96/451/EG: Beschikking van de Commissie van 26 juni 1996 houdende machtiging voor de verlening door Finland van bepaalde steunbedragen in de sectoren varkens en pluimvee
Publicatieblad Nr. L 187 van 26/07/1996 blz. 0109 - 0110
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 26 juni 1996 houdende machtiging voor de verlening door Finland van bepaalde steunbedragen in de sectoren varkens en pluimvee (96/451/EG) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, en met name op artikel 140, Overwegende dat in het genoemde artikel is bepaald dat de Commissie Oostenrijk en Finland machtigt om bepaalde bijzondere steunbedragen als bedoeld in bijlage XIV van de Toetredingsakte te verlenen en dat zij daarbij bepaalt wat het aanvangsniveau van de steun is en in welk tempo de steun wordt verlaagd; dat tot de steunbedragen waarop die bijlage betrekking heeft, onder meer behoort de door Finland verleende steun voor investeringen in de sector varkens en de sector eieren en gevogelte die krachtens artikel 6, lid 4, eerste alinea, en lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2328/91 van de Raad van 15 juli 1991 betreffende de verbetering van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2387/95 (2), niet voor steun in aanmerking komen, maar wel voldoen aan de overige bepalingen van die verordening; dat de betrokken steun evenwel niet mag leiden tot een verhoging van de totale produktiecapaciteiten en moet worden toegekend in het kader van de volgens de procedure van artikel 29 van Verordening (EEG) nr. 2328/91 bepaalde individuele grenzen; Overwegende dat Finland de Commissie op 23 februari 1996 in kennis heeft gesteld van de ontwerp-regelingen betreffende de steunbedragen die het op grond van de bovengenoemde bepalingen in de sectoren varkens en pluimvee wil verlenen; dat dit land op 27 maart 1996 heeft gepreciseerd dat het zich zal houden aan de maximale totale investeringsvolumes die zijn vastgesteld in artikel 12, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2328/91, alsmede aan bepaalde andere bij die verordening vastgestelde voorwaarden; Overwegende dat de betrokken steun, waarvan de begrotingskosten op 15 miljoen FM per jaar worden geraamd en die in de vorm van een rentesubsidie (5 % gedurende ten hoogste 30 jaar voor 70 % van de totale investeringskosten, doch met een plafond dat gelijk is aan 30 % van de totale investeringskosten) of een kapitaalsubsidie (ten hoogste 30 % van de totale investeringskosten) aan hoofdberoepslandbouwers wordt toegekend ter dekking van de aan vergroting van de gebouwen verbonden kosten en van de kosten van de voor de verhoging van de produktiecapaciteiten noodzakelijke installaties, voldoet aan alle bij Verordening (EEG) nr. 2328/91 vastgestelde voorwaarden met uitzondering van die welke zijn vastgesteld bij artikel 6, lid 4, eerste alinea, en lid 6, van die verordening; Overwegende dat de betrokken steunbedragen zullen worden toegekend met inachtneming van de individuele maxima die zijn vastgesteld bij Beschikking C(96) 733 van de Commissie van 19 april 1996 met betrekking tot de verhoging van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur in Finland overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2328/91; dat, aangezien deze steunverlening gepaard gaat met een passend systeem om de ontwikkeling van de produktiecapaciteiten te controleren, zij normaliter niet tot een verhoging van de in 1994 geconstateerde totale produktiecapaciteit zal leiden en dus in overeenstemming is met de bovengenoemde bepaling van de Toetredingsakte; dat het echter dienstig is dat ook de Commissie wordt geïnformeerd over de ontwikkeling van de produktiecapaciteiten van de betrokken sectoren, die als gevolg van het ontbreken van een rechtstreekse koppeling aan de oppervlakte cultuurgrond snelle veranderingen kunnen ondergaan; Overwegende dat het niveau van de door Finland voorgenomen steunverlening wordt aanvaard als aanvangsniveau ervan en dat dient te worden bepaald in welk tempo de steun in de jaren 1997, 1998 en 1999 moet worden verlaagd en dient te worden voorzien in de volledige afschaffing ervan uiterlijk op 31 december 1999 om naleving van de bepalingen van de Toetredingsakte mogelijk ter maken en tegelijk voor de nodige aanpassingen van de Finse produktiestructuur te zorgen, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 De steunmaatregelen voor de sectoren varkens en pluimvee waarvan Finland op 23 februari 1996 kennis heeft gegeven, worden toegestaan. Ongeacht of de steun in de vorm van een rente- of een kapitaalsubsidie wordt toegekend, mag deze niet hoger zijn dan: - 30 % van de totale investeringskosten voor steun die wordt toegekend op grond van uiterlijk op 31 december 1996 genomen besluiten, - 27 % van de totale investeringskosten voor steun die wordt toegekend op grond van tussen 1 januari en 31 december 1997 genomen besluiten, - 24 % van de totale investeringskosten voor steun die wordt toegekend op grond van tussen 1 januari en 31 december 1998 genomen besluiten, - 20 % van de totale investeringskosten voor steun die wordt toegekend op grond van tussen 1 januari en 31 december 1999 genomen besluiten. Uiterlijk op 31 december 1999 wordt de steun afgeschaft. Artikel 2 Gedurende de periode waarin de in artikel 1 bedoelde steun wordt toegepast, stelt Finland de Commissie: - tweemaal per jaar in kennis van de produktiecapaciteit voor varkens en eieren, - eenmaal per jaar in kennis van de produktiecapaciteit voor slachtpluimvee, - eenmaal per maand in kennis van het aantal geslachte varkens, het aantal geslachte stuks pluimvee en het aantal verpakte eieren. Artikel 3 Deze beschikking is gericht tot de Republiek Finland. Gedaan te Brussel, 26 juni 1996. Voor de Commissie Franz FISCHLER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 218 van 6. 8. 1991, blz. 1. (2) PB nr. L 244 van 12. 10. 1995, blz. 50.