31995R1506

Verordening (EG) nr. 1506/95 van de Commissie van 29 juni 1995 tot vaststelling, voor het verkoopseizoen 1995, van het geraamde inkomensverlies en van het geraamde premiebedrag per ooi en per vrouwelijke geit alsmede van het tweede voorschot op deze premie

Publicatieblad Nr. L 147 van 30/06/1995 blz. 0022 - 0023


VERORDENING (EG) Nr. 1506/95 VAN DE COMMISSIE van 29 juni 1995 tot vaststelling, voor het verkoopseizoen 1995, van het geraamde inkomensverlies en van het geraamde premiebedrag per ooi en per vrouwelijke geit alsmede van het tweede voorschot op deze premie

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3013/89 van de Raad van 25 september 1989 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees (1), laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden en bij Verordening (EG) nr. 1265/95 (2), en met name op artikel 5, lid 6,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1601/92 van de Raad van 15 juni 1992 houdende specifieke maatregelen voor bepaalde landbouwprodukten ten behoeve van de Canarische eilanden (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1974/93 van de Commissie (4), en met name op artikel 13,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3813/92 van de Raad van 28 december 1992 betreffende de rekeneenheid en de omrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 150/95 (6), en met name op artikel 6,

Overwegende dat artikel 5, leden 1 en 5, van Verordening (EEG) nr. 3013/89 in de toekenning van een premie voorziet om een eventueel inkomensverlies van de producenten van schapevlees en, in sommige gebieden, van geitevlees te compenseren; dat die gebieden zijn bepaald in bijlage I van genoemde verordening en in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1065/86 van de Commissie van 11 april 1986 tot vaststelling van de berggebieden waarin de premie aan geitevleesproducenten wordt toegekend (7), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3519/86 (8);

Overwegende dat overeenkomstig artikel 5, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 3013/89, met het oog op de uitbetaling van een voorschot aan de schapevlees- en geitevleesproducenten, het te verwachten inkomensverlies dient te worden geraamd, rekening houdende met de te verwachten ontwikkeling van de marktprijzen;

Overwegende dat het premiebedrag per ooi voor de producenten van zware lammeren overeenkomstig artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3013/89 wordt berekend door het in lid 1, tweede alinea, van dat artikel bedoelde inkomensverlies te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die de gemiddelde jaarlijkse produktie van vlees van zware lammeren per betrokken ooi aangeeft, uitgedrukt in 100 kilogram geslacht gewicht; dat deze coëfficiënt, wegens het ontbreken van volledige statistische gegevens in de Gemeenschap, voor 1995 nog niet kon worden vastgesteld; dat het, zolang deze coëfficiënt niet is vastgesteld, dienstig is een voorlopige coëfficiënt toe te passen; dat voorts in artikel 5, lid 3, van genoemde verordening de premie per ooi voor producenten van lichte lammeren en per vrouwelijke geit op 80 % van de premie per ooi voor producenten van zware lammeren is vastgesteld;

Overwegende dat op grond van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 3013/89 de premie moet worden verlaagd met de invloed op de basisprijs van de in lid 2 van dat artikel bedoelde coëfficiënt; dat die coëfficiënt op 7 % is vastgesteld bij artikel 8, lid 4, van genoemde verordening;

Overwegende dat overeenkomstig artikel 5, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 3013/89 het halfjaarlijkse voorschot op 30 % van de geraamde premie wordt vastgesteld; dat op grond van artikel 4, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2700/93 van de Commissie (9), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 279/94 (10), het voorschot slechts wordt betaald wanneer het 1 ecu of meer bedraagt;

Overwegende dat voor de voorschotten de landbouwomrekeningskoers van 1 februari 1995 moet worden toegepast wegens de veranderingen die zich op agromonetair gebied op die datum hebben voorgedaan en om de administratie te vereenvoudigen;

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 1601/92 specifieke maatregelen ten behoeve van de landbouwproduktie op de Canarische eilanden zijn vastgesteld; dat deze maatregelen met name voorzien in de verlening van een aanvullende premie aan de producenten van lichte lammeren en geiten, op dezelfde voorwaarden als die welke zijn vastgesteld voor de verlening van de in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 3013/89 bedoelde premie; dat Spanje, overeenkomstig deze voorwaarden, een voorschot op de aanvullende premie mag verlenen;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer "schapen en geiten",

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het verschil tussen de basisprijs, verminderd met het door toepassing van de in artikel 8, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3013/89 bedoelde coëfficiënt verkregen bedrag, en de te verwachten marktprijs tijdens het verkoopseizoen 1995 wordt geraamd op 162,785 ecu per 100 kg.

Artikel 2

1. Het geraamde premiebedrag per ooi bedraagt:

- producenten van zware lammeren: 26,046 ecu,

- producenten van lichte lammeren: 20,837 ecu.

2. Het tweede voorschot dat de Lid-Staten overeenkomstig artikel 5, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 3013/89 aan de producenten mogen uitkeren, bedraagt:

- producenten van zware lammeren: 7,814 ecu per ooi,

- producenten van lichte lammeren: 6,251 ecu per ooi.

Artikel 3

1. Het geraamde premiebedrag per vrouwelijke geit in de gebieden bepaald in bijlage I van Verordening (EEG) nr. 3013/89 en in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1065/86 bedraagt 20,837 ecu.

2. Het tweede voorschot dat de Lid-Staten, overeenkomstig artikel 5, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 3013/89, aan de geitevleesproducenten binnen de in lid 1 bedoelde gebieden mogen uitkeren, bedraagt 6,251 ecu per vrouwelijke geit.

Artikel 4

In afwijking van artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2700/93 moeten de voorschotten op de premies voor ooien en vrouwelijke geiten worden omgerekend aan de hand van de op 1 februari 1995 geldende landbouwomrekeningskoers.

Artikel 5

Ter uitvoering van artikel 13, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1601/92 wordt het tweede voorschot op de aanvullende premie voor het verkoopseizoen 1995 ten behoeve van de op de Canarische eilanden gevestigde producenten van lichte lammeren en geiten, met inachtneming van de in artikel 1, lid 1 van Verordening (EEG) nr. 3493/90 (1) aangegeven grenzen, vastgesteld op:

- 1,563 ecu per ooi voor de in artikel 5, lid 3, van die verordening bedoelde producenten;

- 1,563 ecu per geit voor de in artikel 5, lid 5, van die verordening bedoelde producenten.

Artikel 6

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 29 juni 1995.

Voor de Commissie Franz FISCHLER Lid van de Commissie