Verordening (EG) nr. 1055/94 van de Commissie van 5 mei 1994 tot uitstel van de uiterste datum voor het inzaaien van oliehoudende zaden in bepaalde gebieden
Publicatieblad Nr. L 115 van 06/05/1994 blz. 0009 - 0012
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 57 blz. 0069
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 57 blz. 0069
VERORDENING (EG) Nr. 1055/94 VAN DE COMMISSIE van 5 mei 1994 tot uitstel van de uiterste datum voor het inzaaien van oliehoudende zaden in bepaalde gebieden DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 232/94 (2), en met name op artikel 12, Overwegende dat, overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder c), van Verordening (EEG) nr. 2294/92 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 328/94 (4), de door de Lid-Staten, op grond van artikel 11, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1765/92, voor het inzaaien en het indienen van aanvragen voor oliehoudende zaden vast te stellen uiterste datum niet later mag zijn dan 15 mei; Overwegende dat, om redenen in verband met het klimaat, in sommige gebieden de bodem tegen de vastgestelde datum nog niet geschikt is voor het inzaaien van bepaalde soorten oliehoudende zaden; dat het derhalve wenselijk is, overeenkomstig artikel 12, eerste alinea, zevende streepje, van Verordening (EEG) nr. 1765/92, voor deze gebieden de termijn voor het inzaaien van de betrokken oliehoudende zaden te verlengen; dat deze verlenging evenwel de doeltreffendheid van de steunregeling voor de producenten van akkerbouwgewassen niet in gevaar mag brengen, noch het tijdschema van de controles in het kader van deze regeling mag doorkruisen; dat het, op grond van de tot dusver opgedane ervaring, dienstig lijkt voor de betrokken gebieden 31 mei als uiterste datum vast te stellen; Overwegende dat de verlenging van de termijn voor het inzaaien van bepaalde oliehoudende zaden in bepaalde gebieden geen voldoende reden is om ook de uiterste datum te wijzigen die is vastgesteld voor de indiening van de steunaanvragen "oppervlakte" als bedoeld in artikel 6, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3508/92 van de Raad van 27 november 1992 tot instelling van een geïntegreerd beheers- en controlesysteem voor bepaalde communautaire steunregelingen (5), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 165/94 (6); dat de in artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2294/92 bedoelde procedure voor de bevestiging van de inzaai evenwel zo eenvoudig mogelijk moet worden gehouden; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De termijn voor het inzaaien van bepaalde oliehoudende zaden, als bedoeld in artikel 2, lid 1, onder c) en d), van Verordening (EEG) nr. 2294/92, wordt verlengd tot 31 mei voorafgaand aan het betrokken verkoopseizoen in door de Lid-Staat nader aan te wijzen zones in de in de bijlage bij deze verordening vermelde gebieden. Artikel 2 Onverminderd het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie (7) a) is de uiterste datum voor het bevestigen van de inzaai aan de bevoegde instantie, als bedoeld in artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2294/92, 31 mei voorafgaand aan het betrokken verkoopseizoen; b) kunnen de Lid-Staten een impliciete bevestigingsprocedure instellen waarbij het uitblijven van een kennisgeving van de producent wordt beschouwd als een bevestiging van de inzaai. Producenten die niet volgens plan hebben ingezaaid, moeten dat aan de bevoegde instantie melden. Artikel 3 De Lid-Staten delen de Commissie uiterlijk op 13 mei 1994 mee welke zones zij op grond van artikel 1 hebben aangewezen en welke maatregelen zij hebben genomen ter uitvoering van deze verordening. Artikel 4 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 5 mei 1994. Voor de Commissie René STEICHEN Lid van de Commissie (1) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 12. (2) PB nr. L 30 van 3. 2. 1994, blz. 7. (3) PB nr. L 221 van 6. 8. 1992, blz. 22. (4) PB nr. L 42 van 15. 2. 1994, blz. 2. (5) PB nr. L 355 van 5. 12. 1992, blz. 1. (6) PB nr. L 24 van 29. 1. 1994, blz. 6. (7) PB nr. L 391 van 31. 12. 1992, blz. 36. BIJLAGE "" ID="1">Zonnebloemzaad> ID="2">Spanje> ID="3">Álava"> ID="3">Albacete"> ID="3">Alicante"> ID="3">Ávila"> ID="3">Badajoz"> ID="3">Barcelona"> ID="3">Burgos"> ID="3">Ciudad Real"> ID="3">Cuenca"> ID="3">Gerona"> ID="3">Granada"> ID="3">Guadalajara"> ID="3">Huesca"> ID="3">León"> ID="3">Lérida"> ID="3">Madrid"> ID="3">Murcia"> ID="3">Navarra"> ID="3">Palencia"> ID="3">Salamanca"> ID="3">Segovia"> ID="3">Soria"> ID="3">Teruel"> ID="3">Valencia"> ID="3">Valladolid"> ID="3">Zamora"> ID="3">Zaragoza"> ID="2">Griekenland> ID="3">Arta"> ID="3">Cavala"> ID="3">Evros"> ID="3">Ionnina"> ID="3">Preveza"> ID="3">Rodopi"> ID="3">Xanthi"> ID="2">Portugal> ID="3">Alentejo"> ID="3">Algarve"> ID="3">Beira Interior"> ID="3">Beira Litoral"> ID="3">Trás-os-Montes"> ID="3">Ribatejo Oeste"> ID="2">Verenigd Koninkrijk> ID="3">England"> ID="3">Wales"> ID="1">Soja> ID="2">Spanje> ID="3">España"> ID="2">Italië> ID="3">Alessandria"> ID="3">Asti"> ID="3">Belluno"> ID="3">Bergamo"> ID="3">Bologna"> ID="3">Brescia"> ID="3">Cremona"> ID="3">Cuneo"> ID="3">Ferrara"> ID="3">Gorizia"> ID="3">Mantova"> ID="3">Milano"> ID="3">Modena"> ID="3">Novara"> ID="3">Padova"> ID="3">Parma"> ID="3">Pavia"> ID="3">Piacenza"> ID="3">Pordenone"> ID="3">Ravenna"> ID="3">Reggio Emilia"> ID="3">Rovigo"> ID="3">Torino"> ID="3">Treviso"> ID="3">Trieste"> ID="3">Venezia"> ID="3">Vercelli"> ID="3">Verona"> ID="3">Vicenza"> ID="3">Udine">