31994R1628

Verordening (EG) nr. 1628/94 van de Commissie van 4 juli 1994 betreffende de uitvoering van een programma voor grensoverschrijdende samenwerking tussen landen van Midden- en Oost-Europa en de Lid-Staten van de Gemeenschap in het kader van het Phare-programma

Publicatieblad Nr. L 171 van 06/07/1994 blz. 0014 - 0016
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 11 Deel 32 blz. 0078
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 11 Deel 32 blz. 0078


VERORDENING (EG) Nr. 1628/94 VAN DE COMMISSIE van 4 juli 1994 betreffende de uitvoering van een programma voor grensoverschrijdende samenwerking tussen landen van Midden- en Oost-Europa en de Lid-Staten van de Gemeenschap in het kader van het Phare-programma

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad van 18 december 1989 betreffende economische hulp aan bepaalde landen in Midden- en Oost-Europa (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1764/93 (2), inzonderheid op artikel 8,

Overwegende dat de Raad bij herhaling de noodzaak van versterking van de samenwerking en van bevordering van de integratie van de landen in Midden- en Oost-Europa en de Europese Gemeenschap heeft benadrukt;

Overwegende dat de Raad van Europa tijdens zijn bijeenkomst in Kopenhagen in juni 1993 goedkeurde dat de geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa die dat wensen, tot de Europese Unie zullen kunnen toetreden, zodra zij aan de noodzakelijke economische en politieke eisen voldoen en zodoende in staat zijn de aan de toetreding verbonden verplichtingen op zich te nemen;

Overwegende dat de nauwere samenwerking tussen de grensregio's kan bijdragen tot het hervormingsproces in de landen van Midden- en Oost-Europa en de economische activiteiten in perifere regio's kan stimuleren, waardoor een bijdrage wordt verleend aan de algemene economische ontwikkeling van de betrokken landen;

Overwegende dat genoemde samenwerking tevens kan bijdragen tot het integratieproces dat krachtens de Europa-Overeenkomsten op gang kwam en tot de tenuitvoerlegging van nieuwe mogelijkheden tot samenwerking die uit de handels- en samenwerkingsovereenkomsten voortvloeien;

Overwegende dat grensoverschrijdende samenwerking tussen de Gemeenschap en de landen van Midden- en Oost-Europa tevens kan bijdragen tot de oprichting en ontwikkeling van transeuropese netwerken op het gebied van de vervoer-, telecommunicatie- en energie-infrastructuur;

Overwegende dat het van belang is dat deze plaatselijke grensoverschrijdende acties volledig worden geïntegreerd in het nationale ontwikkelingsbeleid in de respectieve landen;

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2082/93 (4), en artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4254/88 van de Raad (5), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2083/93 (6), een definitie geven van de procedures voor de goedkeuring van communautaire initiatieven (met name Interreg) die uit de Structuurfondsen van de Europese Gemeenschap worden gefinancierd;

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 3906/89 regels en voorwaarden voor het verlenen van economische hulp aan bepaalde landen van Midden- en Oost-Europa zijn vastgesteld, en dat dit kader kan worden gebruikt om er de uitvoering van een programma voor grensoverschrijdende samenwerking aan aan te passen;

Overwegende dat rekening moet worden gehouden met de initiatieven die zijn geformuleerd door de respectieve plaatselijke autoriteiten en andere economische subjecten in de regio's aan beide zijden van de grens tussen de Gemeenschap en de landen van Midden- en Oost-Europa en dat de aandacht met name moet uitgaan naar het stimuleren van de identificatie en formulering van gezamenlijke programma's;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité voor de economische herstructurering in bepaalde landen van Midden- en Oost-Europa,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Binnen het algemene kader van het Phare-programma zoals vastgelegd in Verordening (EEG) nr. 3906/89 zijn de hierna volgende regels van toepassing op financieringsacties van structurele aard in grensregio's van bepaalde landen in Midden- en Oost-Europa die een grens met de Gemeenschap delen. Deze acties worden ten uitvoer gelegd met inachtneming van het structuurbeleid van de Gemeenschap, en in het bijzonder van Interreg II.

Artikel 2

1. De landen in Midden- en Oost-Europa waarop deze acties betrekking hebben, zijn alle begunstigden van Phare en hebben een gemeenschappelijke grens met een Lid-Staat van de Europese Unie.

2. Elk betrokken land stelt in overleg met de Commissie de betreffende grensregio's vast, mede met het oog op de samenhang met Interreg II.

Artikel 3

De communautaire subsidies op grond van dit programma zijn in de eerste plaats bestemd voor de financiering van de deelname van landen in Midden- of Oost-Europa aan gezamenlijke projecten met een Lid-Staat waarmee het een grens deelt.

De doelstellingen van deze projecten zijn:

i) het bevorderen van de samenwerking van grensregio's van de Europese Unie met de aangrenzende regio's in Midden- en Oost-Europa, en derhalve de grensregio's in Midden- en Oost-Europa te helpen het hoofd te bieden aan de specifieke ontwikkelingsproblemen die onder andere kunnen voortvloeien uit hun positie binnen de nationale economie, in het belang van de plaatselijke bevolking en op een wijze die verenigbaar is met de bescherming van het milieu;

ii) het bevorderen van de vorming en de ontwikkeling van netwerken voor samenwerking aan weerszijden van de grens, en het aanknopen van onderlinge banden tussen deze netwerken en meer algemene EG-netwerken.

Artikel 4

1. In de grensregio's die overeenkomstig artikel 2 zijn geselecteerd, kunnen de projecten die binnen het kader van het programma voor grensoverschrijdende samenwerking vallen, de volgende vorm aannemen:

i) projecten die samenhangen met maatregelen die door Interreg II worden gesteund;

ii) projecten waarover de betrokken landen het eens zijn, die grensoverschrijdende gevolgen hebben, bijdragen tot de ontwikkeling van structuren in grensregio's en de samenwerking tussen de landen van Midden- en Oost-Europa en de Gemeenschap als geheel vergemakkelijken, en waarvoor het niveau van de medefinanciering die kan worden verstrekt op grond van Interreg II niet toereikend is.

2. Dit programma kan tevens projecten omvatten die dienen ter begeleiding van andere maatregelen die worden gefinancierd uit de Structuurfondsen zoals ECOS en Ouverture. Deze vorm van steun, die niet meer dan 2 % mag bedragen, is van toepassing op alle landen die in aanmerking komen voor Phare-steun en is niet beperkt tot grensregio's.

3. De aandacht gaat met name uit naar projecten waarvoor medefinanciering wordt verstrekt door of namens de plaatselijke overheden of ondernemers in de landen van Midden- en Oost-Europa.

4. Voor de financiering kunnen middelen afkomstig van andere Lid-Staten van de Europese Unie en landen van Midden- en Oosteuropa, van de internationale financiële instellingen en van andere particuliere en openbare bronnen worden aangewend.

Artikel 5

1. Voorbeelden van acties die op grond van dit programma kunnen worden gefinancierd, zijn:

- terugdringen van bestuurlijke en institutionele obstakels voor het vrije verkeer van personen, produkten en diensten over de grens;

- verbetering van de infrastructuur, inzonderheid van de faciliteiten voor communicatie en de plaatselijke levering van water, gas en elektriciteit, een en ander ten voordele van de grensregio's;

- afvalbeheer, milieubeheer en het voorkomen van milieuverontreiniging, waaronder de aanpak van problemen die worden versterkt door de nabijheid van buitengrenzen;

- bevordering van het toerisme;

- maatregelen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling, met speciale aandacht voor het vergemakkelijken van grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten;

- maatregelen ter bevordering van de samenwerking op het gebied van de gezondheidszorg, met name het op grensoverschrijdende basis delen van de middelen en faciliteiten;

- maatregelen op het gebied van energie, telecommunicatie en vervoer, ter versterking van de ontwikkeling van transeuropese netwerken, in overeenstemming met de beleidsvoornemens van de Commissie;

- het ontwikkelen of aanbrengen van faciliteiten en middelen om de informatiebron en communicatie tussen de grensregio's te verbeteren, met inbegrip van steun voor grensoverschrijdende radio, televisie, kranten en andere media.

Bovendien zouden de volgende acties eveneens in het kader van dit programma gefinancierd kunnen worden, voor zover zij uitsluitend betrekking hebben op grensoverschrijdende samenwerking:

- bevordering van samenwerking tussen bedrijven, ontwikkeling van het bedrijfsleven, financiële samenwerking en samenwerking tussen instellingen die het bedrijfsleven vertegenwoordigen (bij voorbeeld Kamers van Koophandel);

- investeringssteun en verstrekking van ondersteunende diensten en faciliteiten, met name ten behoeve van de overdracht van technologie en het op de markt brengen van kleine en middelgrote ondernemingen;

- maatregelen op het gebied van scholing en werkgelegenheid.

2. De aandacht gaat in het bijzonder uit naar maatregelen die zijn voorgenomen in nauwe samenwerking met de regionale en plaatselijke autoriteiten in grensregio's, waartoe mede behoren de vestiging of ontwikkeling van gezamenlijke beheersorganen, met als doel de grensoverschrijdende samenwerking tussen openbare en semi-openbare instanties en organisaties zonder winstoogmerk te verbreden en te verdiepen.

3. Daarnaast komen voor financiering in aanmerking: de vaststelling van plannen voor de ontwikkeling van grensregio's, projectidentificatie en programmaformulering, haalbaarheidsstudies, assistentie bij de uitvoering van de programma's en toezichts- en/of beoordelingsrapportage.

Artikel 6

1. De bijdrage van de Gemeenschap wordt in beginsel als subsidie verstrekt. Indien echter de subsidie van de Gemeenschap bijdraagt tot de financiering van activiteiten waaruit inkomsten voortvloeien, stelt de Commissie in overleg met de betrokken autoriteiten de regels voor de financiering vast, die tevens medefinanciering uit de projectinkomsten of terugbetaling van aanvankelijke subsidies kunnen voorschrijven.

2. De steun kan worden aangewend voor uitgaven in verband met import en voor plaatselijke uitgaven die benodigd zijn voor de uitvoering van de projecten en programma's. Belastingen, accijnzen en heffingen en de aankoop van eigendom zijn uitgesloten van communautaire financiering.

3. In aanmerking komen kosten van technische bijstand, studies, opleidingen en overige maatregelen voor institutionele opbouw; leveringsprogramma's voor essentiële uitrusting of middelen; investeringsoperaties, inclusief werkprogramma's.

4. Onderhouds- en exploitatiekosten in de landen van Midden- en Oost-Europa kunnen in de aanloopfase en degressief worden gedekt.

Artikel 7

Voor elk van de betrokken grensregio's tussen de Gemeenschap en de landen van Midden- en Oost-Europa wordt een Gezamenlijk Comité voor de programmering en het toezicht opgericht dat wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de twee betrokken landen, onder wie regionale of plaatselijke vertegenwoordigers, teneinde een gemeenschappelijke reeks projecten te kunnen vaststellen. Aanbevelingen voor projecten worden aan de Commissie voorgelegd door de Regering van het betrokken land in Midden- of Oost-Europa op grond van de voorstellen die de relevante autoriteiten hebben ingediend.

Artikel 8

1. De Commissie formuleert per grens een voorstel voor een programma op basis van de aanbevelingen van het Gezamenlijk Comité voor de programmering en het toezicht, zoals voorgelegd door de Regering van het betrokken land in Midden- of Oost-Europa.

2. De subsidie die de gehele of gedeeltelijke bijdrage van het land in Midden- of Oost-Europa aan het gezamenlijke project vormt, wordt goedgekeurd overeenkomstig de procedure die is vastgelegd in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 3906/89 en wordt overeengekomen met het begunstigde land door middel van een financieringsnota.

Artikel 9

1. De Commissie verleent deze steun in overeenstemming met de gebruikelijke procedure die op steunverlening aan Midden- en Oost-Europa van toepassing is, zoals vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 3906/89.

2. Indien mogelijk moeten er gezamenlijke beheersorganen worden opgezet om de uitvoering van de programma's te vergemakkelijken.

Artikel 10

Bij het ten uitvoer leggen van de doelstellingen waarnaar in artikel 3 wordt verwezen, verzekert de Commissie de cooerdinatie van en consistentie tussen bijstand van Phare en bijstand op grond van de Structuurfondsen.

Artikel 11

De Commissie brengt elk jaar een verslag uit over de tenuitvoerlegging van maatregelen voor grensoverschrijdende samenwerking tussen de Gemeenschap en de landen van Midden- en Oost-Europa gedurende het voorgaande jaar. Dit verslag wordt het Europees Parlement, de Raad, het Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio's en het Beheerscomité Phare toegezonden.

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 4 juli 1994.

Voor de Commissie

Leon BRITTAN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 375 van 23. 12. 1989, blz. 11.

(2) PB nr. L 162 van 3. 7. 1993, blz. 1.

(3) PB nr. L 374 van 31. 12. 1988, blz. 1.

(4) PB nr. L 193 van 31. 7. 1993, blz. 24.

(5) PB nr. L 374 van 31. 12. 1988, blz. 15.

(6) PB nr. L 193 van 31. 7. 1993, blz. 34.