Verordening (EG) nr. 1287/95 van de Raad van 22 mei 1995 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 729/70 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid
Publicatieblad Nr. L 125 van 08/06/1995 blz. 0001 - 0004
VERORDENING (EG) Nr. 1287/95 VAN DE RAAD van 22 mei 1995 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 729/70 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43, Gezien het voorstel van de Commissie (1), Gezien het advies van het Europees Parlement (2), Gezien het advies van de Rekenkamer (3), Overwegende dat de verantwoordelijkheid voor de controle betreffende de uitgaven van het EOGFL, afdeling Garantie, in de eerste plaats ligt bij de Lid-Staten, die de diensten en organen aanwijzen om de uitgaven te betalen; dat de Lid-Staten zich ten volle en op doelmatige wijze van deze taak dienen te kwijten; dat de Commissie, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Gemeenschapsbegroting, moet nagaan onder welke omstandigheden de betalingen en de controles hebben plaatsgevonden; dat zij de uitgaven slechts kan financieren indien deze omstandigheden alle nodige garanties bieden wat de naleving van de communautaire voorschriften betreft; dat het van wezenlijk belang is dat de Commissie, als Instelling die verantwoordelijk is voor de financiering, binnen een gedecentraliseerd stelsel van beheer van de uitgaven van de Gemeenschap, het recht en de mogelijkheden heeft alle door haar noodzakelijk geachte controles uit te voeren en dat er daadwerkelijk sprake is van volledige transparantie en volledige wederzijdse assistentie tussen de Lid-Staten en de Commissie; Overwegende dat, bij de goedkeuring van de rekeningen, de Commissie de in de algemene rekening voor de afdeling Garantie van het Fonds te boeken totale uitgaven alleen dan binnen een redelijke termijn kan bepalen, als zij voldoende garanties heeft dat de nationale controles toereikend en doorzichtig zijn en dat de betaalorganen zich vergewissen van de wettigheid en de regelmatigheid van de betalingsaanvragen die zij uitvoeren; dat derhalve dient te worden voorzien in de erkenning van de betaalorganen door de Lid-Staten; dat de Commissie, ter waarborging van vergelijkbare erkenningsnormen in de Lid-Staten, richtsnoeren moet opstellen inzake de toe te passen criteria; dat het daartoe dienstig is te bepalen dat slechts de uitgaven worden gefinancierd die zijn gedaan door de betaalorganen welke door de Lid-Staten zijn erkend; dat voorts ter wille van de doorzichtigheid van de nationale controles, met name wat de procedures voor de verstrekking van betalingsopdrachten, de betaalbaarstelling en de betaling betreft, eventueel een beperking nodig is van het aantal diensten en organen waaraan deze taken worden gedelegeerd, met inachtneming van de grondwettelijke regelingen in iedere Lid-Staat; Overwegende dat, met name na de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het gedecentraliseerde beheer van de communautaire geldmiddelen tot de aanwijzing van verscheidene betaalorganen leidt; dat daarom een Lid-Staat die meer dan één betaalorgaan erkent, één enkele verbindingsinstantie moet instellen die de harmonisatie van het beheer van de geldmiddelen bevordert, als schakel tussen de Commissie en de verschillende erkende betaalorganen fungeert en ervoor zorgt dat de door de Commissie gevraagde gegevens over de verrichtingen van verscheidene betaalorganen snel te harer beschikking worden gesteld; Overwegende dat de tijd die met de besluitvorming inzake de goedkeuring van de rekeningen is gemoeid, moet worden bekort en dat derhalve voor de samenstelling van de aan de Commissie te verstrekken gegevens maximaal gebruik moet worden gemaakt van computers; dat de Commissie bij haar verificaties volledige en onmiddellijke inzage moet kunnen nemen van zowel de in computerbestanden als de in documenten opgenomen gegevens betreffende de uitgaven; Overwegende dat de vaststelling van één enkel jaarlijks besluit tot goedkeuring van de rekeningen tal van moeilijkheden doet rijzen doordat voor het betrokken begrotingsjaar, voor alle onder de afdeling Garantie van het Fonds vallende maatregelen in alle Lid-Staten, een boekhoudkundig doel wordt nagestreefd en tegelijk wordt beoogd vast te stellen dat bij de uitgaven de communautaire bepalingen zijn nageleefd; dat onvermijdelijk vertraging ontstaat bij het nemen van dit ene besluit, waarin desondanks op sommige punten een voorbehoud moet worden gemaakt of voor een gescheiden behandeling moet worden gekozen; dat dit besluit derhalve dient te worden gesplitst in twee typen van besluiten, enerzijds voor de opstelling en vaststelling van de EOGFL-rekeningen over het referentiejaar en anderzijds voor de vaststelling van de gevolgen, met inbegrip van de financiële correcties, die moeten worden verbonden aan de uitkomsten van de audits inzake de overeenstemming met de voorschriften; Overwegende dat de audits inzake de overeenstemming met de voorschriften, de daaruit voortvloeiende financiële correcties en de desbetreffende kwijtingsbesluiten derhalve niet langer de uitvoering van de begroting van een bepaald begrotingsjaar zullen betreffen en dat de maximumperiode dient te worden vastgesteld waarop de aan de uitkomsten van nalevingscontroles te verbinden gevolgen betrekking kunnen hebben; Overwegende dat sommige bepalingen van Verordening (EEG) nr. 729/70 (4) zinloos zijn geworden en die verordening derhalve moet worden gewijzigd, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 729/70 wordt als volgt gewijzigd: 1. artikel 4 wordt vervangen door: "Artikel 4 1. Elke Lid-Staat deelt aan de Commissie mee: a) welke diensten en organen erkend zijn voor de uitbetaling van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde uitgaven; deze diensten en organen worden hierna "betaalorganen" genoemd. Betaalorganen zijn diensten of instanties van de Lid-Staten die voor de in hun sector te verrichten betalingen voldoende garanties bieden dat: - de ontvankelijkheid van de aanvragen en de overeenstemming ervan met de communautaire regelgeving vóór de verstrekking van de betalingsopdracht worden gecontroleerd; - de verrichte betalingen juist en volledig in de boekhouding worden geregistreerd, en - de nodige bewijsstukken binnen de gestelde termijn en in de overeenkomstig de communautaire regelgeving vereiste vorm worden ingediend. Bij de betaalorganen moeten de nodige bewijsstukken beschikbaar zijn voor de verrichte betalingen en de uitvoering van de voorgeschreven administratieve en fysieke controles. Wanneer de bewijsstukken worden bewaard bij de instanties die de betalingsopdrachten geven, moeten die het betaalorgaan rapporteren over het aantal verrichte controles, de inhoud ervan en de op basis van de bevindingen getroffen maatregelen. b) indien meer dan één betaalorgaan wordt erkend, welke dienst of instantie hij ermee belast de ter beschikking van de Commissie te stellen gegevens te centraliseren en aan haar te verstrekken enerzijds, en een geharmoniseerde toepassing van de communautaire voorschriften te bevorderen, anderzijds; deze dienst of instantie wordt hierna "coördinerende instantie" genoemd. Alleen de door erkende betaalorganen gedane uitgaven komen in aanmerking voor financiering door de Gemeenschap. 2. Elke Lid-Staat beperkt, met inachtneming van zijn grondwettelijke bepalingen en zijn staatsinrichting, het aantal erkende betaalorganen tot het kleinste aantal dat nodig is voor een in administratief en boekhoudkundig opzicht bevredigende afwikkeling van de in de artikelen 2 en 3 bedoelde uitgaven. 3. Elke Lid-Staat verstrekt de Commissie de volgende inlichtingen over de betaalorganen: - benaming en statuut, - administratieve, boekhoudkundige en op de interne controle betrekking hebbende voorschriften voor de betalingen in verband met de toepassing van de communautaire voorschriften in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, - erkenningsbesluit. Elke wijziging wordt onmiddellijk ter kennis van de Commissie gebracht. 4. Wanneer een erkend betaalorgaan een of meer erkenningsvoorwaarden niet langer vervult, wordt de erkenning ingetrokken, tenzij het betaalorgaan binnen een op grond van de ernst van het probleem vast te stellen termijn de nodige aanpassingen uitvoert. De betrokken Lid-Staat stelt de Commissie daarvan in kennis. 5. De Commissie stelt de Lid-Staten de kredieten ter dekking van de in lid 1, onder a), bedoelde uitgaven ter beschikking via voorschotten op basis van de in een referentieperiode verrichte uitgaven. Totdat deze voorschotten betaald zijn, worden de middelen voor deze uitgaven door de Lid-Staten ter beschikking gesteld naar gelang van de behoeften van hun erkende betaalorganen. 6. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 13."; 2. artikel 5 wordt vervangen door: "Artikel 5 1. De Lid-Staten verstrekken de Commissie op gezette tijden de volgende gegevens die, voor de in artikel 4 bedoelde erkende betaalorganen en coördinerende instanties, betrekking hebben op de door de afdeling Garantie van het Fonds gefinancierde maatregelen: a) aangifte van uitgaven en ramingen van de financiële behoeften; b) jaarrekeningen, vergezeld van de gegevens die nodig zijn voor de goedkeuring daarvan, alsmede van een verklaring inzake de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende rekeningen. 2. Na raadpleging van het Comité van het Fonds a) neemt de Commissie een besluit over de maandelijkse voorschotten op basis van de uitgaven die door de erkende betaalorganen zijn gedaan. De uitgaven in oktober worden gerekend tot de maand oktober indien zij zijn gedaan in de periode van 1 tot en met 15 oktober, en tot de maand november indien zij zijn gedaan in de periode van 16 tot en met 31 oktober. De voorschotten worden aan de Lid-Staat uitbetaald uiterlijk op de derde werkdag van de tweede maand na die waarin de uitgaven zijn gedaan. Er kunnen aanvullende voorschotten worden uitbetaald, waarvan het Comité van het Fonds bij de volgende raadpleging in kennis wordt gesteld; b) keurt de Commissie vóór 30 april van het jaar na het betrokken begrotingsjaar op basis van de in lid 1, onder b), bedoelde gegevens de rekeningen van de betaalorganen goed. Het besluit tot goedkeuring van de rekeningen heeft betrekking op de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende rekeningen. Dit besluit staat het nemen van nadere besluiten overeenkomstig het bepaalde onder c) niet in de weg; c) neemt de Commissie een besluit over de bedragen die moeten worden onttrokken aan de in de artikelen 2 en 3 bedoelde communautaire financiering, wanneer zij constateert dat de desbetreffende uitgaven niet overeenkomstig de communautaire voorschriften zijn verricht. Voordat een besluit tot weigering van financiering wordt genomen, doet de Commissie schriftelijk mededeling van de resultaten van de verificaties, en de betrokken Lid-Staat van zijn antwoorden, waarna beide partijen pogen overeenstemming te bereiken over het daaraan te geven gevolg. Indien overeenstemming uitblijft, kan de Lid-Staat vragen om inleiding van een procedure die de standpunten binnen vier maanden tot elkaar moet brengen; de resultaten daarvan worden neergelegd in een verslag dat aan de Commissie wordt overgemaakt en door deze Instelling wordt bestudeerd voordat een besluit tot weigering van financiering wordt genomen. De Commissie bepaalt de te onttrekken bedragen met name aan de hand van de draagwijdte van de niet met de voorschriften strokende uitvoering. De Commissie houdt daarbij rekening met de aard en de ernst van de overtreding, alsmede met de voor de Gemeenschap ontstane financiële schade. Financiering kan niet worden geweigerd voor uitgaven die meer dan 24 maanden vóór de schriftelijke mededeling door de Commissie van de resultaten van die verificaties aan de betrokken Lid-Staat zijn gedaan. Deze bepaling geldt echter niet voor de financiële gevolgen die moeten worden getrokken: - uit onregelmatigheden in de zin van artikel 8, lid 2, - in verband met nationale steunmaatregelen of inbreuken waartegen de procedure van artikel 93 of 169 van het Verdrag is ingeleid. 3. De uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden volgens de procedure van artikel 13 vastgesteld. Deze bepalingen hebben met name betrekking op de in lid 1 bedoelde verklaring betreffende de rekeningen en op de procedures inzake de in lid 2 bedoelde besluiten."; 3. artikel 5 bis wordt vervangen door: "Artikel 5 bis Teneinde rekening te houden met de moeilijkheden die bepaalde Lid-Staten zouden kunnen ondervinden bij de invoering van de in artikel 4, lid 5, bedoelde regeling, kunnen volgens de procedure van artikel 13 passende maatregelen worden getroffen om de rentelasten geheel of gedeeltelijk door de Gemeenschap te laten dragen."; 4. artikel 8, lid 2, tweede alinea, wordt vervangen door: "De teruggevorderde bedragen worden overgemaakt aan de erkende betaalorganen en worden door deze in mindering gebracht op de door het Fonds gefinancierde uitgaven. De rente over teruggevorderde of te laat gestorte bedragen wordt overgemaakt aan het Fonds."; 5. in artikel 9, lid 2, wordt de eerste zin vervangen door: "2. Onverminderd de door de Lid-Staten overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen verrichte controles, de bepalingen van artikel 188 C van het Verdrag en de krachtens artikel 209, onder c), van het Verdrag georganiseerde controles, krijgen de door de Commissie voor de verificaties ter plaatse gemachtigde functionarissen inzage van de boeken en alle andere documenten, inclusief de op een informatiedrager opgestelde of bewaarde gegevens, betreffende de door het Fonds gefinancierde uitgaven.". Artikel 2 1. Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing met ingang van het begrotingsjaar dat op 16 oktober 1995 begint. 2. De weigeringen van financiering, bedoeld in artikel 5, lid 2, onder c), van Verordening (EEG) nr. 729/70, kunnen niet de uitgaven betreffen die zijn aangegeven uit hoofde van een aan 16 oktober 1992 voorafgaand begrotingsjaar, zulks evenwel onverminderd de goedkeuringsbesluiten voor de aan de inwerkingtreding van deze verordening voorafgaande begrotingsjaren. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 22 mei 1995. Voor de Raad De Voorzitter A. MADELIN (1) PB nr. C 284 van 12. 10. 1994, blz. 1. (2) PB nr. C 89 van 10. 4. 1995. (3) PB nr. C 383 van 31. 12. 1994, blz. 1. (4) PB nr. L 94 van 28. 4. 1970, blz. 13. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2048/88 (PB nr. L 185 van 15. 7. 1988, blz. 1).