Verordening (EG) nr. 2015/95 van de Commissie van 21 augustus 1995 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 762/94 houdende toepassingsbepalingen inzake het uit produktie nemen van grond als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad en van Verordening (EEG) nr. 3887/92 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen
Publicatieblad Nr. L 197 van 22/08/1995 blz. 0002 - 0003
VERORDENING (EG) Nr. 2015/95 VAN DE COMMISSIE van 21 augustus 1995 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 762/94 houdende toepassingsbepalingen inzake het uit produktie nemen van grond als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad en van Verordening (EEG) nr. 3887/92 houdende uitvoeringsbepalingen inzake het geïntegreerde beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1664/95 (2), en met name op artikel 12, Gelet op Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad van 27 november 1992 tot instelling van een geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (3) (hierna "geïntegreerd systeem" te noemen), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3235/94 (4), en met name op artikel 12, Overwegende dat voor de nakoming van de braakleggingsverplichting ook mag worden meegerekend de voor de regeling inzake akkerbouwgewassen in aanmerking komende grond die uit produktie wordt genomen in het kader van Verordening (EEG) nr. 2078/92 van de Raad van 30 juni 1992 betreffende landbouwproduktiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en betreffende natuurbeheer (5) en van Verordening (EEG) nr. 2080/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een communautaire steunregeling voor bosbouwmaatregelen in de landbouw (6); dat, om alle discriminatie tussen producenten te voorkomen, de werkingssfeer van de bepaling betreffende de gelijkstelling van bepaalde uit produktie genomen gronden moet worden verruimd zodat zij ook geldt voor braakgelegde of beboste grond waarvoor een aanvraag in het kader van de twee bovengenoemde verordeningen op of na 28 juni 1995 wordt ingediend; dat voor deze grond een uitzondering moet worden gemaakt op een aantal bepalingen van Verordening (EG) nr. 762/94 van de Commissie (7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1664/95, omdat die bepalingen onverenigbaar zijn met het bepaalde in de twee bovengenoemde verordeningen; Overwegende dat deze wijzigingen voor het eerst worden toegepast voor de braaklegging uit hoofde van het verkoopseizoen 1996/1997; Overwegende dat, in het kader van de toepassing van het geïntegreerd systeem, percelen die uit produktie worden genomen hetzij om milieuredenen in het kader van Verordening (EEG) nr. 2078/92, hetzij voor bebossing in het kader van Verordening (EEG) nr. 2080/92, en die worden afgeboekt voor de bij Verordening (EEG) nr. 1765/92 ingestelde braakleggingsregeling, afzonderlijk dienen te worden aangegeven; dat bijgevolg Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie (8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1648/95 (9), moet worden gewijzigd; Overwegende dat op grond van Verordening (EEG) nr. 3653/90 van de Raad van 11 december 1990 houdende overgangsbepalingen inzake de gemeenschappelijke marktordening voor granen en rijst voor Portugal (10), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1664/95, gedurende een overgangsperiode in Portugal voor bepaalde graansoorten rechtstreekse steun per hectare wordt toegekend; Overwegende dat in artikel 7, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 1765/92 is bepaald dat bij de compensatie voor de braakleggingsverplichting rekening wordt gehouden met dergelijke steunregelingen; dat in artikel 8 van Verordening (EG) nr. 762/94 bij vergissing alleen sprake is van verplichte braaklegging op basis van wisselbouw; dat ook de andere vormen van verplichte braaklegging moeten worden vermeld; Overwegende dat bij Verordening (EG) nr. 2990/94 van de Raad van 5 december 1994 houdende afwijking, ten aanzien van de braakleggingsverplichting voor het verkoopseizoen 1995/1996, van Verordening (EEG) nr. 1765/92 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen (11), is bepaald dat voor het verkoopseizoen 1995/1996 wordt afgeweken van de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1765/92 met betrekking tot de omvang van de braakleggingsverplichting, en de verplichte braaklegging op basis van wisselbouw wordt vastgesteld op 12 %; dat voornoemde verordening pas in december is bekendgemaakt; dat de producenten in Portugal voor de inzaai van hun wintergewassen zijn uitgegaan van de op dat ogenblik geldende regelgeving, dit wil zeggen verplichte braaklegging van 15 % grond bij braaklegging op basis van wisselbouw en 20 % bij andere vormen van braaklegging, in de verwachting dat de directe inkomenssteun zou worden uitgekeerd voor alle grond die uit produktie wordt genomen; dat, gezien de gewettigde verwachtingen van de Portugese producenten, moet worden bepaald dat de directe inkomenssteun voor het verkoopseizoen 1995/1996 aan de Portugese producenten ook voor de boven het verplichte percentage braakgelegde grond wordt toegekend, doch bij braaklegging op basis van wisselbouw tot maximaal 15 % en bij de andere vormen van braaklegging tot maximaal 20 %; Overwegende dat Verordening (EG) nr. 762/94 derhalve moet worden gewijzigd; Overwegende dat de in deze verordening vastgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van de betrokken Comités, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 762/94 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 2, tweede alinea, wordt vervangen door: "Percelen die in het kader van de Verordeningen (EEG) nr. 2328/91 en (EEG) nr. 1765/92 eerder uit produktie zijn genomen, en percelen die uit produktie zijn genomen of bebost op grond van een aanvraag op of na 28 juni 1995 in het kader van Verordening (EEG) nr. 2078/92 van de Raad of van Verordening (EEG) nr. 2080/92 van de Raad worden echter, onverminderd het bepaalde in artikel 4, lid 1, van deze verordening, gelijkgesteld met daadwerkelijk bebouwde grond.". 2. In artikel 3: a) wordt lid 2 aangevuld met de volgende zin: "Deze bepalingen gelden evenwel niet voor grond die in het kader van Verordening (EEG) nr. 2078/92 of Verordening (EEG) nr. 2080/92 uit produktie is genomen en wordt afgeboekt uit hoofde van de braakleggingsverplichting, voor zover deze bepalingen onverenigbaar zijn met de in de betrokken verordeningen vastgestelde eisen inzake milieubescherming of bebossing."; b) vervalt lid 5. 3. Artikel 8 wordt vervangen door: "Artikel 8 Voor Portugal wordt de compensatie als bedoeld in artikel 7, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 1765/92 voor de in lid 1 van genoemd artikel bedoelde braaklegging verhoogd met de in de bijlage vastgestelde bedragen. Deze bedragen worden gefinancierd overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 3653/90. Voor het verkoopseizoen 1995/1996 wordt ook voor braakgelegde grond boven het verplichte percentage de compensatie verhoogd met de in de bijlage vastgestelde bedragen, maar bij braaklegging op basis van wisselbouw wordt de compensatie voor maximaal 15 % en bij andere vormen van braaklegging voor maximaal 20 % braakgelegde grond toegekend.". Artikel 2 De laatste zin van artikel 4, lid 1, derde alinea, van Verordening (EEG) nr. 3887/92 wordt vervangen door: "De volgende vormen van gebruik moeten evenwel afzonderlijk worden aangegeven: - de produktie van voedergewassen die bestemd zijn om kunstmatig of in de zon te worden gedroogd, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 603/95 van de Raad (*); - braaklegging van percelen om milieuredenen en bebossing in het kader van respectievelijk Verordening (EEG) nr. 2078/92 en Verordening (EEG) nr. 2080/92, welke percelen worden afgeboekt voor de braakleggingsverplichting. ". Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 21 augustus 1995. Voor de Commissie Karel VAN MIERT Lid van de Commissie (*) PB nr. L 63 van 21. 3. 1995, blz. 1.