31996D0252

96/252/EG: Besluit van de Commissie van 1 maart 1996 tot de aanvaarding van verbintenissen die in verband met de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, uit Kroatië en uit Thailand, zijn aangeboden

Publicatieblad Nr. L 084 van 03/04/1996 blz. 0046 - 0047


BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 1 maart 1996 tot de aanvaarding van verbintenissen die in verband met de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, uit Kroatië en uit Thailand, zijn aangeboden (96/252/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3283/94 van de Raad van 22 december 1994 inzake beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1251/95 (2), inzonderheid op artikel 23,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 522/94 (4), inzonderheid op artikel 10,

Na overleg in het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Commissie heeft bij Verordening (EG) nr. 2318/95 (5) een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld op de invoer in de Gemeenschap van bepaalde hulpstukken voor buisleidingen, van ijzer of van staal, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, uit Kroatië en uit Thailand. De Raad heeft bij Verordening (EG) nr. 149/96 (6) de geldigheid van dit recht met twee maanden verlengd.

(2) Bij het verdere onderzoek werd vastgesteld dat er definitieve anti-dumpingmaatregelen moesten worden genomen om aan schadeveroorzakende dumping een einde te maken. De bevindingen en conclusies over alle aspecten van het onderzoek zijn in Verordening (EG) nr. 584/96 van de Raad (7) opgenomen.

(3) Na van deze conclusies in kennis te zijn gesteld, hebben de Kroatische exporteur en de drie Thaïse exporteurs die aan dit onderzoek medewerking verleenden, verbintenissen aangeboden overeenkomstig artikel 10, lid 2, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2423/88.

(4) Na nauwgezet onderzoek, en rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de betrokken invoer, was de Commissie van oordeel dat de aangeboden verbintenissen aan de schadelijke gevolgen van dumping een einde zouden maken en dat deze dus konden worden aanvaard. Bovendien werd geoordeeld dat de Commissie op de naleving ervan effectief toezicht kan houden, daar de betrokken Kroatische en Thaïse exporteurs de Commissie regelmatig gedetailleerde gegevens over hun verkooptransacties zullen doen toekomen en bedoelde produkten via een beperkt aantal kopers in de Gemeenschap worden ingevoerd.

(5) Gezien het bovenstaande, was de Commissie van oordeel dat de aangeboden verbintenissen aanvaardbaar zijn. Het onderzoek met betrekking tot de betrokken exporteurs kan derhalve zonder de instelling van definitieve anti-dumpingrechten worden beëindigd.

(6) De betrokken producenten en exporteurs werden van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan definitieve anti-dumpingmaatregelen werden voorgesteld, in kennis gesteld en hebben de gelegenheid gekregen over alle aspecten van het onderzoek opmerkingen te maken. Indien de verbintenissen worden ingetrokken of indien de Commissie redenen heeft om aan te nemen dat zij worden geschonden, kan zij, indien dit in het belang van de Gemeenschap wordt geacht, overeenkomstig artikel 10, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2423/88, onverwijld voorlopige rechten instellen aan de hand van de resultaten en conclusies van het onderzoek zoals uiteengezet in Verordening (EG) nr. 584/96. De Raad kan vervolgens aan de hand van de bij dat onderzoek vastgestelde feiten definitieve rechten instellen.

(7) Toen de aanvaarding van de aangeboden verbintenissen in het Raadgevend Comité werd besproken, zijn enkele bezwaren opgeworpen. Daarom heeft de Commissie, overeenkomstig artikel 9 en artikel 10, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2423/88, de Raad een verslag over de resultaten van het overleg toegezonden alsmede een voorstel om het onderzoek met de aanvaarding van verbintenissen te beëindigen. Aangezien de Raad niet anderszins heeft besloten, is de Commissie, overeenkomstig de genoemde artikelen 9 en 10, lid 1, gerechtigd onderhavig besluit te nemen.

(8) De betrokken bedrijfstak van de Gemeenschap werd in kennis gesteld van de voornaamste feiten en overwegingen op grond waarvan de Commissie voornemens was de verbintenissen te aanvaarden en heeft geen bezwaar gemaakt,

BESLUIT:

Artikel 1

De verbintenissen aangeboden door:

a) Kroatië:

- Zeljezara Sisak, Zagreb;

b) Thailand:

- Awaji Sangyo (Thailand) Co. Ltd, Samutprakarn,

- Thai Benkan Co. Ltd, Prapadaeng-Samutprakarn,

- TTU Industrial Corp. Ltd, Bangkok

in verband met de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van hulpstukken voor buisleidingen (andere dan gegoten hulpstukken, flenzen en hulpstukken met schroefdraad), van ijzer of van staal (met uitzondering van roestvrij staal), met een grootste uitwendige diameter van 609,6 mm, van de soort die voor stomplassen of voor andere doeleinden wordt gebruikt, van oorsprong uit, onder meer, Kroatië en Thailand en vallende onder de GN-codes ex 7307 93 11, ex 7307 93 19, ex 7307 99 30 en ex 7307 99 90, worden hierbij aanvaard.

Deze aanvaarding wordt van kracht op de datum van inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 584/96.

Artikel 2

Het onderzoek in verband met de anti-dumpingprocedure waarnaar in artikel 1 wordt verwezen, wordt met betrekking tot de in dat artikel genoemde ondernemingen beëindigd.

Gedaan te Brussel, 1 maart 1996.

Voor de Commissie

Leon BRITTAN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 349 van 31. 12. 1994, blz. 1.

(2) PB nr. L 122 van 2. 6. 1995, blz. 1.

(3) PB nr. L 209 van 2. 8. 1988, blz. 1.

(4) PB nr. L 66 van 10. 3. 1994, blz. 10.

(5) PB nr. L 234 van 3. 10. 1995, blz. 4.

(6) PB nr. L 23 van 30. 1. 1996, blz. 1.

(7) Zie bladzijde 1 van dit Publikatieblad.