31995R2684

Verordening (EG) nr. 2684/95 van de Commissie van 21 november 1995 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2505/95 van de Raad betreffende de sanering van de produktie van perziken en nectarines in de Gemeenschap

Publicatieblad Nr. L 279 van 22/11/1995 blz. 0003 - 0004


VERORDENING (EG) Nr. 2684/95 VAN DE COMMISSIE van 21 november 1995 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 2505/95 van de Raad betreffende de sanering van de produktie van perziken en nectarines in de Gemeenschap

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2505/95 van de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de sanering van de produktie van perziken en nectarines in de Gemeenschap (1), en met name op artikel 6,

Overwegende dat met het oog op de doelstellingen van Verordening (EG) nr. 2505/95 nader moet worden gepreciseerd onder welke voorwaarden de premie voor het rooien van perzik- en nectarinebomen in het kader van die verordening, hierna "rooipremie" genoemd, wordt toegekend; dat daartoe moet worden bepaald voor welke oppervlakten en welke bomen de rooimaatregel kan gelden en hoeveel de rooipremie bedraagt;

Overwegende dat, om de regeling doeltreffend te maken, dient te worden gepreciseerd welke gegevens in de rooipremieaanvraag moeten voorkomen en moet worden geverifieerd of de verstrekte gegevens juist zijn;

Overwegende dat, om heraanplant te voorkomen, moet worden voorgeschreven dat gerooide bomen daarvoor ongeschikt moeten worden gemaakt;

Overwegende dat, voordat de rooipremie wordt uitgekeerd, moet worden geconstateerd of de bomen werkelijk zijn gerooid;

Overwegende dat alle bepalingen moeten worden vastgesteld die nodig zijn om te garanderen dat de premie-ontvangers hun verplichtingen nakomen;

Overwegende dat, overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1068/93 van de Commissie (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1053/95 (3), 1 januari van het jaar waarin het besluit tot steunverlening wordt genomen als datum van het ontstaansfeit van de omrekeningskoers geldt;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor groenten en fruit,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Perzik- en nectarinebomen in de zin van Verordening (EG) nr. 2505/95 zijn gezonde bomen die een normale produktie van perziken en nectarines kunnen opleveren.

2. De rooipremie wordt toegekend voor het rooien van boomgaarden in de zin van artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) nr. 2505/95, met een oppervlakte van ten minste 0,5 hectare, in een of meer percelen.

3. De percelen moeten volledig worden gerooid en indien het bepaalde in artikel 2, lid 1, onder a), tweede streepje, van Verordening (EG) nr. 2505/95 van toepassing is, dient een aaneengesloten deel van het perceel te worden gerooid.

Artikel 2

Het bedrag van de rooipremie wordt vastgesteld op 5 000 ecu per hectare.

Artikel 3

De rooipremieaanvraag wordt vóór het begin van de rooiwerkzaamheden en uiterlijk op 31 januari 1996 bij de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten ingediend. De aanvraag dient de volgende gegevens te bevatten:

a) de naam en het adres van de aanvrager,

b) eventueel de naam en het adres van het betrokken bedrijf,

c) voor elk perceel met perzik- en/of nectarinebomen, de totale met perzik- en/of nectarinebomen beplante oppervlakte, het totale aantal perzik- en/of nectarinebomen en de ouderdom ervan, gespecificeerd naar ras,

d) de gegevens die nodig zijn voor het identificeren van de percelen die worden gerooid en waarvoor de rooipremie wordt aangevraagd. De ouderdom van de bomen wordt bepaald aan de hand van de plantdatum.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van:

- de schriftelijke verbintenis van de aanvrager om gedurende 15 jaar enerzijds op de percelen van zijn bedrijf die worden gerooid, geen perzik- en/of nectarinebomen en geen appelbomen voor de produktie van andere appelen dan persappelen voor ciderbereiding meer aan te planten en anderzijds op zijn bedrijf de overige percelen met perzik- en/of nectarinebomen niet te vergroten;

- een overeenkomstig de ter zake geldende nationale bepalingen op te stellen schriftelijke verklaring van de eigenaar/eigenaars van de met perzik- en/of nectarinebomen beplante percelen dat hij/zij met het rooien akkoord gaat/gaan; door daarmee akkoord te gaan verbinden de eigenaars zich ertoe om bij verkoop, verpachting of enige andere vorm van overdracht van de betrokken percelen in de in het eerste streepje bedoelde periode de in het eerste streepje bedoelde verbintenis door de nieuwe exploitant te doen overnemen.

Artikel 4

1. Na ontvangst van de rooipremieaanvraag verifieert de bevoegde instantie via controlebezoeken ter plaatse de gegevens van die aanvraag, registreert zij de in artikel 3 bedoelde verbintenis en constateert zij in voorkomend geval dat de aanvraag ontvankelijk is.

2. De aanvrager ontvangt uiterlijk twee maanden na de indiening van zijn aanvraag bericht of zijn aanvraag is aanvaard.

3. De rooiwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen twee maanden na de in lid 2 bedoelde kennisgeving, en ten laatste op 30 april 1996.

4. De gerooide bomen moeten ongeschikt worden gemaakt voor heraanplant.

Artikel 5

1. De premieaanvrager stelt de bevoegde instantie in kennis van de datum van de rooiwerkzaamheden. Deze instantie constateert via controlebezoeken ter plaatse voor ieder betrokken perceel, dat de bomen overeenkomstig deze verordening zijn gerooid en bevestigt officieel het tijdstip van rooiing.

2. De premie wordt uiterlijk drie maanden na de in lid 1 bedoelde constatering uitgekeerd.

Artikel 6

1. De Lid-Staten zien erop toe dat de in artikel 3 bedoelde verbintenis wordt nagekomen. Daartoe verrichten zij geregeld controles ter plaatse, en wel zodanig dat ieder bedrijf ten minste om de vijf jaar wordt gecontroleerd.

2. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de resultaten van de controles.

3. Wanneer de Lid-Staten vaststellen dat de in artikel 3 bedoelde verbintenis niet is nagekomen

- vorderen zij de uitgekeerde rooipremie terug, verhoogd met de rente die in de betrokken Lid-Staat voor soortgelijke terugvorderingen geldt,

- verplichten zij de overtreder een bedrag te betalen dat gelijk is aan de uitgekeerde rooipremie.

4. De in lid 3 bedoelde bedragen worden overgemaakt aan de betaalorganen of -diensten en worden door hen in mindering gebracht op de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven.

Artikel 7

Vóór 31 augustus 1996 delen de Lid-Staten de Commissie de oppervlakten mede waarvoor rooipremies zijn aangevraagd alsmede de gerooide oppervlakten, onderverdeeld naar ras en naar regio.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 21 november 1995.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 258 van 28. 10. 1995, blz. 1.

(2) PB nr. L 108 van 1. 5. 1993, blz. 106.

(3) PB nr. L 107 van 12. 5. 1995, blz. 4.