31994R3305

VERORDENING (EG) Nr. 3305/94 VAN DE COMMISSIE van 23 december 1994 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 3072/94 van de Raad wat betreft de invoerregeling voor bevroren rundvlees van GN-code 0202 en produkten van GN-code 0206 29 91

Publicatieblad Nr. L 341 van 30/12/1994 blz. 0049 - 0051
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 2 Deel 16 blz. 0083
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 2 Deel 16 blz. 0083


VERORDENING (EG) Nr. 3305/94 VAN DE COMMISSIE van 23 december 1994 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 3072/94 van de Raad wat betreft de invoerregeling voor bevroren rundvlees van GN-code 0202 en produkten van GN-code 0206 29 91

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3072/94 van de Raad van 12 december 1994 betreffende de opening en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor bevroren rundvlees van GN-code 0202 en voor de produkten van GN-code 0206 29 91 (eerste halfjaar 1995) (1), en met name op artikel 3,

Overwegende dat bij Verordening (EG) nr. 3072/94 de wijze van beheer van het communautaire tariefcontingent voor bevroren rundvlees van GN-code 0202 en de produkten van GN-code 0206 29 91 is vastgesteld en dat contingent in twee delen is gesplitst: een deel van 21 200 ton dat wordt verdeeld over de traditionele importeurs en een ander deel van 5 300 ton dat wordt verdeeld over de handelaren die een activiteit op het gebied van de handel in rundvlees met derde landen hebben;

Overwegende dat, om de overgang tussen de regeling die berust op een nationaal beheer en de regeling onder communautair beheer zo soepel mogelijk te laten verlopen en tegelijk rekening te houden met de bijzondere kenmerken van de handel in de betrokken produkten, dient te worden bepaald dat het eerste deel moet worden toegewezen aan, enerzijds, de traditionele importeurs, naar rata van de hoeveelheden die in de jaren 1992, 1993 en 1994 in het kader van contingenten van hetzelfde type zijn ingevoerd, en, anderzijds, aan de importeurs uit de nieuwe Lid-Staten; dat voor de door deze laatste importeurs ingevoerde hoeveelheden voor de bepaling van de referentiehoeveelheden een coëfficiënt moet worden toegepast die overeenkomt met het communautaire niveau van de zogenoemde traditionele GATT-invoer gerelateerd aan de totale invoer van bevroren vlees;

Overwegende dat het dienstig is om, in het kader van een procedure die is gebaseerd op de indiening van aanvragen en de aanvaarding ervan - binnen bepaalde grenzen - door de Commissie, handelaren die de realiteit van hun beroepsactiviteit kunnen aantonen en wier aanvraag betrekking heeft op hoeveelheden van een bepaalde omvang, toegang te geven tot het tweede deel; dat het met het oog op de controle van deze laatste criteria noodzakelijk is dat alle aanvragen worden ingediend in de Lid-Staat waar de importeur, respectievelijk de handelaar is geregistreerd;

Overwegende dat, teneinde speculatie te voorkomen, dient te worden bepaald dat handelaren die per 1 januari 1994 in de sector rundvlees niet meer actief zijn, niet voor het contingent in aanmerking komen;

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 3719/88 van de Commissie (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2346/94 (3), gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwprodukten zijn vastgesteld; dat bij Verordening (EEG) nr. 2377/80 van de Commissie (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1084/94 (5), de bijzondere bepalingen voor de toepassing van het stelsel van invoercertificaten in de sector rundvlees zijn vastgesteld;

Overwegende dat de beperking van het betrokken stelsel tot het eerste halfjaar een vermindering van de termijn voor de invoer met zich brengt; dat deze termijn derhalve bij wijze van overgangsmaatregel met een maand moet worden verlengd;

Overwegende dat het voor een doeltreffend beheer van dit contingent, en met name om bedriegelijke praktijken te kunnen bestrijden, noodzakelijk is dat de gebruikte certificaten aan de bevoegde autoriteiten worden terugbezorgd opdat deze kunnen nagaan of de in de certificaten vermelde hoeveelheden correct zijn; dat daartoe enerzijds de bevoegde autoriteiten een verplichting tot verificatie moet worden opgelegd en anderzijds het bedrag van de zekerheid moet worden bepaald die bij de afgifte van de certificaten moet worden gesteld als garantie voor het gebruik van de certificaten en de teruggave ervan aan de bevoegde autoriteiten;

Overwegende dat dient te worden bepaald dat de Lid-Staten mededeling moeten doen van de gegevens betreffende de betrokken invoerregeling;

Overwegende dat het Comité van beheer voor rundvlees geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Voor de toepassing van artikel 2, onder a), van Verordening (EG) nr. 3072/94 wordt de hoeveelheid van 21 200 ton tussen de importeurs bedoeld onder het eerste streepje en de importeurs bedoeld onder het tweede streepje verdeeld als volgt:

- voor de in artikel 2, onder a), eerste streepje, bedoelde importeurs naar rata van de ingevoerde hoeveelheden, overeenkomstig de Verordeningen (EEG) nr. 3667/91 (6), (EEG) nr. 3392/92 (7) en (EG) nr. 130/94 (8),

- voor de in artikel 2, onder a), tweede streepje, bedoelde importeurs naar rata van de ingevoerde hoeveelheden vermenigvuldigd met de coëfficiënt 0,54.

2. Voor de toepassing van artikel 2, onder b), van Verordening (EG) nr. 3072/94 wordt de hoeveelheid van 5 300 ton gereserveerd:

a) voor de handelaren in de Gemeenschap van Twaalf die kunnen aantonen dat:

- zij in de periode van 1 januari 1993 tot en met 31 december 1994 ten minste 160 ton rundvlees hebben ingevoerd buiten het in de Verordeningen (EEG) nr. 3392/92 en (EEG) nr. 130/94 bedoelde contingent, of

- in dezelfde periode ten minste 300 ton rundvlees naar derde landen hebben uitgevoerd, en

b) voor de handelaren in de nieuwe Lid-Staten die kunnen aantonen dat:

- zij in de periode van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1994, buiten de in lid 1 bedoelde hoeveelheden, een hoeveelheid rundvlees hebben ingevoerd, die, na toepassing van de in dat lid bedoelde coëfficiënt, ten minste gelijk is aan 160 ton, of

- in de periode van 1 juli 1992 tot en met 30 juni 1994 ten minste 300 ton rundvlees naar derde landen hebben uitgevoerd.

In deze verordening worden als rundvlees beschouwd de produkten van de GN-codes 0201 en 0202 en die van GN-code 0206 29 91, en worden de minimumreferentiehoeveelheden uitgedrukt in produktgewicht.

3. De in lid 2 bedoelde hoeveelheid van 5 300 ton wordt omgeslagen naar rata van de door de handelaren gevraagde hoeveelheden.

4. Het bewijs van invoer of uitvoer wordt uitsluitend geleverd aan de hand van het douanedocument waarmee de goederen in het vrije verkeer worden gebracht of van het uitvoerdocument. Met toestemming van de Commissie mogen de nieuwe Lid-Staten evenwel, in voorkomend geval, toestaan dat het bewijs op een andere manier wordt geleverd.

Artikel 2

1. De handelaren die op 1 januari 1995 geen enkele activiteit meer uitoefenden in de rundvleessector komen niet in aanmerking voor de bij deze verordening ingestelde regeling. Bij de indiening van de aanvraag tot deelname verifiëren de Lid-Staten of aan deze bepaling is voldaan.

2. Ondernemingen die zijn gevormd door fusie van ondernemingen die elk rechten hebben krachtens het bepaalde in artikel 1, lid 1, behouden dezelfde rechten als de ondernemingen waaruit zij zijn ontstaan.

Artikel 3

1. De aanvraag tot deelname mag slechts worden ingediend in de Lid-Staat waar de aanvrager is geregistreerd.

2. Voor de toepassing van artikel 1, lid 1, dienen de importeurs uiterlijk op 13 januari 1995 bij de bevoegde autoriteiten de aanvraag tot deelname in, vergezeld van het in artikel 1, lid 4, bedoelde bewijs. Wanneer een belanghebbende meer dan een aanvraag indient, worden al zijn aanvragen afgewezen.

De Lid-Staten doen de Commissie, na verificatie van de ingediende documenten, uiterlijk op 3 februari 1995 de lijst van de in aanmerking komende importeurs toekomen, met vermelding van hun naam, adres en de hoeveelheid in aanmerking komend vlees die zij in de betrokken referentieperiode hebben ingevoerd.

3. Voor de toepassing van artikel 1, lid 2, worden de aanvragen tot deelname, vergezeld van het in artikel 1, lid 4, bedoelde bewijs, uiterlijk op 13 januari 1995 ingediend.

Wanneer een belanghebbende meer dan een aanvraag indient, worden al zijn aanvragen afgewezen.

De aanvraag mag op een totale hoeveelheid van ten hoogste 50 ton bevroren rundvlees (produktgewicht) betrekking hebben.

De Lid-Staten doen de Commissie, na verificatie van de ingediende documenten, uiterlijk op 3 februari 1995 de lijst van de aanvragers en van de gevraagde hoeveelheden toekomen.

Artikel 4

1. De Commissie beslist zo snel mogelijk in hoeverre aan de aanvragen kan worden voldaan.

2. Voor de in artikel 3, lid 3, bedoelde aanvragen wordt, indien de gevraagde hoeveelheden de beschikbare hoeveelheden overschrijden, door de Commissie één percentage vastgesteld waarmee de gevraagde hoeveelheden worden verminderd.

Artikel 5

1. De toegewezen hoeveelheden mogen slechts tegen overlegging van een invoercertificaat worden ingevoerd.

2. De certificaataanvraag kan slechts worden ingediend in de Lid-Staat waar de aanvrager is ingeschreven.

3. Nadat de Commissie tot toewijzing besloten heeft, worden de invoercertificaten, op verzoek van de handelaren die recht op invoer verkregen hebben, zo spoedig mogelijk, gesteld op hun naam, afgegeven.

4. In de certificaataanvraag en in het certificaat worden vermeld:

a) in vak 20, een van de volgende aanduidingen:

- Carne de vacuno congelada [Reglamento (CE) no 3305/94],

- Frosset oksekoed (forordning (EF) nr. 3305/94),

- Gefrorenes Rindfleisch (Verordnung (EG) Nr. 3305/94),

- Katepsygmeno voeio kreas (kanonismos (EK) arith. 3305/94),

- Frozen meat of bovine animals (Regulation (EC) No 3305/94),

- Viande bovine congelée [règlement (CE) no 3305/94],

- Carni bovine congelate [regolamento (CE) n. 3305/94],

- Bevroren rundvlees (Verordening (EG) nr. 3305/94),

- Carne de bovino congelada [Regulamento (CE) nº 3305/94];

b) in vak 8, het land van oorsprong;

c) in vak 24, een van de volgende aanduidingen:

- Exacción reguladora suspendida para . . . (cantidad para la que se haya extendido el certificado) kg,

- Suspension af importafgift for . . . (den maengde licensen er udstedt for) kg,

- Aussetzung der Abschoepfung fuer . . . kg (Menge, fuer die die Lizenz erteilt wurde),

- Anastelletai i eisfora gia . . . chiliogramma (posotita gia tin opoia chorigithike to pistopoiitiko),

- Levy suspended for . . . (quantity for which the licence was issued) kg,

- Prélèvement suspendu pour . . . (quantité pour laquelle le certificat a été délivré) kg,

- Prelievo sospeso per . . . (quantitativo per il quale è stato rilasciato il certificato) kg,

- Heffing geschorst voor . . . (hoeveelheid waarvoor het certificaat is afgegeven) kg,

- Direito nivelador suspenso para . . . kg (quantidade para a qual foi emitido o certificado);

d) in vak 16, een van de onderstaande paren GN-codes:

- 0202 10 00, 0202 20,

- 0202 30, 0206 29 91.

5. In afwijking van artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3719/88 worden de overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad (9) vastgestelde heffing en het recht van het gemeenschappelijk douanetarief van 20 % toegepast op alle hoeveelheden die de in het invoercertificaat vermelde hoeveelheden overschrijden.

Artikel 6

Voor de toepassing van de in Verordening (EG) nr. 3072/94 bedoelde regeling mag het bevroren vlees in het douanegebied van de Gemeenschap slechts worden binnengebracht voor zover is voldaan aan de in artikel 17, lid 2, onder f), van Richtlijn 72/462/EEG van de Raad (10) genoemde voorwaarden.

Artikel 7

1. De Verordeningen (EEG) nr. 2377/80 en (EEG) nr. 3719/88 zijn van toepassing onder voorbehoud van het bepaalde in deze verordening.

2. De geldigheidsduur van de in het kader van deze verordening afgegeven invoercertificaten loopt tot en met 31 juli 1995.

3. De zekerheid voor de invoercertificaten wordt vastgesteld op 30 ecu per 100 kg nettogewicht. Zij wordt gesteld bij de afgifte van het certificaat.

4. Bij de overlegging van de invoercertificaten met het oog op de vrijgave van de gestelde zekerheden, gaan de bevoegde autoriteiten na of de in die certificaten vermelde hoeveelheden overeenkomen met de bij de afgifte in die certificaten vermelde hoeveelheden. Bij niet teruggegeven certificaten stellen de Lid-Staten een onderzoek in om uit te maken door wie en in welke mate deze certificaten zijn gebruikt. Zij stellen de Commissie zo spoedig mogelijk in kennis van de uitkomsten van dit onderzoek.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1995.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 23 december 1994.

Voor de Commissie

René STEICHEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 325 van 17. 12. 1994, blz. 3.

(2) PB nr. L 331 van 2. 12. 1988, blz. 1.

(3) PB nr. L 290 van 11. 11. 1994, blz. 6.

(4) PB nr. L 241 van 13. 9. 1980, blz. 5.

(5) PB nr. L 120 van 11. 5. 1994, blz. 30.

(6) PB nr. L 349 van 18. 12. 1991, blz. 1.

(7) PB nr. L 346 van 27. 11. 1992, blz. 3.

(8) PB nr. L 22 van 27. 1. 1994, blz. 3.

(9) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 24.

(10) PB nr. L 302 van 31. 12. 1972, blz. 28.