Verordening (EG) nr. 2063/94 van de Raad van 27 juli 1994 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1360/90 tot oprichting van een Europese Stichting voor Opleiding
Publicatieblad Nr. L 216 van 20/08/1994 blz. 0009 - 0011
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 32 blz. 0140
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 32 blz. 0140
VERORDENING (EG) Nr. 2063/94 VAN DE RAAD van 27 juli 1994 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1360/90 tot oprichting van een Europese Stichting voor Opleiding DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235, Gezien het voorstel van de Commissie (1), Gezien het advies van het Europees Parlement (2), Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3), Overwegende dat de Europese Raad in zijn bijeenkomst van 8 en 9 december 1989 te Straatsburg de Raad heeft verzocht om op voorstel van de Commissie de voor de oprichting van een Europese Stichting voor Opleiding voor Midden- en Oost-Europa nodige besluiten te nemen; dat de Raad te dien einde op 7 mei 1990 Verordening (EEG) nr. 1360/90 (4) heeft aangenomen waarbij de Europese Stichting voor Opleiding werd opgericht; Overwegende dat in artikel 19 van Verordening (EEG) nr. 1360/90 is bepaald dat deze verordening in werking treedt op de dag volgende op die waarop de bevoegde autoriteiten een beslissing hebben genomen over de vestigingsplaats van de Stichting; Overwegende dat volgens het in onderlinge overeenstemming door de Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-Staten, op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders op 29 oktober 1993 in Brussel bijeen, genomen besluit (5), de Stichting haar zetel in Turijn heeft; Overwegende dat, volgens Verordening (EEG) nr. 1360/90, de acties van de Stichting gericht zijn op de landen die in aanmerking komen voor economische steun uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 3906/89 (6) (Phare-programma); Overwegende dat de Raad op 19 juli 1993 Verordening (Euratom, EEG) nr. 2053/93 (7) betreffende technische bijstand aan de Onafhankelijke Staten van de voormalige Unie van Socialistische Sowjetrepublieken (USSR) en aan Mongolië bij het streven naar sanering en herstel van de economie (Tacis-programma) heeft vastgesteld; Overwegende dat zowel de begunstigde landen in het kader van Phare als de begunstigde Staten in het kader van Tacis naar economische en sociale hervorming streven; dat in al deze Staten de ontwikkeling van het menselijk potentieel de basis vormt voor alle lopende hervormingen die erop gericht zijn de overgang naar een markteconomie en de versteviging van de democratie te bewerkstelligen; Overwegende dat de samenhang binnen het communautaire beleid voor economische bijstand aan de Onafhankelijke Staten van de voormalige USSR en aan Mongolië door de uitbreiding van de werkingssfeer van de Stichting tot deze Staten wordt versterkt; Overwegende dat de Stichting het bij uitstek aangewezen institutionele kader biedt om aan deze Staten de ervaring van de Gemeenschap ter beschikking te stellen teneinde tegemoet te komen aan hun verzoeken om ontwikkeling en herstructurering op het gebied van de beroepsopleiding zoals die in het kader van de Phare- en Tacis-programma's voor bijstand tot uitdrukking zijn gebracht; Overwegende dat in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 1360/90 ist vastgelegd dat de voorschriften en regelingen waaraan het personeel van de Stichting is onderworpen, overeenstemmen met die van Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 1859/76 van de Raad van 29 juni 1976 houdende vaststelling van de regeling die van toepassing is op het personeel van het Euopees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (8); Overwegende dat het dienstig is de samenhang op het niveau van de Gemeenschap inzake het personeelsbeleid van de verschillende gedecentraliseerde organisaties te waarborgen en met name te zorgen voor de toepassing van alle voorschriften en regelingen die op de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen van toepassing zijn; Overwegende dat in de mededeling van de Commissie aan de begrotingsautoriteit van 17 december 1992 inzake de uitoefening van de interne financiële controle wordt gesteld dat pragmatisch gezien en om redenen van doeltreffendheid er veel voor valt te zeggen dat de financieel controleur van de Commissie wordt aangewezen om deze taak te vervullen; Overwegende dat artikel 206 bis van het Verdrag bij het Verdrag betreffende de Europese Unie is komen te vervallen; dat de nieuwe bepaling ter zake in artikel 188 C is vervat; Overwegende dat, aangezien Verordening (EEG) nr. 1360/90 eerst op 30 oktober 1993 in werking is getreden, de eerste resultaten van de procedure voor toezicht en evaluatie van de tijdens het werk van de Stichting opgedane ervaring niet, zoals bepaald in artikel 17 van genoemde verordening, vóór 31 december 1992 aan het Europees Parlement, aan de Raad en aan het Economisch en Sociaal Comité konden worden voorgelegd, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EEG) nr. 1360/90 wordt als volgt gewijzigd: 1. in artikel 1 wordt de eerste alinea vervangen door: "Er wordt een Europese Stichting voor Opleiding opgericht, hierna te noemen "de Stichting", die tot doel heeft bij te dragen tot de ontwikkeling van de beroepsopleidingsstelsels: - in de landen van Midden- en Oost-Europa die bij Verordening (EEG) nr. 3906/89 of een later besluit ter zake door de Raad worden aangewezen om voor economische hulp in aanmerking te komen, alsmede - in de Onafhankelijke Staten van de voormalige Unie van Socialistische Sowjetrepublieken en Mongolië die in het kader van het programma voor bijstand aan de sanering en het herstel van de economie bijstand ontvangen, krachtens Verordening (Euratom, EEG) nr. 2053/93 of krachtens enig ander daaropvolgend besluit. Deze landen worden hierna "begunstigde landen" genoemd."; 2. in artikel 3 wordt punt c) vervangen door: "c) op grondslag van het bepaalde onder a) en b): - na te gaan welke ruimte er bestaat voor joint ventures in de hulpverlening op opleidingsgebied, met inbegrip van proefprojecten, voor het opzetten van gespecialiseerde multinationale ploegen voor specifieke projecten en om te bepalen welke acties voor medefinanciering in aanmerking komen, - fondsen te bezorgen voor het uitwerken en voorbereiden van dergelijke projecten, waarvan de uitvoering gefinancierd kan worden uit bijdragen van een of meer landen, van een of meer landen en de Stichting samen of, in uitzonderlijke gevallen, van de Stichting alleen, - op verzoek van de Commissie of van de begunstigde landen en in samenwerking met de raad van bestuur, te zorgen voor de uitvoering van programma's op het gebied van beroepsopleiding, waartoe in het kader van het communautaire beleid voor bijstandverlening aan deze landen, door de Commissie samen met één of meer landen is besloten, met behulp van multidisciplinaire ploegen van deskundigen en in nauwe samenwerking met de bevoegde overheden van de betrokken landen, daarbij actief profijt trekkend van de bij de communautaire programma's voor beroepsopleiding opgedane ervaringen."; 3. in artikel 3 wordt punt e) vervangen door: "e) kent de raad van bestuur de bevoegdheid toe om aanbestedingsprocedures vast te stellen voor projecten die door de Stichting gefinancierd of medegefinancierd worden, waarbij volledig rekening wordt gehouden met de procedures die vastgesteld zijn in het kader van Verordening (EEG) nr. 3906/89, inzonderheid artikel 7 daarvan, in het kader van Verordening (Euratom, EEG) nr. 2053/93, inzonderheid artikel 7 daarvan, of in enig ander daaropvolgend besluit ter zake;"; 4. artikel 8 wordt vervangen door: "Artikel 8 Verband met andere acties van de Gemeenschap De Commissie draagt in samenwerking met de raad van bestuur en waar nodig overeenkomstig de procedures van artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 3906/89 en van artikel 8 van Verordening (Euratom, EEG) nr. 2053/93, zorg voor de coherentie en waar nodig de complementariteit van de werkzaamheden van de Stichting en de overige communautaire acties, zowel binnen de Gemeenschap als ten behoeve van de begunstigde landen, in het bijzonder met betrekking tot de acties van het Tempus-programma."; 5. in artikel 10, lid 3, wordt de tweede alinea vervangen door: "Op die grondslag en binnen de voorgestelde grenzen van het voor economische hulp aan de begunstigde landen beschikbaar te stellen totaalbedrag, bepaalt zij de jaarlijkse bijdrage aan de begroting van de Stichting, die in het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Gemeenschappen wordt opgenomen."; 6. in artikel 11, wordt lid 2 vervangen door: "2. De controle op het aangaan van alle betalingsverplichtingen en het betalen van de uitgaven van de Stichting alsmede de controle op het vaststellen en innen van alle ontvangsten wordt uitgeoefend door de financieel controleur van de Commissie."; 7. in artikel 11, lid 3, wordt de tweede alinea vervangen door: "De Rekenkamer onderzoekt deze overeenkomstig artikel 188 C van het Verdrag."; 8. artikel 14 wordt vervangen door: "Artikel 14 Personeel Het personeel van de Stichting is onderworpen aan de verordeningen en regelingen van toepassing op de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen. De Stichting oefent ten aanzien van haar personeel de bevoegdheden uit van het tot aanstelling bevoegde gezag. De raad van bestuur stelt in overeenstemming met de Commissie passende uitvoeringsbepalingen vast."; 9. in artikel 17, tweede alinea, wordt "31 december 1992" vervangen door "30 juni 1997". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de achtste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 27 juli 1994. Voor de Raad De Voorzitter Th. WAIGEL (1) PB nr. C 82 van 19. 3. 1994, blz. 11.(2) PB nr. C 205 van 25. 7. 1994.(3) PB nr. C 195 van 18. 7. 1994.(4) PB nr. L 131 van 23. 5. 1990, blz. 1.(5) PB nr. C 323 van 30. 11. 1993, blz. 1.(6) PB nr. L 375 van 23. 12. 1989, blz. 11. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1764/93 (PB nr. L 162 van 3. 7. 1993, blz. 1).(7) PB nr. L 187 van 29. 7. 1993, blz. 1.(8) PB nr. L 214 van 6. 8. 1976, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 679/87 (PB nr. L 72 van 14. 3. 1987, blz. 1).