Verordening (EG) nr. 3289/94 van de Raad van 22 december 1994 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3030/93 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielprodukten uit derde landen
Publicatieblad Nr. L 349 van 31/12/1994 blz. 0085 - 0104
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 37 blz. 0241
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 37 blz. 0241
VERORDENING (EG) Nr. 3289/94 VAN DE RAAD van 22 december 1994 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 3030/93 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielprodukten uit derde landen DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113, Gezien het voorstel van de Commissie, Gezien het advies van het Europees Parlement (1), Overwegende dat de Gemeenschap de Slotakte heeft ondertekend van de Uruguay-Ronde van de GATT-onderhandelingen waarbij de Wereldhandelsorganisatie (hierna WTO genoemd) is opgericht; Overwegende dat de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten van toepassing zal zijn op alle handel in textiel- en kledingprodukten tussen leden van de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten tot wanneer deze sector in de gewone WTO-regels en -disciplines zal zijn geïntegreerd in de zin van artikel 2 van de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten; dat het bijgevolg passend is de werkingssfeer van Verordening (EEG) nr. 3030/93 van 12 oktober 1993 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van bepaalde textielprodukten uit derde landen (2) uit te breiden zodat deze ook van toepassing wordt op de in de bijlage bij de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten opgenomen textielprodukten die niet in de gewone WTO-regels en -disciplines zijn geïntegreerd en die van oorsprong zijn uit een WTO-lid; Overwegende dat artikel 2 van de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten bepaalt dat alle textiel- en kledingprodukten in drie fasen in de gewone WTO-regels en -disciplines worden geïntegreerd; dat derhalve een duidelijke communautaire procedure dient te worden vastgesteld voor de selectie van de produkten die voor elke fase in de WTO dienen te worden geïntegreerd en voor de kennisgeving daarvan aan de WTO; Overwegende dat de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten ook de jaarlijkse groeipercentages vastlegt die gedurende een periode van tien jaar volgende op de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst automatisch zullen worden toegepast op de overblijvende kwantitatieve maxima van de Gemeenschap voor de invoer uit WTO-leden; dat het daarom aangewezen is dat de in bijlage V van Verordening (EEG) nr. 3030/93 vastgestelde kwantitatieve maxima van de Gemeenschap voor de invoer uit WTO-leden in elke fase van de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten worden aangepast overeenkomstig de procedure van artikel 17 van de verordening en dat artikel 2, lid 1, van de verordening daartoe dient te worden gewijzigd; Overwegende dat de vrijwaringsmaatregelen die zijn vastgelegd in Verordening (EEG) nr. 3030/93 moeten worden gewijzigd om ze voor de invoer uit WTO-leden in overeenstemming te brengen met de nieuwe vrijwaringsmaatregelen van de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten; Overwegende dat de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten strengere disciplines bevat inzake de ontduiking van kwantitatieve maxima waarbij derde landen zijn betrokken waarmee de Gemeenschap geen bilaterale overeenkomsten heeft gesloten; dat derhalve een communautaire procedure voor de toepassing van deze nieuwe bepalingen dient te worden vastgesteld, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening nr. 3030/93 wordt als volgt gewijzigd: a) artikel 1, lid 1, wordt vervangen door: "1. Deze verordening is van toepassing op: - de invoer van de in bijlage I vermelde textielprodukten van oorsprong uit de in bijlage II vermelde derde landen waarmee de Gemeenschap bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen heeft gesloten; - de invoer van in bijlage X vermelde textielprodukten die niet in de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zijn geïntegreerd in de zin van artikel 2, lid 6, van de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten en die van oorsprong zijn uit in bijlage XI vermelde derde landen die lid zijn van de WTO."; b) aan artikel 1 wordt het volgende lid toegevoegd: "7. De Raad, op voorstel van de Commissie en met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen, brengt in bijlage X bij deze verordening de nodige wijzigingen aan teneinde de overige in bijlage X vermelde produkten in drie fasen, als volgt, in de WTO te integreren: - op 1 januari 1998, de produkten die in 1990 ten minste 17 % uitmaakten van de totale invoer in de Gemeenschap in 1990 van alle textiel- en kledingprodukten die onder de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten vallen; - op 1 januari 2002, de produkten die in 1990 ten minste 18 % uitmaakten van de totale invoer in de Gemeenschap in 1990 van alle textiel- en kledingprodukten die onder de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten vallen; - op 1 januari 2005, de overige produkten. Vóór elke van die integratiefases dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de inachtneming door derde landen van hun plichten in het kader van de regels en disciplines van de GATT als bedoeld in artikel 7 van de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingartikelen."; c) artikel 2, lid 1, wordt vervangen door: "1. De invoer in de Gemeenschap van de in bijlage V vermelde textielprodukten van oorsprong uit een in die bijlage genoemd leverend land is onderworpen aan de in die bijlage vastgestelde jaarlijkse kwantitatieve maxima."; d) artikel 10 wordt vervangen door: "Artikel 10 Vrijwaringsmaatregelen 1. Indien de invoer in de Gemeenschap van de produkten van een bepaalde categorie die niet zijn onderworpen aan de in bijlage V genoemde kwantitatieve maxima en van oorsprong zijn uit een van de in bijlage IX genoemde landen, de totale invoer in de Gemeenschap in het voorafgaande kalenderjaar van produkten van dezelfde categorie met de in de tabel van bijlage IX opgenomen percentages overschrijdt, kunnen voor deze invoer kwantitatieve maxima worden ingesteld op de in dit artikel omschreven voorwaarden. 2. Lid 1 is niet van toepassing wanneer de daarin bedoelde percentages bereikt zijn ten gevolge van een daling van de totale invoer in de Gemeenschap en niet ten gevolge van een toename van de uitvoer van produkten uit de betrokken leverende landen. 3. Wanneer de Commissie, op eigen initiatief of op verzoek van een Lid-Staat, van oordeel is dat aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan en dat een kwantitatief maximum moet worden ingesteld voor een bepaalde categorie produkten, gaat zij als volgt te werk: a) zij opent het overleg met het betrokken leverende land overeenkomstig de in artikel 16 omschreven procedure, teneinde tot een overeenkomst of gezamenlijke conclusies te komen over passende beperkingen van de betrokken categorie produkten; b) in afwachting van een oplossing die voor beide partijen bevredigend is, zal de Commissie het betrokken leverende land in het algemeen verzoeken de uitvoer van de produkten van de betrokken categorie naar de Gemeenschap voorlopig, voor een periode van drie maanden vanaf het verzoek om overleg, te beperken. Deze voorlopige beperking wordt op 25 % gesteld van het niveau van de invoer in het voorafgaande kalenderjaar of op 25 % van het op grond van lid 1 berekende niveau indien dit hoger is; c) de Commissie kan, in afwachting van de resultaten van het aangevraagde overleg, op de invoer van de betrokken categorie produkten dezelfde kwantitatieve maxima toepassen als die welke op grond van punt b) van het leverende land worden gevraagd. Deze maatregelen lopen niet vooruit op de definitieve regeling van de Gemeenschap die bij het vaststellen daarvan met de resultaten van het overleg rekening zal houden. 4. a) Indien de invoer in de Gemeenschap van textielprodukten die niet zijn onderworpen aan de in bijlage V genoemde kwantitatieve maxima en van oorsprong zijn uit Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Hongarije, Polen, Roemenië of de Slowaakse Republiek in zulke verhoogde hoeveelheden of onder zulke voorwaarden geschiedt dat deze ernstige schade veroorzaakt, of concreet dreigt te veroorzaken, voor de produktie in de Gemeenschap van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten, kan deze invoer aan kwantitatieve maxima worden onderworpen overeenkomstig de voorwaarden in de aanvullende Protocollen met deze landen. b) Het bepaalde in lid 3 is ook in dergelijke gevallen van toepassing, met uitzondering van het feit dat het in lid 3, onder b), bedoelde voorlopige maximum wordt vastgesteld op ten minste 25 % van het niveau van de invoer tijdens de periode van twaalf maanden die twee maanden of, indien geen gegevens beschikbaar zijn, drie maanden vóór de maand waarin het overleg werd aangevraagd, is verstreken. 5. a) Voor de in bijlage X vermelde produkten die niet zijn onderworpen aan de in bijlage V genoemde kwantitatieve maxima en van oorsprong zijn uit landen die lid zijn van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), mogen vrijwaringsmaatregelen worden genomen wanneer is aangetoond dat een bepaald produkt in zulke toegenomen hoeveelheden in de Gemeenschap wordt ingevoerd dat de bedrijfstak in het binnenland die een soortgelijk en/of rechtstreeks concurrerend produkt vervaardigt daardoor ernstige schade lijdt of dreigt te lijden. Ernstige schade of dreigende ernstige schade moet aantoonbaar worden veroorzaakt door de toegenomen hoeveelheid van de totale invoer van dat produkt en niet door andere factoren zoals technologische veranderingen en veranderingen in consumentenvoorkeur. b) Bij de vaststelling van ernstige schade of dreigende ernstige schade, als bedoeld onder a), worden de gevolgen van deze invoer op de situatie van de betrokken bedrijfstak onderzocht zoals die tot uiting komt in de wijziging van relevante economische variabelen als produktie, produktiviteit, benuttingsgraad, voorraden, marktaandeel, export, lonen, werkgelegenheid, prijzen op de binnenlandse markt, winsten en investeringen. c) Of ernstige schade wordt veroorzaakt of dreigt te worden veroorzaakt, als bedoeld onder a), door een derde land of landen dat (die) lid is (zijn) van de WTO, wordt vastgesteld aan de hand van de plotselinge en sterk stijgende invoer, op dat tijdstip of in de nabije toekomst, en op grond van het niveau van de invoer in vergelijking met de invoer uit andere bronnen, het marktaandeel, de importprijzen en prijzen op de binnenlandse markt op een vergelijkbaar handelsniveau. 6. Wanneer de Commissie, op eigen initiatief of op verzoek van een Lid-Staat, van oordeel is dat aan de voorwaarden van lid 5 is voldaan en dat een kwantitatief maximum moet worden ingesteld voor de betrokken produkten, gaat zij als volgt te werk: a) zij opent het overleg met het betrokken leverende land overeenkomstig de in artikel 16 omschreven procedure, teneinde tot een overeenkomst of gezamenlijke conclusies te komen over passende beperkingen van de betrokken produkten; b) zij mag in zeer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden waarin uitstel moeilijk te herstellen schade zou veroorzaken een voorlopig kwantitatief maximum toepassen op de betrokken produkten, op voorwaarde dat zij uiterlijk vijf werkdagen na deze maatregel een verzoek om overleg meedeelt. Dit voorlopig maximum mag niet lager zijn dan het werkelijke niveau van de invoer uit het leverende land in de periode van twaalf maanden die twee maanden vóór de maand waarin het verzoek om overleg werd ingediend, is verstreken. 7. a) Maatregelen die op grond van de leden 3, 4 en 6 worden genomen, worden door de Commissie onmiddellijk in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt. b) De Commissie legt dringende zaken, op eigen initiatief of, binnen vijf werkdagen, na een verzoek van een of meer Lid-Staten, voor aan het bij artikel 17 ingestelde Comité en geeft daarbij aan waarom de aangelegenheid dringend is. Zij neemt binnen vijf dagen na het einde van de besprekingen in het Comité een besluit. 8. Het in de leden 3, 4 en 6 bedoelde overleg met het betrokken leverende land kan leiden tot het treffen van een regeling tussen dat land en de Gemeenschap over de invoering van kwantitatieve maxima en het niveau daarvan. Deze regelingen bevatten de bepaling dat op de overeengekomen kwantitatieve maxima een dubbele controle van toepassing zal zijn. 9. Indien de partijen binnen de zestig dagen na de kennisgeving van het verzoek om overleg geen bevredigende oplossing hebben gevonden, is de Gemeenschap gerechtigd een definitief kwantitatief maximum in te voeren waarvan het niveau per jaar niet lager is dan: a) voor de in bijlage IX vermelde leverende landen, het volgens lid 1 berekende niveau of 106 % van het niveau van de invoer in het kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarin de invoer het volgens lid 1 berekende niveau overschreed en tot het verzoek om overleg aanleiding gaf, indien dit hoger is; b) voor Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Hongarije, Polen, Roemenië of de Slowaakse Republiek, 110 % van de invoer tijdens de periode van twaalf maanden die twee maanden of, indien geen gegevens beschikbaar zijn, drie maanden vóór de maand waarin het overleg werd aangevraagd is verstreken; c) voor leverende landen die lid zijn van de WTO, het werkelijke niveau van de invoer uit het betrokken leverende land tijdens de periode van twaalf maanden die twee maanden vóór de maand waarin het overleg werd aangevraagd, is verstreken. 10. Het niveau per jaar van de op grond van de leden 3 tot en met 6 of 9 vastgestelde kwantitatieve maxima mag niet lager zijn dan het niveau van de invoer in de Gemeenschap uit Argentinië, Brazilië, Hong-Kong, Pakistan, Peru, Sri Lanka en Uruguay in 1985 en het niveau van de invoer in de Gemeenschap uit Bangladesh, India, Indonesië, Maleisië, Macao, de Filippijnen, Singapore, Zuid-Korea en Thailand in 1986, van produkten van dezelfde categorie en van oorsprong uit hetzelfde leverende land. 11. De overeenkomstig dit artikel vastgestelde kwantitatieve maxima zijn niet van toepassing op reeds naar de Gemeenschap verzonden produkten, mits deze vanuit het leverende land waaruit zij van oorsprong zijn voor uitvoer naar de Gemeenschap werden verzonden vóór de datum van kennisgeving van het verzoek om overleg. 12. De op grond van het bepaalde in lid 5 genomen maatregelen kunnen worden gehandhaafd: a) voor ten hoogste drie jaar, zonder verlenging, of b) tot het produkt in de GATT 1994 is geïntegreerd, indien dit eerder is. 13. Maatregelen op grond van de leden 3, 4, 6 en 9 en regelingen als bedoeld in lid 9 worden volgens de procedure van artikel 17 genomen en ten uitvoer gelegd."; e) aan artikel 15 wordt het volgende lid toegevoegd: "5. Bovendien vraagt de Commissie, wanneer blijkt dat het grondgebied van in bijlage XI doch niet in bijlage V vermelde derde landen die lid zijn van de WTO voor de ontduiking van kwantitatieve maxima gebruikt wordt overeenkomstig de procedure van artikel 16 overleg aan met het betrokken derde land of de betrokken derde landen teneinde de passende maatregelen te nemen om het probleem te verhelpen. De Commissie kan overeenkomstig de procedure van artikel 17 kwantitatieve maxima instellen ten aanzien van het betrokken derde land of de betrokken derde landen dan wel elke andere passende maatregel nemen."; f) artikel 20 wordt vervangen door: "Artikel 20 Deze verordening vormt in geen enkel opzicht een afwijking van het bepaalde in de bilaterale overeenkomsten, protocollen of regelingen inzake de textielhandel die de Gemeenschap met de in bijlage II genoemde derde landen heeft gesloten of, ten aanzien van de in bijlage XI vermelde WTO-leden, van het bepaalde in de WTO-Overeenkomst inzake textiel- en kledingprodukten, welke bepalingen bij geschillen prevaleren."; g) de in de bijlagen I en II bij deze verordening opgenomen bijlagen X en XI worden toegevoegd. Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1995. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 22 december 1994. Voor de Raad De Voorzitter H. SEEHOFER (1) Advies uitgebracht op 14 december 1994 (nog niet verschenen in het Publikatieblad). (2) PB nr. L 275 van 8. 11. 1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 195/94 van de Commissie (PB nr. L 29 van 2. 2. 1994, blz. 1). ANEXO I - BILAG I - ANHANG I - ÐÁÑÁÑÔÇÌÁ I - ANNEX I - ANNEXE I - ALLEGATO I - BIJLAGE I - ANEXO I >RUIMTE VOOR DE TABEL> BIJLAGE II "BIJLAGE XI Lijst van leden van de Wereldhandelsorganisatie (Deze lijst zal door de Commissie te gepasten tijde worden opgesteld volgens de procedure van artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 3030/93)"