31995R0150

Verordening (EG) nr. 150/95 van de Raad van 23 januari 1995 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3813/92 betreffende de rekeneenheid en de omrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast

Publicatieblad Nr. L 022 van 31/01/1995 blz. 0001 - 0004


VERORDENING (EG) Nr. 150/95 VAN DE RAAD van 23 januari 1995 houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 3813/92 betreffende de rekeneenheid en de omrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 42 en 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Parlement (2),

Overwegende dat artikel 13, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3813/92 (3) bepaalt dat de werking van het begin 1993 ingevoerde agromonetaire stelsel vóór 1 januari 1995 door de Raad wordt onderzocht; dat op het niveau van de Gemeenschap maatregelen moeten worden genomen voor uniforme toepassing van genoemd stelsel in alle Lid-Staten om zodoende distorsies van monetaire aard bij de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid te voorkomen;

Overwegende dat het besluit van 2 augustus 1993 waarbij de drempels waarbij de deelnemers aan het wisselkoersmechanisme van het Europees Monetair Stelsel interveniëren, zijn verhoogd tot 15 %, tot gevolg heeft dat uit agromonetair oogpunt de valuta's van alle Lid-Staten worden beschouwd als zwevende valuta's; dat derhalve het niveau van de in artikel 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 3813/92 bedoelde correctiefactor nu vastligt op 1,207509;

Overwegende dat de correctiefactor die gekoppeld is aan de vaste valuta's, vervalt op grond van artikel 13, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3813/92; dat de in ecu vastgestelde prijzen en bedragen dienovereenkomstig moeten worden aangepast, zodat het niveau daarvan in nationale valuta niet verandert;

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 3180/78 van de Raad van 18 december 1978 tot wijziging van de waarde van de rekeneenheid die wordt gebruikt door het Europees Fonds voor monetaire samenwerking (4) is ingetrokken en vervangen door Verordening (EG) nr. 3320/94 van de Raad van 22 december 1994 betreffende de codificatie van de bestaande communautaire wetgeving inzake de definitie van de ecu na de inwerkingtreding van het Verdrag betreffende de Europese Unie (5);

Overwegende dat het nuttig is voor de valuta's van Lid-Staten die later tot de Europese Unie toetreden, de beginwaarde van de landbouwomrekeningskoers vast te stellen;

Overwegende dat, gezien de afschaffing van de correctiefactor, toepassing voor het landbouwstructuurbeleid van een specifieke landbouwomrekeningskoers als bedoeld in artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3813/92 kan worden vermeden;

Overwegende dat bij Verordening (EG) nr. 3528/93 (6) tijdelijk, dat wil zeggen tot en met 31 december 1994, de franchise voor de aanpassing van de landbouwomrekeningskoersen, die oorspronkelijk bestond uit een symmetrisch samengestelde, smalle en vaste marge van 2 tot +2 punten, is vervangen door een asymmetrisch opgebouwde, bredere marge die verschuifbaar is tussen 2 en +3 punten enerzijds en 0 en +5 punten anderzijds; dat de geldigheidsduur van deze bepalingen bij Verordening (EG) nr. 3311/94 (7) met een maand is verlengd; dat, als met ingang van 1 februari 1995 de oorspronkelijke franchise wordt toegepast, zulks vanwege de monetaire schommelingen die nog mogelijk blijven in het kader van het wisselkoersmechanisme van het Europees Monetair Stelsel tot een gebrek aan stabiliteit kan leiden dat ongunstig uitwerkt op de landbouwomrekeningskoersen;

Overwegende dat het, gezien het effect van de verlagingen van de landbouwomrekeningskoersen op het inkomen van de landbouwers, nodig is dat een bevestiging wordt geconstateerd van de monetaire tendenzen die tot deze verlagingen leiden;

Overwegende dat de mogelijkheden voor vaststelling vooraf van de landbouwomrekeningskoersen waarin is voorzien in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 3813/92 kunnen worden uitgebreid tot de hele periode waarvoor het betrokken bedrag in ecu geldt, voor zover de afwijking ten opzichte van de monetaire ontwikkeling van beperkte omvang blijft;

Overwegende dat de mogelijkheid tot toepassing van in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 3813/92 bedoelde compensatiemaatregelen beperkt moet worden tot gevallen waarin de landbouwomrekeningskoersen aanzienlijk worden verlaagd; dat die aanzienlijke verlagingen moeten worden gedefinieerd in verhouding tot de omvang van en het tijdsverloop sinds de eerdere verhogingen van de landbouwomrekeningskoersen;

Overwegende dat, bij een dreigende aanzienlijke verlaging van de landbouwomrekeningskoersen op grond van de feitelijke omstandigheden, de Raad een beslissing moet nemen over de aard en de omvang van passende tijdelijke maatregelen;

Overwegende dat deze verordening moet worden toegepast met ingang van 1 februari 1995, vanaf het verstrijken van de geldigheidsduur van de regels met betrekking tot de correctiefactor en de verbrede franchise,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 3813/92 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a) letter b) wordt vervangen door:

"b) "representatieve marktkoers":

het gemiddelde van de wisselkoersen van de ecu voor de valuta dat is geconstateerd gedurende een volgens de procedure van artikel 12 bepaalde referentieperiode van hoogstens één maand;";

b) de letters c) en d) worden geschrapt en de letters e) en f) worden respectievelijk c) en d);

c) de volgende letter wordt toegevoegd:

"e) "aanzienlijke verlaging van de landbouwomrekeningskoers": een verlaging van de meest recente toepasselijke landbouwomrekeningskoers die, in absolute waarde, groter is dan elk van de verschillen tussen deze koers en de laagste landbouwomrekeningskoersen die van toepassing waren tijdens

- de laatste twaalf maanden, en

- de periode van meer dan twaalf, maar niet meer dan 24 maanden geleden, en

- de periode van meer van 24, maar niet meer dan 36 maanden geleden.

De in het tweede en derde streepje bedoelde verschillen worden respectievelijk voor 2/3 en 1/3 van hun waarde in aanmerking genomen.".

2. In artikel 2, lid 1, wordt de verwijzing naar Verordening (EEG) nr. 3180/78 vervangen door een verwijzing naar Verordening (EEG) nr. 3320/94.

3. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a) Lid 1 wordt vervangen door:

"1. Onverminderd de in de leden 2 en 3 bedoelde afwijkingen wordt de landbouwomrekeningskoers door de Commissie vastgesteld aan de hand van de representatieve marktkoers en overeenkomstig artikel 4.

De met ingang van 1 februari 1995 toe te passen landbouwomrekeningskoers is gelijk aan de voor die datum overeenkomstig de op 31 januari 1995 geldende regels bepaalde koers, gedeeld door 1,207509.

Voor de nationale valuta van een nieuwe Lid-Staat is de beginwaarde van de landbouwomrekeningskoers gelijk aan de representatieve marktkoers die overeenkomstig artikel 1, onder b), is vastgesteld voor de laatste referentieperiode vóór de datum waarop deze verordening voor het eerst voor de betrokken valuta van toepassing wordt.";

b) lid 2 wordt geschrapt;

c) lid 3 wordt als volgt gelezen: "Volgens de procedure van artikel 12 kan, respectievelijk kunnen, een specifieke landbouwomrekeningskoers worden . . . ." (rest ongewijzigd);

d) de leden 3 en 4 worden respectievelijk de leden 2 en 3.

4. De artikelen 4 en 4 bis worden vervangen door:

"Artikel 4

1. De landbouwomrekeningskoers voor een valuta wordt gewijzigd wanneer:

a) bij een positieve monetaire afwijking, deze afwijking aan het einde van de referentieperiode groter is dan de in lid 4 bedoelde franchise;

b) bij een negatieve monetaire afwijking,

- de absolute waarde van deze afwijking groter is dan 2 punten, of

- de absolute waarde van het verschil tussen deze monetaire afwijking en die van een andere valuta groter is dan de in lid 4 bedoelde franchise.

Onverminderd het bepaalde in lid 5 wordt echter, wanneer de landbouwomrekeningskoers op grond van de gegevens uit één enkele referentieperiode zou moeten worden verlaagd, het bepaalde in de eerste alinea voor de betrokken valuta niet toegepast en evenmin voor de valuta's die uitsluitend ten opzichte van deze valuta in de in onder b) van genoemde alinea bedoelde situatie verkeren.

2. In het in lid 1 bedoelde geval wordt de nieuwe landbouwomrekeningskoers bepaald door de absolute waarde van de betrokken monetaire afwijking te halveren.

3. Het bepaalde in lid 1 wordt, afhankelijk van de overeenkomstig lid 2 berekende landbouwomrekeningskoersen, voor dezelfde periode nogmaals toegepast, eventueel te beginnen met de verlaging van de positieve monetaire afwijkingen.

4. De franchise bedraagt 5 punten. De franchise tussen twee specifieke valuta's kan echter volgens de procedure van artikel 11, lid 1, worden verlaagd om distorsie van het handelsverkeer te voorkomen.

5. Als de toepassing van lid 1 zou leiden tot een aanzienlijke verlaging van de landbouwomrekeningskoers van een valuta, wordt de toepassing van die bepalingen voor de betrokken valuta uitgesteld, zo nodig voor ten hoogste vier extra opeenvolgende referentieperiodes.".

5. In artikel 5, lid 2, worden de woorden "Gelet op de correctiefactor" geschrapt.

6. Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

a) De tweede alinea van lid 1 wordt geschrapt;

b) het volgende lid wordt toegevoegd:

"2bis. Voor de vooraf vastgestelde bedragen in ecu en voor de bedragen die in ecu zijn vastgesteld na een inschrijving, kan de landbouwomrekeningskoers vooraf worden vastgesteld.

In dat geval is de landbouwomrekeningskoers de koers van de datum waarop die landbouwomrekeningskoers vooraf is vastgesteld, respectievelijk van de sluitingsdatum van de inschrijving. De betrokken landbouwomrekeningskoers wordt echter aangepast als hij meer dan 4 % verschilt van de landbouwomrekeningskoers die zou zijn toegepast zonder vaststelling vooraf.

De geldigheidsduur van de vaststelling vooraf van de landbouwomrekeningskoers is gelijk aan die van de vaststelling vooraf van het betrokken bedrag in ecu of van de offertetoewijzing.".

7. Artikel 8 wordt vervangen door:

"Artikel 8

1. De Lid-Staten mogen gedurende drie jaar aan de landbouwers compenserende steun toekennen wanneer de gemiddelde landbouwomrekeningskoers over de afgelopen twaalf maanden aanzienlijk lager is dan de gemiddelde landbouwomrekeningskoers over de twaalf daaraan voorafgaande maanden.

Het bedrag dat wordt toegekend voor het tweede en derde jaar moet ten opzichte van het bedrag voor het voorgaande jaar worden verminderd met ten minste één derde van het bedrag dat is toegekend voor het eerste jaar.

2. Voor het in lid 1 bedoelde geval geldt het volgende:

- de periodes die in aanmerking worden genomen voor het toekennen van steun mogen niet in aanmerking worden genomen voor het toekennen van nieuwe steun;

- de definitie van een aanzienlijke verlaging van de gemiddelde landbouwomrekeningskoers wordt volgens de procedure van artikel 12 vastgesteld naar analogie van het bepaalde in artikel 1, onder e);

- de compenserende steun mag niet worden toegekend in de vorm van een aan de produktie gebonden bedrag, tenzij aan de produktie voor een welbepaalde en voorbije periode; de steun mag niet gericht zijn op een bepaalde produktie of een verplichting tot produktie inhouden;

- het bedrag van de steun voor het eerste jaar wordt vastgesteld op basis van de daling van het gemiddelde landbouwinkomen in de betrokken Lid-Staat als gevolg van de verlaging van de landbouwomrekeningskoers;

- als de gemiddelde koers op grond waarvan de steun is toegekend lager is dan het gemiddelde van de landbouwomrekeningskoersen die later gedurende twaalf opeenvolgende maanden van toepassing zijn, wordt de steun voor de jaarperiodes die ingaan na deze twaalf maanden, geannuleerd of verlaagd volgens de procedure van artikel 12;

- de Raad stelt, op voorstel van de Commissie, mits de minimumgrenzen zijn bereikt, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de maximumbedragen vast van de steun die per jaar mag worden toegekend.

3. De bijdrage van de Gemeenschap in de financiering van de compenserende steun bedraagt:

- 75 % van de werkelijk toegekende bedragen voor landbouwers in regio's die onder doelstelling 1 van artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2052/88 of doelstelling 6 van Protocol nr. 6 bij de Toetredingsakte van 1994 vallen;

- 50 % van de werkelijk toegekende bedragen in de overige gevallen.

Wat de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid betreft, wordt deze bijdrage beschouwd als een onderdeel van de interventiemaatregelen ter regulering van de landbouwmarkt.".

8. Artikel 9 wordt vervangen door:

"Artikel 9

In geval van een aanzienlijke revaluatie stelt de Raad, op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, alle nodige maatregelen vast die, in de eerste plaats om te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de GATT en de begrotingsdiscipline, afwijkende bepalingen kunnen behelzen van de voorschriften van deze verordening betreffende:

- steun

- afbraak van de monetaire afwijkingen; deze afwijkende bepalingen mogen echter niet leiden tot verruiming van de franchise".

9. Artikel 13, lid 2, wordt vervangen door:

"2. De prijzen en bedragen in ecu op de tegenwaarde in nationale valuta waarvan op 31 januari 1995 de correctiefactor 1,207509 wordt toegepast, worden met genoemde factor vermenigvuldigd bij de eerste toepassing, met ingang van 1 februari 1995, van een landbouwomrekeningskoers die met ingang van die datum is vastgesteld. Onverminderd artikel 6, lid 2 bis, blijven de vóór 1 februari 1995 vooraf vastgestelde landbouwomrekeningskoersen en de in ecu uitgedrukte bedragen waarop zij betrekking hebben, onveranderd.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 februari 1995.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 23 januari 1995.

Voor de Raad

De Voorzitter

J. PUECH

(1) PB nr. C 360 van 17. 12. 1994, blz. 17.

(2) Advies uitgebracht op 20 januari 1995 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).

(3) PB nr. L 387 van 31. 12. 1992, blz. 1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3528/93 (PB nr. L 320 van 22. 12. 1993, blz. 32).

(4) PB nr. L 379 van 30. 12. 1978, blz. 1.

(5) PB nr. L 350 van 31. 12. 1994, blz. 27.

(6) PB nr. L 320 van 22. 12. 1993, blz. 32.

(7) PB nr. L 350 van 31. 12. 1994, blz. 1.