Verordening (EG) nr. 478/95 van de Commissie van 1 maart 1995 tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad betreffende de regeling inzake het tariefcontingent voor de invoer van bananen in de Gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1442/93
Publicatieblad Nr. L 049 van 04/03/1995 blz. 0013 - 0017
VERORDENING (EG) Nr. 478/95 VAN DE COMMISSIE van 1 maart 1995 tot vaststelling van aanvullende bepalingen voor de toepassing van Verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad betreffende de regeling inzake het tariefcontingent voor de invoer van bananen in de Gemeenschap en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1442/93 DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 404/93 van de Raad van 13 februari 1993 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector bananen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3290/94 (2), en met name op artikel 20, Overwegende dat een van de tijdens de Uruguay-Ronde van multilaterale handelsbesprekingen gesloten overeenkomsten de kaderovereenkomst betreffende bananen is; dat de regeling inzake het tariefcontingent voor de invoer van deze produkten in de Gemeenschap door deze overeenkomst, die vanaf begin 1995 van toepassing is, wordt gewijzigd; Overwegende dat bij Verordening (EG) nr. 3224/94 van de Commissie (3) voor het eerste kwartaal van 1995 overgangsmaatregelen voor de uitvoering van deze kaderovereenkomst zijn vastgesteld; Overwegende dat de nodige maatregelen voor de uitvoering van voornoemde overeenkomst moeten worden vastgesteld op een grondslag die niet langer een overgangsregeling is; dat bijgevolg Verordening (EEG) nr. 1442/93 van de Commissie (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 439/95 (5), waarbij de uitvoeringsbepalingen van de regeling betreffende de invoer van bananen in de Gemeenschap zijn vastgesteld, dienen te worden gewijzigd; Overwegende dat de kaderovereenkomst een verdeling van het tariefcontingent over bepaalde bananen leverende landen of groepen bananen leverende landen vaststelt en specifieke bepalingen bevat om rekening te houden met gevallen van overmacht die de leveranties van de overeenkomstsluitende landen nadelig kunnen beïnvloeden, en te voorzien in de mogelijkheid om toegewezen hoeveelheden binnen bepaalde grenzen over te dragen; Overwegende dat de bij de overeenkomst toegewezen niet-traditionele ACS-hoeveelheden tussen de Dominicaanse Republiek en de landen die traditionele leveranciers van de Gemeenschap zijn en in het kader van het tariefcontingent voor deze niet-traditionele ACS-hoeveelheden bananen invoeren, dienen te worden verdeeld; Overwegende dat in de kaderovereenkomst is bepaald dat de overeenkomstsluitende landen voor 70 % van de hun toegewezen hoeveelheid uitvoercertificaten mogen afgeven die moeten worden overgelegd om in de Gemeenschap invoercertificaten van de categorieën A en C te verkrijgen, onder voorwaarden die het handelsverkeer regelmatiger en stabieler kunnen maken en elke vorm van behandeling waarbij tussen de marktdeelnemers wordt gediscrimineerd, kunnen uitsluiten; Overwegende dat in regelingen moet worden voorzien om de toepassing van deze specifieke bepalingen en een passend beheer van de regeling inzake de tariefcontingenten te garanderen; dat met name de verplichting moet worden opgelegd om bij de indiening van de certificaataanvraag de oorsprong van de produkten te vermelden en om produkten van dezelfde oorsprong in het vrije verkeer te brengen; dat de marktdeelnemers evenwel de mogelijkheid moet worden geboden om van het gebruik van een invoercertificaat af te zien of om een nieuwe aanvraag, voor een produkt van een andere oorsprong, in te dienen, wanneer voor produkten van een bepaalde oorsprong de afgifte van invoercertificaten wordt beperkt; Overwegende dat moet worden voorzien in de mededeling van de voor het beheer van deze regeling vereiste gegevens; Overwegende dat het Comité van beheer voor bananen geen advies heeft uitgebracht binnen de door de voorzitter bepaalde termijn, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Het tariefcontingent voor de invoer van bananen uit derde landen en van niet-traditionele ACS-bananen, als bedoeld in de artikelen 18 en 19 van Verordening (EEG) nr. 404/93, wordt onderverdeeld in specifieke aandelen die aan de in bijlage I vermelde landen of groepen van landen worden toegewezen zoals in die bijlage is aangegeven. 2. Indien het tariefcontingent op grond van het bepaalde in artikel 18, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 404/93 wordt vergroot, worden de aan de in bijlage I, tabellen 1 en 3, vermelde landen of groepen van landen toegewezen hoeveelheden overeenkomstig de aangegeven verdeling vergroot. Op gezamenlijk verzoek van verscheidene in tabel 1 vermelde landen past evenwel de Commissie voor de vergroting van de aan die landen toegewezen hoeveelheden andere verdelingspercentages toe. Artikel 2 1. Indien een in bijlage I, tabel 1, vermeld bananen leverend land wegens overmacht de hem toegewezen hoeveelheid of een deel daarvan niet naar de Gemeenschap kan uitvoeren, mag het op de markt van de Gemeenschap produkten van oorsprong uit een ander in tabel 1 van genoemde bijlage vermeld land aanvoeren. 2. Indien een van de in bijlage I, tabel 1, vermelde bananen leverende landen de Commissie uiterlijk op 1 oktober meedeelt dat het in het volgende jaar de hem toegewezen hoeveelheid of een deel daarvan niet naar de Gemeenschap zal kunnen uitvoeren, wordt deze hoeveelheid voor dat jaar over de andere in bijlage I, tabellen 1 en 3, vermelde bananen leverende landen verdeeld met inachtneming van de aangegeven verdelingspercentages. Op een gezamenlijk verzoek van verscheidene in tabel 1 vermelde bananen leverende landen past evenwel de Commissie een andere verdeling toe. De gegevens voor de toepassing van dit lid en lid 1 in 1995 moeten uiterlijk op 21 juli 1995 aan de Commissie worden meegedeeld. Artikel 3 1. Aanvragen voor certificaten voor de invoer van goederen van oorsprong uit een land of uit een groep van landen, vermeld in bijlage I, zijn slechts ontvankelijk indien: a) in vak 8 van de aanvraag het land van oorsprong is vermeld; voor produkten van oorsprong uit de in bijlage I, tabel 3, vermelde landen moet in vak 8 zijn vermeld: "Verordening (EG) nr. 478/95, bijlage I-3, "andere"; voor produkten van oorsprong uit andere ACS-landen dan die welke zijn vermeld in tabel 2, moet in voornoemd vak zijn vermeld: "Verordening (EG) nr. 478/95, bijlage I-2, andere ACS-Staten""; b) zij betrekking hebben op een hoeveelheid die niet groter is dan de beschikbare hoeveelheid, die periodiek vóór het begin van de termijn voor het indienen van de aanvragen wordt bekendgemaakt. 2. Voor produkten van oorsprong uit Colombia, Costa Rica of Nicaragua kan bovendien aan aanvragen voor een invoercertificaat van de categorieën A en C, als bedoeld in artikel 9, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 1442/93, slechts gevolg worden gegeven wanneer deze vergezeld gaan van een door de in bijlage II genoemde gemachtigde autoriteiten afgegeven, nog geldig uitvoercertificaat voor ten minste de gevraagde hoeveelheid. De Commissie draagt zorg voor de bijwerking van laatstgenoemde bijlage. In de aanvraag voor het invoercertificaat worden in vak nr. 20 het nummer van het uitvoercertificaat, alsmede de datum van de afgifte ervan en de totale hoeveelheid produkten waarvoor het is afgegeven, vermeld. 3. Het in lid 2 bedoelde uitvoercertificaat wordt bij de afgifte van het eerste invoercertificaat bewaard door de bevoegde nationale autoriteit. Deze autoriteit boekt op de achterzijde van het uitvoercertificaat de hoeveelheden af waarvoor, al naar gelang van het geval, een of meer invoercertificaten in de Gemeenschap zijn afgegeven, in voorkomend geval op basis van door de overeenkomstige autoriteiten in de andere Lid-Staten meegedeelde gegevens. 4. Op het invoercertificaat worden de in de leden 1 en 2 vermelde aanduidingen aangebracht; het invoercertificaat verplicht tot invoer uit het in vak nr. 8 vermelde land of, indien het "andere ACS-Staten" en/of een "andere" oorsprong zoals bedoeld in bijlage I, tabellen 2 en 3, betreft, uit de betrokken groep van landen. Artikel 4 1. Wanneer ter uitvoering van artikel 9, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 1442/93, zoals gewijzigd bij deze verordening, voor een bepaalde oorsprong een verminderingscoëfficiënt wordt vastgesteld, kan de marktdeelnemer die een aanvraag voor een invoercertificaat voor de betrokken oorsprong heeft ingediend: a) afzien van het gebruik van het certificaat door zulks, binnen vijf werkdagen na de bekendmaking van de verordening tot vaststelling van de verminderingscoëfficiënt, aan de voor de afgifte van certificaten bevoegde nationale autoriteit te melden; in dat geval wordt onverwijld de voor het certificaat gestelde zekerheid vrijgegeven; b) voor een hoeveelheid die ten hoogste gelijk is aan de niet door het afgegeven certificaat gedekte hoeveelheid, een of meer nieuwe certificaataanvragen indienen voor een oorsprong waarvoor geen enkele verminderingscoëfficiënt geldt. Deze aanvraag moet worden ingediend binnen de onder a) vermelde termijn, met inachtneming van alle voorwaarden die voor de indiening van een dergelijke aanvraag gelden. 2. De bevoegde nationale autoriteiten doen de Commissie, binnen drie werkdagen na het verstrijken van de in lid 1, onder a), bepaalde termijn, mededeling van de nieuwe aanvragen voor invoercertificaten die op grond van het bepaalde in lid 1 overeenkomstig artikel 10, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1442/93, zoals gewijzigd bij deze verordening, zijn ingediend. 3. De Commissie bepaalt onverwijld voor welke hoeveelheden certificaten voor de betrokken oorsprong kunnen worden afgegeven. De certificaten worden onverwijld door de bevoegde autoriteiten afgegeven en gelden voor de in artikel 11, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1442/93 bepaalde termijn. Artikel 5 Bij toepassing van artikel 2, lid 2, kan met name worden besloten dat - de invoercertificaten waarvan de geldigheidsduur nog niet is verstreken of de certificaataanvragen waarin als oorsprong het bananen leverend land is vermeld waarvoor overmacht kan worden aangevoerd, mogen worden gebruikt, respectievelijk worden afgegeven, om de produkten van oorsprong uit een of meer van de in bijlage I, tabel 1, vermelde landen in het vrije verkeer te brengen; - uitvoercertificaten die zijn afgegeven door het door overmacht getroffen bananen leverend land mogen worden overgelegd ter staving van invoercertificaataanvragen voor produkten van oorsprong uit een of meer van de in bijlage I, tabel 1, bedoelde landen. Artikel 6 Om in het kader van het tariefcontingent en onder de daaraan verbonden voorwaarden bananen in de Gemeenschap in het vrije verkeer te mogen brengen, dient een certificaat van oorsprong te worden overgelegd. Artikel 7 Verordening (EEG) nr. 1442/93 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: a) Lid 1 komt te luiden: "1. In het licht van de gegevens en prognoses betreffende de communautaire markt en op basis van de geraamde balans zoals bedoeld in artikel 16 van Verordening (EEG) nr. 404/93, worden voor de afgifte van invoercertificaten voor elk kwartaal indicatieve hoeveelheden vastgesteld, eventueel uitgedrukt in een percentage van de aan de verschillende landen of groepen van landen zoals vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 478/95, toegewezen aandelen, of van de nog beschikbare hoeveelheden van deze aandelen.". b) Lid 3 komt te luiden: "3. Indien voor een bepaald kwartaal en voor een bepaalde oorsprong, al naar gelang van het geval een land of een groep van landen zoals vermeld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 478/95, de hoeveelheden waarvoor door een of meer categorieën marktdeelnemers invoercertificaataanvragen zijn ingediend, de vastgestelde indicatieve hoeveelheden aanzienlijk overtreffen, wordt vóór de toepassing van lid 5 een op alle aanvragen toe te passen verminderingspercentage vastgesteld. Deze vermindering wordt evenwel niet toegepast voor aanvragen die betrekking hebben op een hoeveelheid van niet meer dan 150 ton. Indien de hoeveelheden waarvoor invoercertificaataanvragen zijn ingediend, de voor een bepaalde oorsprong beschikbare hoeveelheden overschrijden, stelt de Commissie een verminderingspercentage vast dat vóór de toepassing van lid 5 op alle aanvragen moet worden toegepast." 2. Artikel 10, lid 1, komt te luiden: "1. De Lid-Staten delen de Commissie binnen twee werkdagen na het verstrijken van de in artikel 9, lid 2, voor de indiening van de aanvragen vastgestelde termijn voor elke van de categorieën A, B en C, zoals omschreven in artikel 2, de hoeveelheden mede waarvoor een invoercertificaataanvraag is ingediend waarbij deze op de volgende wijze worden vermeld: a) de certificaataanvragen van categorie A, onderverdeeld naar oorsprong overeenkomstig de tabellen in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 478/95; b) de certificaataanvragen van categorie B, onderverdeeld naar oorsprong overeenkomstig de tabellen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 478/95; c) de certificaataanvragen van categorie C , onderverdeeld naar oorsprong; d) de certificaataanvragen die betrekking hebben op hoeveelheden van niet meer dan 150 ton.". 3. Aan artikel 21 wordt het volgende streepje toegevoegd: "- elk kwartaal, uiterlijk 15 dagen na de afgifte van de certificaten, de certificaataanvragen (met nauwkeurige vermelding van de hoeveelheden en de oorsprong) van het gebruik waarvan op grond van het bepaalde in artikel 4, lid 1, onder a), van Verordening (EG) nr. 478/95 is afgezien". Artikel 8 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 1 maart 1995. Voor de Commissie Franz FISCHLER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 47 van 25. 2. 1993, blz. 1. (2) PB nr. L 349 van 31. 12. 1994, blz. 105. (3) PB nr. L 337 van 24. 12. 1994, blz. 72. (4) PB nr. L 142 van 12. 6. 1993, blz. 6. (5) PB nr. L 45 van 1. 3. 1995, blz. 35. BIJLAGE I Tabel 1 "" ID="1">Colombia> ID="2">21,0 %"> ID="1">Costa Rica> ID="2">23,4 %"> ID="1">Nicaragua> ID="2">3,0 %"> ID="1">Venezuela> ID="2">2,0 %"> Tabel 2 "(in ton)"" ID="1">Niet-traditionele ACS-bananen"> ID="1">Dominicaanse Republiek> ID="2">55 000"> ID="1">Belize> ID="2">15 000"> ID="1">Ivoorkust> ID="2">7 500"> ID="1">Kameroen> ID="2">7 500"> ID="1">Overige ACS-Staten> ID="2">5 000"> Tabel 3 "(in ton)"" ID="1">Overige> ID="2">50,6 % - 90 000"> BIJLAGE II Gegevens betreffende de autoriteiten of diensten die gemachtigd zijn uitvoercertificaten af te geven COLOMBIA INCOMEX Instituto Colombiano de Comercio Exterior Edificio Centro de Comercio Internacional Calle 28 no 13A 15/53 Santa Fe de Bogotá COSTA RICA Corporación Bananera SA Apartado 6504-1000 San José NICARAGUA Ministerio de Economía y Desarrollo Dirección de Comercio Exterior Kilómetro 3 1/2 Carretera a Masaya Edificio el Cortijo Managua