VERORDENING (EG) Nr. 896/94 VAN DE COMMISSIE van 22 april 1994 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 3406/93 tot bepaling van de indica-rijstrassen waarvoor de interventieregeling geldt
Publicatieblad Nr. L 104 van 23/04/1994 blz. 0017 - 0017
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 56 blz. 0334
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 56 blz. 0334
VERORDENING (EG) Nr. 896/94 VAN DE COMMISSIE van 22 april 1994 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 3406/93 tot bepaling van de indica-rijstrassen waarvoor de interventieregeling geldt DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 1418/76 van de Raad van 21 juni 1976 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1544/93 (2), en met name op artikel 5, lid 5, Overwegende dat in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 3406/93 van de Commissie (3) is bepaald welke morfologische en bromatologische kenmerken rijstrassen moeten vertonen om als indicarassen te worden beschouwd; dat moet worden verduidelijkt in welk stadium die kenmerken moeten worden geverifieerd; Overwegende dat moet worden gepreciseerd dat de Commissie bepaalt of een monster de in voornoemde verordening vastgestelde kenmerken vertoont; Overwegende dat de lijst van laboratoria is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 3406/93; dat het Italiaanse laboratorium van adres is veranderd; dat de lijst dienovereenkomstig moet worden gewijzigd; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor granen, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 3406/93 wordt als volgt gewijzigd: 1. Artikel 1, lid 1, wordt gelezen: "1. Met het oog op de toepassing van artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1418/76 zijn indica-rijstrassen de rijstrassen die de volgende kenmerken vertonen: a) morfologische kenmerken: - lengte van de gedopte korrel, ten minste 6,6 mm, - verhouding lengte/breedte van de gedopte korrel, ten minste 3: 1, - volledig ontbreken van parels en strepen bij ten minste 60 % van de korrels van het monster volwitte rijst; b) bromatologische kenmerken van volwitte rijst: - een kleverigheid van ten hoogste 2,50 g/cm, - een consistentie van ten minste 0,85 kg/cm2, - een zetmeelgehalte van ten minste 21 %.". 2. Artikel 4, lid 1, wordt gelezen: "1. De Commissie bepaalt of een monster de kenmerken van een ras vertoont op basis van het rekenkundige gemiddelde van de analyseresultaten, waarbij de hoogste en de laagste waarden niet worden meegerekend.". 3. In bijlage III wordt punt 4 gelezen: "4. ENTE NAZIONALI RISI - CENTRO DI RICERCHE SUL RISO 1. Castello d'Agogna". Artikel 2 Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 22 april 1994. Voor de Commissie René STEICHEN Lid van de Commissie (1) PB nr. L 166 van 25. 6. 1976, blz. 1. (2) PB nr. L 154 van 25. 6. 1993, blz. 5. (3) PB nr. L 310 van 14. 12. 1993, blz. 14.