VERORDENING (EG) Nr. 3119/94 VAN DE COMMISSIE van 19 december 1994 tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van ferrosilicomangaan van oorsprong uit, respectievelijk, Rusland, Oekraïne, Brazilië en Zuid-Korea
Publicatieblad Nr. L 330 van 21/12/1994 blz. 0015 - 0023
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 33 blz. 0110
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 33 blz. 0110
VERORDENING (EG) Nr. 3119/94 VAN DE COMMISSIE van 19 december 1994 tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van ferrosilicomangaan van oorsprong uit, respectievelijk, Rusland, Oekraïne, Brazilië en Zuid-Korea DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 522/94 (2), inzonderheid op artikel 11, Na overleg in het kader van het Raadgevend Comité, Overwegende hetgeen volgt: A. PROCEDURE (1) In augustus 1993 kondigde de Commissie door middel van een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (3) die inleiding aan van een anti-dumpingprocedure met betrekking tot de invoer van ferrosilicomangaan van oorsprong uit, respectievelijk, Rusland, Oekraïne, Georgië, Brazilië en Zuid-Afrika. De procedure werd ingeleid wegens door Euroalliage, het contactorgaan van de bedrijfstak voor ferrolegeringen, die namens alle producenten van ferrosilicomangaan in de Gemeenschap optreedt, ingediende klacht. De klacht bevatte bewijsmateriaal van dumping in verband met het produkt van oorsprong uit de bovenvermelde landen en van de aanzienlijke schade die hiervan het gevolg was. Dit bewijsmateriaal werd voldoende geacht om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen. (2) De Commissie bracht de naar weten betrokken producenten, exporteurs en importeurs, de vertegenwoordigers van de exporterende landen en de klagende partijen officieel op de hoogte en stelde de rechtstreeks betrokken partijen in de gelegenheid om hun standpunten schriftelijk bekend te maken en om te verzoeken te worden gehoord. (3) Vijf producenten in de Gemeenschap vulden de vragenlijst van de Commissie in en maakten hun standpunten schriftelijk bekend. Vastgesteld werd dat deze producenten 66 % van de produktie van ferrosilicomangaan in de Gemeenschap voor hun rekening namen en derhalve representatief waren voor de bedrijfstak aldaar in de zin van artikel 4, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 2423/88, hierna de "basisverordening" genoemd. (4) Een aantal producenten uit Oekraïne, Georgië, Brazilië en Zuid-Afrika en drie importeurs in de Gemeenschap waarvan er één met een Zuidafrikaanse producent geassocieerd was, vulden eveneens de vragenlijst van de Commissie in en maakten hun standpunt schriftelijk bekend. (5) Wat Rusland betreft, was in de klacht erop gewezen dat volgens statistische gevens van Eurostat ferrosilicomangaan van oorsprong uit Rusland was ingevoerd, maar de producenten van dit produkt in Rusland werden niet geïdentificeerd. De Commissie stuurde potentiële producenten van ferrosilicomangaan in dit land, dit wil zeggen producenten van ferrolegeringen, alsmede naar weten betrokken handelaren vragenlijsten. Geen enkele producent en slechts één handelaar vulde de vragenlijst in en laatstgenoemde voerde aan dat er geen ferrosilicomangaan in Rusland werd geproduceerd. Vertegenwoordigers van de Russische autoriteiten deelden eveneens mede dat Rusland over geen produktiemogelijkheden voor dit produkt beschikte en derhalve van de procedure diende te worden uitgesloten. De Commissie kwam evenwel in het bezit van bewijsmateriaal waaruit bleek dat aanzienlijke hoeveelheden ferrosilicomangaan van Russische oorsprong uit Rusland naar de Gemeenschap gedurende de in overweging 8 genoemde periode van onderzoek werden uitgevoerd. Onder deze omstandigheden en ten einde eventuele discriminatie of ontduiking van het recht te voorkomen, mag Rusland van het onderhavige onderzoek niet worden uitgesloten. (6) Alle partijen die erom verzochten, werden gehoord. (7) De Commissie verzamelde en verifieerde de informatie die zij voor een eerste vaststelling van dumping en schade nodig achtte en verrichtte onderzoeken ten kantore van: a) Klagende producenten in de Gemeenschap: - Sadaci SA, België, - Dunkerque Electrometallurgie (DEM), Frankrijk, - Fornileghe, SpA, Italië, - Italghisa, SpA, Italië; b) Braziliaanse producenten: - Companhia Paulista de Ferro-Ligas, Sao Paulo, - Sibra Electrosiderurgica Brasileira, Bahia; c) Zuidafrikaanse producenten: - Samancor Limited, Johannesburg, - Highveld Steel and Vanadium Corporation Limited, Witbank; d) Geassocieerde importeurs: - Samancor International Limited, Verenigd Koninkrijk; e) Niet geassocieerde importeurs: - Sirce SpA, Italië, - Société Anonyme des Minerais, Luxemburg. (8) Het dumpingonderzoek had betrekking op de periode van 1 april 1992 tot en met 31 maart 1993, hierna "periode van onderzoek" genoemd. B. PRODUKT (9) Omschrijving van het betrokken produkt Het betreft ferrosilicomangaan, ingedeeld onder GN code 7202 30 00. Ferrosilicomangaan is een legering die hoofdzakelijk is samengesteld uit mangaan, silicium, koolstof, fosfor en zwavel. Het is beschikbaar in verschillende kwaliteiten die vooral afhangen van het koolstofgehalte van de legering en in verschillende korrelgrootten. Uit het onderzoek is gebleken dat alle kwaliteiten dezelfde toepassing hebben, namelijk een produkt om staal te desoxyderen dan wel een element van de legering bij de staalproduktie, en dat de kwaliteiten meestal onderling verwisselbaar zijn alhoewel voor bepaalde staalsoorten specifieke kwaliteiten nodig kunnen zijn. In het kader van dit onderzoek worden alle kwaliteiten als een en hetzelfde produkt beschouwd. Aangezien de prijzen evenwel kunnen variëren naar gelang van de kwaliteit, werden de vergelijkingen van de prijzen gebaseerd op de meeste verkochte soort, dit wil zeggen een produkt dat minimaal 65 % mangaan en ongeveer 17 % siliconen bevat, met een korrelgrootte van 10 tot 200 mm (standaard ferrosilicomangaan). (10) Soortgelijk produkt De Commissie steld vast dat het door Brazilië en Zuid-Afrika uitgevoerde produkt, ten aanzien van het produkt dat in bedoelde landen wordt gebruikt en dat wat door de bedrijfstak in de Gemeenschap wordt vervaardigd, soortgelijk is wat de fundamentele fysieke hoedanigheden en het gebruik betreft. Bijgevolg werden deze produkten beschouwd als soortgelijke produkten in de zin van artikel 2, lid 12, van de basisverordening. De Commissie stelde eveneens vast dat het ferrosilicomangaan dat door Rusland, Georgië en Oekraïne wordt uitgevoerd, hetzelfde is als dat wat door de bedrijfstak in de Gemeenschap wordt vervaardigd, en dat het ferrosilicomangaan van Rusland en Oekraïne ook hetzelfde is als het produkt dat wordt vervaardigd en voor verbruik wordt verkocht in Brazilië dat voor dergelijke uitvoer als referentieland wordt gebruikt (zie overweging 12). C. DUMPING (11) Er werd geen berekening van de dumping gemaakt met betrekking tot de invoer uit Georgië aangezien werd bevonden dat de invoer uit dit land gedurende de periode van onderzoek verwaarloosbaar was (zie overweging 34). Normale waarde a) Rusland, Oekraïne (12) Aangezien zowel Rusland als Oekraïne landen zijn zonder markteconomie, werd de normale waarde voor deze landen vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 5, van de basisverordening, namelijk op basis van gegevens vanuit een land met markteconomie dat het produkt vervaardigt. (13) In de klacht werd Brazilië voorgesteld als referentieland. De Commissie oordeelde dat Brazilië om de volgende redenen een geschikte en niet onredelijke keuze was: - volgens informatie waarover de Commissie beschikte, vertonen het ferrosilicomangaan dat in Brazilië wordt geproduceerd en het produkt dat in de betrokken landen wordt geproduceerd dezelfde fysieke hoedanigheden en hebben beide produkten dezelfde toepassing; - de beschikbaarheid van de grondstoffen in Brazilië is in het algemeen vergelijkbaar met die in de betrokken exporterende landen waarover gegevens beschikbaar zijn, aangezien de grondstoffen die bij de vervaardiging van ferrosilicomangaan worden gebruikt, in beide gevallen naar beweren ter plaatse beschikbaar zijn; - bij de verkoop van ferrosilicomangaan in Brazilië blijkt er voldoende concurrentie te zijn om prijzen te bereiken die door de wet van vraag en aanbod tot stand komen. De Commissie heeft inderdaad gegevens ontvangen over ten minste vijf producenten in Brazilië en over invoer uit meer dan één land; - vastgesteld werd dat de Braziliaanse producenten op hun binnenlandse markt gedurende de periode van onderzoek meer ferrosilicomangaan verkochten dan door elk van de betrokken landen naar de Gemeenschap werd uitgevoerd en derhalve konden deze hoeveelheden als representatief worden beschouwd. De normale waarde voor Rusland en Oekraïne werd derhalve vastgesteld op basis van de normale waarde die voor Brazilië werd berekend (zie overweging 14). b) Brazilië (14) De twee Braziliaanse producenten die met de Commissie meewerkten, waren geassocieerd; de ene onderneming was een dochtermaatschappij van de andere. Derhalve werd het passend geacht om één normale waarde en één dumpingmarge te berekenen voor de groep. De normale waarde voor Brazilië werd vastgesteld op basis van een gemiddelde van de gegevens die door beide producenten werden medegedeeld zoals hierna wordt uiteengezet. (15) De verkoop van ferrosilicomangaan op de binnenlandse markt van Brazilië bedroeg meer dan 5 % van de hoeveelheden die in de Gemeenschap werden ingevoerd en werd derhalve voldoende representatief geacht om de basis te vormen voor de berekening van de normale waarde. (16) Gezien evenwel de belangrijke prijsschommelingen die het gevolg zijn van de zeer sterke inflatie in Brazilië en opdat een vergelijking met de prijs bij uitvoer zoveel mogelijk in dezelfde periode zou kunnen plaatsvinden, werd de normale waarde op maandbasis vastgesteld. (17) Bijna alle verkopen in Brazilië werden aan onafhankelijke klanten verricht. De Commissie onderzocht of deze verkopen in het normale handelsverkeer waren geschied door de gewogen gemiddelde prijs op maandbasis te vergelijken met de gemiddelde kosten per eenheid van beide producenten. Voor de maanden waarin de gewogen gemiddelde prijs hoger lag dan de gemiddelde kosten per eneheid werd de normale waarde vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 3, onder a), van de basisverordening, op basis van de verkopen op de binnenlandse markt, met andere woorden op basis van de gewogen gemiddelde prijs die voor een bepaalde maand werd vastgesteld. In de maanden waarin de gewogen gemiddelde prijs op de binnenlandse markt niet alle kosten in het kader van normaal handelsverkeer dekte, werd de normale waarde gebaseerd op een samengestelde waarde overeenkomstig artikel 2, lid 3, onder b), van de basisverordening, waarbij de produktiekosten, een redelijk bedrag voor verkoopkosten en administratieve en andere algemene uitgaven alsmede een winstmarge werden gevoegd. (18) Bij gebrek aan een ander geldig criterium voor de vaststelling van een redelijke winstmarge werd 5 % gehanteerd, welk percentage volgens de gegevens waarover de Commissie beschikt, het minimum is dat nodig is om de levensvatbaarheid van de bedrijfstak te behouden. c) Zuid-Afrika (19) Beide Zuidafrikaanse producenten verkochten op hun binnenlandse markt tegen winstgevende prijzen waarvan wordt verondersteld dat zij in het normale handelsverkeer worden aangerekend, meer dan 5 % van de hoeveelheden die naar de Gemeenschap worden uitgevoerd. Deze verkopen worden derhalve als voldoende representatief beschouwd om een basis te vormen voor de berekening van de normale waarde. (20) Bij haar onderzoek of de verkopen op de binnenlandse markt van de Zuidafrikaanse producenten in het normale handelsverkeer waren verricht, sloot de Commissie de verkopen aan geassocieerde klanten, indien daarvan sprake was, uit. Voor één Zuidafrikaanse producent sloot de Commissie de verkoop uit aan een klant waarmee deze producent een compensatieregeling had waardoor de Commissie niet ervan overtuigd was dat de betrokken prijzen vergelijkbaar waren met die welke gehanteerd worden bij transacties tussen partijen zonder compensatieregeling. Op basis van de resterende verkopen stelde zij vast dat de gemiddelde prijs op de binnenlandse markt van elk producent hoger lag dan de respectieve kosten per eenheid. (21) De normale waarde voor beide Zuidafrikaanse producenten werd derhalve vastgesteld op basis van de gewogen gemiddelde prijs op de binnenlandse markt voor ferrosilicomangaan dat op de binnenlandse markt werd verkocht tegen prijzen die in het kader van het normale handelsverkeer worden gehanteerd overeenkomstig artikel 2, lid 3, onder a), van de basisverordening. Uitvoerprijs a) Rusland (22) Aangezien de Russische producenten niet aan het onderzoek meewerkten werd de prijs bij uitvoer vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 7, lid 7, onder b), van de basisverordening. De Commissie oordeelde dat het beste bewijsmateriaal dat beschikbaar was, werd gevormd door de gemiddelde maandelijkse prijzen uit de statistieken van Eurostat voor de invoer van ferrosilicomangaan van oorsprong uit Rusland gedurende de periode van onderzoek. b) Oekraïne (23) De gegevens over de uitvoer die door de aan het onderzoek meewerkende Oekraïnse producenten werden medegedeeld, bleken niet bruikbaar vooral omdat aan de hand van de antwoorden op de vragenlijsten niet kon worden vastgesteld of de uitvoer naar de Gemeenschap dan wel naar andere bestemmingen had plaatsgehad. Bovendien werkte een importeur in de Gemeenschap die met een Oekraïnse producent was geassocieerd, niet aan het onderzoek mee, zodat de gegevens over de kosten en de prijzen waartegen het produkt van deze importeur werd wederverkocht, niet konden worden verkregen; deze waren evenwel nodig om de uitvoerprijs samen te stellen overeenkomstig artikel 2, lid 8, onder b), van de basisverordening. (24) De Commissie kwam evenwel in het bezit van en verifieerde gegevens over uitvoer van oorsprong uit Oekraïne aan twee niet geassocieerde importeurs in de Gemeenschap. Deze verkoop stemde overeen met 53 % van de totale invoer van ferrosilicomangaan van oorsprong uit Oekraïne naar de Gemeenschap gedurende de periode van onderzoek. Onder deze omstandigheden werd het passend geacht om de prijzen bij uitvoer te baseren op de gegevens die door deze importeurs werden verstrekt en de prijzen voor de overige verkopen op het beste beschikbare bewijsmateriaal dat in dit geval bestond uit de maandelijkse gemiddelde prijzen van Eurostat voor de invoer van oorsprong uit Oekraïne gedurende de periode van onderzoek. Het gebruik van deze statistieken laat zich rechtvaardigen door het feit dat zij in het algemeen overeenstemden met de prijzen die door de importeurs werden medegedeeld en door de Commissie werden geverifieerd. De prijzen bij uitvoer werden derhalve vastgesteld gedeeltelijk op basis van de werkelijk betaalde of te betalen prijzen van het produkt dat voor uitvoer naar de Gemeenschap werd verkocht en gedeeltelijk op basis van de beschikbare gegevens. c) Brazilië (25) Bij uitvoer naar de Gemeenschap gedurende de periode van onderzoek werd steeds rechtstreeks aan onafhankelijke importeurs verkocht. De prijzen bij uitvoer werden derhalve vastgesteld op basis van de werkelijk betaalde of te betalen prijzen voor het produkt dat voor uitvoer naar de Gemeenschap werd verkocht, overeenkomstig artikel 2, lid 8, onder a), van de basisverordening. d) Zuid-Afrika (26) Wanneer bij uitvoer naar de Gemeenschap rechtstreeks aan niet geassocieerde importeurs werd verkocht, werden de prijzen bij uitvoer vastgesteld op basis van de werkelijk betaalde of te betalen prijzen voor het produkt dat voor uitvoer naar de Gemeenschap werd verkocht overeenkomstig artikel 2, lid 8, onder a), van de basisverordening. Wanneer bij uitvoer werd verkocht aan geassocieerde importeurs in de Gemeenschap, werden de uitvoerprijzen samengesteld overeenkomstig artikel 2, lid 8, onder b), van de basisverordening op basis van de prijs waartegen aan de eerste onafhankelijke koper werd wederverkocht, en werd deze prijs aangepast teneinde rekening te houden met alle kosten die tussen de invoer en de wederverkoop waren ontstaan alsmede met een winstmarge van 3 % die voorlopig, op basis van de gegevens waarover de Commissie in verband met deze sector beschikte, als redelijk werd beschouwd. Vergelijking (27) De normale waarde werd, indien mogelijk, voor elke transactie afzonderlijk, vergeleken met de uitvoerprijzen. Met het oog op een billijke vergelijking gebeurden aanpassingen overeenkomstig artikel 2, leden 9 en 10, van de basisverordening met betrekking tot de verschillen die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid van de prijzen zoals verschillen in verkoopkosten waarvoor bevredigend bewijsmateriaal was ingediend. (28) Voor de uitvoer uit Oekraïne vonden aanpassingen plaats teneinde rekening te houden met verschillen in de fysieke hoedanigheden (met name een hoog fosforgehalte en niet samengeperste formaten) indien het beweerde verschil gegrond was. (29) De vergelijkingen gebeurden voor Brazilië en voor Zuid-Afrika in het stadium af fabriek; voor Rusland en Oekraïne in het stadium fob dat als het eerste geschikte gelijkwaardige stadium voor een vergelijking werd beschouwd omdat de kosten in landen zonder markteconomie niet in aanmerking kunnen worden genomen voor de vaststelling van de prijzen op grond waarvan de uitvoerprijzen en de normale waarden met elkaar worden vergeleken. Dumpingmarges (30) De vergelijking wees op de aanwezigheid van dumping waarbij de dumpingmarges gelijk zijn aan het bedrag waarmee de vastgestelde normale waarde de prijs bij uitvoer naar de Gemeenschap overschreed. (31) De gewogen gemiddelde dumpingmarges voor de betrokken landen en ondernemingen, uitgedrukt als een percentage van de prijzen cif grens Gemeenschap, niet ingeklaard, zijn: "" ID="1">- Rusland:> ID="2">57,4 %,"> ID="1">- Oekraïne:> ID="2">52,8 %,"> ID="1">- Brazilië:"> ID="1">Groep gevormd door Companhia Paulista de Ferro-Ligas en Sibra Electrosiderurgica Brasileira:> ID="2">40,6 %,"> ID="1">- Zuid-Afrika:"> ID="1">- Highveld Steel and Vanadium Corporation Limited:> ID="2">45,3 %,"> ID="1">- Samancor Limited:> ID="2">57,8 %."> (32) Voor de producenten in Brazilië en in Zuid-Afrika die de vragenlijst van de Commissie niet beantwoordden en zichzelf niet bekendmaakten, werd de dumping vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 7, lid 7, onder b), van de basisverordening. Men oordeelde dat het beste beschikbare bewijsmateriaal uit de gegevens bestond die tijdens het onderzoek werden vastgesteld. Omdat er geen reden was om aan te nemen dat de ondernemingen die niet aan het onderzoek meewerkten, lagere dumpingniveaus zouden hanteren dan het hoogste vastgestelde niveau, werd het dumpingpercentage voor ondernemingen die niet aan het onderzoek meewerkten, op dat niveau vastgesteld. D. SCHADE Cumulatie van de invoer met dumping (33) De Commissie ging na of voor het onderzoek naar de gevolgen van de invoer uit de betrokken landen voor de bedrijfstak in de Gemeenschap deze invoer diende te worden gecumuleerd, en hanteerde daarbij de volgende criteria: de ingevoerde hoeveelheden gedurende de periode van onderzoek, de vergelijkbaarheid van de ingevoerde produkten wat hun fysieke hoedanigheden, onderlinge verwisselbaarheid, eindgebruik en marktgedrag betreft. (34) Wat Georgië betreft blijkt uit de informatie waarover de Commissie beschikt dat de ingevoerde hoeveelheden ferrosilicomangaan van oorsprong uit dit land gedurende de periode van onderzoek te verwaarlozen waren (namelijk 0,9 % van het verbruik in de Gemeenschap). Volgens de gebruikelijke methode van de Commissie werd voor de voorlopige bevindingen ervan uitgegaan dat deze invoer niet tot de schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap werd toegebracht, kon hebben bijgedragen, en bij de vaststelling van de schade werd bijgevolg daarmee geen rekening gehouden. (35) Wat de invoer uit, respectievelijk, Rusland, Oekraïne, Brazilië en Zuid-Afrika betreft, werd vastgesteld dat de produkten die uit elk van deze landen werden ingevoerd met elkaar en met het soortgelijk produkt dat door de bedrijfstak van de Gemeenschap werd vervaardigd, concurreerden, dat uit elk land gedurende de periode van onderzoek grote hoeveelheden werden ingevoerd en dat de prijzen vergelijkbaar waren. Onder deze omstandigheden werd ervan uitgegaan dat de invoer uit deze landen voor het onderzoek dienden te worden gecumuleerd. Verbruik in de Gemeenschap, hoeveelheden en marktaandeel van het met dumping ingevoerde produkt (36) Het verbruik van ferrosilicomangaan in de Gemeenschap steeg gedurende de periode van onderzoek voortdurend. In totaal was er een stijging van 415 263 ton in 1989 tot 504 043 ton gedurende de periode van onderzoek, hetgeen neerkomt op een stijging met 21,4 % gedurende deze periode. (37) De totale hoeveelheden ingevoerde ferrosilicomangaan van oorsprong uit, respectievelijk, Rusland, Oekraïne, Brazilië en Zuid-Afrika stegen gestadig en aanzienlijk van 64 358 ton in 1989 tot 150 198 ton gedurende de periode van onderzoek, hetgeen neerkomt op een stijging met 133,4 %. - Op basis van bewijsmateriaal waarover de Commissie beschikte, namelijk de statistieken van Eurostat, bleek de uitvoer uit Rusland te zijn gestegen van ongeveer 66 ton in 1989 tot ongeveer 16 871 ton gedurende de periode van onderzoek. Gedurende dezelfde periode steeg de uitvoer uit Oekraïne van ongeveer 198 ton tot ongeveer 33 284 ton. - De uitvoer uit Brazilië naar de Gemeenschap steeg van 11 239 ton in 1989 tot 50 030 ton gedurende de periode van onderzoek. - Wat Zuid-Afrika betreft, konden schommelingen in de uitvoer tussen 1989 en de periode van onderzoek worden vastgesteld. Het ging evenwel steeds om belangrijke hoeveelheden en slechts in één jaar (1990) daalden deze hoeveelheden onder 50 000 ton. (38) De marktpenetratie van het met dumping ingevoerde produkt , uitgedrukt in het op het totale zichtbare verbruik gebaseerde marktaandeel, steeg aanzienlijk tussen 1989 en de periode van onderzoek, namelijk van 15,4 % tot 29,7 %. De marktaandelen van de afzonderlijke landen gedurende de periode van onderzoek bedroegen: Rusland 3,3 %, Oekraïne 6,6 %, Brazilië 9,9 % en Zuid-Afrika 9,9 %. Prijzen van het met dumping ingevoerde produkt (39) De Commissie vergeleek de prijzen van de bedrijfstak van de Gemeenschap met die van de betrokken exporteurs op de markt van de Gemeenschap gedurende de periode van onderzoek. De prijzen waren die waartegen aan onafhankelijke klanten werd verkocht, waar nodig aangepast aan het niveau af fabriek, bedrijfstak van de Gemeenschap, om een vergelijking op hetzelfde handelsniveau mogelijk te maken. (40) De vergelijking bracht prijsonderbiedingsmarges tot 16,3 % aan het licht. Dit prijsonderbiedingspercentage gedurende de periode van onderzoek dient samen met het feit te worden beoordeeld dat de producenten in de Gemeenschap ertoe gedwongen waren geweest hun prijzen gedurende de vier voorafgaande jaren met meer dan 40 % te verlagen ten gevolge van de neerwaartse druk die door alle betrokken exporteurs werd uitgeoefend. Situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap a) Produktie (41) De totale produktie van ferrosilicomangaan in de Gemeenschap steeg van 114 180 ton in 1989 tot 118 332 ton gedurende de periode van onderzoek, hetgeen neerkomt op een stijging met 3,6 %. b) Capaciteit, bezettingsgraad van de capaciteit (42) Er zij op gewezen dat de installaties voor het vervaardigen van ferrosilicomangaan bedoeld zijn om meer dan een produkt te produceren, hetgeen ook geschiedt naar gelang van de vraag op de markt en teneinde de kosten zo laag mogelijk te houden. Hierdoor was het moeilijk om het capaciteitsniveau voor het betrokken produkt vast te stellen. Op basis evenwel van een raming van de capaciteit die door de producenten in de Gemeenschap gewoonlijk voor de produktie van ferrosilicomangaan wordt bestemd, bleef de capaciteit tussen 1989 en de periode van onderzoek ongewijzigd en steeg de bezettingsgraad lichtjes van 59,6 % tot 61,8 %. c) Verkoopvolume van de bedrijfstak van de Gemeenschap (43) De verkoop van de bedrijfstak van de Gemeenschap binnen de Gemeenschap steeg van 100 000 ton in 1989 tot 115 432 ton gedurende de periode van onderzoek. Deze stijging ligt evenwel aanzienlijk lager dan de stijging van 21,4 % van het verbruik gedurende de periode van onderzoek. d) Marktaandeel (44) De ontwikkeling van het verkoopvolume vergeleken met die van het zichtbare verbruik in de Gemeenschap toont aan dat het marktaandeel van de producenten van de Gemeenschap van 24,1 % in 1989 tot 22,9 % gedurende de periode van onderzoek daalde. e) Voorraden (45) Niet duidelijk kon worden vastgesteld over welke voorraden de producenten van de Gemeenschap tussen 1989 en de periode van onderzoek beschikten. Er kon alleen worden vastgesteld dat de stijgingen en dalingen van de voorraden van de afzonderlijke producenten samenvielen met de respectieve stijgingen en dalingen in de produktie. f) Evolutie van de prijzen (46) De neerwaartse druk op de prijzen die voortvloeide uit de invoer met dumping, verplichtte de bedrijfstak van de Gemeenschap ertoe zijn prijzen tussen 1989 en de periode van onderzoek voortdurend te verlagen in een poging om zijn marktaandeel te behouden. Uitgaande van een index van 100 in 1989 bedroegen deze prijzen: 73 in 1990, 67 in 1991, 61 in 1992 en 60 gedurende de periode van onderzoek. g) Rentabiliteit (47) Een gewogen gemiddelde van de resultaten van de producenten van de Gemeenschap, uitgedrukt als een percentage van de omzet, bracht in 1989 een winst aan het licht van 16,9 % die in 1990 omsloeg in een verlies van 14,9 % gevolgd door verdere en nog toenemende verliezen van 26 % in 1991, 36,9 % in 1992 en 36,3 % gedurende de periode van onderzoek. h) Werkgelegenheid (48) De werkgelegenheid in de ferrosilicomangaansector daalde met 14,7 % tussen 1989 en de periode van onderzoek. Conclusie in verband met de schade (49) Uit het onderzoek van de feiten in verband met de schade is gebleken dat het marktaandeel van de bedrijfstak van de Gemeenschap sterk is gedaald terwijl het verbruik in de Gemeenschap met 21,4 % is gestegen. De financiële resultaten van de producenten van de Gemeenschap varieerden van bevredigende winst in 1989 tot zware verliezen van 36,3 % gedurende de periode van onderzoek. Ook de werkgelegenheid daalde aanzienlijk. (50) Gezien het belang van deze negatieve economische factoren concludeert de Commissie dat de bedrijfstak van de Gemeenschap aanzienlijke schade heeft geleden in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. E. OORZAAK VAN DE SCHADE a) gevolgen van de invoer met dumping Bovendien was prijsonderbieding een wijdverbreide praktijk die door alle betrokken exporteurs werd toegepast. Gezien de prijsgevoeligheid van de markt voor ferrosilicomangaan had dit tot gevolg dat de producenten van de Gemeenschap hun prijzen dienden aan te passen aan de lage prijzen die door alle onderzochte exporteurs werden gehanteerd. Ten gevolge hiervan werden de prijzen van de producenten van de Gemeenschap met 40 % verlaagd. Desondanks was de verkoop van de bedrijfstak van de Gemeenschap niet in overeenstemming met de stijging van de vraag, en de bezettingsgraad van de capaciteit bleef bijgevolg laag. Deze factoren leidden tot een ernstige daling van de winsten. (52) Eén Zuidafrikaanse producent voerde aan dat de uitvoer uit Zuid-Afrika die tussen 1989 en de periode van onderzoek vrij stabiel bleef, hetgeen tot een dalend marktaandeel leidde, niet aan de schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap werd toegebracht, kon hebben bijgedragen. De Commissie stelde evenwel vast dat de aanzienlijke hoeveelheden met dumping ingevoerde produkten uit Zuid-Afrika die gedurende deze periode werden gehandhaafd, gepaard met een voortdurende daling van de prijzen tot op niveaus die de prijzen van de Europese producenten gedurende de periode van onderzoek tot 13,4 % onderboden, bijdroegen tot de afbrokkeling van de prijzen en tot de door de bedrijfstak van de Gemeenschap geleden verliezen. b) Andere factoren (53) De Commissie onderzocht of de schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft geleden, door andere factoren dan de invoer met dumping veroorzaakt kon zijn. De Commissie onderzocht vooral de trend met betrekking tot het verbruik op de markt van de Gemeenschap en de evolutie en de gevolgen van de invoer uit derde landen die niet door deze procedure worden bestreken. (54) Het gebruik van ferrosilicomangaan steeg in de Gemeenschap tussen 1989 en de periode van onderzoek (zie overweging 36). De schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap heeft geleden, kan derhalve niet aan de ontwikkeling van de vraag worden toegeschreven. (55) Het totale marktaandeel dat de invoer uit derde landen waarop deze procedure niet van toepassing is, uitmaakte, daalde volgens de bevindingen van de Commissie van 47,5 % in 1989 tot 36 % gedurende de periode van onderzoek. Bovendien had geen enkel exporterend land, met uitzondering van Noorwegen, in de Gemeenschap een marktaandeel dat groter was dan 2 % gedurende de periode van onderzoek, en het totale marktaandeel van dergelijke landen daalde van 6,1 % in 1989 tot 5,2 % gedurende de periode van onderzoek. (56) De Commissie onderzocht meer in het bijzonder de evolutie met betrekking tot de hoeveelheden en prijzen van het produkt van oorsprong uit Noorwegen dat de grootste hoeveelheid van in de Gemeenschap ingevoerde ferrosilicomangaan uitmaakt. Zij stelde vast dat het marktaandeel van Noorwegen van 41,4 % in 1989 tot 30,8 % gedurende de periode van onderzoek was gedaald. Dit blijkt het resultaat te zijn van de beslissing van Noorwegen om verder te verkopen tegen prijzen die hoger lagen dan die van de producenten van de Gemeenschap. Dit prijsbeleid steekt af bij dat van de genoemde producenten die, in een poging om hun marktaandeel te handhaven, hun prijzen aan de lage prijzen van de exporteurs waarop het onderzoek betrekking had, aanpasten, hetgeen steeds hogere verliezen bij hun verkoop van ferrosilicomangaan in de Gemeenschap betekende. Onder deze omstandigheden kon de precaire situatie van de bedrijfstak van de Gemeenschap niet aan de uitvoer van Noorwegen worden toegeschreven. (57) Gezien het bovenstaande heeft de Commissie geconcludeerd dat, alhoewel niet kon worden uitgesloten dat de bovenstaande invoer voor de bedrijfstak van de Gemeenschap negatieve gevolgen kan hebben gehad, de invoer met dumping van oorsprong uit, respectievelijk, Rusland, Oekraïne, Brazilië en Zuid-Afrika, vanwege de prijzen ervan, de belangrijke en steeds stijgende hoeveelheden, zijn marktaandeel en het hieruit voortvloeiende verlies aan marktaandeel en de aanhoudende verliezen van de bedrijfstak van de Gemeenschap, aan de bedrijfstak op zich aanzienlijke schade heeft toegebracht. F. BELANG VAN DE GEMEENSCHAP a) algemene overwegingen (58) Het doel van anti-dumpingrechten is in het algemeen onbillijke handelspraktijken die de bedrijfstak van de Gemeenschap schade berokkenen op te heffen. De gekozen oplossing zou herstel van open en vrije concurrentie op de markt van de Gemeenschap mogelijk moeten maken hetgeen op zichzelf duidelijk in het belang van de Gemeenschap is. (59) Er zij op gewezen dat hoewel anti-dumpingmaatregelen de uitvoerprijzen kunnen verhogen en dus het relatieve concurrentievermogen van deze prijzen kunnen beïnvloeden, van deze maatregelen geen negatieve gevolgen voor de concurrentiepositie van de markt van de Gemeenschap moeten worden verwacht. Integendeel, het afschaffen van de onrechtmatige voordelen die het gevolg zijn van de dumpingpraktijken, zou moeten voorkomen dat de bedrijfstak van de Gemeenschap en die exporteurs die geen onbillijke prijzen toepassen, verder schade ondervinden, en op deze wijze moeten waarborgen dat een grote keuze aan leveranciers beschikbaar blijft. b) belangen (60) Uit het onderzoek is gebleken dat de bedrijfstak van de Gemeenschap zich in een precaire situatie bevindt, hetgeen vooral te merken is aan de zware en stijgende verliezen van de laatste vier jaren en de dalende werkgelegenheid ten gevolge van de steeds grotere hoeveelheden van met dumping in de Gemeenschap ingevoerde produkten. Tenzij een oplossing wordt gevonden, mag worden verwacht dat een of meer producenten, door de verliezen die zij lijden, verplicht zullen zijn hun produktie op korte termijn stop te zetten; dit zal vrij spoedig tot verdwijning van deze bedrijfstak van de Gemeenschap leiden. (61) De staalproducenten, de bedrijfstak die het produkt gebruikt, voerde aan dat de instelling van anti-dumpingmaatregelen de kosten van deze bedrijfstak die reeds met financiële moeilijkheden te kampen heeft, nog zou doen toenemen. (62) De Commissie erkent dat met de belangen van de staalindustrie eveneens rekening dient te worden gehouden, maar stelt vast dat ferrosilicomangaan een klein percentage van de produktiekosten van staal (ongeveer 1 % van de kosten van een ton staal) vertegenwoordigt. Onder deze omstandigheden oordeelt de Commissie dat de gevolgen van de anti-dumpingmaatregelen voor de kosten van de staalproducenten niet van die mate kunnen worden geacht, om te rechtvaardigen dat van het nemen van maatregelen tegen de onrechtmatige invoer wordt afgezien. (63) Na zorgvuldig onderzoek van alle bovenvermelde aspecten oordeelt de Commissie derhalve dat het in het belang van de Gemeenschap is dat op de invoer van ferrosilicomangaan van oorsprong uit, respectievelijk, Rusland, Oekraïne, Brazilië en Zuid-Afrika voorlopige anti-dumpingmaatregelen worden ingesteld. G. RECHT (64) Om het niveau van het voorlopige recht vast te stellen, hield de Commissie rekening met het vastgestelde niveau van de dumping en met het bedrag aan rechten dat noodzakelijk is om de schade van de bedrijfstak van de Gemeenschap op te heffen. (65) Aangezien de schade grotendeels het resultaat is van gestage prijsverlagingen en de hieruit voortvloeiende financiële verliezen, vereist het opheffen van dergelijke schade dat de uitvoerprijzen worden verhoogd tot op een niveau dat de bedrijfstak van de Gemeenschap in staat stelt zijn prijzen tot op een winstgevend niveau op te trekken. (66) Om de noodzakelijke prijsverhogingen vast te stellen, vergeleek de Commissie de gemiddelde invoerprijzen franco grens Gemeenschap die, waar nodig, waren aangepast aan het niveau af fabriek van de producent van de Gemeenschap met de gewogen gemiddelde produktiekosten van de producenten van de Gemeenschap, vermeerderd met een winst van 5 % die als het noodzakelijke minimum werd beschouwd om de levensvatbaarheid van deze bedrijfstak te waarborgen. (67) Voor Brazilië werd het passend geacht om een schadedrempel te berekenen voor het concern aangezien de ene onderneming een dochtermaatschappij was van de andere. (68) De vergelijking bracht de volgende schadedrempels voor elke exporteur/producent aan het licht: "" ID="1">- Rusland:> ID="2">82,8 %,"> ID="1">- Oekraïne:> ID="2">70,7 %,"> ID="1">- Brazilië:"> ID="1">Groep gevormd door Companhia Paulista de Ferro-Ligas en Sibra Electrosiderurgica Brasileira:> ID="2">70,9 %,"> ID="1">- Zuid-Afrika:"> ID="1">- Highveld Steel and Vanadium Corporation Limited:> ID="2">57,4 %,"> ID="1">- Samancor Limited:> ID="2">55,6 %."> (69) Aangezien in het geval van de Zuidafrikaanse producent Samancor de schadedrempel lager dan de dumpingmarge lag, dient het voorlopige recht overeen te stemmen met de schadedrempel overeenkomstig artikel 13, lid 3, van de basisverordening. In alle andere gevallen lagen de vastgestelde dumpingmarges lager dan de schadedrempels en dient het in te stellen recht met de vastgestelde dumpingmarges overeen te stemmen. (70) Voor Georgië wordt het passend geacht geen voorlopige maatregelen op de invoer van oorsprong uit dit land in te stellen aangezien oorspronkelijk was geconcludeerd dat deze invoer geen schade aan de bedrijfstak van de Gemeenschap kon hebben berokkend. (71) Voor de Braziliaanse en de Zuidafrikaanse ondernemingen die niet aan het onderzoek medewerkten en zichzelf ook niet op andere wijze bekendmaakten, dient het recht te worden vastgesteld aan de hand van de beschikbare gegevens overeenkomstig het bepaalde van artikel 7, lid 7, onder b), van de basisverordening. Aangezien er geen reden is om aan te nemen dat een lager recht dan het hoogste, noodzakelijk geachte recht voldoende zou zijn om de door deze invoer teweeg gebrachte schade op te heffen en om te voorkomen dat het recht wordt ontdoken, alsmede om ondernemingen die hun medewerking niet verlenen, niet te belonen, oordeelt de Commissie dat het recht voor ondernemingen die niet aan het onderzoek hebben medegewerkt, overeen dient te stemmen met het hoogste recht dat voor ferrosilicomangaan van oorsprong uit Brazilië en uit Zuid-Afrika werd berekend. H. SLOTBEPALING (72) Met het oog op een vlotte afhandeling dient een termijn te worden vastgesteld waarbinnen de betrokken partijen hun standpunten schriftelijk bekend kunnen maken en kunnen verzoeken te worden gehoord. Bovendien dient erop te worden gewezen dat alle bevindingen in het kader van deze verordening voorlopig zijn en eventueel opnieuw moeten worden overwogen indien de Commissie een definitief recht mocht instellen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Op de invoer van ferrosilicomangaan, ingedeeld onder GN-code 7202 30 00, van oorsprong uit, respectievelijk, Rusland, Oekraïne, Brazilië en Zuid-Afrika, wordt een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld. 2. Het recht dat van toepassing is op de nettoprijs, franco grens Gemeenschap, niet ingeklaard, bedraagt: - 57,4 % voor ferrosilicomangaan van oorsprong uit Rusland, - 52,8 % voor ferrosilicomangaan van oorsprong uit Oekraïne, - 40,6 % voor ferrosilicomangaan van oorsprong uit Brazilië, - 55,6 % voor ferrosilicomangaan van oorsprong uit Zuid-Afrika (aanvullende Taric-code 8818), met uitzondering van het ferrosilicomangaan dat wordt geproduceerd door nagenoemde onderneming waarop het volgende recht van toepassing is: - 45,3 % Highveld Steel en Vanadium Corporation Limited, Witbank (aanvullende Taric-code 8819). 3. Tenzij anders vermeld, zijn de voor douanerechten van kracht zijnde bepalingen van toepassing. 4. Het in het vrije verkeer brengen in de Gemeenschap van de in lid 1 bedoelde produkten is afhankelijk van het stellen van een waarborg gelijk aan het bedrag van het voorlopige recht. Artikel 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 7, lid 4, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2423/88 kunnen de betrokken partijen binnen een maand na de inwerkingtreding van deze verordening hun standpunt schriftelijk kenbaar maken en verzoeken door de Commissie te worden gehoord. Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 11, 12 en 13 van Verordening (EEG) nr. 2423/88 is artikel 1 van deze verordening van toepassing voor een periode van vier maanden tenzij de Raad vóór het verstrijken van deze periode definitieve maatregelen vaststelt. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 19 december 1994. Voor de Commissie Leon BRITTAN Lid van de Commissie (1) PB nr. L 209 van 2. 8. 1988, blz. 1. (2) PB nr. L 66 van 10. 3. 1994, blz. 10. (3) PB nr. C 210 van 4. 8. 1993, blz. 5.