31995D0460

95/460/EG: Beschikking van de Commissie van 19 oktober 1995 inzake een verzoek om ontheffing dat door de Bondsrepubliek Duitsland is ingediend krachtens artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)

Publicatieblad Nr. L 265 van 08/11/1995 blz. 0039 - 0039


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 19 oktober 1995 inzake een verzoek om ontheffing dat door de Bondsrepubliek Duitsland is ingediend krachtens artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek) (95/460/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 93/81/EEG van de Commissie (2),

Overwegende dat de autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland op grond van artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG een op 5 december 1994 bevestigd verzoek hebben ingediend tot goedkeuring, door de Commissie, van een ontheffing; dat dit verzoek vergezeld ging van een rapport dat de in genoemd artikel 8 voorgeschreven gegevens bevat; dat dit verzoek betrekking heeft op één type gasontladingslichtbron dat moet worden gemonteerd in vier typen koplichten bestemd voor motorvoertuigen;

Overwegende dat de door de autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland verstrekte informatie aantoont dat deze nieuwe typen gasontladingslichtbron en koplicht qua technologie en concept niet aan de eisen van de communautaire regelgeving voldoen; dat de beschrijvingen van de proeven en de resultaten daarvan alsook de met het oog op de verkeersveiligheid getroffen maatregelen voldoende zijn om een veiligheidsniveau te waarborgen dat gelijk is aan dat van de lampen en koplichten die onder de voorschriften van de geldende richtlijnen vallen, met name die van Richtlijn 76/761/EEG van de Raad van 27 juli 1976 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende koplichten van motorvoertuigen voor groot licht en/of dimlicht, alsmede betreffende elektrische gloeilampen voor deze koplichten (3);

Overwegende dat deze nieuwe typen gasontladingslichtbron en koplicht voldoen aan de eisen van de door de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties goedgekeurde Reglementen; dat het op grond van dit feit gerechtvaardigd is toe te staan dat thans reeds aan de typen lampen waarop het verzoek om ontheffing betrekking heeft EG-goedkeuring wordt verleend, mits de voertuigen worden uitgerust met een automatische koplampinsteller, een koplampwissysteem en een systeem dat de lichtsterkte van de grootlichtbundel constant houdt;

Overwegende dat de betreffende richtlijn zal worden gewijzigd teneinde het in de handel brengen van volgens deze nieuwe technologie gemaakte ontladingslampen en met deze lampen uitgeruste koplichten mogelijk te maken;

Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregel in overeenstemming is met het advies dat is uitgebracht door het bij Richtlijn 70/156/EEG opgerichte Comité voor aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van de richtlijnen tot opheffing van de technische handelsbelemmeringen in de sector motorvoertuigen,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De Commissie hecht haar goedkeuring aan het door het verzoek van 5 december 1994 bevestigde verzoek om ontheffing dat op grond van artikel 8, lid 2, onder c), van Richtlijn 70/156/EEG door de Bondsrepubliek Duitsland is ingediend voor één type gasontladingslichtbron dat in vier typen voor motorvoertuigen bestemde koplichten moet worden gemonteerd.

Dit verzoek wordt toegestaan, mits de voertuigen worden uitgerust met een automatische koplampinsteller, een koplampwissysteem en een systeem dat de lichtsterkte van de grootlichtbundel constant houdt.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.

Gedaan te Brussel, 19 oktober 1995.

Voor de Commissie Martin BANGEMANN Lid van de Commissie