VERORDENING (EG) Nr. 1506/94 VAN DE COMMISSIE van 27 juni 1994 tot instelling van voorlopige rechten op de invoer van oplossingen van ureum en ammoniumnitraat van oorsprong uit Bulgarije en Polen
Publicatieblad Nr. L 162 van 30/06/1994 blz. 0016 - 0024
VERORDENING (EG) Nr. 1506/94 VAN DE COMMISSIE van 27 juni 1994 tot instelling van voorlopige rechten op de invoer van oplossingen van ureum en ammoniumnitraat van oorsprong uit Bulgarije en Polen DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 522/94 (2), inzonderheid op artikel 11, Na overleg in het kader van het Raadgevend Comité, Overwegende hetgeen volgt: A. PROCEDURE (1) In mei 1993 kondigde de Commissie door middel van een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (3) de inleiding aan van een anti-dumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van oplossingen van ureum en ammoniumnitraat, hierna "UAN" genoemd, van oorsprong uit Bulgarije en Polen, ingedeeld onder GN-code 3102 80 00. (2) Dit bericht volgde op de ontvangst van een schriftelijke klacht die was ingediend door de "European Fertilizer Manufacturer Association (EFMA)" die, naar beweren in de Gemeenschap het grootste gedeelte van de totale UAN-produktie voor haar rekening neemt. De klacht bevatte bewijsmateriaal van dumping in verband met het bedoelde produkt en van de ernstige schade die daaruit voortvloeide. Het bewijsmateriaal werd voldoende geacht om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen. (3) De Commissie bracht de producenten en importeurs in de uitvoerende landen en de naar weten betrokken importeurs, de vertegenwoordigers van de uitvoerende landen en de klagende partij officieel op de hoogte. Rechtstreeks betrokken partijen werden in de gelegenheid gesteld om hun standpunten schriftelijk bekend te maken en om te verzoeken te worden gehoord. (4) De Poolse producenten, één Poolse exporteur, één Bulgaarse producent, één Bulgaarse exporteur, de klagende ondernemingen en twee importeurs maakten hun standpunten schriftelijk bekend. (5) De Commissie verzamelde en verifieerde alle gegevens die zij voor de voorlopige vaststelling noodzakelijk achtte en voerde onderzoekingen uit ten kantore van: a) Producenten in de Gemeenschap DSM AGRO BV, Nederland, Grande Paroisse SA, Frankrijk, Hydro Agri Rostock GmbH, Duitsland, Hydro Agri Sluiskil BV, Nederland, Hydro Azote, Frankrijk, Kemira BV, Nederland, Stickstoffwerke AG, Duitsland; b) Producenten en exporteurs in Polen CIECH, Warsaw, Zaklady Azotowe Kedzierzyn, Kedzierzyn ( "ZAK"), Zaklady Azotowe Pulawy, Pulawy ( "ZAP"); c) Producenten in analoge landen Duslo Statny Podnik, Duslo, Slowakije, Severoceske Chemicke Zavody, Lovosice, Tsjechië. (6) Het onderzoek naar de dumping had betrekking op de periode van 1 april 1992 tot en met 31 maart 1993. (7) In verband met de inleiding van de anti-dumpingprocedure voerde de Bulgaarse exporteur aan dat het onwettig was dat de Commissie dit anti-dumpingonderzoek voor het gehele grondgebied van de Gemeenschap had ingeleid. Aangezien Bulgarije gedurende de periode van onderzoek slechts naar één Lid-Staat, namelijk Frankrijk, had uitgevoerd, de producenten die in die Lid-Staat waren gevestigd, hun produkt slechts plaatselijk hadden verkocht en de invoer van het betrokken produkt in die Lid-Staat door producenten die in andere Lid-Staten waren gevestigd, beperkt was gebleven, voerde de Bulgarse exporteur aan dat de Commissie de gevolgen van de Bulgaarse invoer slechts met betrekking tot de Lid-Staat had mogen onderzoeken overeenkomstig artikel 4, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 2423/88, hierna "basisverordening" genoemd. (8) In dit verband merkt de Commissie op dat Bulgarije gedurende de periode van onderzoek weliswaar slechts naar één Lid-Staat had uitgevoerd, maar dat dat land in vroegere perioden van twaalf maanden ook naar andere Lid-Staten had uitgevoerd. Bovendien wordt de markt van de betrokken Lid-Staat, in tegenstelling tot hetgeen de Bulgaarse exporteur beweert, in grote mate bevoorraad door invoer van producenten die in andere Lid-Staten zijn gevestigd. De Commissie blijft derhalve erbij dat de gevolgen van de invoer uit Bulgarije die, naar wordt beweerd, met dumping zou plaatsvinden voor de betrokken bedrijfstak in de gehele Gemeenschap dienen te worden onderzocht. B. ONDERZOCHT PRODUKT; SOORTGELIJK PRODUKT (9) Het betreft oplossingen van ureum en ammoniumnitraat, dit wil zeggen een mengsel van ureum en ammoniumnitraat in water. UAN wordt gebruikt in de landbouw als een meststof met stikstof (N) en heeft een stikstofgehalte begrepen tussen 28 en 32 %. Van oudsher wordt UAN met verschillende stikstofgehaltes in verschillende geografische gebieden van de Gemeenschap gebruikt, maar eigenlijk is er in de fysieke hoedanigheden en in het gebruik van het produkt geen verschil. (10) De klacht en het bericht van inleiding van de procedure hebben betrekking op UAN met verschillende stikstofgehaltes zoals beschreven in overweging (9). UAN dat in Bulgarije en in Polen wordt geproduceerd en uit deze landen wordt uitgevoerd, is vergelijkbaar met UAN dat door de bedrijfstak van de Gemeenschap wordt geproduceerd. Het betreft dezelfde technische en fysieke hoedanigheden en het produkt wordt voor dezelfde doeleinden gebruikt. C. DUMPING a) Algemeen (11) Wat de vaststelling van dumping betreft, werden Polen, Tsjechië en Slowakije - de twee laatstgenoemde dienen als analoge landen voor Bulgarije (zie overweging (24)) - beschouwd als landen met markteconomieën. Bijgevolg werden de normale waarde en waar nodig, de aanpassingen van de uitvoerprijzen, bij voorbeeld voor vervoerskosten, vastgesteld aan de hand van gegevens die op de verkoopprijzen van de producenten op de binnenlandse markt of op hun kosten betrekking hebben. b) Polen 1. Normale waarde (12) De Commissie stelde tijdens haar onderzoek vast dat noch de Poolse producenten noch de Poolse exporteur UAN gedurende de periode van onderzoek of in de voorafgaande jaren op de binnenlandse markt verkochten. De normale waarde werd bijgevolg samengesteld overeenkomstig artikel 2, lid 3, onder b), ii) van de basisverordening op grond van de volledige variabele en vaste produktiekosten van de producenten vermeerderd met een bedrag voor de verkoopkosten en de administratieve en andere algemene uitgaven en met een redelijke winstmarge. Aangezien het betrokken produkt op de binnenlandse markt niet wordt verkocht en overeenkomstig artikel 2, lid 3, onder b), ii), van de basisverordening waren de verkoopkosten en de administrative en andere algemene uitgaven alsmede de winst die bij de berekening dienden te worden gebruikt, gebaseerd op verkopen van de producenten op de binnenlandse markt in dezelfde sector, dit wil zeggen de meststoffensector. Beide producenten verkochten gedurende de periode van onderzoek aanzienlijke hoeveelheden meststof op de binnenlandse markt. (13) Specifiek met het oog op de samenstelling van de produktiekosten die de Commissie in het kader van het anti-dumpingonderzoek werden voorgelegd, ging één producent over tot een aantal aanpassingen van zijn produktiekosten. De betrokken producent kon deze aanpassingen niet rechtvaardigen en evenmin documenten voorleggen om zijn eis te staven. Derhalve besloot de Commissie met het oog op de voorlopige vaststelling in het kader van het onderzoek van de normale waarde van deze producent, en overeenkomstig artikel 7, lid 7, onder b), van de basisverordening, gebruik te maken van de produktiekosten van de producent die door de interne kostprijsberekening werden verkregen. De andere producent hield bij de produktiekosten geen rekening met financieringskosten alhoewel hij dergelijke kosten had gehad. Overeenkomstig artikel 7, lid 7, onder b), van de basisverordening hield de Commissie met deze kosten rekening om voor deze producent de normale waarde vast te stellen. 2. Uitvoerprijzen (14) De twee Poolse producenten verkochten UAN voor uitvoer naar de Gemeenschap op de volgende wijze: - rechtstreeks aan niet-geassocieerde importeurs in de Gemeenschap en - onrechtstreeks over de in Polen gevestigde exporteur. De exporteur had alle uitvoer van chemische produkten voor zijn rekening genomen voordat de markt in Polen in 1989 werd geliberaliseerd. Gedurende de periode van onderzoek had de exporteur een gedeelte van de totale uitvoer van beide producenten voor zijn rekening genomen. Voor een van de producenten lag het aandeel van de via de exporteur uitgevoerde produkten betrekkelijk laag. De Commissie concludeerde derhalve dat het passend zou zijn om de evaluatie van de uitvoerprijs uitsluitend te baseren op de rechtstreekse verkoop van deze producenten aan de Gemeenschap, dit wil zeggen op resterende verkoop. Wat de andere producent betreft, nam de exporteur een niet onaanzienlijk aandeel van de totale uitvoer voor zijn rekening. Derhalve werd de uitvoerprijs vastgesteld met inachtneming van de uitvoerprijzen van deze producent voor rechtstreekse verkopen aan onafhankelijke importeurs in de Gemeenschap en voor verkopen aan de exporteur met het oog op verdere uitvoer naar de Gemeenschap. (15) Voor de verkoop via de exporteur merkt de Commissie op dat zij de betrekking tussen de producent en de exporteur verder zal onderzoeken. In dit stadium van het onderzoek oordeelde de Commissie voorlopig dat de prijs die door de exporteur aan de producent was betaald, als de uitvoerprijs van de producent diende te worden beschouwd aangezien de producent voor uitvoer naar de Gemeenschap verkocht. (16) Bij de rechtstreekse uitvoer aan onafhankelijke importeurs in de Gemeenschap werden de uitvoerprijzen vastgesteld op basis van de werkelijk betaalde of te betalen prijzen. In dat opzicht oordeelde de Commissie, bij verificatie in de kantoren van één producent, dat de gegevens in verband met de uitvoertransacties van deze producent niet volledig waren. De Commissie paste bijgevolg de uitvoertransacties van deze producent aan en baseerde zich hierbij op de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 7, lid 7, onder b), van de basisverordening. (17) Voor de verkoop via de exporteur werden de uitvoerprijzen vastgesteld op basis van de aan de producent voor het betrokken produkt werkelijk betaalde of te betalen prijzen. In verband met deze verkoop verschaften evenwel noch de exporteur noch de producent passende informatie over de wijze waarop gedurende de periode van onderzoek de commissie werd berekend die door de producent aan de exporteur werd betaald en van de uitvoerprijs van de exporteur werd afgetrokken om de aan de producent betaalde of te betalen prijs vast te stellen. Bovendien stemden de specifieke bedragen die in de vragenlijst werden ingevuld, niet overeen met de bedragen die werkelijk waren betaald. Gedurende de verificatie ter plekke werd vastgesteld dat laatstgenoemde bedragen aanzienlijk hoger lagen. Bij de vaststelling van het te betalen bedrag baseerde de Commissie zich bijgevolg op de beschikbare gegevens overeenkomstig artikel 7, lid 7, onder b), van de basisverordening en maakte zij gebruik van een commissiepercentage van 4 % hetgeen overeenstemde met het hoogste percentage dat gedurende de verificatie ter plekke werd vastgesteld. Hier zij opgemerkt dat dit percentage nog steeds lager ligt dan het percentage dat van toepassing is bij de verkoop van andere meststoffen door deze producent via de exporteur. 3. Vergelijking van de prijzen bij uitvoer met de normale waarde en de dumpingmarges (18) Aangezien de normale waarde werd samengesteld op basis van de produktiekosten van de producenten vond de vergelijking tussen de normale waarde en de uitvoerprijs plaats voor identieke soorten produkten waarbij rekening werd gehouden met de verschillende stikstofgehaltes. (19) De prijzen bij uitvoer die zijn vastgesteld in de overwegingen (14) tot en met (17), werden aangepast op bais van de werkelijke kosten voor vervoer, verzekering, lading, overlading, lossing en bijkomende kosten en op basis van de salarissen van het personeel dat zich met rechtstreekse verkoopactiviteiten in het kader van de uitvoer bezighoudt overeenkomstig artikel 2, leden 9 en 10, van de basisverordening, teneinde de uitvoerprijs in het stadium af fabriek vast te stellen, dit wil zeggen in hetzelfde stadium als de normale waarde. (20) De uitvoerprijs af fabriek van UAN werd voor iedere transactie afzonderlijk vergeleken met de normale waarde die werd vastgesteld als beschreven in de overwegingen (12) en (13). Uit de vergelijking bleek dat de uitvoerprijzen af fabriek bij alle uitvoertransacties voor beide producenten onder de normale waarde lagen, waarbij de dumpingmarges gelijk waren aan het verschil tussen de normale waarde en de prijs bij uitvoer. Deze bedragen werden voor alle uitvoertransacties samengevoegd en de dumpingmarges, uitgedrukt in een percentage van de totale cif-waarde grens Gemeenschap, bedragen voor de twee in Polen gevestigde producenten: 1. ZAK: 40,0 %, 2. ZAP: 33,8 %. (21) Voor iedere andere uitvoerende producent of exporteur die de vragenlijst van de Commissie niet beantwoordde of zichzelf niet op een andere wijze bekend maakte, werd de dumping vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens overeenkomstig het bepaalde van artikel 7, lid 7, onder b), van de basisverordening. In dit verband oordeelde de Commissie dat de hogere dumpingmarge die met betrekking tot een producent die aan het onderzoek had medegewerkt, was vastgesteld, geëigend was. Deze aanpak werd noodzakelijk geacht, teneinde aan de procudenten die niet aan het onderzoek hadden meegewerkt, geen onaanvaardbare premie te verlenen en om te voorkomen dat de mogelijkheid gecreërd werd om de maatregelen te ontduiken. c) Bulgarije 1. Normale waarde (22) Bulgarije werd in het kader van dit anti-dumpingonderzoek als een land zonder markteconomie beschouwd. De normale waarde die diende te worden vergeleken met de Bulgaarse uitvoerprijzen, werd door de Commissie bijgevolg vastgesteld op basis van de prijzen en kosten in een analoog land met markteconomie overeenkomstig artikel 2, lid 5, van de basisverordening. (23) In dit verband verzocht de "European Fertilizer Import Association", hierna "EFIA" genoemd, Bulgarije niet te behandelen als een land zonder markteconomie aangezien met de Gemeenschap onderhandelingen over een interimovereenkomst liepen. Aangezien evenwel uit Bulgarije werd uitgevoerd op een tijdstip waarop Bulgarije een land was waarvoor Verordening (EEG) nr. 1765/82 van de Raad (4) gold, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 848/92 (5), diende de Commissie de normale waarde vast te stellen overeenkomstig het bepaalde van artikel 2, lid 5, van de basisverordening, dit wil in dit geval zeggen, door te refereren aan de prijzen en kosten in een land met markteconomie, namelijk het voormalige Tsjechoslowakije. (24) De klagende bedrijven hadden voorgesteld dat het voormalige Tsjechoslowakije als analoog land een redelijke keuze zou zijn. De Bulgaarse exporteur voerde aan dat het voormalige Tsjechoslowakije niet als analoog land mocht worden gebruik omdat het nu in twee onafhankelijke landen was opgesplitst. In dit verband merkt de Commissie op dat het voormalige Tsjechoslowakije gedurende het grootste gedeelte van de periode van onderzoek één land was en derhalve concludeert zij dat voor de normale waarde redelijkerwijze kon worden uitgegaan van de activiteiten van de twee producenten van UAN die in de Tsjechische Republiek en in de Slowaakse Republiek, op het grondgebied van het voormalige Tsjechoslowakije, zijn gevestigd. Bovendien oordeelt de Commissie op basis van het uitgevoerde onderzoek dat het voormalige Tsjechoslowakije voor de voorlopige bevindingen een geschikte keuze als analoog land is omdat: - er een aanzienlijke binnenlandse markt voor het betrokken produkt is die representatief wordt geacht in vergelijking met de uitgevoerde hoeveelheden van het produkt van oorsprong uit Bulgarije, - er twee grote binnenlandse producenten zijn, - er aanzienlijke hoeveelheden UAN uit derde landen worden ingevoerd, - de produktietechnologie die door de binnenlandse producenten wordt gebruikt, vergelijkbaar is met die welke in Bulgarije wordt gebruikt, - de toegankelijkheid van de grondstoffen in het voormalige Tsjechoslowakije sterk vergelijkbaar is met die in Bulgarije, dit wil zeggen dat beide landen aardgas, de duurste grondstof, tegen wereldmarktprijzen uit Rusland betrekken en omdat - de Commissie genoegen kon nemen met de boekhoudkundige gegevens van de betrokken bedrijven; volgens de Commissie waren deze gegevens betrouwbaar en in overeenstemming met aanvaardbare boekhoudkundige normen. Gezien bovenstaande overwegingen oordeelt de Commissie het passend dat het voormalige Tsjechoslowakije, in dit specifieke anti-dumpingonderzoek als analoog land voor Bulgarije wordt genomen. (25) De normale waarde werd gebaseerd op de binnenlandse verkooprijzen en kosten van de twee producenten in het voormalige Tsjechoslowakije. De verkoopprijzen op de binnenlandse markt waren die welke door onafhankelijke klanten werden betaald dan wel dienden te worden betaald, na aftrek van alle kortingen en verlagingen overeenkomstig artikel 2, lid 3, onder a), van de basisverordening. Bij één producent lagen de prijzen op de binnenlandse markt voor een deel onder zijn produktiekosten en de normale waarde werd derhalve vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 3, onder b), ii), van de basisverordening op basis van de volledige variabele en vaste produktiekosten van deze producent waaraan een bedrag voor verkoopkosten en voor algemene en administrative uitgaven alsmede een redelijke winstmarge waren toegevoegd. Voor laatstgenoemde winstmarge werd uitgegaan van de winstgevende verkoop van het soortgelijk produkt door deze producent op de binnenlandse markt. De normale waarde werd ook vastgesteld op basis van de prijzen van de overige winstgevende verkopen van deze producent. 2. Uitvoerprijs (26) Een Bulgaarse exporteur, namelijk "Chimimport Investment and Fertilizer Inc.", had sedert 1991 alle uitvoertransacties in verband met UAN voor zijn rekening genomen. Deze exporteur legde gegevens over in verband met zijn uitvoer naar onafhandelijke importeurs in de Gemeenschap. Voor deze verkoop werden uitvoerprijzen vastgesteld op basis van de werkelijk betaalde of te betalen prijzen. 3. Vergelijking van de uitvoerprijzen met de normale waarde en de dumpingmarges (27) Het betrokken produkt dat verkocht werd op de binnenlandse markt in het voormalige Tsjechoslowakije heeft een stikstofgehalte van 30 % terwijl het uitgevoerde produkt van oorsprong uit Bulgarije een stikstofgehalte heeft van 32 %. Overigens hebben beide produkten dezelfde fysieke hoedanigheden en worden zij gebruikt als meststof in de landbouw. Bij de vergelijking van de normale waarde met de prijs bij uitvoer werd de normale waarde bijgevolg aangepast op basis van het stikstofgehalte van de twee betrokken produkten. (28) Bovendien werden de uitvoerprijzen en de normale waarde als vastgesteld in de overwegingen (25) en (26), aangepast op basis van de werkelijke kosten voor vervoer, verzekering, lading, overlading en lossing en de bijkomende kosten overeenkomstig artikel 2, leden 9 en 10, van de basisverordening teneinde de uitvoerprijzen en de normale waarde vast te stellen op hetzelfde niveau, dit wil zeggen af fabriek. (29) De aangepaste uitvoerprijzen van UAN werden voor iedere transactie afzonderlijk vergeleken met de aangepaste normale waarde. Uit deze vergelijking bleek dat de prijzen af fabriek van de Bulgaarse exporteur bij alle uitvoertransacties onder de normale waarde lagen waarbij de dumpingmarges gelijk waren aan het verschil tussen de normale waarde en de uitvoerprijs. Deze bedragen werden voor alle uitvoertransacties van de betrokken exporteur samengevoegd en de dumpingmarge, uitgedrukt in een percentage van de totale cif-waarde grens Gemeenschap, bedraagt voor de uitvoer uit Bulgarije door "Chimimport Investment and Fertilizer Inc.": 33,3 %. (30) Voor iedere andere uitvoerende producent of exporteur die de vragenlijst van de Commissie niet invulde of zich op geen andere wijze bekend maakte, werd de dumping vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens overeenkomstig het bepaalde van artikel 7, lid 7, onder b), van de basisverordening. In dit verband oordeelde de Commissie dat de dumpingmarge die was vastgesteld voor de exporteur die aan het onderzoek had medegewerkt, diende te worden toegepast. D. SCHADE a) Omvang van de markt van de Gemeenschap (31) Volgens gegevens in het kader van marktonderzoek, de in het kader van deze onderzoeksprocedure verstrekte informatie en volgens de invoerstatistieken daalde het totale gebruik van UAN met een stikstofgehalte van 32 % in de Gemeenschap enigszins van 2,9 miljoen ton in 1991 tot 2,8 miljoen ton in 1992 en de periode van onderzoek. De Duitse markt kende een stijgend verbruik, maar dit kon het dalend verbruik op de Franse en Spaanse markt niet volledig compenseren. b) Cumulatie van de invoer met dumping uit Bulgarije en uit Polen (32) De Bulgaarse exporteur voerde aan dat de uitvoer van oorsprong uit Bulgarije niet met de uitvoer uit Polen mocht worden gecumuleerd aangezien de invoerstatistieken van Eurostat in verband met de Bulgaarse invoer in de Gemeenschap, 1991-1992, op een dalende trend wijzen. (33) Een algemene opmerking van de Commissie in dit geval is dat de gegevens die in het kader van dit onderzoek bij de betrokken Bulgaarse en Poolse producenten en exporteurs werden verzameld, nauwkeuriger worden geacht dan de cijfers van Eurostat en dat de gegevens die door de afzonderlijke producenten en exporteurs werden verstrekt, een specifieke en gedetailleerde evaluatie van de situatie in verband met de invoer mogelijk maken. De Commissie heeft meer in het bijzonder vastgesteld dat de gegevens over de invoer die werden verstrekt door de Bulgaarse exporteur, volgens zijn eigen informatie de enige Bulgaarse exporteur van het betrokken produkt, op een aanzienlijke stijging gedurende de bovenbedoelde periode wijzen tegen prijzen die vergelijkbaar zijn met die van de Poolse producenten. Bovendien werd in het kader van het onderzoek vastgesteld dat UAN van oorsprong uit Bulgarije en uit Polen alsmede UAN dat in de Gemeenschap wordt vervaardigd, dezelfde fysieke hoedanigheden vertonen, via soortgelijke, zoniet identieke kanalen worden verkocht en hetzelfde eindgebruik als meststof hebben. (34) Derhalve oordeelt de Commissie dat het argument van de Bulgaarse exporteur niet steekhoudend is en dat de invoer van UAN van oorprong uit Bulgarije en uit Polen volgens de normale methode van de Instellingen van de Gemeenschap dient te worden gecumuleerd. c) Hoeveelheden en prijzen van het met dumping uit Bulgarije en uit Polen ingevoerde produkt (35) De hoeveelheden van met dumping uit Bulgarije en uit Polen in de Gemeenschap ingevoerd UAN, gemeten in ton, vertonen een belangrijke stijging gedurende de periode van 1991 tot en met de periode van onderzoek van bijna 500 000 ton UAN met een stikstofgehalte van 32 % in 1991 tot meer dan 750 000 ton in de periode van onderzoek, hetgeen neerkomt op een stijging met meer dan 50 %. Uitgaande van het totale verbruik in de Gemeenschap stemt deze ontwikkeling overeen met een stijging van het marktaandeel van de met dumping ingevoerde produkten van 16 % in 1991 tot meer dan 27 % in de periode van onderzoek. Om de gevolgen van deze invoer voor de markt van UAN in de Gemeenschap te evalueren achtte de Commissie beide bovenstaande ontwikkelingen belangrijk, namelijk die van de verkochte totale hoeveelheden en die van het marktaandeel, waarbij rekening moet worden gehouden met de korte tijdspanne waarin deze ontwikkelingen plaatsgrepen. (36) De prijzen van UAN dat uit Bulgarije en uit Polen werd ingevoerd, daalden met ongeveer 7 % in de periode 1991-1992, een trend die zich gedurende de periode van onderzoek heeft voortgezet. Deze prijzen die de produktiekosten niet dekten lagen voortdurend beneden de prijzen van de producenten van de Gemeenschap en oefenden op deze wijze een constante aanzienlijke neerwaartse druk uit op de prijzen en opbrengsten van die producenten. (37) Bij vergelijking van de prijzen die de Bulgaarse en de Poolse exporteurs en producenten voor UAN-invoer in de Gemeenschap gedurende de periode van onderzoek aanrekenden met de prijzen van de producenten van de Gemeenschap op een vergelijkbaar handelsniveau blijkt, na grondige evaluatie, dat de Bulgaarse en de Poolse exporteurs en producenten de prijzen van hun concurrenten in de Gemeenschap aanzienlijk onderboden. De vergelijking gebeurde op basis van gedetailleerde verkoopverslagen voor iedere transactie afzonderlijk van de Bulgaarse en de Poolse exporteurs en producenten alsmede van de producenten van de Gemeenschap voor identieke soorten UAN die zowel door de producenten van de Gemeenschap als door de Bulgaarse en de Poolse producenten werden verkocht en bracht prijsonderbiedingen aan het licht van ongeveer 7 % voor de Bulgaarse exporteur en van 6 à 10 % voor de Poolse producenten. Deze percentages wat prijsdalingen en prijsonderbiedingen betreft waren uiterst schadelijk voor de UAN-markt van de Gemeenschap die weinig ruimte laat voor produktdifferentiatie. Er bleef de producenten in de Gemeenschap bijgevolg weinig anders over dan hun prijzen aan die van deze uitvoerende landen aan te passen teneinde hun positie op de markt te handhaven en de produktieinstallaties op een redelijk randabel peil te houden. d) Bedrijfstak van de Gemeenschap (38) Op basis van marktonderzoek en van het lopende onderzoek concludeerde de Commissie dat de klagende producenten het grootste gedeelte van de produktie van het betrokken produkt in de Gemeenschap voor hun rekening nemen (meer dan 65 %) in de zin van artikel 4, lid 5, van de basisverordening. De andere in de Gemeenschap, namelijk in Frankrijk, Italië, Spanje en in het Verenigd Koninkrijk gevestigde producenten hebben niet aan het onderzoek medegewerkt. (39) Als een reactie op de aanzienlijke toename van de invoer met dumping gedurende een korte tijdspanne heeft de bedrijfstak van de Gemeenschap als strategie de prijsdalingen van de betrokken exporterende landen gevolgd om zijn positie op de markt van de Gemeenschap te handhaven. Parallel hiermede verminderde deze bedrijfstak zijn produktiecapaciteit met ongeveer 5 % in de periode van 1991 tot en met de periode van onderzoek daar twee fabrieken in Frankrijk werden gesloten. Deze trend zette zich zelfs na de periode van onderzoek voort. Deze beperkingen van de produktiecapaciteit stelden die bedrijfstak in staat om zijn installaties op een rendabeler manier te benutten. Aangezien hij zich evenwel diende aan te passen aan de prijzen van de invoer met dumping, verslechterde zijn financiële situatie aanzienlijk hetgeen gedurende de periode van onderzoek tot sterke verliezen leidde. De verbeterde bezettingsgraad van de capaciteit die het gevolg was van de fabriekssluitingen, volstond niet om de verminderde omzet van de bedrijfstak van de Gemeenschap te compenseren. (40) Het beleid van de bedrijfstak van de Gemeenschap was geslaagd aangezien het marktaandeel slechts in geringe mate daalde van 40 % in 1991 tot 38 % in 1992 en vervolgens tijdens de periode van onderzoek tot 42 % steeg. Parallel met deze ontwikkeling daalde de totale produktie van de bedrijfstak van de Gemeenschap van 1991 tot 1992, maar er kon gedurende de periode van onderzoek opnieuw een stijging worden vastgesteld tot op een niveau dat vergelijkbaar was met dat van 1991, namelijk tot ongeveer 1,2 miljoen ton UAN met een stikstofgehalte van 32 %; de verkopen van de bedrijfstak daalden van 1991 tot 1992, maar stegen opnieuw gedurende de periode van onderzoek tot op een niveau dat vergelijkbaar was met dat van 1991, namelijk tot iets minder dan 1,2 miljoen ton UAN met een stikstofgehalte van 32 %. e) Conclusie (41) De sterke prijsdalingen op de markt van de Gemeenschap en de voor de bedrijfstak van de Gemeenschap negatieve ontwikkeling die tot grote financiële verliezen leidden, brachten de Commissie tot de gevolgtrekking dat de UAN-bedrijfstak van de Gemeenschap aanzienlijke schade had geleden in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. E. OORZAKELIJK VERBAND a) Gevolgen van de invoer met dumping (42) De snelle stijging van de invoer met dumping uit Bulgarije en uit Polen in een kort tijdsbestek en tegen prijzen welke die van de producenten van de Gemeenschap aanzienlijk onderboden, viel samen met de daling van de marktprijzen voor UAN in de Gemeenschap gedurende 1991 en de periode van onderzoek. Alhoewel de bedrijfstak van de Gemeenschap zijn afzet en marktaandeel niet zag dalen, kon deze stabiele positie op de markt van de Gemeenschap slechts worden bereikt door aanpassingen aan de lage invoerprijzen en bijgevolg door aanzienlijke en stijgende verliezen tussen 1992 en de periode van onderzoek. Aangezien UAN een basisprodukt is, is de markt voor dit artikel uiterst prijsgevoelig. Derhalve konden de producenten van de Gemeenschap toen zij met de steeds grotere invoer tegen lage prijzen werden geconfronteerd, niet anders dan hun prijzen aan die van de invoer met dumping aanpassen. b) Andere factoren (43) Zoals aangegeven in overweging (30) was de UAN-markt in de Gemeenschap relatief stabiel. De toestand van de bedrijfstak van de Gemeenschap kan derhalve niet worden toegeschreven aan een daling van het verbruik. (44) Bovendien werd in de periode van 1991 tot de periode van onderzoek UAN uit andere landen dan Bulgarije en Polen in de Gemeenschap ingevoerd, maar in het algemeen is deze invoer gedaald. Het grootste gedeelte van deze invoer is van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika. Volgens de gegevens van Eurostat is deze invoer uit de Verenigde Staten van Amerika aanzienlijk gedaald gedurende de bovenvermelde perioden, namelijk van een marktaandeel van 35 % in 1991 tot een marktaandeel van 10 % in de periode van onderzoek. De overige invoer is gestegen maar is over een aantal landen verspreid en geen van deze landen neemt een aanzienlijk deel van de markt van de Gemeenschap voor zijn rekening. c) Conclusie (45) De invoer uit andere landen dan Bulgarije en Polen nam ofwel toe van 1991 tot de periode van onderzoek maar bleef in absolute cijfers laag of was aanzienlijk, maar daalde in de periode van 1991 tot de periode van onderzoek. Bijgevolg concludeerde de Commissie dat de grote hoeveelheden UAN van oorsprong uit Bulgarije en uit Polen die met dumping tegen lage prijzen werden ingevoerd, op zich de bedrijfstak van de Gemeenschap aanzienlijke schade hebben berokkend in het bijzonder in de vorm van zware financiële verliezen; een en ander werd vastgesteld overeenkomstig het bepaalde van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. F. BELANG VAN DE GEMEENSCHAP (46) Het doel van anti-dumpingmaatregelen is onrechtmatige handelspraktijken die schadelijke gevolgen hebben voor de bedrijfstak van de Gemeenschap uit de weg te ruimen. Dergelijke maatregelen zouden tot gevolg moeten hebben dat opnieuw eerlijke concurrentie ontstaat, hetgeen als zodanig in het belang van de Gemeenschap is. (47) In het kader van het onderzoek werd vastgesteld dat de bedrijfstak van de Gemeenschap schade ondervindt in de vorm van aanzienlijke financiële verliezen die door grote, stijgende hoeveelheden van met dumping ingevoerde goederen zijn veroorzaakt. Zonder maatregelen zou die bedrijfstak in zijn levensvatbaarheid worden bedreigd, een gevolg dat zich met de sluiting van de UAN-fabrieken van verscheidene producenten in de Gemeenschap reeds heeft aangekondigd. (48) Anderzijds is het zo dat de landbouwers voor de korte termijn van de invoer met dumping hebben geprofiteerd. Evenwel mag niet uit het oog worden verloren dat de aankoop van UAN slechts een betrekkelijk klein percentage van de totale kosten van de landbouwers uitmaakt. Rekening houdend met alle gegevens wordt het mogelijke voordeel voor de landbouwers niet toereikend geacht om de bedrijfstak van de Gemeenschap bescherming tegen oneerlijke invoer van UAN te ontzeggen. (49) De Bulgaarse exporteur voerde aan dat anti-dumpingmaatregelen tegen de invoer van UAN vanuit Bulgarije onverenigbaar zouden zijn met de nauwer geworden samenwerking tussen de Gemeenschap en Bulgarije. Dit argument werd ook door "EFIA" aangehaald in verband met de Poolse invoer. Voorts werd door de Bulgaarse exporteur aangevoerd dat anti-dumpingmaatregelen voor de Bulgaarse economie catastrofale gevolgen zouden hebben en tot een verlies aan werkgelegenheid en mogelijk tot politieke destabilisatie zouden leiden. (50) In dit verband wijst de Commissie er op dat de Gemeenschap haar economische banden met Bulgarije en Polen verder zal versterken. Terzelfder tijd evenwel verwacht zij van de Bulgaarse en van de Poolse producenten en exporteurs dat zij zich met inachtneming van de internationale overeenkomsten over eerlijke handel op de markten van de Gemeenschap bewegen. In verband met de vermeende gevolgen voor Bulgarije in het bijzonder dient erop te worden gewezen dat de uitvoer van UAN naar de Gemeenschap slechts een klein gedeelte van de totale Bulgaarse uitvoer vormt. De Commissie oordeelt derhalve dat het niet realistisch is om aan te voeren dat anti-dumpingmaatregelen die worden ingesteld om een eerlijke handel in deze sector te herstellen, belangrijke gevolgen zouden hebben voor de algemene economische activiteit in Bulgarije. Dit geldt eveneens voor de gevolgen voor de arbeidsmarkt in Bulgarije aangezien de produktie van meststoffen niet arbeidsintensief is. Bovendien moet erop worden gewezen dat de instelling van anti-dumpingmaatregelen niet ten doel heeft produkten van oorsprong uit de betrokken exporterende landen van de markt van de Gemeenschap te weren maar alleen moet waarborgen dat er opnieuw een billijke concurrentie kan onstaan. (51) De opmerking ten slotte dat de ingestelde anti-dumpingmaatregelen voor UAN het land economisch en politiek zouden kunnen ontwrichten, lijkt niet realistisch. (52) Na overweging van alle gegevens luidt de gevolgtrekking dat het in het belang van de Gemeenschap is om met betrekking tot de invoer van UAN van oorsprong uit Bulgarije en uit Polen voorlopige anti-dumpingmaatregelen in te stellen. G. VOORLOPIG RECHT (53) Op basis van de bovenvermelde conclusies in verband met dumping, schade, oorzaak en belang van de Gemeenschap diende de Commissie te overwegen welke vorm van anti-dumpingmaatregel en welk percentage nodig zouden zijn om op de markt voor UAN in de Gemeenschap opnieuw billijke concurrentievoorwaarden te scheppen. Onder de huidige omstandigheden diende rekening te worden gehouden met het algemene verlies van de bedrijfstak van de Gemeenschap. (54) De Commissie berekende bijgevolg tegen welke prijzen de bedrijfstak van de Gemeenschap in staat zou zijn gemiddelde produktiekosten te dekken en een redelijke winst te boeken. In verband met het laatste heeft de bedrijfstak van de Gemeenschap een aantal doelstellingen naar voren gebracht die intern door de betrokken ondernemingen worden gebruikt. Deze doelstellingen lopen sterk uiteen en werden in een aantal gevallen niet specifiek voor produkten vastgesteld maar vloeiden voort uit een algemeen concernbeleid bij de evaluatie van investeringsprojecten. Onder deze omstandigheden oordeelde de Commissie dat bijzondere aandacht diende te worden besteed aan het feit dat het betrokken produkt alsmede de markt van de Gemeenschap vrij verwikkeld zijn en dat slechts lage bedragen voor investeringen en voor onderzoek en ontwikkeling nodig zijn. Derhalve werd een winstpercentage van 5 % van de omzet als redelijk beschouwd. (55) Op deze basis en rekening houdend met de produktiekosten van de bedrijfstak van de Gemeenschap werd een minimuminvoerprijs berekend die deze bedrijfstak in staat zou stellen zijn prijzen tot een redelijk niveau op te trekken. (56) Vastgesteld werd dat de aldus berekende schadedrempels lager liggen dan de dumpingmarges van de beide in Polen gevestigde producenten en van de in Bulgarije gevestigde exporteur zoals is vastgesteld in de overwegingen (19) en (29). (57) Gezien de aanzienlijke schade die de bedrijfstak van de Gemeenschap in de vorm van financiële verliezen heeft geleden, gezien de mogelijkheid, dat een ad-valoremrecht wordt geabsorbeerd, hetgeen een schadelijke uitwerking zou hebben op de prijssituatie op de markt van de Gemeenschap voor dit seizoensgebonden en zeer prijsgevoelige produkt, en gezien het bestaan van een aantal invoerkanalen via in derde landen gevestigde ondernemingen, oordeelt de Commissie het passend om een variabel recht in te stellen op een dusdanig niveau dat de bedrijfstak van de Gemeenschap in staat wordt gesteld zijn prijzen in het algemeen tot winstgevende niveaus op te trekken voor invoer die rechtstreeks wordt gefactureerd door Bulgaarse of door Poolse producenten of door andere partijen die het betrokken produkt gedurende de onderzoeksperiode hebben uitgevoerd en een specifiek recht op dezelfde basis voor alle andere invoer om ontduiking van de anti-dumpingmaatregelen te vermijden. H. SLOTBEPALING (58) Met het oog op een vlotte afwikkeling van de procedure dient een periode te worden vastgesteld waarbinnen de betrokken partijen hun standpunten schriftelijk bekend kunnen maken. Bovendien dient erop te worden gewezen dat alle bevindingen in het kader van deze verordening voorlopig zijn en opnieuw kunnen worden overwogen met het oog op door de Commissie eventueel voor te stellen definitieve rechten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Op de invoer van oplossingen van ureum en ammoniumnitraat van oorsprong uit Bulgarije en uit Polen, ingedeeld onder GN-code 3102 80 00, wordt een voorlopig anti-dumpingrecht ingesteld. 2. Het bedrag van het anti-dumpingrecht is gelijk aan het verschil tussen de prijs van 89 ecu per ton van het produkt en de cif-prijs vermeerderd met het per ton van het produkt te betalen recht in alle gevallen waarin de cif-prijs vermeerderd met het per ton van het produkt te betalen recht minder dan de minimuminvoerprijs bedraagt en waar de in het vrije verkeer gebrachte ingevoerde produkten rechtstreeks aan de importeur worden gefactureerd door de volgende exporteurs of producenten in Bulgarije: - Chimimport Investment and Fertilizer Inc., Sofia, - Agropolychim, Devnya, (aanvullende Taric-code 8791) of in Polen: - CIECH, Warsaw, - Zaklady Azotowe Kedzierzyn, Kedzierzyn, - Zaklady Azotowe Pulaway, Pulawy, aanvullende Taric-code 8793). 3. Voor in het vrije verkeer gebrachte ingevoerde produkten die niet door een van de in lid 2 genoemde exporteurs rechtstreeks aan de importeur worden gefactureerd, wordt het volgende specifiek recht ingesteld: a) voor het produkt van oorsprong uit Bulgarije: 20 ecu per ton produkt (aanvullende Taric-code 8792), b) voor het produkt van oorsprong uit Polen: 22 ecu per ton produkt (aanvullende Taric-code 8794) met uitzondering van het gecertificeerd door Zadlady Azotowe Pulawy geproduceerde produkt waarvoor het specifiek recht 19 ecu per ton bedraagt (aanvullende Taric-code 8795). 4. Tenzij anders bepaald zijn op dit recht de voor douanerechten geldende bepalingen van toepassing. 5. Het in het vrije verkeer brengen in de Gemeenschap van de in lid 1 bedoelde produkten is afhankelijk van het stellen van een zekerheid die gelijk is aan het bedrag van het voorlopige recht. Artikel 2 De betrokken partijen kunnen binnen één maand na de inwerkingtreding van deze verordening hun standpunt schriftelijk bekendmaken. Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 27 juni 1994. Voor de Commissie Leon BRITTAN Lid van de Commissie (1) PB nr. L 209 van 2. 8. 1988, blz. 1. (2) PB nr. L 66 van 10. 3. 1994, blz. 10. (3) PB nr. C 123 van 5. 5. 1993, blz. 5. (4) PB nr. L 195 van 5. 7. 1982, blz. 1. (5) PB nr. L 89 van 4. 4. 1992, blz. 1.