31994D0925

94/925/EG: Beschikking van de Commissie van de Commissie van 14 november 1994 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor keukenrollen

Publicatieblad Nr. L 364 van 31/12/1994 blz. 0032 - 0041
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 15 Deel 14 blz. 0176
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 15 Deel 14 blz. 0176


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 14 november 1994 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor keukenrollen (94/925/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 880/92 van de Raad van 23 maart 1992 inzake een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren (1), inzonderheid op artikel 5, lid 1, tweede alinea,

Overwegende dat in artikel 5, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 880/92 is bepaald dat de voorwaarden voor de toekenning van de milieukeur per produktengroep worden vastgesteld;

Overwegende dat in artikel 10, lid 2, van genoemde verordening is bepaald dat de gevolgen van het produkt voor het milieu aan de hand van specifieke milieucriteria per produktengroep worden beoordeeld;

Overwegende dat de Commissie de voornaamste belangengroepen overeenkomstig artikel 6 van genoemde verordening in het kader van een overlegorgaan heeft geraadpleegd;

Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het bij artikel 7 van genoemde verordening ingestelde Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Onder de produktengroep "keukenrollen" wordt verstaan, rollen papier voor huishoudelijk gebruik. Het papier dient geschikt te zijn voor het absorberen van vloeistoffen en het schoonmaken van bevuilde oppervlakken. Gewoonlijk gaat het om gegauffreerd of crêpepapier in één of meer lagen. Aanverwante, uit zacht papier bestaande produkten zoals servetten en zakdoekjes worden niet tot deze produktengroep gerekend.

Artikel 2

De gevolgen van de in artikel 1 gedefinieerde produktengroep voor het milieu worden beoordeeld aan de hand van de in de bijlage opgenomen specifieke milieucriteria.

Artikel 3

De definitie van de produktengroep en de specifieke milieucriteria voor de produktengroep zijn geldig voor een periode van drie jaar vanaf de datum waarop deze beschikking van kracht wordt.

Artikel 4

Voor administratieve doeleinden wordt aan deze produktengroep het codenummer "005" toegekend.

Artikel 5

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 14 november 1994.

Voor de Commissie

Yannis PALEOKRASSAS

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 99 van 11. 4. 1992, blz. 1.

BIJLAGE

CRITERIA INZAKE DE TOEKENNING VAN DE MILIEUKEUR VOOR KEUKENROLLEN Milieucriteria i) Als ruw vezelmateriaal voor de papierfabricage dient hetzij zuivere houtpulp, hetzij uit papierafval (1)() vervaardigde pulp, hetzij een mengsel van beide te worden gebruikt. Alle niet-gerecycleerd hout dient afkomstig te zijn uit gebieden waar bosbeheer (2)() wordt toegepast.

ii) Het totale milieu-effect van een produkt wordt bepaald door rekening te houden met de volgende parameters:

a) verbruik van hernieuwbare hulpbronnen (3)();

b) verbruik van niet-hernieuwbare hulpbronnen (4)();

c) uitstoot van kooldioxide;

d) uitstoot van zwavel/zwaveldioxide;

e) lozing van organische stoffen in het water (COD);

f) lozing van gechloreerde organische verbindingen (in het water) (AOX);

g) produktie van afvalstoffen (5)().

Hoe goed het produkt beantwoordt aan elk van deze criteria, wordt uitgedrukt door middel van een cijferscore overeenkomstig de lijst van meetwaarden en daarmee corresponderende scores in de tabel van dit document. Als de score met betrekking tot de parameters c), d), e), f) of g) de in de tabel als "drempel" aangegeven waarde overschrijdt, komt het produkt niet voor toekenning van de milieukeur in aanmerking.

Tabel Parameters, parameterwaarden en corresponderende scores "" ID="1">Hernieuwbare hulpbronnen (ton hout/ton papier)> ID="2">t hout/t i 0,1 = 0

0,1 ) t hout/t i 0,7 = 0,3

0,7 ) t hout/t i 1,3 = 0,6

1,3 ) t hout/t i 1,9 = 0,9

1,9 ) t hout/t i 2,5 = 1,2

2,5 ) t hout/t i 3,5 = 1,5

3,5 ) t hout/t= 2> ID="3">Y1"> ID="1">Niet-hernieuwbare hulpbronnen (toe/ton papier)> ID="2">toe/t i 0,1 = 0

0,1 ) toe/t i 0,2 = 0,3

0,2 ) toe/t i 0,3 = 0,6

0,3 ) toe/t i 0,4 = 0,9

0,4 ) toe/t i 0,5 = 1,2

0,5 ) toe/t= 2,4> ID="3">Y2"> ID="1">Kooldioxide, CO2 (ton CO2/ton papier)> ID="2">t CO2/t i 0,6 = 0

0,6 ) t CO2/t i 1,2 = 1

1,2 ) t CO2/t i 1,8 = 2

1,8 ) t CO2/t i 2,4 = 3

2,4 ) t CO2/t i 3,0 = 4

3,0 ) t CO2/t= drempel> ID="3">Y3"> ID="1">Zwaveldioxide, SO2 (kg S/ton papier)> ID="2">t i 0,5 = 0

0,5 ) kg S/t i 2,0 = 1

2,0 ) kg S/t i 4,0 = 2

4,0 ) kg S/t i 7,0 = 3

7,0 ) kg S/t i 10,0 = 4

10,0 ) kg S/t= drempel> ID="3">Y4"> ID="1">Organische stoffen in water, COD (kg COD/ton papier)> ID="2">kg COD/t i 6 = 0

6 ) kg COD/t i 15 = 1

15 ) kg COD/t i 40 = 2

40 ) kg COD/t i 60 = 3

60 ) kg COD/t i 80 = 4

80 ) kg COD/t= drempel> ID="3">Y5"> ID="1">Gechloreerde organische verbindingen, AOX (kg AOX/ton papier)> ID="2">kg AOX/t i 0,1 = 0

0,1 ) kg AOX/t i 0,3 = 0,6

0,3 ) kg AOX/t i 0,5 = 1,2

0,5 ) kg AOX/t= drempel> ID="3">Y6"> ID="1">Afvalstoffen (ton afvalstoffen/ton papier)> ID="2">t afvalstoffen/t i - 0,8 = 0

- 0,8 ) t afvalstoffen/t i - 0,3 = 1

- 0,3 ) t afvalstoffen/t i 0,02 = 2

0,02 ) t afvalstoffen/t i 0,2 = 3

0,2 ) t afvalstoffen/t i 0,4 = 4

0,4 ) t afvalstoffen/t= drempel> ID="3">Y7"> ID="2">Totaalscore

> ID="3">S Y

">

De appendix bij deze bijlage bevat richtsnoeren voor de wijze waarop de gevolgen voor het milieu van een produkt met betrekking tot de verschillende parameters moeten worden becijferd en gemeten.

iii) De milieukeur kan slechts worden toegekend indien de geadjusteerde totaalscore van het produkt, gedefinieerd als het resultaat van de bewerking "totaalscore × coëfficiënt", niet méér bedraagt dan 6,5.

De "totaalscore" wordt berekend overeenkomstig de tabel.

De "coëfficiënt wordt berekend overeenkomstig de toelichting op deze bijlage.

iv) De als drempel gedefinieerde meetwaarden mogen door de aanvrager niet worden overschreden. Dit geldt voor de parameters CO2, SO2, COD, AOX en afvalstoffen.

Prestatiecriterium Het produkt dient geschikt te zijn voor het beoogde doel.

Toelichting op de bijlage Sterkte

1. In de praktijk voldoen alle produkten wat betreft het aspect "droogsterkte"; daarom wordt de sterkte vooral bepaald door het aspect "natsterkte". Een gebruikelijke sterktemaat is de geometrisch gemiddelde trekvastheid (GGT), die wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

GGT = & radic;

waarin: NLR = natsterkte in de lengterichting (6)(),

NDR = natsterkte in de dwarsrichting (7)(),

am = areïeke massa (in gram per vierkante meter).

Absorptiecapaciteit

2. De absorptiecapaciteit wordt bepaald aan de hand van het specifiek absorptievermogen (8)(), dat wil zeggen de hoeveelheid water (in gram) die per gram produkt kan worden geabsorbeerd. Op deze wijze wordt een verband gelegd tussen de absorptiecapaciteit en de gebruikte hoeveelheid produkt.

3. Door onafhankelijke bronnen en met behulp van uiteenlopende beproevingsmethoden is aangetoond dat GGT en absorptiecapaciteit, behalve in enkele extreme gevallen, twee onafhankelijke (dat wil zeggen niet noodzakelijk gecorreleerde) variabelen zijn. Zo impliceert een grote trekvastheid bij voorbeeld niet een groot (of klein) absorptievermogen. Aangezien deze variabelen bovendien een voldoende grote spreiding vertonen, kan een systeem van cijferscores worden toegepast.

4. Een aantal produkten die representatief zijn voor de extremen van het op de markt gebrachte produktengamma is beproefd; daarbij is gebleken dat sterkte en absorptievermogen als volgt kunnen worden beschreven. In het relevante meetbereik vertoont de GGT praktisch gesproken een normaalverdeling met een gemiddelde van 4, waarbij ) 2 en ( 6 als extreme waarden kunnen worden beschouwd.

Voor het absorptievermogen geldt mutatis mutandis hetzelfde; hier zijn de extreme waarden ) 3,5 en ( 5 en is het gemiddelde 4. In beide gevallen wordt voor extreem hoge meetwaarden een cijferscore 1 en voor extreem lage meetwaarden een cijferscore 5 toegekend; met intermediaire meetwaarden stemmen intermediaire cijferscores overeen.

5. Elke meetschaal gaat van 1 = goed tot 5 = slecht. Bijgevolg zal aan een produkt met een goede score voor sterkte en een slechte score voor absorptievermogen de totaalscore 6 worden toegekend. Voorbeelden maken meteen duidelijk dat aan een produkt dat op beide criteria als "goed" wordt ingeschaald, een score van 2 (laagste score) wordt toegekend, terwijl een produkt dat twee keer slecht presteert een score 10 krijgt.

6. Voor de bestaande produkten die werden beproefd, zijn op deze wijze de volgende cijferscores berekend:

"" ID="1">GGT> ID="2">2,08> ID="3"> 5> ID="4">3,8> ID="5">4> ID="6">4,84> ID="7">3> ID="8">6,13> ID="9">1"> ID="1">ABS> ID="2">3,33> ID="3"> 5> ID="4">5,4> ID="5">1> ID="6">2,81> ID="7">5> ID="8">3,03> ID="9">5"> ID="1">Totaalscore> ID="2">-> ID="3">10> ID="4">-> ID="5">5> ID="6">-> ID="7">8> ID="8">-> ID="9">6">

7. Deze cijferscores moeten, als men ze in het kader van de algemene methodiek wil toepassen, worden omgezet in coëfficiënten (vermenigvuldigingsfactoren). Het prestatiecriterium houdt namelijk verband met de hoeveelheid produkt die moet worden gebruikt - van een minder goed produkt moet een grotere hoeveelheid worden gebruikt, wat het milieu-effect vergroot.

In de betrokken sector is men het er zeer duidelijk over eens dat een verhouding van 0,75 tot 1,0 tussen de extremen van de op de markt aangeboden produkten realistischer is dan een verhouding van 2 tot 10. Met andere woorden, de verhouding tussen de hoeveelheid tissue die nodig is als het beste respectievelijk het slechtste op de markt aangeboden produkt wordt gebruikt, bedraagt ongeveer 0,75. Daarom wordt voorgesteld de cijferscore in het bereik 2-10 via een lineaire transformatie om te zetten in een coëfficiënt in het bereik 0,75-1,0. Voor de genoemde voorbeelden uit de realiteit leidt dit tot de volgende coëfficiënten:

"" ID="1">Cijferscore> ID="2">10 > ID="3">5 > ID="4">8 > ID="5">6 "> ID="1">Coëfficiënt> ID="2">1,000> ID="3">0,844> ID="4">0,938> ID="5">0,875">

Toepassing

8. De totaalscore berekend op basis van de diverse gedetailleerde milieucriteria mag ten hoogste 6,5 bedragen. Voor een produkt dat uitstekend presteert wordt deze totaalscore verder gereduceerd tot 4,9 (6,5 × 0,75). Dit geeft weer dat de betere prestaties van een goede keukenrol (een ton produkt gaat langer mee!) resulteren in een kleiner milieu-effect. Een minder goed presterend produkt wordt echter niet verder gepenaliseerd (coëfficiënt = 1,0) zodat het toch nog voor toekenning van de milieukeur in aanmerking komt.

Appendix METHODIEK VOOR DE BEREKENING EN METING VAN DE DIVERSE PARAMETERS

Inhoud

1. Definitie van de parameters, berekening en meting37

1.1. Hernieuwbare hulpbronnen37

1.2. Niet-hernieuwbare hulpbronnen38

1.3. Kooldioxide (CO2)38

1.4. Zwavel (S) en zwaveldioxide (SO2)39

1.5. Organische stoffen in water39

1.6. Gechloreerde organische verbindingen (AOX)40

1.7. Afvalstoffen40

2. Inspectie en berekening41

2.1. Keuze van het laboratorium waar de analyses worden uitgevoerd41

2.2. Berekening van de emissiewaarden41

2.3. Meetfrequentie41

2.4. Bosbeheer41

1. Definitie van de parameters, berekening en meting

Deze appendix bevat een definitie van elk van de in de tabel van het document inzake de criteria genoemde parameters alsmede een opgave van de relevante meetmethoden.

1.1. Hernieuwbare hulpbronnen:

Definitie van "bosbeheer"

In het raam van deze beschikking wordt bosbeheer gedefinieerd overeenkomstig de omschrijving in resolutie H1 "Algemene richtsnoeren voor op duurzaamheid gericht beheer van de Europese bossen" - die door de ministerconferentie over de bescherming van de Europese bossen (Helsinki, juni 1993) is aanvaard:

Goed rentmeesterschap en gebruik van bossen en bosgebieden, op zodanige wijze en in zodanige mate dat hun biologische diversiteit, produktiviteit, natuurlijk herstelvermogen, vitaliteit en vermogen om - nu en in de toekomst - op lokaal, nationaal en mondiaal niveau specifieke ecologische, economische en sociale functies te vervullen, in stand worden gehouden en geen schade wordt toegebracht aan andere ecosystemen.

Ten aanzien van staten die de resolutie van Helsinki niet hebben onderschreven, wordt bosbeheer gedefinieerd overeenkomstig de omschrijving in het document "Non-legally binding authoritative statement of principles for a global consensus on the management, conservation and sustainable development of all types of forests" dat door de Conferentie van de Verenigde Naties over milieu en ontwikkeling (Rio de Janeiro, juni 1992) is aanvaard.

Na een termijn van drie jaar zal deze beschikking worden herzien in het licht van de ontwikkelingen inzake praktische richtsnoeren en beleidsopties zoals die op het gebied van bosbeheer in internationale fora worden uitgewerkt.

Definitie van "verbruik van hernieuwbare hulpbronnen"

De grondstoffen zijn de voor de fabricage van tissues/papier gebruikte plantaardige vezels. Meestal gaat het om hout, maar andere grondstoffen als bamboe, olifantsgras en andere (delen van) voor de produktie van tissues/papier gekweekte eenjarige planten moeten, als zij worden gebruikt, eveneens in rekening worden gebracht. Indien plantaardige vezels in de papierfabriek als energiebron worden gebruikt, moeten de betrokken hoeveelheden eveneens worden meegeteld.

Worden evenwel niet meegerekend:

- papierafval (als omschreven in punt 1.7);

- hout afkomstig van dunningsoperaties die worden uitgevoerd om naburige bomen meer ruimte te bieden of ter verwijdering van zieke of beschadigde bomen;

- windworp en hout van door wind- en sneeuwbreuk beschadigde bomen;

- houtafval, zaagsel en spanen uit zagerijen en schors;

- landbouwafval (bagasse, stro, enz.). Stro wordt niet als landbouwafval beschouwd als het speciaal als grondstof voor de papierfabricage wordt geproduceerd.

Berekening van de hoeveelheid hernieuwbare hulpbronnen

Deze parameter moet worden gezien als een onderdeel van de massabalans van het tissue/papierproduktieproces. Deze balans wordt berekend over een periode van één jaar en drukt uit hoeveel hout e.d. er per geproduceerde ton tissues/papier is verbruikt. Als de papierfabriek gebruik maakt van ingevoerde houtpulp, dient de leverancier het bedrijf alle nodige gegevens te verstrekken.

1.2. Niet-hernieuwbare hulpbronnen

Definitie van "verbruik van niet-hernieuwbare hulpbronnen"

Er wordt alleen rekening gehouden met de hoeveelheden fossiele brandstoffen die in de loop van de fabricagefase van de levenscyclus van het produkt worden verbruikt. Deze omvatten ook de fossiele brandstoffen die nodig zijn voor de produktie van de via het openbare net afgenomen elektriciteit. De drie relevante energiedragers zijn steenkool, olie en aardgas.

Berekening van de hoeveelheid niet-hernieuwbare hulpbronnen

Aangezien de relatieve beschikbaarheid van de verschillende energiebronnen van bedrijf tot bedrijf kan variëren, wordt de hoeveelheid niet-hernieuwbare hulpbronnen becijferd als een combinatie van de verschillende gebruikte energiedragers en uitgedrukt in toe (ton olie-equivalent).

Deze parameter moet worden gezien als een onderdeel van de massabalans van het tissue/papierproduktieproces. Deze balans wordt berekend over een periode van één jaar.

NHH (toe/ton papier) (9) = n (ton olie/ton papier) + 0,11 × y (ton steenkool/ton papier) + 7,3 × 10-4 × z (m³ aardgas/ton papier) + 5,0 × 10-5 × v (kWh/ton papier),

waarin:

n = verbruikte hoeveelheid stookolie (in ton),

y = verbruikte hoeveelheid steenkool (in ton),

z = verbruikte hoeveelheid aardgas (in m³ bij normale temperatuur en druk),

en

v = verbruikte energie (in kWh).

1.3. Kooldioxide (CO2):

Definitie van de emissie van kooldioxide (CO2)

De bedoelde CO2-emissie omvat elke uitstoot afkomstig van fossiele brandstoffen en veroorzaakt door de opwekking van elektriciteit voor de produktie van houtpulp en de fabricage van tissues/papier, maar niet de CO2-uitstoot als gevolg van het gebruik van hernieuwbare hulpbronnen. Let wel: zowel de CO2-uitstoot bij de produktie van houtpulp als bij de fabricage van tissues/papier moet in rekening worden gebracht.

Berekening van de emissie van kooldioxide (CO2)

De beschouwde CO2-emissies zijn die welke resulteren uit het gebruik van niet-hernieuwbare hulpbronnen en uit de opwekking, buiten de papierfabriek, van de bij de papierfabricage gebruikte elektriciteit.

Deze parameter moet worden gezien als een onderdeel van de massabalans van het tissue/papierproduktieproces. Deze balans wordt berekend over een periode van één jaar.

CO2-emissie (ton/ton papier) = 3,00 × n (ton olie/ton papier) + 2,50 × y (ton steenkool/ton papier) + 2,22 × 10-3 × z (m³ aardgas/ton papier) + 4,4 × 10-4 × v (kWh/ton papier)

waarin:

n = verbruikte hoeveelheid stookolie (in ton),

y = verbruikte hoeveelheid steenkool (in ton),

z = verbruikte hoeveelheid aardgas (in m³ bij normale temperatuur en druk),

en

v = verbruikte energie (in kWh).

Meting van de CO2-emissie

De CO2-emissie wordt berekend op basis van een massabalans met betrekking tot de verschillende gebruikte energiebronnen.

1.4. Zwavel (S) en zwaveldioxide (SO2)

Definitie van de emissie van zwavel (S) en zwaveldioxide (SO2)

De hoeveelheid uitgestoten zwavel, die zowel de emissies als gevolg van de produktie van houtpulp als van de fabricage van tissues/papier omvat, wordt bepaald door in situ metingen in de bedrijven. Wat betreft het verbruik van elektriciteit die buiten de papierfabriek wordt opgewekt, wordt rekening gehouden met de gemiddelde SO2-uitstoot die met deze elektriciteitsproduktie gepaard gaat. Indien een zuiveringstechnologie wordt toegepast, wordt de berekening gebaseerd op de emissies ná het zuiveringsproces.

Berekening van de emissie van zwavel (S) en zwaveldioxide (SO2)

De beschouwde SO2-emissies zijn die welke resulteren uit het gebruik van niet-hernieuwbare hulpbronnen en chemicaliën. Elektriciteit vormt een deel van deze niet-hernieuwbare hulpbronnen; bijgevolg moet, wanneer elektriciteit wordt gebruikt, rekening worden gehouden met de aan de produktie van deze energievorm buiten de papierfabriek verbonden SO2-uitstoot. In de hieronder gegeven formule wordt enkel rekening gehouden met de SO2-uitstoot in verband met de verbruikte energie.

Deze parameter moet worden gezien als een onderdeel van de massabalans van het tissue/papierproduktieproces. Deze balans wordt berekend over een periode van één jaar.

SO2-emissie (kg S/ton papier) = n kg S/ton papier (als gemeten) + 1,25 × 10-3 × v (kWh/ton papier)

waarin: v = gebruikte energie (in kWh).

Meting van de S- en SO2-emissie

De SO2-emissie wordt hetzij berekend aan de hand van een massabalans, hetzij rechtstreeks aan de schoorsteen gemeten overeenkomstig VDI 2462.

1.5. Organische stoffen in water (COD)

Definitie van "organische stoffen in water" (COD)

De COD-parameter is een maat van de verontreiniging van het water met organische stoffen.

Berekening van de hoeveelheid organische stoffen in water (COD)

De COD wordt bepaald op een ongefiltreerd watermonster, d. w. z. dat de organische fractie van het zwevend materiaal wordt meegerekend. De anorganische fractie wordt gewoonlijk als onschadelijk beschouwd; deze kan hoogstens (afhankelijk van de aard van het filter en de waterloop waarin wordt geloosd) een lokaal effect veroorzaken. Derhalve wordt geen gebruik gemaakt van de parameter "totale hoeveelheid zwevende deeltjes". Indien een zuiveringstechnologie wordt toegepast, wordt de berekening gebaseerd op de lozingen ná het zuiveringsproces.

Indien gebruik wordt gemaakt van een openbare waterzuiveringsinstallatie, moeten in de massabalans zowel de in die installatie verbruikte energie als de daaraan verbonden emissies/lozingen worden opgevoerd, en wel pro rata van het aandeel (uitgedrukt als percentage) dat voor rekening van de papierfabriek komt.

Zoals gezegd moet deze parameter worden gezien als een onderdeel van de massabalans van het tissue/papierproduktieproces. Deze balans wordt berekend over een periode van één jaar.

Meting van de hoeveelheid organische stoffen die in water worden geloosd (COD)

De COD wordt bepaald op ongefiltreerde watermonsters overeenkomstig de ISO-6060-norm.

1.6. Gechloreerde organische verbindingen (AOX)

Definitie van gechloreerde organische verbindingen (AOX)

De AOX-parameter wordt gedefinieerd als de hoeveelheid adsorberende organische halogeenverbindingen die door de fabriek worden geloosd. Het gaat om de som van alle stoffen die aan organisch materiaal adsorberen (als bepaald met de actieve-koolstofmethode), bij voorbeeld de in afvalwater aanwezige chloorverbindingen die aan het slib van waterzuiveringsinstallaties plegen te adsorberen. De hoeveelheid gechloreerde organische verbindingen wordt gemeten in kg AOX/ton tissues of papier.

Berekening van de hoeveelheid gechloreerde organische verbindingen

Indien een zuiveringstechnologie wordt toegepast, moet de berekening worden gebaseerd op de emissies ná het zuiveringsproces. Als het door lozingen verontreinigde water naar een openbare waterzuiveringsinstallatie wordt geleid, dient de werkelijke efficiëntie van het zuiveringsproces in die installatie (uitgedrukt als percentage) in rekening te worden gebracht.

Deze parameter moeten worden gezien als een onderdeel van de massabalans van het tissue/papierproduktieproces. Deze balans wordt berekend over een periode van één jaar.

Meting van de hoeveelheid gechloreerde organische verbindingen (AOX) die worden geloosd

De AOX-parameter wordt gemeten overeenkomstig de ISO-9562-norm.

1.7. Afvalstoffen

Definitie van "afvalstoffen" (positieve en negatieve hoeveelheden)

Onder "afvalstoffen" wordt hier verstaan, alle vaste afvalstoffen die moeten worden verwijderd. Daartoe behoren dus ook het in waterzuiveringsinstallaties geproduceerde slib en de bij afvalverbranding ontstane as. Als het afvalwater in een openbare waterzuiveringsinstallatie wordt behandeld, moet met de daar geproduceerde hoeveelheden afvalstoffen rekening worden gehouden.

Berekening van de hoeveelheid afvalstoffen

De berekening van de hoeveelheid afvalstoffen is mede gebaseerd op het relatieve aandeel van de tissue/papierproduktie in de door zuiveringsinstallaties geproduceerde hoeveelheid afval.

Indien als afvalverwijderingsinstallatie van een openbare verbrandingsoven gebruik wordt gemaakt, moet op dezelfde wijze rekening worden gehouden met de emissies daarvan. Ook van de door de verbrandingsinstallatie zelf gegenereerde afvalstoffen (bij voorbeeld as) wordt berekend hoe groot het aandeel van de papierfabriek daarin is.

Het gebruik van gerecycleerde vezels wordt beschouwd als "verwijdering van afvalstoffen". Derhalve mag de per ton tissues/papier gebruikte hoeveelheid gerecycleerde vezels worden afgetrokken van de hoeveelheid bij de papierfabricage ontstane afvalstoffen.

Deze parameter moet worden gezien als een onderdeel van de massabalans van het tissue/papierproduktieproces. Deze balans wordt berekend over een periode van één jaar.

Papierafval:

Gebruikt papier is papier dat in een eerder produktieproces is gefabriceerd en reeds voor het bestemde doel is gebruikt c.q. geacht wordt aldus te zijn gebruikt.

Indien dergelijk niet door gescheiden inzameling verkregen papier achteraf wordt gesorteerd, wordt het voor de produktie van pulp bestemde gedeelte "gerecycleerde papiervezels" genoemd en het voor de opwekking van energie of voor verwijdering bestemde gedeelte "papierafval".

2. Inspectie en berekening

2.1. Keuze van het laboratorium waar de analyses worden uitgevoerd

De analyses van chemische stoffen en emissies moeten worden uitgevoerd door laboratoria die door de bevoegde instantie zijn aangewezen of die zijn erkend overeenkomstig de eisen van EN 45001 of een equivalente norm.

Zo niet, dan kan een beroep worden gedaan op instellingen waaraan het ISO-9001- of ISO-9002-certificaat is toegekend.

2.2. Berekening van de emissiewaarden

Voor elk van de parameters moet een score worden berekend overeenkomstig de desbetreffende gedeelten van deze appendix en van het document inzake de criteria.

Indien ingevoerde houtpulp wordt gebruikt voor de fabricage van tissues/papier, moeten de leveranciers van de houtpulp de tissue/papierproducent alle relevante documenten en gegevens verstrekken betreffende het grondstoffenverbruik en de emissies/lozingen die met de houtpulpproduktie zijn verbonden. Ook buiten de Europese Unie gevestigde leveranciers van houtpulp moeten door een derde partij kunnen worden geïnspecteerd. Het op de berekende parameterwaarden voor de papierfabriek en - in voorkomend geval - de houtpulpfabriek gebaseerde eindresultaat wordt met behulp van de tabel 1 van de bijlage betreffende de criteria omgezet in de corresponderende totaalscore.

Aan invoerders die een aanvraag tot toekenning van de milieukeur willen indienen, moeten de fabrikanten en leveranciers alle relevante documentatie en gegevens ter beschikking stellen betreffende de emissies/lozingen en het grondstoffenverbruik die aan de houtpulpproduktie zijn verbonden. De resultaten moeten met behulp van de tabel I van de bijlage betreffende de criteria in de corresponderende scores worden vertaald.

Indien in de papierfabriek meer dan één produkt wordt vervaardigd, moet de totale omvang van de emissies/lozingen voor elke parameter afzonderlijk worden becijferd aan de hand van de reëel geproduceerde hoeveelheden over dezelfde periode als voor de berekening van de massabalans voor elke parameter is aangegeven.

Indien de fabricage van produkten of halfprodukten resulteert in emissies/lozingen, produktie van afvalstoffen en verbruik van hulpmiddelen door openbare bedrijven, dienen de berekende resultaten ook de emissies/lozingen door deze bedrijven te omvatten.

2.3. Meetfrequentie

De frequentie van metingen en steekproeven moet voldoende hoog zijn om te garanderen dat het produkt aan de in de relevante documenten vastgestelde criteria voldoet.

2.4. Bosbeheer

Bij het indienen van een aanvraag met betrekking tot een produkt dat zuivere houtpulp bevat, dient de aanvrager te verklaren dat deze houtpulp afkomstig is van bossen waar bosbeheer, als omschreven in deze appendix, wordt toegepast.

(1)() De termen die met een sterretje zijn gemerkt, worden in de appendix bij deze bijlage gedefinieerd.(2)() Als gemeten met een erkende industriële standaardmethode.(3) In de formules staat het woord "papier" voor tissue/papier.