31996R0039

Verordening (EG) nr. 39/96 van de Commissie van 12 januari 1996 tot vaststelling, voor het eerste halfjaar van 1996, van bepaalde uitvoeringsbepalingen voor een tariefcontingent voor levende runderen met een gewicht van 160 tot 300 kg, van oorsprong uit bepaalde derde landen

Publicatieblad Nr. L 010 van 13/01/1996 blz. 0001 - 0005


VERORDENING (EG) Nr. 39/96 VAN DE COMMISSIE van 12 januari 1996 tot vaststelling, voor het eerste halfjaar van 1996, van bepaalde uitvoeringsbepalingen voor een tariefcontingent voor levende runderen met een gewicht van 160 tot 300 kg, van oorsprong uit bepaalde derde landen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3290/94 van de Raad van 22 december 1994 inzake de aanpassingen en de overgangsmaatregelen in de landbouwsector voor de tenuitvoerlegging van de overeenkomsten in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde (1), en met name op artikel 4, lid 3,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3491/93 van de Raad van 13 december 1993 houdende een aantal uitvoeringsbepalingen van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Hongarije, anderzijds (2), en met name op artikel 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3492/93 van de Raad van 13 december 1993 houdende een aantal uitvoeringsbepalingen van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Polen, anderzijds (3), en met name op artikel 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3296/94 van de Raad van 19 december 1994 houdende bepaalde voorwaarden voor de toepassing van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Tsjechië, anderzijds (4), en met name op artikel 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3297/94 van de Raad van 19 december 1994 houdende bepaalde voorwaarden voor de toepassing van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Slowakije, anderzijds (5), en met name op artikel 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3382/94 van de Raad van 19 december 1994 houdende bepaalde voorwaarden voor de toepassing van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en Roemenië, anderzijds (6), en met name op artikel 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3383/94 van de Raad van 19 december 1994 houdende bepaalde voorwaarden voor de toepassing van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds (7), en met name op artikel 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1275/95 van de Raad van 29 mei 1995 houdende vaststelling van bepaalde procedures ter uitvoering van de Overeenkomst betreffende vrijhandel en met handel verband houdende zaken tussen de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal enerzijds en de Republiek Estland anderzijds (8), en met name op artikel 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1276/95 van de Raad van 29 mei 1995 houdende vaststelling van bepaalde procedures ter uitvoering van de Overeenkomst betreffende vrijhandel en met handel verband houdende zaken tussen de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal enerzijds en de Republiek Letland anderzijds (9), en met name op artikel 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1277/95 van de Raad van 29 mei 1995 houdende vaststelling van bepaalde procedures ter uitvoering van de Overeenkomst betreffende vrijhandel en met handel verband houdende zaken tussen de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal enerzijds en de Republiek Litouwen anderzijds (10), en met name op artikel 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3066/95 van de Raad van 22 december 1995 houdende vaststelling, in verband met de in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde gesloten Overeenkomst inzake de landbouw, van bepaalde concessies in de vorm van communautaire tariefcontingenten voor bepaalde landbouwprodukten en van een autonome overgangsregeling tot aanpassing van bepaalde in de Europa-Overeenkomsten opgenomen landbouwconcessies (11), en met name op artikel 8,

Overwegende dat bij Verordening (EG) nr. 2465/95 van de Commissie (12) een tariefcontingent van 76 500 levende runderen van 160 à 300 kilogram van oorsprong uit de bovengenoemde landen is geopend voor het eerste halfjaar van 1996 waarvoor het douanerecht met 80 % wordt verlaagd; dat maatregelen voor het beheer van de invoer van die dieren moeten worden vastgesteld;

Overwegende dat het, om speculatie te voorkomen, dienstig is de beschikbare hoeveelheid ter beschikking te stellen van marktdeelnemers die kunnen aantonen dat zij hun bedrijvigheid op degelijke wijze uitoefenen en hoeveelheden van enige omvang hebben verhandeld met derde landen; dat daartoe en met het oog op een doeltreffend beheer moet worden verlangd dat de betrokken marktdeelnemers in 1995 ten minste 50 dieren hebben uitgevoerd of ingevoerd; dat een partij van 50 dieren in principe een normale lading is en dat de ervaring heeft uitgewezen dat de aan- of verkoop van één enkele partij het minimum is om ervan te mogen uitgaan dat een transactie echt en uitvoerbaar zal zijn;

Overwegende dat, mede rekening houdende met de in de overeenkomsten opgenomen bepalingen om de oorsprong van de produkten te waarborgen, moet worden voorgeschreven dat de regeling wordt beheerd door middel van invoercertificaten; dat te dien einde met name voorschriften moeten worden vastgesteld betreffende de indiening van de aanvragen en moet worden bepaald welke gegevens de aanvragen en de certificaten moeten bevatten, waarbij wordt afgeweken van sommige bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3719/88 van de Commissie van 16 november 1988 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwprodukten (13), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2137/95 (14), en van Verordening (EG) nr. 1445/95 van de Commissie van 26 juni 1995 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer- en uitvoercertificatenregeling in de sector rundvlees en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/80 (15), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2856/95 (16); dat bovendien moet worden bepaald dat de certificaten pas na afloop van een bedenktijd worden afgegeven en dat de aangevraagde hoeveelheden eventueel met een uniform percentage worden verminderd;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Voor het eerste halfjaar van 1996 kunnen in het kader van de bij Verordening (EG) nr. 2465/95 vastgestelde tariefcontingenten 76 500 stuks levende runderen van GN-code 0102 90 41 of 0102 90 49, van oorsprong uit de in bijlage II genoemde landen, overeenkomstig het bepaalde in deze verordening worden ingevoerd.

2. Het ad-valorem-recht en de in het gemeenschappelijk douanetarief vastgestelde specifieke bedragen van de douanerechten worden voor deze dieren met 80 % verlaagd.

Artikel 2

Voor de toepassing van het in artikel 1 bedoelde contingent gelden de onderstaande voorwaarden:

a) Degene die een certificaat aanvraagt moet een natuurlijke of rechtspersoon zijn die bij de indiening van de aanvraag ten genoegen van de bevoegde instanties van de betrokken Lid-Staat kan aantonen dat hij in 1995 ten minste 50 dieren van GN-code 0102 90 heeft ingevoerd en/of uitgevoerd; de aanvrager moet zijn ingeschreven in een nationaal BTW-register.

b) De certificaataanvraag mag slechts worden ingediend in de Lid-Staat waar de aanvrager is ingeschreven.

c) De invoercertificaataanvraag:

- moet betrekking hebben op ten minste 50 stuks en

- mag niet worden ingediend voor een aantal dieren dat meer dan 10 % van het beschikbare aantal bedraagt.

Voor aanvragen om invoercertificaten die op een groter aantal dieren betrekking hebben, wordt slechts het bedoelde maximumaantal in aanmerking genomen.

d) Op de certificaataanvraag en het certificaat moeten in vak 8 een of meer van de in bijlage II genoemde landen worden vermeld; het certificaat brengt de verplichting met zich om uit een of meer van de aangegeven landen in te voeren.

e) Op de certificaataanvraag en het certificaat moet in vak 20 ten minste één van de volgende vermeldingen worden aangebracht:

- Reglamento (CE) n° 39/96

- Forordning (EF) nr. 39/96

- Verordnung (EG) Nr. 39/96

- Êáíïíéóìüò (ÅÊ) áñéè. 39/96

- Regulation (EC) No 39/96

- Règlement (CE) n° 39/96

- Regolamento (CE) n. 39/96

- Verordening (EG) nr. 39/96

- Regulamento (CE) nº 39/96

- Asetus (EY) N:o 39/96

- Förordning (EG) nr 39/96.

f) Op het ogenblik van aanvaarding van de aanvraag om de produkten in het vrije verkeer te brengen moet de importeur de verbintenis aangaan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van invoer uiterlijk één maand na de datum van invoer in kennis te stellen van

- het aantal ingevoerde dieren,

- de oorsprong van de dieren.

De betrokken autoriteiten delen deze gegevens vóór het begin van iedere maand aan de Commissie mede.

Artikel 3

1. Certificaataanvragen kunnen alleen worden ingediend van 1 tot en met 8 februari 1996.

2. Wanneer een belanghebbende meer dan één aanvraag heeft ingediend, zijn al zijn aanvragen onontvankelijk.

3. De Lid-Staten delen de Commissie uiterlijk op 14 februari 1996 gegevens mede over de ingediende aanvragen. Deze mededeling omvat de lijst van de aanvragers en het aangevraagde aantal stuks.

Alle mededelingen, ook die waarin wordt gemeld dat geen aanvragen zijn ingediend, worden per telexbericht of per telefax toegezonden, waarbij, wanneer wel aanvragen zijn ingediend, gebruik wordt gemaakt van het formulier naar het model in bijlage I.

4. De Commissie beslist in welke mate gevolg kan worden gegeven aan de certificaataanvragen. Indien de hoeveelheden waarvoor certificaten zijn aangevraagd de beschikbare hoeveelheden overtreffen, stelt de Commissie een uniform percentage vast waarmee de aangevraagde hoeveelheden worden verminderd.

5. Onder voorbehoud van aanvaarding van de aanvragen door de Commissie worden de certificaten onverwijld afgegeven.

6. De invoercertificaten worden slechts afgegeven voor ten minste 50 dieren.

Wanneer in verband met de aangevraagde aantallen door de verhoudingsgewijze verlaging het aantal dieren per certificaat wordt verminderd tot minder dan 50, wijzen de Lid-Staten door loting certificaten toe voor telkens 50 dieren.

Blijven er minder dan 50 dieren over, dan wordt voor dit resterende aantal slechts één certificaat afgegeven.

7. De afgegeven certificaten zijn geldig in de gehele Gemeenschap.

Artikel 4

Onverminderd het bepaalde in deze verordening zijn de bepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 3719/88 en (EG) nr. 1445/95 van toepassing.

Artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3719/88 is evenwel niet van toepassing.

Artikel 5

In afwijking van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1445/95 verstrijkt de looptijd van de afgegeven invoercertificaten op 30 juni 1996.

Artikel 6

De dieren worden in het vrije verkeer gebracht na overlegging van een door het land van uitvoer overeenkomstig Protocol nr. 4 bij de Europa-Overeenkomsten afgegeven certificaat inzake goederenverkeer EUR.1.

Artikel 7

1. Ieder dier dat in het kader van de in artikel 1 bedoelde regeling wordt ingevoerd, wordt geïdentificeerd

- door middel van een onuitwisbaar tatoeagemerk of

- door middel van een officieel of door de Lid-Staat als officieel erkend oormerk op ten minste één van de oren van het dier.

2. Dit tatoeagemerk en dit oormerk moeten van zodanige aard zijn dat, als het wordt geregistreerd op het tijdstip waarop het dier in het vrije verkeer wordt gebracht, de datum van het in het vrije verkeer brengen en de identiteit van de importeur kunnen worden geconstateerd.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1996.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 12 januari 1996.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 349 van 31. 12. 1994, blz. 105.

(2) PB nr. L 319 van 21. 12. 1993, blz. 1.

(3) PB nr. L 319 van 21. 12. 1993, blz. 4.

(4) PB nr. L 341 van 30. 12. 1994, blz. 14.

(5) PB nr. L 341 van 30. 12. 1994, blz. 17.

(6) PB nr. L 368 van 31. 12. 1994, blz. 1.

(7) PB nr. L 368 van 31. 12. 1994, blz. 5.

(8) PB nr. L 124 van 7. 6. 1995, blz. 1.

(9) PB nr. L 124 van 7. 6. 1995, blz. 2.

(10) PB nr. L 124 van 7. 6. 1995, blz. 3.

(11) PB nr. L 328 van 30. 12. 1995.

(12) PB nr. L 254 van 24. 10. 1995, blz. 11.

(13) PB nr. L 331 van 2. 12. 1988, blz. 1.

(14) PB nr. L 214 van 8. 9. 1995, blz. 21.

(15) PB nr. L 143 van 27. 6. 1995, blz. 35.

(16) PB nr. L 299 van 12. 12. 1995, blz. 10.

BIJLAGE I

>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

>EIND VAN DE GRAFIEK>

BIJLAGE II

Lijst van derde landen

- Hongarije

- Polen

- Republiek Tsjechië

- Slowakije

- Roemenië

- Bulgarije

- Litouwen

- Letland

- Estland