95/465/EGKS: Beschikking van de Commissie van 19 juli 1995 tot goedkeuring van de steunmaatregelen van Frankrijk ten behoeve van de kolenindustrie voor het jaar 1994 (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek) (Voor de EER relevante tekst)
Publicatieblad Nr. L 267 van 09/11/1995 blz. 0046 - 0048
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 19 juli 1995 tot goedkeuring van de steunmaatregelen van Frankrijk ten behoeve van de kolenindustrie voor het jaar 1994 (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek) (Voor de EER relevante tekst) (95/465/EGKS) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, Gelet op Beschikking nr. 3632/93/EGKS van de Commissie van 28 december 1993 tot vaststelling van een communautaire regeling voor de steunmaatregelen van de Lid-Staten ten behoeve van de kolenindustrie (1), inzonderheid op artikel 2, lid 1, en op artikel 9, Overwegende hetgeen volgt: I Bij brief van 2 mei 1994 heeft Frankrijk de Commissie overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Beschikking nr. 3632/93/EGKS in kennis gesteld van de steunmaatregelen die Frankrijk voornemens was voor het jaar 1994 ten behoeve van de kolenindustrie te treffen. In zijn kennisgeving heeft Frankrijk de Commissie medegedeeld dat het evenwel niet in staat was de plannen voor buitenbedrijfstelling overeenkomstig artikel 8 van de beschikking bij de Commissie in te dienen, aangezien de ontwikkeling van de Franse steenkoolindustrie nog vóór de goedkeuring ervan door de overheid binnen de onderneming Charbonnages de France en door de sociale partners besproken werd. Op 9 december 1994 heeft Frankrijk kennis gegeven van de hoofdlijnen van het plan voor buitenbedrijfstelling van zijn steenkoolindustrie. Bij brief van 25 april 1995 heeft Frankrijk aanvullende informatie verstrekt. Overeenkomstig Beschikking nr. 3632/93/EGKS: - brengt de Commissie advies uit over de verenigbaarheid van het plan voor buitenbedrijfstelling van de steenkoolindustrie met de algemene en specifieke doelstellingen van de beschikking; - stelt zij voor het jaar 1994 de volgende financiële maatregelen vast: - 1 962 miljoen Ffr. steun voor buitenbedrijfstelling ter dekking van de exploitatieverliezen; - 15 miljoen Ffr. steun voor onderzoek en ontwikkeling; - 4 032 miljoen Ffr. steun ter dekking van de buitengewone lasten. De door Frankrijk voorgestelde financiële steunmaatregelen ten behoeve van de kolenindustrie beantwoorden aan de bepalingen van artikel 1 van Beschikking nr. 3632/93/EGKS en moeten door de Commissie worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 9; de Commissie neemt met name een besluit op grond van de in artikel 2 vermelde algemene doelstellingen en criteria en de in de artikelen 4, 5 en 6 van genoemde beschikking vastgestelde specifieke criteria. In haar onderzoek evalueert de Commissie overeenkomstig artikel 9, lid 6, van genoemde beschikking of de maatregelen in overeenstemming zijn met de voorgelegde plannen. II Het door Frankrijk medegedeelde buitenbedrijfstellingsplan voor de steenkoolindustrie moet worden getoetst aan de in artikel 2, lid 1, bepaalde algemene doelstellingen en criteria en de in artikel 4 van Beschikking nr. 3632/93/EGKS vastgestelde specifieke criteria en doelstellingen. De Franse autoriteiten, die zich bewust zijn van de economische en sociale weerslag van de toepassing van Beschikking nr. 3632/93/EGKS, zijn vanuit de zorg voor transparantie en overleg met alle partners uit de kolensector een breed opgezet algemeen debat begonnen. Hieruit is een gemeenschappelijke visie op de toekomst van de kolensector in Frankrijk gegroeid, waarna uiteindelijk door de onderneming Charbonnages de France en de vakbonden een nationaal "kolenpact" is opgesteld en ondertekend. Het pact voorziet in de geleidelijke stopzetting van de kolenwinning tegen het jaar 2005. Gezien de acute sociale en regionale problemen hebben de Franse autoriteiten zich niet kunnen houden aan de bij Beschikking nr. 3632/93/EGKS vastgestelde termijn voor de afronding van het sluitingsplan, namelijk het kolenjaar 2002. De spreiding van de sluitingen over een periode van tien jaar zou verlichting moeten kunnen brengen van de sociale en regionale problemen, die bijzonder voelbaar zijn in streken die reeds sedert tal van jaren door de herstructurering van de steenkoolindustrie worden getroffen. Door de spreiding zou namelijk in de periode tot 2005 een maximaal aantal werknemers van op leeftijfd gebaseerde maatregelen kunnen profiteren. Over de precieze wijze waarop van die maatregelen gebruik zal worden gemaakt, zijn de onderscheiden ondertekenaars van het "kolenpact" nog steeds met elkaar in gesprek. Het buitenbedrijfstellingsplan heeft betrekking op de twee bekkens waar thans nog kolen worden gewonnen, namelijk het bekken van Lotharingen en dat van Centre-Midi. Het bekken van Lotharingen zou sluiten nadat de beschikking reeds is afgelopen, namelijk tegen het jaar 2005. Gezien de sociaal-economische context van de regio Moselle-Est lijkt het noodzakelijk dat de mijnexploitatie nog voor zolang wordt voortgezet. Overeenkomstig de specifieke doelstellingen van artikel 4 zijn de steunmaatregelen ter dekking van de produktiekosten over de periode 1994-1995 onderdeel van een plan voor een geleidelijke, ononderbroken buitenbedrijfstelling, waardoor de produktie van 7,2 miljoen ton in 1994 tot ongeveer 3,5 miljoen ton in 2002 zou moeten dalen en het aantal arbeidsplaatsen over dezelfde periode met ongeveer 6 000 zou afnemen. In het bekken Centre-Midi, waar de sociale en regionale problemen zich al even sterk doen gevoelen, zou de produktie van 1 miljoen ton in 1994 tot minder dan 500 000 ton in 2002 moeten dalen. De door Frankrijk medegedeelde buitenbedrijfstellingsplannen beantwoorden dan ook aan de bepalingen van artikel 2, lid 1, tweede streepje, van de beschikking, namelijk dat zij bijdragen tot het oplossen van de sociale en regionale problemen die uit de gehele of gedeeltelijke buitenbedrijfstelling van produktie-eenheden voortvloeien. Bijgevolg zijn de door Frankrijk voorgelegde plannen in overeenstemming met de bij de beschikking vastgestelde doelstellingen en criteria. III Met de 1 962 miljoen Ffr. die Frankrijk voornemens is op grond van artikel 4 van Beschikking nr. 3632/93/EGKS aan de steenkoolindustrie toe te kennen, beoogt het de exploitatieverliezen van de onderneming Charbonnages de France gedeeltelijk te compenseren. Die steun is onderdeel van het buitenbedrijfstellingsplan van de onderneming, die in 2005 haar activiteiten volledig zou moeten beëindigen. Gelet op de buitengewone sociale en regionale gevolgen die uit de buitenbedrijfstelling van de onderneming voortvloeien, besloot de Franse regering in overeenstemming met de sociale partners de sluitingen te spreiden over de periode tot 2005. Overeenkomstig artikel 3, lid 1, van de beschikking heeft de Commissie voor het kolenjaar 1994 nagegaan of de aangemelde steun per ton voor elke produktie-eenheid niet meer bedraagt dan het verschil tussen de produktiekosten en de te verwachten inkomsten. Overeenkomstig artikel 2, lid 1, tweede streepje, draagt die steun bij tot het oplossen van de sociale en regionale problemen die uit de gehele of gedeeltelijke buitenbedrijfstelling van produktie-eenheden voortvloeien. Bijgevolg en op basis van de door Frankrijk verstrekte informatie is de voor het jaar 1994 vastgestelde steun verenigbaar met de doelstellingen van Beschikking nr. 3632/93/EGKS en met de goede werking van de gemeenschappelijke markt. IV Het bedrag van 15 miljoen Ffr. dat Frankrijk voornemens is aan de onderneming Charbonnages de France toe te kennen op grond van artikel 6 van de beschikking dient om de inspanningen voor onderzoek en ontwikkeling van de onderneming te ondersteunen. De steun, 16 % van de totale, door de onderneming aan onderzoek en ontwikkeling gewijde uitgaven, heeft wat de mijnbouw betreft voornamelijk betrekking op de verdere verbetering van het rendement van de winning, de verbetering van de veiligheid en de arbeidsomstandigheden (met name door onderzoeksactiviteiten op het vlak van ergonomie, ventilatie en beveiliging tegen mijngas), de uitbreiding van de mogelijkheden van afstandsbediening, afstandsbewaking en teledatatransmissie, milieubescherming alsmede, wat steenkoolgebruik betreft, het gedrag van steenkool, de toepassingsmogelijkheden voor kolenas, de analyse van vervuilende gassen en de ontwikkeling van wervelbedverbranding. Dank zij die steun, die, wat de mijnbouw betreft, tot een verbetering van de mijnbouwtechnologie en dus tot een verlaging van de produktiekosten bijdraagt, wordt een bepaalde mate van degressiviteit van de steunmaatregelen mogelijk gemaakt. Bij haar onderzoek van de steunmaatregelen heeft de Commissie zich ervan overtuigd dat de communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor onderzoek en ontwikkeling in acht is genomen. Gezien het bovenstaande en op basis van de door Frankrijk verstrekte informatie is de voor het jaar 1994 vastgestelde steun verenigbaar met de doelstellingen van Beschikking nr. 3632/93/EGKS en met de goede werking van de gemeenschappelijke markt. V De 4 032 miljoen Ffr. steun die Frankrijk voornemens is toe te kennen aan zijn steenkoolindustrie dient ter dekking van buitengewone lasten die voortvloeien uit de modernisering, de rationalisering en de herstructurering van de kolenindustrie en die geen verband houden met de lopende produktie (lasten uit het verleden). Overeenkomstig artikel 5 van Beschikking nr. 3632/93/EGKS heeft die steun betrekking op lasten die uitdrukkelijk vermeld worden in de bijlage bij de beschikking, namelijk: - 636 miljoen Ffr. voor betalingen van de sociale uitkeringen die het gevolg zijn van de vervroegde uittreding van werknemers; - 252 miljoen Ffr. voor andere uitzonderlijke uitgaven voor werknemers die als gevolg van herstructureringen en rationaliseringen hun baan hebben verloren; - 64 miljoen Ffr. voor de overblijvende lasten die uit fiscale, wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen voortvloeien; - 147 miljoen Ffr. voor bijkomende werkzaamheden die het gevolg zijn van herstructureringen; - 22 miljoen Ffr. voor schade aan mijnen, voor zover die aan eertijds geëxploiteerde ontginningsgebieden is toe te schrijven; - 44 miljoen Ffr. voor uitzonderlijke intrinsieke waardeverminderingen die uit de herstructurering van de industrie voortvloeien; - 2 867 miljoen Ffr. voor de verhoging van de lasten, die resulteert uit de vermindering, wegens de herstructureringen, van het aantal contribuanten en dus van de bijdragen die, buiten het wettelijke systeem, voor het dekken van de sociale lasten dienen. De steun kan als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt worden beschouwd indien deze niet meer bedraagt dan de kosten. Na verificatie van de verstrekte gegevens stelt de Commissie vast dat die voorwaarde wordt vervuld. Gezien het bovenstaande en op basis van de door Frankrijk verstrekte informatie is de voor het jaar 1994 vastgestelde steun verenigbaar met de doelstellingen van Beschikking nr. 3632/93/EGKS en met de goede werking van de gemeenschappelijke markt. Overeenkomstig artikel 3, lid 1, tweede streepje en artikel 9, leden 2 en 3, van Beschikking nr. 3632/93/EGKS moet de Commissie nagaan of de voor de lopende produktie toegestane steunmaatregelen uitsluitend aan de in de artikelen 4 en 6 van de beschikking vervatte doelstellingen beantwoorden. Daartoe moet zij over de bedragen en de wijze van verdeling van de betalingen worden ingelicht, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 Frankrijk wordt gemachtigd ten behoeve van zijn kolenindustrie voor het jaar 1994 de volgende maatregelen te nemen: - 1 962 miljoen Ffr. steun voor buitenbedrijfstelling ter dekking van de exploitatieverliezen; - 15 miljoen Ffr. steun voor onderzoek en ontwikkeling; - 4 032 miljoen Ffr. steun ter dekking van de uitzonderlijkse lasten. Artikel 2 Frankrijk deelt uiterlijk op 30 september 1995 mede welke steunbedragen op grond van deze beschikking voor het jaar 1994 daadwerkelijk zijn uitgekeerd. Artikel 2 Deze beschikking is gericht tot de Franse Republiek. Gedaan te Brussel, 19 juli 1995. Voor de Commissie Hans VAN DEN BROEK Lid van de Commissie