31996L0011

Richtlijn 96/11/EG van de Commissie van 5 maart 1996 tot wijziging van Richtlijn 90/128/EEG inzake materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 061 van 12/03/1996 blz. 0026 - 0030


RICHTLIJN 96/11/EG VAN DE COMMISSIE van 5 maart 1996 tot wijziging van Richtlijn 90/128/EEG inzake materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 89/109/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (1), inzonderheid op artikel 3,

Na raadpleging van het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding,

Overwegende dat in artikel 3, lid 4, van Richtlijn 90/128/EEG van de Commissie (2), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 95/3/EG (3), wordt bepaald dat vanaf 1 januari 1997 slechts de monomeren en andere uitgangsstoffen die in deel A van bijlage II zijn opgenomen, voor de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof mogen worden gebruikt, waarbij de daar voorgeschreven beperkingen moeten worden nagekomen; dat echter kan worden besloten deze tijdslimiet in bepaalde gerechtvaardigde gevallen te verschuiven voor sommige stoffen waarvan het gebruik op nationaal niveau overeenkomstig deel B van bijlage II blijft toegestaan;

Overwegende dat voor een aantal stoffen de door het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding gevraagde gegevens wel ter beschikking zijn gesteld maar nog niet zijn beoordeeld dan wel thans of in de toekomst worden beoordeeld, waardoor het gerechtvaardigd is dat ze in de lijst blijven opgenomen;

Overwegende dat een aantal stoffen gezien de aan het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding verstrekte gegevens zonder specifieke beperking op de communautaire lijsten mogen worden geplaatst;

Overwegende dat de in deze richtlijn neer te leggen communautaire maatregelen niet verder gaan dan nodig is om de doelstellingen te verwezenlijken die reeds in Richtlijn 89/109/EEG zijn neergelegd;

Overwegende dat de in deze richtlijn vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor levensmiddelen,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 90/128/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 3, lid 4, komt te luiden:

"4. Vanaf 1 januari 2002 mogen slechts de monomeren en andere uitgangsstoffen die in deel A van bijlage II zijn opgenomen, voor de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof worden gebruikt, zulks onder voorbehoud van de hier voorgeschreven beperkingen. De in deel B van bijlage II opgenomen stoffen kunnen evenwel reeds vóór genoemde datum worden geschrapt, indien de met het oog op opneming in deel A gevraagde gegevens onvoldoende tijdig worden verstrekt om beoordeling door het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding mogelijk te maken.".

2. Bijlage II wordt als volgt gewijzigd:

a) de stoffen in bijlage I bij deze richtlijn worden in de volgorde van hun nummer in deel A ingevoegd,

b) de stoffen in bijlage II bij deze richtlijn worden in deel B geschrapt,

3. In bijlage III worden de stoffen in bijlage III bij deze richtlijn in de volgorde van hun nummer ingevoegd.

Artikel 2

1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 1 januari 1997 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. Zij passen deze bepalingen toe op de volgende manier.

De Lid-Staten:

- geven met ingang van 1 januari 1997 toestemming voor de handel in en het gebruik van materialen en voorwerpen van kunststof die zijn bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen en die aan deze richtlijn voldoen;

- verbieden met ingang van 1 januari 1999 de vervaardiging en invoer in de Gemeenschap van materialen en voorwerpen van kunststof die zijn bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen, maar die niet aan deze richtlijn voldoen.

2. Wanneer de Lid-Staten de in lid 1 bedoelde bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 5 maart 1996.

Voor de Commissie

Martin BANGEMANN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 40 van 11. 2. 1989, blz. 38.

(2) PB nr. L 75 van 21. 3. 1990, blz. 19.

(3) PB nr. L 41 van 23. 2. 1995, blz. 44.

BIJLAGE I

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE III

>RUIMTE VOOR DE TABEL>