96/679/EG: Beschikking van de Commissie van 18 november 1996 inzake een verzoek om ontheffing dat door België is ingediend krachtens artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (Alleen de teksten in de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek)
Publicatieblad Nr. L 316 van 05/12/1996 blz. 0029 - 0029
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 18 november 1996 inzake een verzoek om ontheffing dat door België is ingediend krachtens artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (Alleen de teksten in de Franse en de Nederlandse taal zijn authentiek) (96/679/EG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/27/EG van het Europees Parlement en de Raad (2), inzonderheid artikel 8, lid 2, onder c), Overwegende dat het op 7 maart 1996 gedateerd en op 8 maart 1996 door de Commissie ontvangen verzoek van België de in artikel 8, lid 2, onder c), voorgeschreven gegevens bevat; dat dit verzoek betrekking heeft op de installatie op zeven typen motorvoertuig van elf typen derde stoplicht van categorie ECE S3, als bedoeld in ECE-reglement (Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties) nr. 7 en geïnstalleerd overeenkomstig ECE-reglement nr. 48; Overwegende dat de in het verzoek aangevoerde redenen, namelijk dat dergelijke stoplichten, alsmede de installatie ervan, niet voldoen aan de vereisten van Richtlijn 76/758/EEG van de Raad van 27 juli 1976 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende markeringslichten, breedtelichten, achterlichten en stoplichten van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (3), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 89/516/EEG van de Commissie (4), noch aan die van Richtlijn 76/756/EEG van de Raad van 27 juli 1976 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende de installatie van verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (5), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 91/663/EEG van de Commissie (6), gegrond zijn; dat de beschrijvingen van de proeven en de resultaten hiervan, alsmede de mate van conformiteit met de ECE-reglementen nrs. 7 en 48 van dien aard zijn dat er genoegzaam aan de veiligheidsvereisten wordt voldaan; Overwegende dat de desbetreffende communautaire richtlijnen zullen worden gewijzigd teneinde de produktie en de installatie van dergelijke stoplichten toe te staan; Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregel in overeenstemming is met het advies van het bij Richtlijn 70/156/EEG ingestelde comité voor de aanpassing van de vooruitgang van de techniek, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 Het verzoek van België tot afwijking betreffende de produktie en installatie van elf typen derde stoplicht van categorie ECE S3, als bedoeld in ECE-reglement nr. 7 en aangebracht op de typen voertuig waarvoor ze zijn bestemd overeenkomstig ECE-reglement nr. 48 wordt hierbij ingewilligd. Artikel 2 Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België. Gedaan te Brussel, 18 november 1996. Voor de Commissie Martin BANGEMANN Lid van de Commissie (1) PB nr. L 42 van 23. 2. 1970, blz. 1. (2) PB nr. L 169 van 8. 7. 1996, blz. 1. (3) PB nr. L 262 van 27. 9. 1976, blz. 54. (4) PB nr. L 265 van 12. 9. 1989, blz. 1. (5) PB nr. L 262 van 27. 9. 1976, blz. 1. (6) PB nr. L 366 van 31. 12. 1991, blz. 17.