Resolutie van de Raad van 19 juni 1995 over de ontwikkeling van het vervoer per spoor en het gecombineerd vervoer
Publicatieblad Nr. C 169 van 05/07/1995 blz. 0001 - 0002
RESOLUTIE VAN DE RAAD van 19 juni 1995 over de ontwikkeling van het vervoer per spoor en het gecombineerd vervoer (95/C 169/01) DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Overwegende dat het aandeel van de spoorwegen in het vervoer afneemt, terwijl de behoefte aan vervoer van personen en vracht binnen de Gemeenschap en van en naar de derde landen en geassocieerde Staten toeneemt, hoewel de financiƫle bijdragen van de Lid-Staten voor deze vervoerstak groot zijn; Overwegende dat de spoorwegen tegenwoordig kunnen worden uitgerust met modern en hoogwaardig materieel, dat zij onmiskenbare voordelen bieden, uit een oogpunt van milieubehoud, veiligheid en energiebesparing, dat zij zeer geschikt zijn voor vervoer tussen steden over middellange afstand en voor het vrachtvervoer over middellange en lange afstanden, op de schaal van het grondgebied van de Unie, KOMT OVEREEN dat het spoorwegbeleid van de Gemeenschap niet los kan worden gezien van haar algemene vervoerbeleid; dat dit beleid gericht moet zijn op intermodaal vervoer, waarbij rekening wordt gehouden met de algemene kosten van elke vervoerstak en erop wordt toegezien dat de ontwikkeling van het Europees vervoerssysteem plaatsvindt onder eerlijke concurrentievoorwaarden; KOMT OVEREEN dat dit gemeenschappelijk vervoerbeleid op vier elkaar aanvullende pijlers berust: - de ordening van de markt voor het vervoer per spoor, - de infrastructuur van het transeuropees vervoersnet, - de interoperabiliteit van het transeuropese spoorwegnet, met name het netwerk voor hoge-snelheidstreinen, door middel van technische harmonisatie, onverminderd het geval van niet met elkaar verbonden netwerken, - de industriemarkt door de opening van de overheidsopdrachten in de vervoerssector; ACHT HET NOODZAKELIJK dat vooruitgang wordt geboekt in het gemeenschappelijk spoorwegbeleid als omschreven in Richtlijn 91/440/EEG (1), door de concrete resultaten van de tenuitvoerlegging van dit beleid te beoordelen in het licht van de balans van de toepassing van deze richtlijn die de Commissie krachtens artikel 14 moet indienen, en van de voorstellen die zij dan zal doen, meer bepaald voor wat betreft de toegang tot de infrastructuur die op een concretere leest zou kunnen worden geschoeid binnen, vanuit en naar de verschillende delen van de Gemeenschap, met inachtneming van de geografische ligging van de Lid-Staten; BEVESTIGT dat hij vastbesloten is om met eerbiediging van het beginsel van de vrije keuze van de gebruiker: - het vervoer per spoor en het gecombineerd vervoer doeltreffend en concurrerend te maken ten opzichte van de overige vervoerstakken en dus de nodige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de bedrijven een nieuwe dynamiek krijgen, - de voorwaarden te scheppen om het aandeel van het vervoer per spoor en van het gecombineerd vervoer binnen het vervoerssysteem van de Gemeenschap te kunnen vergroten, - de spoorwegen, samen met de binnenwateren en het vervoer over zee, vooral over korte afstand, zoveel mogelijk te laten deelnemen aan de ontwikkeling van het gecombineerd vervoer, in samenwerking met de partners van het wegvervoer; KOMT OVEREEN om bij de ontwikkeling van het vervoer per spoor de nadruk te leggen op de leemte die door deze vorm van vervoer kan worden aangevuld: - het goederenvervoer over middellange en lange afstanden, - het vervoer binnen grote bevolkingscentra alsmede de inter- en intraregionale verplaatsingen, - het vervoer tussen steden, - de hoge-snelheidstreinen voor het verkeer tussen de grote Europese agglomeraties; VERZOEKT de Lid-Staten: - het overleg tussen de verschillende partijen bij het gecombineerd vervoer te bevorderen om rechten en plichten voor alle betrokkenen vast te stellen, studie, normalisatie en vernieuwing te vergemakkelijken en ervoor te zorgen dat vooraf overleg wordt gepleegd over de programmering van de overeenkomstige investeringen in de Lid-Staten; VERZOEKT de Lid-Staten en de Commissie; - in het kader van de interoperabiliteit van het transeuropese spoorwegnet, door de geleidelijke invoering van de technische harmonisatie, met name de voorwaarden te bevorderen voor een snelle proefneming met het Europees schakel- en controlesysteem; VERZOEKT de Commissie om met name in het kader van haar verslag krachtens artikel 14 van Richtlijn 91/440/EEG, voorstellen te bestuderen en eventueel in te dienen met betrekking tot: - de toepassing van gemeenschappelijke beginselen inzake tarifering van de spoorweg-infrastructuur, als bedoeld in Richtlijn 91/440/EEG en in de nog aan te nemen richtlijn betreffende de verdeling van de capaciteit van de spoorweginfrastructuur en het innen van heffingen, zodat de ondernemers meer zicht krijgen op de keuzemogelijkheden en eventuele concurrentieverstoringen kunnen voorkomen, - de ontwikkeling, met name ten opzichte van de Verdragsbepalingen met betrekking tot de mededinging en de regels voor de toegang tot het net als bedoeld in voornoemde richtlijnen van voorafgaande overeenkomsten met ondernemingen die de financiering van de belangrijkste schakels van het transeuropese netwerk waarmee hoge investeringen gemoeid zijn, moeten vergemakkelijken, - de oprichting, onder naleving van de bepalingen van het Verdrag inzake mededinging en van Verordening (EEG) nr. 1017/68 (1) van internationale samenwerkingsverbanden als bedoeld in Richtlijn 91/440/EEG, ter bevordering van de integratie van het transeuropese spoorwegnet. (1) PB nr. L 237 van 24. 8. 1991, blz. 25. (1) PB nr. L 175 van 23. 7. 1968, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van 1979.