31995R1846

Verordening (EG) nr. 1846/95 van de Commissie van 26 juli 1995 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3886/92 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de premieregeling in de rundvleessector

Publicatieblad Nr. L 177 van 28/07/1995 blz. 0028 - 0031


VERORDENING (EG) Nr. 1846/95 VAN DE COMMISSIE van 26 juli 1995 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3886/92 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de premieregeling in de rundvleessector

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 424/95 (2), en met name op de artikelen 4b, lid 8, 4e, lid 5, 4f, lid 4, en 4g, lid 5,

Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 3886/92 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3269/94 (4), een aantal regels is vastgesteld inzake de toekenning van de speciale slachtpremie, de overdracht van rechten op de premies voor zoogkoeien en het gebruik van rechten uit de reserve, en inzake de vaststelling van het veebezettingsgetal;

Overwegende dat, in het kader van de toekenning van de speciale premie bij de slacht, door geen enkele Lid-Staat gebruik is gemaakt van de in afdeling 2 van Verordening (EEG) nr. 3886/92 bedoelde keuzemogelijkheid B; dat logischerwijze en terwille van de duidelijkheid deze keuzemogelijkheid moet worden geschrapt; dat, eveneens in het kader van de speciale premie, kan worden aanvaard dat de Lid-Staten ter vereenvoudiging van het administratief beheer redelijkerwijs kunnen toestaan dat de in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 3886/92 bedoelde deelnamemelding geldig blijft, tenzij de producent er wijzigingen in wil aanbrengen;

Overwegende dat, met het oog op een vereenvoudiging van het administratieve beheer van de premierechten en op een ruimere tolerantie dan mogelijk is met de huidige regel dat producenten die premierechten uit de nationale reserve hebben verkregen, gedurende drie kalenderjaren 90 % van al hun rechten moeten gebruiken, de genoemde regel ingetrokken moet worden;

Overwegende dat, om tot een betere benutting van de beschikbare, maar door de producenten niet gebruikte premierechten te komen, het minimumpercentage en de frequentie van gebruik van de rechten verhoogd moeten worden, daarbij echter rekening houdend met de bijzondere situatie van de kleine producenten;

Overwegende dat, wanneer een producent kan bewijzen dat hij de wettige rechthebbende is van een overleden producent, ruimte moet worden gelaten voor enige soepelheid ten aanzien van de vastgestelde administratieve termijnen inzake de overdracht van rechten;

Overwegende dat de huidige bepalingen inzake de tijdelijke overdracht van premierechten voor zoogkoeien ertoe kunnen leiden dat deze rechten voor een aantal premies bevroren worden, terwijl producenten die ze nodig hebben er geen aanspraak op kunnen maken; dat het bijgevolg wenselijk is het gebruik van deze rechten aan te moedigen, waarbij ook maatregelen moeten worden vastgesteld om de premierechten te koppelen aan de producenten die ze gebruiken;

Overwegende dat, om zoveel mogelijk een gelijke behandeling van alle producenten te garanderen door het administratieve beheer van de premierechten van producenten die rechten uit de nationale reserve ontvangen, gelijk te trekken met dat van premierechten van producenten die bijkomende rechten ontvangen als gevolg van hun deelneming aan een communautair extensiveringsprogramma, de regels op grond waarvan producenten die voorheen aan extensiveringsprogramma's hebben deelgenomen, niet definitief hun rechten mogen overdragen of tijdelijk overdragen, moeten worden gewijzigd en de verplichting voor deze producenten om al hun rechten te gebruiken, moet worden opgeheven;

Overwegende dat, om een degelijk toezicht te garanderen op het aantal bijkomende rechten dat aan de genoemde aan extensiveringsprogramma's deelnemende producenten wordt toegekend, de Lid-Staten de Commissie de nodige informatie moeten verstrekken, met inbegrip van de gegevens over de vorige verkoopseizoenen;

Overwegende dat in artikel 42 van Verordening (EEG) nr. 3886/92 is bepaald voor hoeveel dieren een premie kan worden toegekend; dat het, om controle en omrekening te vergemakkelijken, dienstig is ervan uit te gaan dat een zoogkoe, evenals een melkkoe, overeenkomt met 1 GVE;

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 3886/92 bijgevolg dient te worden gewijzigd;

Overwegende dat het Comité van beheer voor rundvlees geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 3886/92 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8 Wijze van toekenning 1. De Lid-Staten kunnen besluiten om de speciale premie toe te kennen bij het slachten of wanneer de dieren voor het eerst op de markt worden gebracht voor de slacht, waarbij zij de premie toekennen voor de eerste of de tweede leeftijdstranche en voor de twee leeftijdstranches te zamen, voor zover dit op grond van hun produktiestructuur mogelijk is.

2. De Lid-Staten die besloten hebben de speciale premie toe te kennen volgens het in lid 1 bedoelde systeem, bepalen dat de premie ook wordt toegekend bij verzending van voor de premie in aanmerking komende dieren naar een andere Lid-Staat of bij uitvoer van die dieren naar een derde land.

3. In afwijking van het bepaalde in de artikelen 2, 3 en 4 gelden, bij toepassing van het in lid 1 bedoelde systeem, voor de toekenning van de premie de onderstaande bepalingen.".

2. Aan artikel 9 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"Wanneer de producent evenwel geen wijzigingen wenst aan te brengen in zijn deelnamemelding, kan de Lid-Staat accepteren dat de eerder ingediende melding geldig blijft.".

3. In artikel 15 worden de titel van het artikel "Keuzemogelijkheid A" en de daarop volgende woorden "Bij toepassing van keuzemogelijkheid A:" vervangen door de titel "Bijzonderheden van het toekenningssysteem" en de woorden "Bij toepassing van het in deze afdeling bedoelde toekenningssysteem:".

4. Artikel 16 wordt geschrapt.

5. Artikel 18 wordt vervangen door:

"Artikel 18 Mededeling De Lid-Staten stellen de Commissie vóór het begin van het betrokken kalenderjaar in kennis van hun besluit het in deze afdeling bedoelde toekenningsysteem en de desbetreffende bepalingen toe te passen.".

6. Artikel 32 wordt vervangen door:

"Artikel 32 Gratis verkregen rechten Behalve in naar behoren gemotiveerde uitzonderingsgevallen geldt dat, wanneer een producent gratis premierechten uit de nationale reserve heeft verkregen, hij zijn rechten gedurende de volgende drie kalenderjaren niet mag overdragen, noch tijdelijk overdragen.".

7. Artikel 33 wordt vervangen door:

"Artikel 33 Gebruik van premierechten 1. Een producent mag de rechten waarover hij beschikt zelf gebruiken en/of tijdelijk overdragen aan een andere producent.

2. Wanneer een producent elk jaar niet minstens 70 % van zijn rechten gebruikt, wordt het niet gebruikte deel aan de nationale reserve toegevoegd, behalve:

- wanneer de betrokkene over rechten voor maximaal zeven premies beschikt. Indien deze producent in twee op elkaar volgende kalenderjaren niet telkens minstens 70 % van zijn rechten heeft gebruikt, wordt het niet gebruikte deel van het laatste jaar aan de nationale reserve toegevoegd;

- wanneer de betrokkene aan een door de Commissie goedgekeurd extensiveringsprogramma deelneemt;

- wanneer de betrokkene aan een door de Commissie erkend en geen verplichting tot overdracht en/of tijdelijke overdracht inhoudend programma voor vervroegde uittreding deelneemt, of - in uitzonderlijke, naar behoren gemotiveerde gevallen.

3. De tijdelijke overdracht moet altijd voor volledige kalenderjaren en voor minstens het in artikel 34, lid 1, vastgestelde aantal dieren gelden. Over de periode van vijf jaar na de eerste tijdelijke overdracht recupereert de producent, tenzij definitieve overdracht plaatsvindt, al zijn rechten gedurende ten minste twee opeenvolgende kalenderjaren. In die twee jaar mag hij geen rechten overdragen. Wanneer de producent in die twee kalenderjaren niet telkens ten minste 70 % van zijn rechten gebruikt, ontneemt de Lid-Staat hem jaarlijks de niet gebruikte rechten en neemt deze opnieuw op in de nationale reserve, behalve in naar behoren gemotiveerde uitzonderingsgevallen.

Voor producenten die aan programma's voor vervroegde uittreding deelnemen of die zich vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1719/94 van de Commissie (*) tot deelneming aan door de Commissie goedgekeurde extensiveringsprogramma's hebben verbonden, kunnen de Lid-Staten evenwel een van die programma's afhankelijke verlenging van de totale duur van de tijdelijke overdracht vaststellen.

Producenten die zich na de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1719/94 tot deelneming aan een extensiveringsprogramma overeenkomstig de in artikel 2, lid 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 2078/92 van de Raad (**) bedoelde maatregel verbinden, mogen hun premierechten tijdens de duur van hun verbintenis niet overdragen, noch tijdelijk overdragen. Dit verbod geldt evenwel niet:

- ingeval het extensiveringsprogramma de overdracht en/of de tijdelijke overdracht van premierechten toestaat aan producenten die voor hun deelneming aan andere maatregelen dan extensivering, zoals bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2078/92, deze premierechten nodig hebben;

- voor producenten die ten genoegen van de bevoegde autoriteiten kunnen aantonen dat zij deze autoriteiten reeds vóór de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1719/94 in kennis hebben gesteld van de overdracht en/of de tijdelijke overdracht van premierechten overeenkomstig artikel 34, lid 2.

".

8. In artikel 34:

a) wordt aan lid 2 het volgende toegevoegd:

"behalve wanneer de overdracht als gevolg van een erfenis plaatsvindt. In dat geval moet de producent die de rechten ontvangt, de nodige wettelijke documenten kunnen overleggen om te bewijzen dat hij of zij de rechthebbende is van de overleden producent.";

b) wordt lid 3 geschrapt.

9. Artikel 35 wordt vervangen door:

"Artikel 35 Wijziging van het individuele maximum Bij overdracht of tijdelijke overdracht van premierechten stelt de Lid-Staat het nieuwe individuele maximum vast en deelt hij de betrokken producenten binnen 60 dagen na de laatste dag van de periode waarin zij hun premieaanvraag hebben ingediend mee voor hoeveel dieren zij recht hebben op de premie.

Deze maatregel is niet van toepassing wanneer de overdracht als gevolg van een erfenis plaatsvindt.".

10. Artikel 38, lid 3, wordt vervangen door:

"3. Aan de producent die in een door de Lid-Staat gekozen referentiejaar aan een programma tot extensivering van de produktie op grond van Verordening (EEG) nr. 797/85 van de Raad (*) heeft deelgenomen, worden, wanneer hij niet meer aan dat programma deelneemt, op zijn verzoek extra premierechten toegekend voor een aantal dieren dat gelijk is aan het verschil tussen het aantal premies dat is toegekend voor het referentiejaar en het aantal dat is toegekend voor het jaar vóór dat waarin de producent voor het eerst aan het bedoelde programma deelnam. Behalve in naar behoren gemotiveerde uitzonderingsgevallen, mag deze producent zijn premierechten in de volgende drie kalenderjaren niet overdragen, noch tijdelijk overdragen.

Het aantal premies waarvoor rechten zijn toegekend aan producenten die besloten hebben gebruik te maken van de bijkomende rechten waarover zij kunnen beschikken als gevolg van hun deelneming aan het vorengenoemde extensiveringsprogramma, wordt uiterlijk op 30 april van elk kalenderjaar door de Lid-Staten aan de Commissie medegedeeld. Voor de kalenderjaren 1993, 1994 en 1995 moet deze mededeling uiterlijk op 31 juli 1995 geschieden.

".

11. De tweede alinea van artikel 42, lid 4, wordt vervangen door:

"Voor de toepassing van de in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2328/91 van de Raad (*) opgenomen omrekentabel worden melkkoeien en zoogkoeien gerekend voor 1,0 GVE.

".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing op de premierechten voor de kalenderjaren vanaf 1996, met uitzondering evenwel van de bepalingen van:

- artikel 1, punt 8, onder a) en artikel 1, punt 9, die van toepassing zijn op de premierechten voor de kalenderjaren vanaf 1995,

- artikel 1, punt 10, die van toepassing zijn op de premierechten voor de kalenderjaren vanaf 1993.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 26 juli 1995.

Voor de Commissie Franz FISCHLER Lid van de Commissie

(*) PB nr. L 181 van 15. 7. 1994, blz. 4.

(**) PB nr. L 215 van 30. 7. 1992, blz. 85.

(*) PB nr. L 93 van 30. 3. 1985, blz. 1.

(*) PB nr. L 218 van 6. 8. 1991, blz. 1.