31994D0338

94/338/EG: Beschikking van de Commissie van 25 mei 1994 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Richtlijn 90/425/EEG van de Raad met betrekking tot de monsterneming voor veterinaire controles op de plaats van bestemming

Publicatieblad Nr. L 151 van 17/06/1994 blz. 0036 - 0037
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 58 blz. 0085
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 58 blz. 0085


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 25 mei 1994 tot vaststelling van toepassingsbepalingen voor Richtlijn 90/425/EEG van de Raad met betrekking tot de monsterneming voor veterinaire controles op de plaats van bestemming (94/338/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zooetechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG (2), en met name op artikel 5, lid 3,

Overwegende dat de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat op de plaats van bestemming van de dieren of van de produkten aan de hand van steekproefsgewijze, niet-discriminerende veterinaire controles kan nagaan of aan het bepaalde in artikel 3 van Richtlijn 90/425/EEG is voldaan en bij die gelegenheid tevens monsters kan nemen overeenkomstig artikel 5, lid 1, onder a), van genoemde richtlijn;

Overwegende dat, om ervoor te zorgen dat de controles op de plaats van bestemming efficiënt worden uitgevoerd en om eventuele latere problemen in de intracommunautaire handel te voorkomen, zonder evenwel de belangen van de betrokken partijen te schaden, voor het nemen van de monsters toepassingsbepalingen dienen te worden vastgesteld;

Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Veterinair Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Wanneer de bevoegde autoriteit op de plaats van bestemming besluit om met betrekking tot dieren in het intracommunautaire handelsverkeer monsters te nemen, neemt zij daarbij de bepalingen van de artikelen 2 en 3 in acht.

Artikel 2

1. In het kader van de steekproefsgewijze, niet-discriminerende veterinaire controles dienen de monsters zo snel mogelijk te worden genomen en in elk geval uiterlijk twee werkdagen na de datum van aankomst van de dieren op de plaats van bestemming, welke op het certificaat of op het document bedoeld in artikel 3, lid 1, onder d), van Richtlijn 90/425/EEG is vermeld.

2. De termijn van twee werkdagen is niet van toepassing wanneer de controles door de bevoegde autoriteit worden uitgevoerd op grond van gegevens die bij haar de verdenking van een inbreuk hebben gewekt.

3. Onverminderd het bepaalde in lid 1 en ingeval de dieren bestemd zijn voor een tussenhandelaar als bedoeld in artikel 5, lid 1, eerste alinea, onder b), iii), van Richtlijn 90/425/EEG die de dieren eerst groepeert en vervolgens een nieuwe bestemming geeft, geldt een nieuwe termijn van twee werkdagen vanaf het tijdstip waarop de dieren op de definitieve plaats van bestemming in de Lid-Staat zijn aangekomen.

Artikel 3

1. De monsters worden in duplo genomen of elk monster moet voldoende groot zijn om voor onderzoek ten minste in twee gelijke delen te worden gesplitst.

2. Het eerste monster of het eerste deel wordt onderzocht in een laboratorium dat voor de betrokken ziekte door de bevoegde autoriteit is erkend.

3. Het tweede monster of het tweede deel of desgevallend de delen worden duidelijk geïdentificeerd en onder adequate omstandigheden gedurende ten minste één maand onder toezicht van de bevoegde autoriteit bewaard.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 25 mei 1994.

Voor de Commissie

René STEICHEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 224 van 18. 8. 1990, blz. 29.

(2) PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 49.