31994R0120

Verordening (EG) nr. 120/94 van de Commissie van 25 januari 1994 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1533/93 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen, en van Verordening (EEG) nr. 2131/93 tot vaststelling van de procedures en de voorwaarden voor de verkoop van graan door de interventiebureaus

Publicatieblad Nr. L 021 van 26/01/1994 blz. 0001 - 0002
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 55 blz. 0357
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 55 blz. 0357


VERORDENING (EG) Nr. 120/94 VAN DE COMMISSIE van 25 januari 1994 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1533/93 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad voor de toekenning, in de graansector, van uitvoerrestituties en van bij verstoring van de graanmarkt te treffen maatregelen, en van Verordening (EEG) nr. 2131/93 tot vaststelling van de procedures en de voorwaarden voor de verkoop van graan door de interventiebureaus

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2193/93 van de Commissie (2), en met name op artikel 13,

Overwegende dat om het grootste deel van de uitvoer uit de Gemeenschap niet te hinderen door een bewijs van aankomst ter bestemming te eisen, bij Verordening (EEG) nr. 1533/93 van de Commissie (3), is bepaald dat, voor de betaling van de in het kader van een inschrijving vastgestelde restitutie, het bedoelde bewijs niet hoeft te worden overgelegd voor gevallen van uitvoer over zee; dat dezelfde bepaling is opgenomen in Verordening (EEG) nr. 2131/93 van de Commissie (4);

Overwegende dat in de graansector alleen voor Zwitserland, Oostenrijk en Liechtenstein een lagere uitvoerrestitutie is vastgesteld dan voor de overige derde landen; dat men zich bijgevolg ervan dient te vergewissen dat produkten waarvoor een restitutie "alle derde landen" is betaald, niet naar de bovengenoemde landen worden uitgevoerd; dat derhalve bij uitvoer naar die landen de in het kader van een inschrijving vastgestelde restitutie dient te worden aangepast;

Overwegende dat om te waarborgen dat de uitvoer over zee gebeurt, in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 1533/93 en artikel 17, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 is bepaald dat een zeewaardig vaartuig een vaartuig van minstens 2 500 brutoregisterton is; dat is geconstateerd dat het begrip "brutoregisterton" in dit verband niet het meest bruikbare is; dat het daarom de voorkeur verdient zich op de daadwerkelijk geladen hoeveelheden te baseren; dat Verordening (EEG) nr. 1533/93 en Verordening (EEG) nr. 2131/93 derhalve dienovereenkomstig moeten worden gewijzigd;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 1533/93 wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 14, eerste alinea, wordt gelezen:

"In afwijking van artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 3665/87 is het bewijs dat de douaneformaliteiten met het oog op de invoer ten verbruik zijn vervuld, niet vereist voor de betaling van de in het raam van een inschrijving vastgestelde restitutie, wanneer de handelaar het bewijs levert dat een hoeveelheid van ten minste 1 500 ton graanprodukten het douanegebied van de Gemeenschap in een zeewaardig vaartuig heeft verlaten."

2. Het volgende artikel 14 bis wordt ingevoegd:

"Artikel 14 bis

Wanneer de handelaar het bewijs levert dat de douaneformaliteiten met het oog op de invoer ten verbruik in Zwitserland, Oostenrijk of Liechtenstein zijn vervuld, wordt de in het kader van een inschrijving vastgestelde restitutie "alle derde landen" verlaagd met het verschil tussen dat restitutiebedrag en de op de dag van de toewijzing voor de bovenstaande bestemmingen geldende uitvoerrestitutie."

Artikel 2

Artikel 17, lid 3, tweede streepje, van Verordening (EEG) nr. 2131/93 wordt gelezen:

"- de in artikel 18 van Verordening (EEG) nr. 3665/87 bedoelde bewijzen zijn geleverd. De zekerheid wordt evenwel vrijgegeven als de handelaar het bewijs levert dat een hoeveelheid van ten minste 1 500 ton graanprodukten het douanegebied van de Gemeenschap in een zeewaardig schip heeft verlaten.

Dit bewijs wordt geleverd met de onderstaande, door de bevoegde autoriteit gecertificeerde vermelding op het controle-exemplaar als bedoeld in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 3665/87, op het enig document of op het nationaal document waaruit blijkt dat de goederen het douanegebied van de Gemeenschap hebben verlaten:

Exportación de cereales por vía marítima; articulo 17 del Reglamento (CEE) no 2131/93;

Eksport af korn ad soevejen - Artikel 17 i forordning (EOEF) nr. 2131/93;

Getreideausfuhr auf dem Seeweg - Verordnung (EWG) Nr. 2131/93 Artikel 17;

Exagogi sitiron dia thalassis - Arthro 17 toy kanonismoy (EOK) arith. 2131/93;

Export of cereals by sea - Article 17 of Regulation (EEC) No 2131/93;

Exportation de céréales par voie maritime - Règlement (CEE) no 2131/93, article 17;

Esportazione di cereali per via marittima - articolo 17 del regolamento (CEE) n. 2131/93;

Uitvoer van graan over zee - Verordening (EEG) nr. 2131/93, artikel 17;

Exportaçao de cereais por via marítima - artigo 17º do Regulamento (CEE) nº 2131/93."

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 25 januari 1994.

Voor de Commissie

René STEICHEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 21.

(2) PB nr. L 196 van 5. 8. 1993, blz. 22.

(3) PB nr. L 151 van 23. 6. 1993, blz. 15.

(4) PB nr. L 191 van 31. 7. 1993, blz. 76.