94/1070/EGKS: BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 13 december 1994 inzake de Duitse steunmaatregelen ten behoeve van de kolenindustrie voor het jaar 1994 (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek) (Voor de EER relevante tekst)
Publicatieblad Nr. L 385 van 31/12/1994 blz. 0018 - 0023
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 13 december 1994 inzake de Duitse steunmaatregelen ten behoeve van de kolenindustrie voor het jaar 1994 (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek) (Voor de EER relevante tekst) (94/1070/EGKS) DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, Gelet op Beschikking nr. 3632/93/EGKS van de Commissie van 28 december 1993 tot vaststelling van een communautaire regeling voor de steunmaatregelen van de Lid-Staten ten behoeve van de kolenindustrie (1), inzonderheid op de artikelen 8 en 9, Overwegende hetgeen volgt: I Bij brief van 28 december 1993 heeft Duitsland de Commissie overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Beschikking nr. 3632/93/EGKS in kennis gesteld van de steunmaatregelen die het voornemens is voor het jaar 1994 ten behoeve van de steenkolenindustrie te treffen. Bij brief van 29 april 1994 heeft Duitsland de Commissie overeenkomstig artikel 8 van de genoemde beschikking een plan voor de modernisering, rationalisering en herstructurering van de steenkolenindustrie voorgelegd. Bij brieven van 6 september en 23 november 1994 heeft de genoemde Lid-Staat aanvullende informatie verstrekt. Overeenkomstig Beschikking nr. 3632/93/EGKS - spreekt de Commissie zich uit over de verenigbaarheid van het plan voor de modernisering, rationalisering en herstructurering van de steenkolenindustrie met de algemene en specifieke doelstellingen van de beschikking, en - stelt zij voor het jaar 1994 de volgende maatregelen vast: - 2 853 miljoen DM steun voor de levering van steenkool en cokes aan de ijzer- en staalindustrie van de Gemeenschap, - 110 miljoen DM steun voor het behoud van het ondergronds werkend personeel (de zogeheten "Bergmannspraemie"), - 127,8 miljoen DM en 57,9 miljoen DM steun ter dekking van de compensatie tussen de mijnbekkens ("Revierausgleich") respectievelijk de compensatie voor steenkool met een laag gehalte aan vluchtige bestanddelen ("Ausgleich fuer niederfluechtige Kohle"), - 5 800 miljoen DM steun in het kader van de derde wet inzake de elektriciteitswinning uit kolen ("dritte Verstromungsgesetz") van 13 december 1974 (2), in de vorm van ontvangsten uit het compensatiefonds voor 1994, hetgeen overeenkomt met een heffing ("Kohlepfennig") van 8,5 %, - instelling van een kredietlijn ten belope van 6 000 miljoen DM in het kader van artikel 3 van het "Gesetz zur Sicherung des Einsatzes von Steinkohle in der Verstromung und zur AEnderung des Atomgesetzes und des Stromeinspeisungsgesetzes" van 19 juli 1994 (3), teneinde de schulden van het in de oude wet inzake de elektriciteitswinning voorziene compensatiefonds, die op 31 december 1993 5 350 miljoen DM bedroegen, te dekken en voor de toekomst de solvabiliteit van dit fonds te garanderen. De door de Duitse regering ten behoeve van de steenkolenindustrie voorgenomen financiële maatregelen voldoen aan het bepaalde in artikel 1 van Beschikking nr. 3632/93/EGKS en moeten volgens artikel 9 door de Commissie worden goedgekeurd. Bij haar besluit houdt de Commissie vooral rekening met de algemene doelstellingen en criteria van artikel 2 en de concrete criteria van de artikelen 3 en 4 van deze beschikking. Volgens artikel 9, lid 6, van de beschikking beoordeelt de Commissie ook, of de maatregelen in overeenstemming met de voorgelegde plannen zijn. II Het door de Duitse Regering ingediende plan voor de modernisering, rationalisering en herstructurering van de steenkolenindustrie moet worden beoordeeld in het licht van de algemene doelstellingen en criteria van artikel 2, lid 1, alsmede de concrete doelstellingen en criteria van de artikelen 3 en 4 van Beschikking nr. 3632/93/EGKS. De produktiedoeleinden van dit plan zijn gebaseerd op de richtsnoeren voor de Duitse kolenindustrie, waarover door de mijnondernemingen, de Bondsregering, de Regeringen van de landen Nordrhein-Westfalen en Saarland en de vakcentrales van de mijnindustrie en de elektriciteitssector tijdens de onderhandelingen in het kader van de "Kohlerunde" van 11 november 1991 overeenstemming is bereikt. Voor de kolen die voor thermische centrales bestemd zijn, is de omvang van de in het kader van het plan voorgenomen steun voor de periode van 1 januari 1995 tot en met 31 december 2000 vastgesteld bij het "Gesetz zur Sicherung des Einsatzes von Steinkohle in der Verstromung und zur AEnderung des Atomgesetzes und des Stromeinspeisungsgesetzes" van 19 juli 1994. Ten aanzien van het steunbedrag voor de produktie van kolen ten behoeve van de communautaire ijzer- en staalindustrie is tot op heden geen specifieke regeling vastgesteld. De herstructureringsplannen van de mijnondernemingen Ruhrkohle AG, Saarbergwerk AG, Preussag Anthrazit GmbH, Gewerkschaft Auguste Victoria GmbH en Sophia Jacoba GmbH omvatten maatregelen die de produktie van de Duitse steenkolenindustrie tussen 1 januari 1994 en 31 december 1999 met 14 miljoen ton moeten verminderen. In 1993 bedroeg de produktie 64 miljoen ton. In 2000 zal ten behoeve van de thermische centrales ten hoogste 35 miljoen ton en voor de afzet aan de ijzer- en staalindustrie ten hoogste 15 miljoen ton steenkool worden gewonnen. Om dit doel te bereiken heeft de Duitse steenkolenindustrie tot rationaliserings- en herstructureringsmaatregelen besloten, die ten doel hebben de produktie te concentreren op plaatsen die inzake produktiekosten geen al te ongunstige perspectieven bieden. Dit betekent dat de produktiecapaciteit van de meest verlies lijdende installaties geleidelijk zal worden verminderd. Zo zal de Sophia Jacoba GmbH in de loop van 1997 definitief worden stilgelegd. Omdat de geologische gesteldheid van de steenkoolbekkens de winning van kolen op steeds grotere diepte noodzakelijk maakt, valt nauwelijks te verwachten dat de invoering van nieuwe exploitatietechnieken tot een merkbare verbetering van het concurrentievermogen van de Duitse steenkolenindustrie zal leiden. Ondanks een wezenlijke vermindering van de produktie tussen 1992 en 2002 dalen de gemiddelde produktiekosten, uitgedrukt in prijzen van 1992, slechts met 26 DM (van 286 DM in 1992 naar 260 DM in 2002). Een noemenswaardige steunverlaging kan bijgevolg alleen door een geleidelijke en continue produktieverlaging van de betrokken ondernemingen worden bereikt. Met het oog op deze situatie heeft de Duitse Regering besloten ten aanzien van de financiële steun voor kolen voor thermische centrales een bovengrens voor de lopende kosten vast te stellen, die niet aan het produktiecijfer is gekoppeld. Deze bovengrens bedraagt 7 500 miljoen DM voor het jaar 1996 en 7 000 miljoen DM per jaar gedurende de periode 1997-2000. Ook wordt de komende maanden een beslissing van de Duitse Regering verwacht met betrekking tot de vermindering van de toekomstige steunmaatregelen voor kolen voor levering aan de ijzer- en staalindustrie. De Commissie dient met betrekking tot deze beslissing een standpunt te bepalen. Met de vaststelling van een bovengrens voor de steun ter dekking van de lopende kosten die later naar rato van de geleidelijke reductie van de produktiecapaciteit verder zal worden verlaagd, luidt Duitsland een nieuwe ontwikkeling in: overeenkomstig artikel 2, lid 1, eerste en tweede streepje, van Beschikking nr. 3632/93/EGKS dragen deze maatregelen ertoe bij dat, rekening gehouden met de kolenprijzen op de wereldmarkt, verdere vooruitgang wordt geboekt in de richting van economische rentabiliteit en de degressie van de steunmaatregelen, en een oplossing wordt geboden voor de sociale en regionale problemen die uit de gehele of gedeeltelijke buitenbedrijfstelling van produktie-eenheden voortvloeien. Gezien de beperkte mogelijkheden waarover de ondernemingen bij het huidige niveau van de steenkolenprijzen op de wereldmarkt beschikken om hun rentabiliteit te vergroten, heeft de Commissie bij haar beoordeling ook rekening gehouden met de dringende noodzaak, de sociale en regionale gevolgen van de herstructurering zoveel mogelijk af te zwakken en de mijnondernemingen perspectieven op middellange termijn te bieden, zodat structurele veranderingen met een kans van slagen mogelijk zullen zijn. In het licht van een en ander is het door Duitsland ingediende plan in overeenstemming met de doelstellingen en criteria van de artikelen 2, 3 en 4 van de beschikking, mits Duitsland alle daarin gestelde voorwaarden, inzonderheid het verbod van discriminatie van kolenproducenten, kopers of verbruikers in de Gemeenschap, nakomt. III Met de 2 853 miljoen DM steun die Duitsland de steenkolenindustrie in het raam van de cokeskolenregeling wil toestaan, moet het verschil tussen de produktiekosten en de met het oog op de internationale marktsituatie vrijelijk overeengekomen verkoopprijs van kolen van dezelfde kwaliteit worden gecompenseerd. Deze steun wordt verleend in het kader van de overeenkomsten tussen de ondernemingen die krachtens artikel 3 van de beschikking voor steun voor de bedrijfsvoering in aanmerking komen, en de communautaire ijzer- en staalindustrie. De steunmaatregel moet de steenkolenindustrie de levering aan de ijzer- en staalindustrie van haar in 1994 tot 18 miljoen ton beperkte hoeveelheid kolen garanderen. Het achterwege blijven van een dergelijke steun zou op korte termijn resulteren in de sluiting van alle betrokken mijnen, wat de sociale en regionale problemen als gevolg van de verminderde produktie in de steenkolenindustrie nog acuter zou maken. Sedert 1 januari 1992 kent de Duitse Regering haar steun voor de afzet van kolen en cokes aan de ijzer- en staalindustrie toe volgens een systeem dat erop is gericht gedurende een driejaarlijkse periode, van 1 januari 1992 tot en met 31 december 1994, een toenemende druk op de produktiekosten uit de oefenen. Het van 1989 tot en met 1991 gevoerde beleid voortzettend, heeft de Duitse Regering ook voor de periode van 1992 tot en met 1994 het maximumsteunbedrag verlaagd en bovendien een eigen financiële bijdrage van de steenkolenindustrie ("Selbstbehalt") van 16 DM per ton ingevoerd. Voor genoemde periode is voorzien in een steunbedrag van 9 106 miljoen DM ter dekking van de afzet van een totale hoeveelheid steenkool van 57,2 miljoen ton. De voor deze periode uitgetrokken steun bedraagt slechts 83 % van die welke in de loop van de voorgaande driejaarlijkse periode overeenkomstig het vroegere stelsel is verleend. De door de steun gedekte hoeveelheden steenkool bedragen 81 % van de in de periode van 1989 tot en met 1991 gedekte hoeveelheden. De door Duitsland voor 1994 voorgenomen steun is ten opzichte van het jaar daarvoor met 12 % verminderd. Eventuele latere aanpassingen van het bij deze beschikking goedgekeurde bedrag dienen ingevolge artikel 3, lid 1, tweede streepje, van Beschikking nr. 3632/93/EGKS aan de Commissie te worden gemeld, opdat deze zich daarover overeenkomstig artikel 9 van voornoemde beschikking kan uitspreken. De opneming van deze maatregel in het door de Duitse Regering ingediende moderniserings-, herstructurerings- en rationaliseringsplan, de beperking van de geproduceerde hoeveelheden en de vaststelling van een bovengrens voor de steun in de loop van de periode 1992-1994 zijn in overeenstemming met het in artikel 2, lid 1, eerste streepje, van de beschikking genoemde doel: de "verwezenlijking, in het licht van de kolenprijzen op de internationale markten, van verdere vooruitgang in de richting van economische rentabiliteit, teneinde de degressie van de steunmaatregelen te verwezenlijken". Bij de beoordeling van de steunmaatregel heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 1, tweede streepje, ook rekening gehouden met de dringende noodzaak, de sociale en regionale consequenties van de herstructurering zoveel mogelijk te verzachten. De voor 1994 geplande stabilisering van de kosten dient volgens het door Duitsland medegedeelde plan de eerste stap te vormen in de richting van de trendmatige verlaging van de produktiekosten, uitgedrukt in prijzen van 1992, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 2, tweede alinea, van de beschikking. Ingevolge artikel 3 van de beschikking dragen de voorwaarden waaronder de steun wordt verleend ertoe bij, dat de economische rentabiliteit van de betrokken ondernemingen - via een daling van de produktiekosten - wordt verhoogd. Ingevolge artikel 4, onder b), van het EGKS-Verdrag dient Duitsland ervoor te zorgen dat deze steun niet resulteert in een discriminatie tussen producenten, tussen kopers of tussen verbruikers. In het licht van een en ander, en gezien de door Duitsland medegedeelde informatie, is de voor 1994 voorgenomen steun verenigbaar met de doelstellingen van Beschikking nr. 3632/93/EGKS en met de goede werking van de gemeenschappelijke markt. IV Er is voorzien in 110 miljoen DM steun ter financiering van de mijnwerkerspremie ("Bergmannspraemie"). Deze steun moet de mijnondernemingen in staat stellen hun ondergronds werkend personeel te behouden. De steun bedraagt 10 DM per ploegendienst ondergronds en dekt indirect een deel van het verschil tussen de produktiekosten en de verwachte opbrengst. In de kennisgeving van de Duitse Regering wordt gesteld dat deze steun een premie voor mijnwerkers is, die bovendien de produktiekosten vermindert. Het is derhalve een steunmaatregel die in het licht van artikel 3 van de beschikking moet worden beoordeeld. De maatregel draagt ertoe bij de produktiviteit zoveel mogelijk te verhogen; aldus vergemakkelijkt hij de herstructurering en rationalisering van de steenkolenindustrie. De steun draagt zodoende ook bij tot bereiking van de in artikel 2, lid 1, eerste streepje, genoemde doelstelling: de "verwezenlijking, in het licht van de kolenprijzen op de internationale markten, van verdere vooruitgang in de richting van economische rentabiliteit, teneinde de degressie van de steunmaatregelen te verwezenlijken". Bij de beoordeling van de steunmaatregel heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 1, tweede streepje, ook rekening gehouden met de dringende noodzaak, de sociale en regionale consequenties van de herstructurering zoveel mogelijk te verzachten. De voor 1994 voorgenomen stabilisering van de kosten dient volgens het door Duitsland medegedeelde plan de eerste stap te vormen in de richting van de trendmatige verlaging van de produktiekosten, uitgedrukt in prijzen van 1992, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, lid 2, tweede alinea, van de beschikking. Deze steun verhoogt ingevolge artikel 3 van de beschikking de economische rentabiliteit van de betrokken ondernemingen, omdat de produktiekosten door een toename van de produktiviteit worden verlaagd. In het licht van een en ander, en gezien de door Duitsland medegedeelde informatie, is de voor 1994 voorgenomen steun verenigbaar met de doelstellingen van Beschikking nr. 3632/93/EGKS en met de goede werking van de gemeenschappelijke markt. V. De steun in het kader van de "Revierausgleich" (ten belope van 127,8 miljoen DM) en de "Ausgleich fuer niederfluechtige Kohle" (ten belope van 57,9 miljoen DM) is bedoeld als gedeeltelijke compensatie voor het feit dat de inkomsten van bepaalde steenkoolproducenten ten opzichte van de produktiekosten zijn verminderd als gevolg van de verplichte levering aan elektriciteitsbedrijven in het kader van het "Jahrhundertvertrag". Duitsland heeft medegedeeld dat de "Revierausgleich" betrekking heeft op 7,5 miljoen ton steenkool en de "Ausgleich fuer niederfluechtige Kohle" op 2,3 miljoen ton. Deze steunmaatregelen, waarin tot 31 december 1989 werd voorzien bij de derde wet inzake de elektriciteitswinning worden vanaf 1 januari 1990 opgevoerd in de staatsbegroting. Bij die gelegenheid heeft Duitsland ook het beginsel aanvaard, dat deze bedragen jaarlijks met 10 % worden verlaagd. Deze steunmaatregelen dekken indirect een deel van het verschil tussen de produktiekosten en de verwachte inkomsten. De opneming van deze steunmaatregelen in het moderniserings-, herstructurerings- en rationaliseringsplan, alsmede het geleidelijk terugschroeven ervan, dragen bij tot een versterking van de financiële discipline in de betrokken ondernemingen. De steunmaatregelen zijn derhalve in overeenstemming met de in artikel 2, lid 1, eerste streepje, van de beschikking genoemde doelstellingen. Bij de beoordeling van deze steunmaatregelen heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 1, tweede streepje, ook rekening gehouden met de dringende noodzaak, de sociale en regionale consequenties van de herstructurering zoveel mogelijk te verzachten; verder heeft zij rekening gehouden met het feit dat het opvoeren van deze steunmaatregelen in de staatsbegroting vanaf 1 januari 1990 de doorzichtigheid van de steunregeling ten goede komt. De voor 1994 voorgenomen stabilisering van de kosten dient, volgens het door Duitsland medegedeelde plan, de eerste stap te vormen in de richting van de trendmatige verlaging van de produktiekosten, uitgedrukt in prijzen van 1992, overeenkomstig artikel 3, lid 2, tweede alinea, van de beschikking. De maatregelen dragen ertoe bij, de economische rentabiliteit van de betrokken ondernemingen te vergroten door een verlaging van de produktiekosten. In het licht van een en ander, en gezien de door Duitsland medegedeelde informatie, is de voor 1994 voorgenomen steun verenigbaar met de doelstellingen van Beschikking nr. 3632/93/EGKS en met de goede werking van de gemeenschappelijke markt. VI De door de Bondsrepubliek voorgenomen steun van 5 800 miljoen DM ten behoeve van de steenkolenindustrie past in het kader van de derde wet inzake de elektriciteitswinning en heeft betrekking op de hoeveelheden die door de kolenproducenten en de elektriciteitsbedrijven in het kader van het "Jahrhundertvertrag" zijn overeengekomen. De genoemde wet voorziet in de oprichting van een compensatiefonds waarvan de middelen afkomstig zijn uit een heffing, de zogenoemde "Kohlepfennig". Dit compensatiefonds heeft ten doel voor 11,5 miljoen ton steenkoolequivalent (tske) het prijsverschil tussen communautaire steenkool en ingevoerde steenkool, en voor 23 miljoen tske het prijsverschil tussen communautaire steenkool en stookolie, gedeeltelijk te compenseren. De compensaties uit het fonds dekken derhalve 34,5 miljoen tske per jaar en komen ten goede van de elektriciteitsbedrijven, die voor Duitse steenkool een prijs betalen die tot op zekere hoogte overeenkomt met de produktiekosten. Deze maatregel is derhalve een steunmaatregel als bedoeld in artikel 1, lid 3, van Beschikking nr. 3632/93/EGKS volgens hetwelk het begrip "steun" tevens de bestemming omvat van de heffingen die van overheidswege zijn opgelegd en die direct of indirect de steenkolenindustrie ten goede komen, waarbij het geen verschil maakt of de steun wordt verleend door de staat dan wel door overheids- of particuliere lichamen die van staatswege met het beheer ervan zijn belast. De Commissie moet derhalve op de voet van artikel 9 van de beschikking over deze maatregel beslissen. Ten aanzien van de steunmaatregelen in het kader van de derde wet inzake de elektriciteitswinning werd jaarlijks een beschikking gegeven krachtens Beschikking nr. 2064/86/EGKS van de Commissie (1). Volgens artikel 9, lid 7, van Beschikking nr. 3632/93/EGKS moet de bestaande regeling vóór 31 december 1996 met laatstgenoemde beschikking in overeenstemming worden gebracht. Zolang dit nog niet is geschied, moet worden onderzocht of de steunmaatregel met de in artikel 2, lid 1, van de beschikking genoemde doelstellingen in overeenstemming is. Dat het steunbedrag in 1994 - ondanks de stabilisering van de produktiekosten - in vergelijking met 1993 enigszins is toegenomen (met 1,7 %), is aan de negatieve trend van de energieprijzen in DM op de wereldmarkt te wijten. Duitsland heeft daarom besloten met ingang van 1 januari 1996 ten aanzien van het steunbedrag een bovengrens in lopende prijzen in te voeren, die vanaf 1 januari 1997 geleidelijk zal worden verlaagd. Wat de voor 1994 voorziene verhoging van het steunbedrag met 1,7 % ten opzichte van 1993 betreft, is de Commissie van mening dat de beslissing van Duitsland om vanaf 1996 een bovengrens voor het steunbedrag vast te stellen en deze vervolgens geleidelijk te verlagen, met het oog op de doelstelling van artikel 2, lid 1, eerste streepje, een verheugende ontwikkeling is. Bij de beoordeling van de steunmaatregel heeft de Commissie overeenkomstig artikel 2, lid 1, tweede streepje, ook rekening gehouden met de dringende noodzaak, de sociale en regionale consequenties van de herstructurering zoveel mogelijk te verzachten. In het licht van een en ander, en gezien de door Duitsland medegedeelde informatie, is de voor 1994 voorgenomen steun verenigbaar met de doelstellingen van artikel 2, lid 1, van Beschikking nr. 3632/93/EGKS. VII Het "Gesetz zur Sicherung des Einsatzes von Steinkohle in der Verstromung und zur AEnderung des Atomgesetzes und des Stromeinspeisungsgesetzes" van 19 juli 1994 wijzigt de derde wet inzake de elektriciteitswinning van 19 april 1990. De solvabiliteit van het compensatiefonds is thans gewaarborgd op voorwaarde dat een krediet van 6 000 miljoen DM beschikbaar wordt gesteld. Deze kredietlijn moet het tekort van het fonds dekken, dat op 31 december 1993 5 350 miljoen DM bedroeg. De oorzaak van dit tekort ligt in het feit dat de inkomsten van het fonds - bij voorbeeld uit de "Kohlepfennig" - gedurende tal van kolenjaren niet volstonden om de financiële verplichtingen te dekken, die in het kader van de derde wet inzake de elektriciteitswinning waren aangegaan ten aanzien van de elektriciteitsproducenten die communautaire steenkool afnemen. Omdat op de wereldmarkt de energieprijzen in DM zijn gedaald, zijn deze verplichtingen hoger uitgevallen dan verwacht. Met het saldo van 650 miljoen DM moet indien nodig de solvabiliteit van het fonds tijdens de kolenjaren 1994 en 1995 worden gegarandeerd. Deze maatregel moet als een indirecte bemoeienis in de zin van artikel 1, lid 2, worden beschouwd, die met het in de handel brengen verband houdt en die de ondernemingen in de kolenindustrie, door verlichting van de lasten die deze normaal zouden moeten dragen een economisch voordeel verschaft. De Commissie stelt vast dat het deel van de kredietlijn dat dient ter dekking van het op 31 december 1993 bestaande tekort van het fonds, de krachtens Beschikking nr. 2064/86/EGKS toegekende steun aanvult. Gelet op de maatregelen die overeenkomstig artikel 9, lid 7, van Beschikking nr. 3632/93/EGKS moeten worden getroffen, is zulks een positieve ontwikkeling die ertoe bijdraagt, de regeling met die beschikking in overeenstemming te brengen. De Commissie stelt vast, dat deze maatregel een onderdeel vormt van een regeling die uitdrukkelijk voorziet in de geleidelijke degressie van de steunmaatregelen, op de voet van artikel 2, lid 1, eerste streepje. In het licht van een en ander, en gezien de door Duitsland medegedeelde informatie, is de voor 1994 voorgenomen steun verenigbaar met de doelstellingen van artikel 2, lid 1, van Beschikking nr. 3632/93/EGKS. De Commissie neemt kennis van het feit dat met het saldo ten belope van 650 miljoen DM eventuele tekorten van de kolenjaren 1994 en 1995 moeten worden gedekt. Ten aanzien van eventuele betalingen kan zij evenwel pas na een uitvoerige motivering ter zake een standpunt innemen. VIII Deze beschikking doet geen uitspraak over de vraag of de nieuwe Duitse steunregeling die voor levering van kolen aan de ijzer- en staalindustrie moet worden ingevoerd, verenigbaar is met de Verdragen en met Beschikking nr. 3632/93/EGKS; hetzelfde geldt voor de aanpassingen die krachtens artikel 9, lid 7, moeten worden aangebracht in de steunregelingen die met overeenkomsten tussen de steenkoolproducenten en de elektriciteitsbedrijven verband houden. Duitsland ziet erop toe, dat de krachtens deze beschikking toegekende steunbedragen bij geen enkele onderneming en geen enkele produktie-eenheid méér bedragen dan het verschil tussen de produktiekosten en de verwachte inkomsten. Krachtens artikel 3, lid 1, tweede streepje, en artikel 9, leden 2 en 3, van Beschikking nr. 3632/93/EGKS moet de Commissie onderzoeken of de voor de lopende produktie goedgekeurde steun in overeenstemming is met de doelstellingen van de artikelen 3 en 4 van de beschikking. Zij dient derhalve van de omvang en de verdeling van de uitgekeerde bedragen in kennis te worden gesteld. HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN: Artikel 1 Duitsland krijgt hierbij toestemming in 1994 de volgende maatregelen ten gunste van de steenkolenindustrie te treffen: - 2 853 miljoen DM steun voor de levering van steenkool en cokes aan de ijzer- en staalindustrie van de Gemeenschap; - 110 miljoen DM steun voor het behoud van het ondergrondse mijnpersoneel ("Bergmannspraemie"); - 127,8 miljoen DM en 57,9 miljoen DM steun ter dekking van de compensatie tussen de mijnbekkens ("Revierausgleich") respectievelijk de compensatie voor steenkool met een laag gehalte aan vluchtige bestanddelen ("Ausgleich fuer niederfluechtige Kohle"); - 5 800 miljoen DM steun in het kader van de derde wet inzake de elektriciteitswinning uit kolen ("dritte Verstromungsgesetz"), in de vorm van ontvangsten uit het compensatiefonds voor 1994, hetgeen overeenkomt met een heffing ("Kohlepfennig") van 8,5 %; - terbeschikkingstelling van 5 350 miljoen DM via een kredietlijn van in totaal 6 000 miljoen DM in het kader van artikel 3 van het "Gesetz zur Sicherung des Einsatzes von Steinkohle in der Verstromung und zur AEnderung des Atomgesetzes und des Stromeinspeisungsgesetzes" van 19 juli 1994, teneinde de op 31 december 1993 bestaande schulden van het in het "dritte Verstromungsgesetz" voorziene compensatiefonds te dekken. Artikel 2 Duitsland deelt de Commissie uiterlijk op 30 september 1995 mee welke steunbedragen in het boekjaar 1994 daadwerkelijk zijn uitgekeerd. Artikel 3 Duitsland deelt de Commissie uiterlijk op 30 september 1995 mee welke veranderingen zich in de loop van 1994 hebben voorgedaan met betrekking tot de levering van kolen en cokes aan de ijzer- en staalindustrie, de richtprijs en de voor de produktiekosten relevante elementen. Artikel 4 Krachtens Beschikking nr. 3632/93/EGKS stelt de Duitse Regering de Commissie in kennis van elke eventueel voorgenomen gehele of gedeeltelijke uitbetaling van het saldo van 650 miljoen DM van de kredietlijn die in het kader van het "Gesetz zur Sicherung des Einsatzes von Steinkohle in der Verstromung und zur AEnderung des Atomgesetzes und des Stromeinspeisungsgesetzes" van 19 juli 1994 is voorzien. Artikel 5 Deze beschikking is gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland. Gedaan te Brussel, 13 december 1994. Voor de Commissie Marelino OREJA Lid van de Commissie (1) PB nr. L 329 van 30. 12. 1993, blz. 12. (2) Bundesgesetzblatt van 17. 12. 1974, blz. 3473. (3) Bundesgesetzblatt van 28. 7. 1994, blz. 1618. (1) PB nr. L 177 van 1. 7. 1986, blz. 1.