonden een jaarlijks tariefcontingent voor de invoer van 50 700 ton bevroren rundvlees, bestemd voor verwerking, te openen; dat de uitvoeringsbepalingen voor het contingentjaar 1996/1997, dat ingaat op 1 juli 1996, moeten worden vastgesteld; Overwegende dat de invoer van bevroren rundvlees in het kader van het tariefcontingent in aanmerking moet komen voor een volledige schorsing van het specifieke douanerecht wanneer het vlees bestemd is voor de vervaardiging van voedselconserven die geen andere kenmerkende bestanddelen dan rundvlees en gelei bevatten; dat, wanneer het vlees bestemd is voor de vervaardiging van andere verwerkte produkten die rundvlees bevatten, de invoer in aanmerking moet komen voor een schorsing van 55 % van het autonome specifieke douanerecht; dat de contingenthoeveelheid over de vorenvermelde regelingen moet worden verdeeld in het licht van de ervaring die met soortgelijke invoertransacties is opgedaan; Overwegende dat, om speculatie te voorkomen, alleen verwerkers die de verwerking uitvoeren in een overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 77/99/EEG van de Raad (2), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 95/68/EG (3), erkende verwerkende inrichting, toegang mogen krijgen tot het contingent; Overwegende dat bij invoer in de Gemeenschap van produkten in het kader van dit tariefcontingent, een invoercertificaat moet worden overgelegd; dat certificaten kunnen worden afgegeven na de toewijzing van rechten tot invoer op basis van aanvragen van voor de regeling in aanmerking komende verwerkers; dat, onverminderd de bepalingen van deze verordening, voor in het kader van deze verordening afgegeven invoercertificaten Verordening (EEG) nr. 3719/88 van de Commissie van 16 november 1988 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer-, en voorfixatiecertificaten voor landbouwprodukten (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2137/95 (5), en Verordening (EG) nr. 1445/95 van de Commissie van 26 juni 1995 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer- en uitvoercertificatenregeling in de sector rundvlees en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/80 (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2856/95 (7), van toepassing zijn; Overwegende dat de toepassing van het onderhavige tariefcontingent een scherp toezicht op de invoer en doeltreffende controles met betrekking tot het gebruik en de bestemming van de ingevoerde produkten vereist; dat daarom moet worden bepaald dat de produkten alleen in de importerende Lid-Staat mogen worden verwerkt; dat voorts ook een zekerheid moet worden gesteld om te garanderen dat het ingevoerde vlees wordt gebruikt overeenkomstig de bepalingen inzake het tariefcontingent; dat het bedrag van de zekerheid moet worden vastgesteld op basis van het verschil tussen de douanerechten die gelden in het kader van het contingent en daarbuiten; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Voor de periode van 1 juli 1996 tot en met 30 juni 1997 wordt een tariefcontingent geopend voor de invoer van 50 700 ton bevroren rundvlees, equivalent van vlees met been, van GN-code 0202 20 30, 0202 30 10, 0202 30 50, 0202 30 90 of 0206 29 91, bestemd voor verwerking in de Gemeenschap. 2. De in lid 1 vermelde totale hoeveelheid wordt opgesplitst in twee hoeveelheden: a) 38 000 ton bevroren rundvlees, bestemd voor de vervaardiging van conserven zoals omschreven in artikel 7, onder a), b) 12 700 ton bevroren rundvlees, bestemd voor de vervaardiging van rundvlees bevattende produkten zoals omschreven in artikel 7, onder b). 3. Voor in het kader van dit tariefcontingent ingevoerd bevroren rundvlees gelden de invoerrechten die zijn vastgesteld in volgnummer 13 van bijlage 7 bij bijlage III van Verordening (EG) nr. 1035/96 van de Commissie (8). Voor de omrekening van de betrokken bedragen van de douanerechten moet de op de dag van invoer geldende landbouwomrekeningskoers worden gebruikt. 4. Voor de toepassing van deze verordening geldt als dag van invoer de dag waarop de aangifte om de goederen in het vrije verkeer te brengen wordt aanvaard. Artikel 2 1. Een aanvraag voor invoer is slechts geldig als ze wordt ingediend door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die in de laatste twaalf maanden vóór de inwerkingtreding van deze verordening rundvlees bevattende verwerkte produkten heeft geproduceerd en die in een nationaal BTW-register is ingeschreven. Bovendien moet de aanvraag worden ingediend door of namens een overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn 77/99/EEG erkende verwerkende inrichting. Voor elke in artikel 1, lid 2, bedoelde hoeveelheid kan van elke erkende verwerkende inrichting slechts één invoeraanvraag worden aanvaard. Voor de toepassing van de bovenstaande alinea wordt een kleinhandels- of cateringbedrijf, of een inrichting in de nabijheid van een kleinhandelsverkooppunt, waar vlees wordt verwerkt en aan de eindverbruiker te koop wordt aangeboden, niet aangemerkt als een erkende verwerkende inrichting. 2. Aanvragers die op 1 juli 1996 niet meer in de rundvlees verwerkende industrie werkzaam waren, komen niet in aanmerking voor de bij deze verordening vastgestelde regeling. 3. De aanvrager dient tegelijk met zijn aanvraag de nodige bewijsstukken in om, ten genoegen van de bevoegde autoriteit, aan te tonen dat hij aan de in voorgaande leden bepaalde voorwaarden voldoet. Artikel 3 1. In elke invoeraanvraag voor de vervaardiging van A-produkten of B-produkten moeten de hoeveelheden worden uitgedrukt in equivalent vlees met been en elke aanvraag mag betrekking hebben op ten hoogste de voor elk van beide produktklassen beschikbare hoeveelheden. 2. Elke aanvraag betreffende A-produkten of B-produkten moet op 26 juli 1996 in het bezit zijn van de bevoegde autoriteit. 3. De Lid-Staten delen de Commissie uiterlijk op 2 augustus 1996 een lijst van de aanvragers en de aangevraagde hoeveelheden mede, uitgesplitst naar de twee produktklassen, alsmede het toelatingsnummer van de betrokken verwerkende inrichtingen. De Commissie beslist zo spoedig mogelijk in welke mate de aanvragen kunnen worden aanvaard, waarbij zij eventueel een percentage van toewijzing van de aangevraagde hoeveelheden vaststelt, Artikel 4 1. Voor de invoer van bevroren rundvlees waarvoor rechten tot invoer zijn toegekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, moet een invoercertificaat worden overgelegd. 2. Een verwerker kan tot uiterlijk 28 februari 1997 een aanvraag voor invoercertificaten voor maximaal de hem toegekende rechten tot invoer indienen. De aanvraag moet worden ingediend in de Lid-Staat waar de rechten tot invoer zijn geregistreerd. Voor de toepassing van dit lid wordt 100 kg vlees met been gelijkgesteld met 77 kg vlees zonder been. 3. Bij de invoer moet bij de bevoegde autoriteit een zekerheid worden gesteld om te waarborgen dat de verwerker, binnen drie maanden na de dag van invoer, de volledige hoeveelheid ingevoerd vlees tot de vereiste eindprodukten verwerkt in de in de certificaataanvraag vermelde inrichting. De bedragen van de zekerheden zijn vastgesteld in bijlage I. Artikel 5 1. In de certificaataanvraag en het certificaat moeten de volgende gegevens worden vermeld: a) in vak 8: het land van oorsprong, b) in vak 16: een van de in aanmerking komende GN-codes, c) in vak 20: ten minste een van de volgende vermeldingen: - Certificado válido en . . . (Estado miembro expedidor) / carne destinada a la transformación . . . [productos A] [productos B] (táchese lo que no proceda) en . . . (designación exacta y número de registro del establecimiento en el que vaya a procederse a la transformación / Reglamento (CE) n° 1382/96. - Licens gyldig i . . . (udstedende medlemsstat) / Kød bestemt til forarbejdning til (A-produkter) (B-produkter) (det ikke gældende overstreges) i . . . (nøjagtig betegnelse for den virksomhed, hvor forarbejdningen sker) / forordning (EF) nr. 1382/96. - In . . . (ausstellender Mitgliedstaat) gültige Lizenz / Fleisch für die Verarbeitung zu [A-Erzeugnissen] [B-Erzeugnissen] (Unzutreffendes bitte streichen) in . . . (genaue Bezeichnung des Betriebs, in dem die Verarbeitung erfolgen soll) / Verordnung (EG) Nr. 1382/96. - Ôï ðéóôïðïéçôéêü éó÷ýåé ... (êñÜôïò ìÝëïò Ýêäïóçò) / ÊñÝáò ðïõ ðñïïñßæåôáé ãéá ìåôáðïßçóç .. [ðñïúüíôá Á] [ðñïúüíôá Â] (äéáãñÜöåôáé ç ðåñéôôÞ Ýíäåéîç) ... (áêñéâÞò ðåñéãñáöÞ êáé áñéèìüò Ýãêñéóçò ôçò åãêáôÜóôáóçò üðïõ ðñüêåéôáé íá ðñáãìáôïðïéçèåß ç ìåôáðïßçóç) / Êáíïíéóìüò (ÅÊ) áñéè. 1382/96. - Licence valid in . . . (issuing Member State) / Meat intended for processing . . . [A-products] [B-products] (delete as appropriate) at . . . (exact designation and approval No of the establishment where the processing is to take place) / Regulation (EC) No 1382/96. - Certificat valable . . . (État membre émetteur) / viande destinée à la transformation de . . . [produits A] [produits B] (rayer la mention inutile) dans . . . (désignation exacte et numéro d'agrément de l'établissement dans lequel la transformation doit avoir lieu) / règlement (CE) n° 1382/96. - Titolo valido in . . . (Stato membro di rilascio) / Carni destinate alla trasformazione . . . [prodotti A] [prodotti B] (depennare la voce inutile) presso . . . (esatta designazione e numero di riconoscimento dello stabilimento nel quale è prevista la trasformazione) / Regolamento (CE) n. 1382/96. - Certificaat geldig in . . . (Lid-Staat van afgifte) / Vlees bestemd voor verwerking tot [A-produkten] [B-produkten] (doorhalen wat niet van toepassing is) in . . . (nauwkeurige aanduiding en toelatingsnummer van het bedrijf waar de verwerking zal plaatsvinden) / Verordening (EG) nr. 1382/96. - Certificado válido em . . . (Estado-membro emissor) / carne destinada à transformação . . . [produtos A] [produtos B] (riscar o que não interessa) em . . . (designação exacta e número de aprovação do estabelecimento em que a transformação será efectuada) / Regulamento (CE) nº 1382/96. - Lisenssi on voimassa . . . (myöntäjäjäsenvaltio) / Liha on tarkoitettu [A-luokan tuotteet] [B-luokan tuotteet] (tarpeeton poistettava) jalostukseen . . .:ssa (tarkka ilmoitus laitoksesta, mukaanlukien hyväksyntänumero, jossa jalostus suoritetaan) / Asetus (EY) N:o 1382/96. - Licensen är giltig i . . . (utfärdande medlemsstat) / Kött avsett för bearbetning . . . [A-produkter] [B-produkter] (stryk det som inte gäller) vid . . . (exakt angivelse av och godkännandenummer för anläggningen där bearbetningen skall ske) / Förordning (EG) nr 1382/96. 2. Onverminderd het bepaalde in deze verordening zijn de Verordeningen (EEG) nr. 3719/88 en (EG) nr. 1445/95 van toepassing. 3. De invoercertificaten zijn geldig gedurende 120 dagen te rekenen vanaf de dag van de afgifte in de zin van artikel 21, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3719/88. De geldigheidsduur kan evenwel 30 juni 1997 niet overschrijden. 4. Artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3719/88 is van toepassing. Op de ingevoerde hoeveelheden boven de in het invoercertificaat vermelde hoeveelheden wordt evenwel het volledige recht van het gemeenschappelijk douanetarief toegepast. Artikel 6 1. De rechten tot invoer betreffende hoeveelheden waarvoor op 28 februari 1997 nog geen aanvraag voor een invoercertificaat is ingediend, worden opnieuw toegewezen. Daartoe delen de Lid-Staten de Commissie uiterlijk op 7 maart 1997 gegevens mede betreffende de hoeveelheden waarvoor geen aanvragen zijn ontvangen. 2. De Commissie besluit zo spoedig mogelijk hoe de betrokken hoeveelheden zullen worden onderverdeeld in produkten die bestemd zijn voor de vervaardiging van A-produkten, dan wel voor de vervaardiging van B-produkten. Daarbij mag rekening worden gehouden met het effectieve gebruik van de op grond van artikel 3 voor elk van beide produktklassen toegekende rechten tot invoer. 3. Voor de toepassing van dit artikel geldt het bepaalde in de artikelen 2 tot en met 5. De in artikel 3, lid 2, vermelde datum wordt evenwel vervangen door 4 april 1997 en de in artikel 3, lid 3, vermelde datum door 11 april 1997. Artikel 7 Voor de toepassing van deze verordening: a) wordt als A-produkt aangemerkt: een verwerkt produkt van GN-code 1602 10, 1602 50 31, 1602 50 39 of 1602 50 80, dat geen ander vlees dan rundvlees bevat, met een collageen/eiwitverhouding van maximaal 0,45 % (9) en met ten minste 20 gewichtspercenten (10) mager vlees (met uitzondering van slachtafvallen (11) en vet), waarbij het vlees en de gelei ten minste 85 % van het totale nettogewicht uitmaken. Het produkt moet worden onderworpen aan een zodanige warmtebehandeling dat de stolling van de vleeseiwitten in het hele produkt gewaarborgd is en dat, wanneer het produkt op het dikste gedeelte wordt doorgesneden, op het snijvlak geen sporen van een roseachtige vloeistof zijn waar te nemen; b) wordt als B-produkt aangemerkt: een verwerkt produkt dat rundvlees bevat, ander dan: - dat vermeld in artikel 1, lid 1, onder a), van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad (12), of - dat bedoeld onder a). Een verwerkt produkt van GN-code 0210 20 90, dat zodanig is gedroogd of gerookt dat de kleur en consistentie van vers vlees volledig is verdwenen, en dat een water/eiwitverhouding van niet meer dan 3,2 heeft, wordt als B-produkt beschouwd. Artikel 8 De Lid-Staten stellen een regeling voor materiële controles en controles aan de hand van documenten in om ervoor te zorgen dat al het vlees wordt verwerkt tot de produkten van de produktklasse die op het betrokken invoercertificaat is vermeld. De regeling moet materiële controles van hoeveelheid en kwaliteit bij het begin van de verwerking en tijdens en na de verwerking omvatten. Daartoe moeten de verwerkers te allen tijde de identiteit en het gebruik van het ingevoerde vlees door middel van passende produktieregisters kunnen aantonen. Bij de technische controle van de produktiemethode door de bevoegde autoriteit kan, zo nodig, rekening worden gehouden met dripverliezen en afsnijdsels. Voor het verifiëren van de kwaliteit van het eindprodukt en van de overeenstemming met het recept van de verwerker, nemen de Lid-Staten representatieve monsters van deze produkten en onderzoeken zij deze monsters. De kosten van deze controles zijn voor rekening van de betrokken verwerker. Artikel 9 1. De in artikel 4, lid 3, bedoelde zekerheid wordt vrijgegeven naar rata van de hoeveelheid waarvoor binnen een termijn van zeven maanden ten genoegen van de bevoegde autoriteit het bewijs is geleverd dat al het ingevoerde vlees of een deel ervan binnen drie maanden na de dag van invoer in het betrokken bedrijf is verwerkt tot de betrokken produkten. Indien evenwel, a) het vlees is verwerkt na de bovenvermelde termijn van drie maanden, wordt de zekerheid vrijgegeven, verminderd met - 15 % en - 2 % van het resterende bedrag voor elke dag waarmee de termijn is overschreden, b) het bewijs van de verwerking is vastgesteld binnen de vorenvermelde termijn van zeven maanden en wordt overgelegd binnen 18 maanden na de eerste zeven maanden, wordt het verbeurde bedrag, verminderd met een bedrag dat overeenkomt met 15 % van het bedrag van de zekerheid, terugbetaald. 2. Het deel van de zekerheid dat niet wordt vrijgegeven, wordt verbeurd en als douanerecht geïnd. Artikel 10 1. De Lid-Staten delen de Commissie uiterlijk op de vijftiende dag van elke maand de hoeveelheden mede die in de voorbije maand zijn ingevoerd, uitgesplitst naar de GN-codes voor bevroren vlees en verder gespecificeerd naar beide klassen eindprodukten. 2. Alle mededelingen die in het kader van deze verordening aan de Commissie moeten worden gedaan, ook wanneer geen invoer heeft plaatsgevonden, worden aan het in bijlage II vermelde adres gezonden. Artikel 11 Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 17 juli 1996. Voor de Commissie Franz FISCHLER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 146 van 20. 6. 1996, blz. 1. (2) PB nr. L 26 van 31. 1. 1977, blz. 85. (3) PB nr. L 332 van 30. 12. 1995, blz. 10. (4) PB nr. L 331 van 2. 12. 1988, blz. 1. (5) PB nr. L 214 van 8. 9. 1995, blz. 26. (6) PB nr. L 143 van 27. 6. 1995, blz. 35. (7) PB nr. L 299 van 12. 12. 1995, blz. 10. (8) PB nr. L 152 van 26. 6. 1996, blz. 1. (9) Bepaling van het collageengehalte: het collageengehalte is het hydroxyprolinegehalte vermenigvuldigd met de factor 8. Het gehalte aan hydroxyproline wordt bepaald volgens ISO-methode 3496-1978. (10) Het gehalte aan mager rundvlees met uitzondering van vet wordt bepaald volgens de analyseprocedure die is opgenomen in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 2429/86 van de Commissie (PB nr. L 210 van 1. 8. 1986, blz. 39). (11) Afvallen omvatten: hoofden en delen daarvan (met inbegrip van oren), poten, staarten, harten, uiers, levers, nieren, zwezeriken (thymus en pancreas), hersenen, longen, middenriffen, milten, tongen, darmvliezen, ruggemergen, eetbare huiden, voortplantingsorganen (d.w.z. baarmoeders, eierstokken en teelballen), schildklieren, hypofyses. (12) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 24. BIJLAGE I BEDRAGEN VAN DE ZEKERHEID >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE II Commissie van de Europese Gemeenschappen, DG VI/D.2 - Rundvlees en schapevlees, Wetstraat 130, B-1049 Brussel (telefax (32-2) 295 36 13).