31994L0013

Richtlijn 94/13/EG van de Raad van 29 maart 1994 tot wijziging van Richtlijn 77/93/EEG betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige produkten schadelijke organismen

Publicatieblad Nr. L 092 van 09/04/1994 blz. 0027 - 0030
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 56 blz. 0278
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 56 blz. 0278


RICHTLIJN 94/13/EG VAN DE RAAD van 29 maart 1994 tot wijziging van Richtlijn 77/93/EEG betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige produkten schadelijke organismen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 1911/91 van de Raad van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische eilanden (4) is besloten om de Canarische eilanden in het douanegebied van de Gemeenschap op te nemen en het gemeenschappelijke beleid op die eilanden toe te passen; dat volgens de artikelen 2 en 10 van die verordening het gemeenschappelijk landbouwbeleid van toepassing wordt vanaf het van kracht worden van een specifieke regeling voor de bevoorrading; dat die toepassing voorts vergezeld moet gaan van specifieke maatregelen voor de landbouwproduktie;

Overwegende dat bij Besluit 91/314/EEG van de Raad van 26 juni 1991 tot instelling van een programma van speciaal op het afgelegen en insulaire karakter van de Canarische eilanden afgestemde maatregelen (Poseican) (5) de algemene lijnen zijn aangegeven van de maatregelen die moeten worden genomen om rekening te houden met de specifieke omstandigheden en de problemen van de archipel;

Overwegende dat deze maatregelen meebrengen dat Richtlijn 77/93/EEG (6) moet worden aangepast in het licht van de bijzondere fytosanitaire situatie op de Canarische eilanden, alsmede om de toepassing van bepaalde maatregelen van die richtlijn te verlengen met een periode die afloopt zes maanden na de datum waarop de Lid-Staten de toekomstige bepalingen met betrekking tot de bijlagen bij die richtlijn voor de bescherming van de Franse overzeese departementen en de Canarische eilanden, ten uitvoer moeten hebben gelegd;

Overwegende dat de bepalingen in artikel 14 van Richtlijn 77/93/EEG op grond waarvan kan worden afgeweken van de algemene regels, moeten worden aangepast aan de doelstellingen van de interne markt; dat derhalve wijzigingen moeten worden aangebracht in de artikelen 3, 4, 5, 6, 10 en 12 van die richtlijn;

Overwegende dat de in artikel 11 van Richtlijn 77/93/EEG bedoelde bepalingen inzake aanvullende eisen niet meer verenigbaar zijn met de regels van de interne markt en derhalve moeten worden ingetrokken,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 77/93/EEG wordt als volgt gewijzigd:

1. artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a) in lid 2 worden de woorden "de Canarische eilanden" geschrapt;

b) na lid 3 wordt het volgende lid ingevoegd:

"3 bis. Deze richtlijn heeft ook betrekking op beschermende maatregelen om te voorkomen dat schadelijke organismen uit andere delen van Spanje op de Canarische eilanden en, omgekeerd, uit de Canarische eilanden in andere delen van Spanje worden binnengebracht.";

c) in lid 4 worden na de woorden "de Franse overzeese departementen" de woorden "en op de Canarische eilanden" ingevoegd;

d) na lid 6 worden de volgende leden toegevoegd:

"7. Wat betreft de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen van schadelijke organismen uit de Franse overzeese departementen in andere delen van Frankrijk en in de andere Lid-Staten en tegen hun verspreiding binnen de Franse overzeese departementen, worden de data in artikel 1, lid 5, artikel 3, lid 4, artikel4, lid 2, onder a), en lid 4, artikel 5, leden 2 en 4, artikel 6, leden 4, 5 en 9, artikel 10, lid 1, lid 2, onder b), en lid 5, en artikel 12, leden 6, 7 en 8, van deze richtlijn vervangen door een datum die overeenkomt met het einde van een periode van zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Lid-Staten de toekomstige bepalingen ten uitvoer moeten hebben gelegd die met betrekking tot de bijlagen I tot en met V van Richtlijn 77/93/EEG zullen worden vastgesteld om de Franse overzeese departementen te beschermen. Met ingang van diezelfde datum vervallen de leden 3 en 4.

8. Wat betreft de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen van schadelijke organismen uit de Canarische eilanden in andere delen van Spanje en in de andere Lid-Staten en tegen hun verspreiding op de Canarische eilanden, worden de data in artikel 1, lid 5, artikel 3, lid 4, artikel 4, lid 2, onder a), en lid 4, artikel 5, leden 2 en 4, artikel 6, leden 4, 5 en 9, artikel 10, lid 1, lid 2, onder b), en lid 5, en artikel 12, leden 6, 7 en 8 van deze richtlijn vervangen door een datum die overeenkomt met het einde van een periode van zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop de Lid-Staten de toekomstige bepalingen ten uitvoer moeten hebben gelegd die met betrekking tot de bijlagen I tot en met V van Richtlijn 77/93/EEG zullen worden vastgesteld om de Canarische eilanden te beschermen. Met ingang van diezelfde datum vervalt lid 3 bis.";

2. artikel 3, lid 7, wordt vervangen door:

"7. a) Volgens de procedure van artikel 16 bis kan worden besloten dat de Lid-Staten voorschrijven dat het binnenbrengen of verspreiden op hun grondgebied van nader omschreven al dan niet geïsoleerde organismen die als schadelijk voor planten of plantaardige produkten worden beschouwd doch niet in de bijlagen I en II zijn opgenomen, verboden is, of dat daarvoor een speciale, onder volgens dezelfde procedure te specificeren voorwaarden verstrekte vergunning is vereist.

b) Volgens de procedure van artikel 16 bis kan worden besloten dat de Lid-Staten voorschrijven dat het binnenbrengen of verspreiden op hun grondgebied van nader omschreven organismen die in bijlage II zijn opgenomen, maar voorkomen op andere dan de in die bijlage genoemde planten, en die als schadelijk voor planten en plantaardige produkten worden beschouwd, verboden is, of dat daarvoor een speciale, onder volgens dezelfde procedure te specificeren voorwaarden verstrekte vergunning is vereist.

c) Volgens de procedure van artikel 16 bis kan worden besloten dat de Lid-Staten voorschrijven dat het binnenbrengen of verspreiden op hun grondgebied van nader omschreven in de bijlagen I en II opgenomen, geïsoleerde organismen, die als schadelijk voor planten en plantaardige produkten worden beschouwd, verboden is of dat daarvoor een speciale, onder volgens dezelfde procedure te specificeren voorwaarden verstrekte vergunning is vereist.

d) De punten a), b) en c) zijn eveneens van toepassing op deze organismen indien zij niet onder Richtlijn 90/220/EEG van de Raad van 23 april 1990 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (7)() of onder andere, bijzondere Gemeenschapsbepalingen inzake genetisch gemodificeerde organismen vallen.

e) Overeenkomstig de voorwaarden die volgens de procedure van artikel 16 bis worden vastgesteld, gelden de leden 1 en 5, onder a), en de leden 2 en 5, onder b), niet voor proefnemingen of wetenschappelijke doeleinden en voor selectiewerkzaamheden.

f) Nadat de in de punten a), b) en c) bedoelde maatregelen zijn vastgesteld, gelden die punten, overeenkomstig de voorwaarden die volgens de procedure van artikel 16 bis worden vastgesteld, niet voor proefnemingen of wetenschappelijke doeleinden en voor selectiewerkzaamheden.

";

3. in artikel 4 worden de volgende leden toegevoegd na lid 4:

"5. Overeenkomstig de voorwaarden die volgens de procedure van artikel 16 bis worden vastgesteld, gelden de leden 1 en 2, onder a), niet voor proefnemingen of wetenschappelijke doeleinden en voor selectiewerkzaamheden.

6. a) Op voorwaarde dat er geen gevaar voor verspreiding van schadelijke organismen bestaat, kan een Lid-Staat bepalen dat de leden 1 en 2, onder a), in bepaalde afzonderlijke gevallen niet van toepassing zijn op planten, plantaardige produkten en ander materiaal, die in zijn onmiddellijke grensgebied met een derde land worden geteeld, geproduceerd of gebruikt en in deze Lid-Staat worden binnengebracht om op nabijgelegen plaatsen in de grensstreek van zijn grondgebied te worden bewerkt.

b) Wanneer de Lid-Staat zo'n ontheffing verleent, moet hij de plaats en de naam van degene die de bewerking uitvoert, specificeren. Deze gegevens, die regelmatig moeten worden bijgewerkt, dienen ter beschikking van de Commissie te staan.

c) Planten, plantaardige produkten en ander materiaal die onder een ontheffing uit hoofde van punt a) vallen, moeten vergezeld gaan van een bewijsstuk waarin de plaats in het betrokken derde land is vermeld waarvan de bedoelde planten, plantaardige produkten en het bedoelde andere materiaal afkomstig zijn.";

4. artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a) aan lid 4 wordt de volgende zin toegevoegd:

"Het bepaalde in dit lid en in de leden 1 en 2 geldt niet voor het verkeer van kleine hoeveelheden planten, plantaardige produkten, voedingsmiddelen of diervoeders wanneer deze bestemd zijn voor gebruik door de eigenaar of ontvanger voor niet-industriële en niet-commerciële doeleinden of voor verbruik tijdens het vervoer, op voorwaarde dat er geen gevaar bestaat voor verspreiding van schadelijke organismen.";

b) de volgende leden worden toegevoegd na lid 4:

"5. Overeenkomstig de voorwaarden die volgens de procedure van artikel 16 bis worden vastgesteld, gelden de leden 1, 2 en 4 niet voor proefnemingen of wetenschappelijke doeleinden en voor selectiewerkzaamheden.

6. a) Op voorwaarde dat er geen gevaar voor verspreiding van schadelijke organismen bestaat, kan een Lid-Staat bepalen dat de leden 1, 2 en 4, in bepaalde afzonderlijke gevallen niet van toepassing zijn op planten, plantaardige produkten en ander materiaal, die in zijn onmiddellijke grensgebied met een derde land worden geteeld, geproduceerd of gebruikt en in deze Lid-Staat worden binnengebracht om op nabijgelegen plaatsen in de grensstreek van zijn grondgebied te worden bewerkt.

b) Wanneer de Lid-Staat zo'n ontheffing verleent, moet hij de plaats en de naam van degene die de bewerking uitvoert, specificeren. Deze gegevens die regelmatig moeten worden bijgewerkt dienen ter beschikking van de Commissie te staan.

c) Planten, plantaardige produkten en ander materiaal die onder een ontheffing uit hoofde van punt a) vallen, moeten vergezeld gaan van een bewijsstuk waarin de plaats in het betrokken derde land is vermeld waarvan de bedoelde planten, plantaardige produkten en het bedoelde andere materiaal afkomstig zijn.";

5. artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

aan lid 4 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"De leden 1, 2 en 3 gelden niet voor het verkeer van kleine hoeveelheden planten, plantaardige produkten, voedingsmiddelen of diervoeders wanneer deze bestemd zijn voor gebruik door de eigenaar of ontvanger voor niet-industriële en niet-commerciële doeleinden of voor verbruik tijdens het vervoer, op voorwaarde dat er geen gevaar bestaat voor verspreiding van schadelijke organismen.";

6. artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

aan lid 2 wordt het volgende punt toegevoegd:

"c) De punten a) en b) gelden niet voor het verkeer van kleine hoeveelheden planten, plantaardige produkten, voedingsmiddelen of diervoeders wanneer deze bestemd zijn voor gebruik door de eigenaar of ontvanger voor niet-industriële en niet-commerciële doeleinden of voor verbruik tijdens het vervoer, op voorwaarde dat er geen gevaar bestaat voor verspreiding van schadelijke organismen.";

7. in artikel 11, lid 2, wordt de tweede alinea geschrapt;

8. artikel 12 wordt als volgt gewijzigd:

a) de volgende leden worden toegevoegd na lid 3 bis:

"3 ter. Op voorwaarde dat er geen gevaar bestaat voor verspreiding van schadelijke organismen:

- zijn de leden 1 en 2 niet van toepassing wanneer planten, plantaardige produkten of ander materiaal rechtstreeks worden overgebracht naar een andere plaats in de Gemeenschap via het grondgebied van een derde land;

- zijn de leden 1 en 2 en artikel 4, lid 1, niet van toepassing bij doorvoer over het grondgebied van de Gemeenschap;

- zijn de leden 1 en 2 niet van toepassing op kleine hoeveelheden planten, plantaardige produkten, voedingsmiddelen of diervoeders wanneer deze bestemd zijn voor gebruik door de eigenaar of ontvanger voor niet-industriële en niet-commerciële doeleinden of voor verbruik tijdens het vervoer.

3 quater. Overeenkomstig de voorwaarden die volgens de procedure van artikel 16 bis worden vastgesteld, gelden de leden 1 en 2 niet voor proefnemingen of wetenschappelijke doeleinden en voor selectiewerkzaamheden.

3 quinquies. i) Op voorwaarde dat er geen gevaar voor verspreiding van schadelijke organismen bestaat, kan een Lid-Staat bepalen dat de leden 1 en 2 in bepaalde afzonderlijke gevallen niet van toepassing zijn op planten, plantaardige produkten en ander materiaal, die in zijn onmiddellijke grensgebied met een derde land worden geteeld, geproduceerd of gebruikt en in deze Lid-Staat worden binnengebracht om op nabijgelegen plaatsen in de grensstreek van zijn grondgebied te worden bewerkt.

ii) Wanneer de Lid-Staat zo'n ontheffing verleent, moet hij de plaats en de naam van degene die de bewerking uitvoert, specificeren. Deze gegevens, die regelmatig moeten worden bijgewerkt, dienen ter beschikking van de Commissie te staan.

iii) Planten, plantaardige produkten en ander materiaal die onder een ontheffing uit hoofde van punt i) vallen, moeten vergezeld gaan van een bewijsstuk waarin de plaats in het betrokken derde land is vermeld waarvan de bedoelde planten, plantaardige produkten en het bedoelde andere materiaal afkomstig zijn.";

b) aan lid 8 wordt de volgende alinea toegevoegd:

"In geval van een verwijdering als genoemd in de eerste alinea, tweede streepje, of een weigering als genoemd in de eerste alinea, vierde streepje, bepalen de Lid-Staten dat de gezondheidscertificaten of de gezondheidscertificaten voor wederuitvoer die worden getoond wanneer de planten, plantaardige produkten of ander materiaal voor binnenbrenging op hun grondgebied worden voorgelegd, door de bevoegde officiële instanties genoemd in artikel 2, lid 1, onder g), ongeldig worden verklaard. Bij de ongeldigverklaring krijgt het certificaat op de voorkant, duidelijk zichtbaar een driehoekig rood stempel met de vermelding "certificaat ongeldig verklaard", van de genoemde instanties dat ten minste hun naam en de datum van weigering aangeeft. De vermelding is in hoofdletters en in ten minste één van de officiële talen van de Gemeenschap gesteld.";

9. artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

a) de leden 1 en 2 vervallen;

b) het vroegere lid 3 wordt lid 1 en de eerste alinea wordt vervangen door:

"1. Volgens de procedure van artikel 16 of, in dringende gevallen, de procedure van artikel 17, kunnen de Lid-Staten op hun verzoek worden gemachtigd om af te wijken:

- van artikel 4, lid 1, voor wat betreft bijlage III, deel A en deel B, onverminderd het bepaalde in artikel 4, lid 5, alsmede van artikel 5, lid 1, en het derde streepje van artikel 12, lid 1, onder a), voor wat betreft de andere eisen die genoemd worden in bijlage IV, deel A, rubriek 1, en bijlage IV, deel B;

- van artikel 7, lid 2, en artikel 12, lid 1, onder b), in het geval van hout, indien gelijkwaardige waarborgen worden gegeven,

op voorwaarde dat is vastgesteld dat het risico van verspreiding van schadelijke organismen wordt ondervangen door een of meer van de volgende factoren:

- de oorsprong van de planten of plantaardige produkten,

- een passende behandeling,

- speciale voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van de planten of plantaardige produkten.";

c) het vroegere lid 4 wordt lid 2 en wordt vervangen door:

"2. Voor afwijkingen als bedoeld in lid 1 wordt voor elk afzonderlijk geval een officiële constatering geëist dat aan de voorwaarden voor het toestaan van de afwijking is voldaan.";

d) het vroegere lid 5 wordt lid 3 en wordt vervangen door:

"3. De Lid-Staten delen de Commissie mede welke afwijkingen zij overeenkomstig lid 1 hebben toegestaan. De Commissie stelt de andere Lid-Staten jaarlijks van deze mededelingen in kennis.

Volgens de procedure van artikel 16 kunnen de Lid-Staten van deze mededelingen worden vrijgesteld.";

e) lid 6 vervalt.

Artikel 2

De in artikel 1, punten 2, 3, 4, onder b), en 8, bedoelde voorwaarden worden vóór 1 september 1994 vastgesteld.

Artikel 3

1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 1 januari 1995 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels van deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

2. De Lid-Staten delen de Commissie onmiddellijk alle bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen. De Commissie stelt de andere Lid-Staten daarvan in kennis.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 29 maart 1994.

Voor de Raad

De Voorzitter

G. MORAITIS

(1) PB nr. C 97 van 6. 4. 1993, blz. 13.

(2) PB nr. C 255 van 20. 9. 1993, blz. 242.

(3) PB nr. C 201 van 26. 7. 1993, blz. 31.

(4) PB nr. L 171 van 29. 6. 1991, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 284/92 (PB nr. L 31 van 7. 2. 1992, blz. 6).

(5) PB nr. L 171 van 29. 6. 1991, blz. 5.

(6) PB nr. L 26 van 31. 1. 1977, blz. 20. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/103/EEG (PB nr. L 363 van 11. 12. 1992, blz. 1).

(7)() PB nr. L 117 van 8. 5. 1990, blz. 15.