31994D0636

94/636/EG: Beschikking van de Commissie van 29 juli 1994 houdende goedkeuring van het enig programmeringsdocument voor de structurele bijstandsverlening van de Gemeenschap in de in het Verenigd Koninkrijk onder doelstelling 1 vallende regio Merseyside (Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

Publicatieblad Nr. L 250 van 26/09/1994 blz. 0048 - 0051


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 29 juli 1994 houdende goedkeuring van het enig programmeringsdocument voor de structurele bijstandsverlening van de Gemeenschap in de in het Verenigd Koninkrijk onder doelstelling 1 vallende regio Merseyside (Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek) (94/636/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de cooerdinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden Structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2082/93 (2), en met name op artikel 10, lid 1, laatste alinea,

Na raadpleging van het Raadgevend Comité voor de ontwikkeling en omschakeling van de regio's, van het Comité uit hoofde van artikel 124 van het Verdrag en van het Comité van beheer voor de landbouwstructuur en de plattelandsontwikkeling,

Overwegende dat de procedure voor de programmering van de structurele bijstandsverlening in het kader van doelstelling 1 is omschreven in artikel 8, leden 4 tot en met 7, van Verordening (EEG) nr. 2052/88 van de Raad van 24 juni 1988 betreffende de taken van de Fondsen met structurele strekking, hun doeltreffendheid alsmede de cooerdinatie van hun bijstandsverlening onderling en met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2081/93 (4); dat evenwel, om de programmeringsprocedures te vereenvoudigen en te versnellen, in artikel 5, lid 2, laatste alinea, van Verordening (EEG) nr. 4253/88 is bepaald dat de Lid-Staten de inlichtingen die zijn vereist voor het plan voor regionale ontwikkeling als bedoeld in artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2052/88, en de uit hoofde van artikel 14, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4253/88 vereiste inlichtingen kunnen samenvoegen in een enkel programmeringsdocument, en dat in artikel 10, lid 1, laatste alinea, van laatstgenoemde verordening is bepaald dat de Commissie in dat geval een enkele beschikking geeft die betrekking heeft op dit enig document en die zowel de in artikel 8, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 4253/88 bedoelde elementen als de in artikel 14, lid 3, laatste alinea, van die verordening bedoelde bijstandsverlening van de Fondsen omvat;

Overwegende dat de Regering van het Verenigd Koninkrijk op 4 november 1993 bij de Commissie het enig programmeringsdocument als bedoeld in artikel 5, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 4253/88 voor de regio Merseyside heeft ingediend; dat dit document de gegevens als bedoeld in artikel 8, leden 4 en 7, en artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 2052/88 bevat;

Overwegende dat het door de betrokken Lid-Staat ingediende enig programmeringsdocument de beschrijving bevat van de gekozen zwaartepunten en de aanvragen om bijstand uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Oriëntatie, alsmede gegevens over het voor de uitvoering van het enig programmeringsdocument beoogde gebruik van middelen van de Europese Investeringsbank (EIB) en de andere financieringsinstrumenten;

Overwegende dat de Commissie, op grond van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 4253/88, in het kader van het partnerschap, voor de cooerdinatie en de samenhang tussen de bijstand uit de Fondsen en die van de EIB en de andere financieringsinstrumenten, met inbegrip van die van de EGKS en van de andere acties met structureel karakter, dient zorg te dragen;

Overwegende dat overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 4253/88, de EIB bij de opstelling van het enig programmeringsdocument betrokken is geweest; dat zij zich bereid heeft verklaard om op basis van de in deze beschikking aangegeven ramingen van de bedragen voor leningen en overeenkomstig de voor haar geldende statutaire bepalingen tot de verwezenlijking van dit document bij te dragen;

Overwegende dat in artikel 2, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1866/90 van de Commissie van 2 juli 1990 tot regeling van het gebruik van de ecu bij de besteding van de middelen van de Structuurfondsen (5), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 402/94 (6), is bepaald dat de in de beschikkingen van de Commissie tot goedkeuring van een enig programmeringsdocument de vastgestelde communautaire bijstand voor de gehele periode en de jaarlijkse verdeling ervan in ecu moeten luiden, tegen de prijzen van het jaar waarin de beschikking is gegeven, en dat deze worden geïndexeerd; dat deze jaarlijkse verdeling verenigbaar moet zijn met de in bijlage II van Verordening (EEG) nr. 2052/88 vastgestelde progressie van de vastleggingskredieten; dat de indexering met één enkel percentage per jaar gebeurt, namelijk het percentage dat jaarlijks op de begroting van de Gemeenschap wordt toegepast en voortvloeit uit de voorschriften voor de technische aanpassing van de financiële vooruitzichten;

Overwegende dat in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 4254/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (7), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2083/93 (8), is bepaald voor welke acties een financiële bijdrage uit het EFRO kan worden verleend, waarbij de in het kader van doelstelling 1 in aanmerking komende acties specifiek zijn vermeld;

Overwegende dat in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 4255/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Sociaal Fonds (9), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2084/93 (10), is bepaald voor welke acties een financiële bijdrage uit het ESF kan worden verleend;

Overwegende dat in artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 4256/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Oriëntatie (11), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2085/93 (12), is bepaald in welke gevallen een financiële bijdrage uit het EOGFL, afdeling Oriëntatie, kan worden verleend ter uitvoering van acties in het kader van doelstelling 1;

Overwegende dat het enig programmeringsdocument met instemming van de betrokken Lid-Staat in het kader van het in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 2052/88 bedoelde partnerschap is vastgesteld;

Overwegende dat het enig programmeringsdocument aan de in artikel 14 van Verordening (EEG) nr. 4253/88 gestelde voorwaarden voldoet en de in dat artikel voorgeschreven gegevens bevat;

Overwegende dat deze bijstandsverlening voldoet aan de in artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 4253/88 gestelde voorwaarden en bijgevolg ten uitvoer wordt gelegd via een geïntegreerde benadering die een financiering door verscheidene Fondsen behelst;

Overwegende dat in artikel 1 van het Financieel Reglement van 21 december 1977 van toepassing op de algemene begroting der Europese Gemeenschappen (13), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 610/90 (14), is bepaald dat juridische verbintenissen die zijn aangegaan voor maatregelen waarvan de tenuitvoerlegging zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, een uiterste uitvoeringsdatum dienen te bevatten die bij het toekennen van steun tegenover de begunstigde in de juiste vorm moet worden aangegeven;

Overwegende dat aan alle andere voorwaarden voor de toekenning van bijstand uit het EFRO, het ESF en het EOGFL, afdeling Oriëntatie, is voldaan,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Het enig programmeringsdocument voor de structurele bijstandsverlening van de Gemeenschap in de in het Verenigd Koninkrijk onder doelstelling 1 vallende regio Merseyside voor de periode van 1 januari 1994 tot en met 31 december 1999 wordt goedgekeurd.

Artikel 2

Het enig programmeringsdocument behelst de volgende hoofdpunten:

a) de voor de gezamenlijke actie in aanmerking genomen prioritaire zwaartepunten, de gekwantificeerde specifieke doelstellingen en het verwachte effect ervan alsmede de samenhang ervan met het economische en sociale beleid in Merseyside;

de prioritaire zwaartepunten zijn:

1. actie voor industrie: ontwikkeling van inwaartse investeringen en van sleutelbedrijven,

2. actie voor industrie: ontwikkeling van inlandse en lokale bedrijven,

3. actie voor industrie: ontwikkeling van op kennis gebaseerde ondernemingen en geavanceerde technologie,

4. actie voor industrie: ontwikkeling van culturele, media- en ontspanningsindustrieën,

5. actie voor de bevolking van Merseyside: wegen naar integratie, een verbeterd opleidingssysteem, gemeenschapsontwikkeling en verbetering van de levenskwaliteit;

b) de bijstand van de Structuurfondsen zoals aangegeven in artikel 4;

c) de nadere bepalingen voor de tenuitvoerlegging van het enig programmeringsdocument, die omvatten:

- de bepalingen inzake toezicht en evaluatie,

- de bepalingen betreffende de financiële uitvoering,

- de voorschriften met betrekking tot de inachtneming van het communautaire beleid op de onderscheiden terreinen;

d) de bepalingen inzake verificatie van de additionaliteit en een eerste evaluatie van de toepassing ervan;

e) de bepalingen volgens welke de milieu-instanties bij de uitvoering van het enig programmeringsdocument worden betrokken.

Artikel 3

Met het oog op indexering is de verdeling van de vastgestelde maximumbijstand van de Structuurfondsen over de betrokken jaren als volgt:

"in miljoen ecu (prijzen van 1994) "" ID="1">1994 > ID="2">111,96 "> ID="1">1995 > ID="2">121,11 "> ID="1">1996 > ID="2">129,83 "> ID="1">1997 > ID="2">138,87 "> ID="1">1998 > ID="2">150,93 "> ID="1">1999 > ID="2">163,30 "> ID="1">Totaal > ID="2">816,00">

Artikel 4

De in het kader van dit enig programmeringsdocument toegekende bijstand van de Structuurfondsen bedraagt ten hoogste 816,00 miljoen ecu.

De voorwaarden waarop de financiële bijstand wordt toegekend, inclusief de financiële bijdrage van de Fondsen aan elk van de verschillende zwaartepunten en maatregelen die deel uitmaken van dit enig programmeringsdocument, zijn vermeld in het financieringsplan dat aan deze beschikking is gehecht (15).

De behoeften aan nationale financiële middelen zoals aangegeven in het financieringsplan kunnen gedeeltelijk worden gedekt door gebruikmaking van de communautaire leningen van de EIB en de andere leningsinstrumenten. Ter indicatie zij vermeld dat de EIB-leningen 250 miljoen ecu kunnen bereiken.

Artikel 5

1. De totale beschikbare communautaire bijstand is als volgt over de Structuurfondsen verdeeld:

- EFRO475 miljoen ecu

- ESF338 miljoen ecu

- EOGFL, afdeling Oriëntatie 3 miljoen ecu.

2. De betalingsverplichting voor de eerste tranche wordt vastgesteld op:

- EFRO65,17 miljoen ecu

- ESF46,38 miljoen ecu

- EOGFL, afdeling Oriëntatie 0,41 miljoen ecu.

De betalingsverplichtingen voor de volgende tranches zullen worden gebaseerd op het financieringsplan van het enig programmeringsdocument en op zijn stand van uitvoeringen.

Artikel 6

De verdeling over de Structuurfondsen en de toekenningsvoorwaarden voor de bijstand kunnen later wijzigingen ondergaan in het licht van de aanpassingen waartoe volgens de procedure van artikel 25, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 4253/88, met inachtneming van de beschikbare financiële middelen en de begrotingsvoorschriften, wordt besloten.

Artikel 7

De communautaire steun heeft betrekking op de uitgaven in verband met de onder dit enig programmeringsdocument vallende werkzaamheden waarvoor uiterlijk op 31 december 1999 in de Lid-Staat juridisch verbindende maatregelen zijn genomen en de benodigde financiële middelen specifiek zijn vastgelegd. De uiterste datum waarop de uitgaven voor deze acties moeten zijn gedaan om in aanmerking te kunnen worden genomen, wordt vastgesteld op 31 december 2001.

Artikel 8

Het enig programmeringsdocument moet worden uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het Gemeenschapsrecht, en met name overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 7, 30, 48, 52 en 59 van het EG-Verdrag en in de communautaire richtlijnen betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten.

Artikel 9

Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk.

Gedaan te Brussel, 29 juli 1994.

Voor de Commissie

Bruce MILLAN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 374 van 31. 12. 1988, blz. 1.(2) PB nr. L 193 van 31. 7. 1993, blz. 20.(3) PB nr. L 185 van 15. 7. 1988, blz. 9.(4) PB nr. L 193 van 31. 7. 1993, blz. 5.(5) PB nr. L 170 van 3. 7. 1990, blz. 36.(6) PB nr. L 54 van 25. 2. 1994, blz. 9.(7) PB nr. L 374 van 31. 12. 1988, blz. 15.(8) PB nr. L 193 van 31. 7. 1993, blz. 34.(9) PB nr. L 374 van 31. 12. 1988, blz. 21.(10) PB nr. L 193 van 31. 7. 1993, blz. 39.(11) PB nr. L 374 van 31. 12. 1988, blz. 25.(12) PB nr. L 193 van 31. 7. 1993, blz. 44.(13) PB nr. L 356 van 31. 12. 1977, blz. 1.(14) PB nr. L 70 van 16. 3. 1990, blz. 1.(15) Bijlage niet bekendgemaakt in het Publikatieblad.