Verordening (EG) nr. 3079/95 van de Raad van 21 december 1995 houdende verdeling, voor 1996, van de vangstquota van de Gemeenschap in de wateren van Groenland
Publicatieblad Nr. L 330 van 30/12/1995 blz. 0064 - 0065
VERORDENING (EG) Nr. 3079/95 VAN DE RAAD van 21 december 1995 houdende verdeling, voor 1996, van de vangstquota van de Gemeenschap in de wateren van Groenland DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad van 20 december 1992 tot invoering van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur (1), inzonderheid op artikel 8, lid 4, Gezien het voorstel van de Commissie, Overwegende dat de Visserijovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de plaatselijke Regering van Groenland, anderzijds (2), hierna "Visserijovereenkomst" te noemen, met zes jaar is verlengd tot en met 31 december 2000; Overwegende dat de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de plaatselijke Regering van Groenland, anderzijds, vervolgens hun goedkeuring hebben gehecht aan het Derde Protocol tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de visserij, in het bijzonder de vangstquota van vaartuigen van de Gemeenschap in de wateren van Groenland in de periode van 1 januari 1995 tot en met 31 december 2000; Overwegende dat de betrokken hoeveelheden mogen worden gevangen door vaartuigen die niet de vlag van een Lid-Staat van de Gemeenschap voeren, voor zover dit nodig is voor de goede werking van de door de Gemeenschap met derde landen gesloten visserijovereenkomsten; Overwegende dat de Gemeenschap de voor Groenland verantwoordelijke autoriteiten haar reactie op elk aanbod voor bijkomende vangstmogelijkheden zoals bedoeld in artikel 8 van de Visserijovereenkomst, binnen zes weken na de ontvangst ervan zal meedelen; Overwegende dat voor een doeltreffend beheer van de vangstmogelijkheden de beschikbare hoeveelheden over de Lid-Staten dienen te worden verdeeld door de vaststelling van quota overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 3760/92; Overwegende dat de in de onderhavige verordening bedoelde visserijactiviteiten onderworpen zijn aan de desbetreffende controlemaatregelen waarin is voorzien bij Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid (3), HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Voor 1996 worden de vangstquota van de Gemeenschap in de wateren van Groenland verdeeld zoals is aangegeven in de bijlage. Artikel 2 Indien de voor Groenland verantwoordelijke autoriteiten een aanbod doen betreffende de aanvullende vangstmogelijkheden bedoeld in artikel 8 van de Visserijovereenkomst, beslist de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen over dit aanbod binnen zes weken na de ontvangst ervan. Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1996. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 21 december 1995. Voor de Raad De Voorzitter L. ATIENZA SERNA (1) PB nr. L 389 van 31. 12. 1992, blz. 1. Verordening gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1994. (2) PB nr. L 29 van 1. 2. 1985, blz. 9. (3) PB nr. L 261 van 20. 10. 1993, blz. 1. BIJLAGE Verdeling van de vangstquota van de Gemeenschap in de wateren van Groenland, voor 1996 >RUIMTE VOOR DE TABEL>