31993R3685

VERORDENING (EG) Nr. 3685/93 VAN DE RAAD van 20 december 1993 houdende verdeling over de Lid-Staten van de vangstquota voor 1994 voor vaartuigen die in de wateren van Estland vissen

Publicatieblad Nr. L 341 van 31/12/1993 blz. 0075 - 0076


VERORDENING (EG) Nr. 3685/93 VAN DE RAAD van 20 december 1993 houdende verdeling over de Lid-Staten van de vangstquota voor 1994 voor vaartuigen die in de wateren van Estland vissen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3760/92 van de Raad van 20 december 1992 tot invoering van een communautaire regeling voor de visserij en de aquacultuur(1) , inzonderheid op artikel 8, lid 4,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat de Gemeenschap en Estland overeenkomstig de procedure die is vastgesteld in de Overeenkomst inzake de visserij tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Estland(2) , inzonderheid in de artikelen 3 en 6, overleg hebben gepleegd over de wederzijdse visserijrechten in 1994 en over het beheer van de gemeenschappelijke visbestanden;

Overwegende dat de delegaties bij dit overleg zijn overeengekomen hun onderscheiden autoriteiten aan te bevelen voor 1994 bepaalde vangstquota vast te stellen voor vaartuigen van de andere partij;

Overwegende dat de nodige maatregelen dienen te worden getroffen om voor 1994 gevolg te geven aan de uitkomsten van het overleg tussen de delegaties van de Gemeenschap en Estland;

Overwegende dat voor een doeltreffend beheer van de vangstmogelijkheden in de wateren van Estland de beschikbare hoeveelheden overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 3760/92 moeten worden verdeeld in quota per Lid-Staat;

Overwegende dat voor de onder deze verordening vallende visserijactiviteiten de desbetreffende controlemaatregelen gelden die zijn vastgesteld in Verordening (EEG) nr. 2847/93 van de Raad van 12 oktober 1993 tot invoering van een controleregeling voor het gemeenschappelijk visserijbeleid(3) ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Van 1 januari tot en met 31 december 1994 mogen vaartuigen die de vlag van een Lid-Staat voeren, in wateren onder visserijjurisdictie van Estland, ten hoogste de in de bijlage vermelde hoeveelheden vangen.

Artikel 2

1. De in artikel 7 van de Overeenkomst bedoelde financiƫle bijdrage wordt voor de in artikel 1 vermelde periode vastgesteld op 343 614 ecu, te betalen op een door Estland aan te wijzen rekening.

2. De in artikel 8 van de Overeenkomst bedoelde financiƫle bijdrage wordt voor de in artikel 1 vermelde periode vastgesteld op 35 000 ecu, te betalen op een door Estland aan te wijzen rekening.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1994.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 20 december 1993.

Voor de Raad

De Voorzitter

A. BOURGEOIS

(1) PB nr. L 389 van 31. 12. 1992, blz. 1.

(2) PB nr. L 56 van 9. 3. 1993, blz. 2.

(3) PB nr. L 261 van 20. 10. 1993, blz. 1.

BIJLAGE

Verdeling van de vangstquota voor de Gemeenschap in de Estse wateren voor 1994 "(in ton levend gewicht; voor zalm het aantal stuks)

"" ID="1">Kabeljauw> ID="2">III d> ID="3"> 300 ton> ID="4">Denemarken 210 ton

Duitsland 90 ton

"> ID="1">Haring> ID="2">III d> ID="3">5 000 ton> ID="4">Denemarken 2 850 ton

Duitsland 2 150 ton

"> ID="1">Zalm> ID="2">III d> ID="3">3 000(1) > ID="4">Denemarken 2 700(2)

Duitsland 300(3)

"> ID="1">Sprot> ID="2">III d> ID="3">10 000 ton> ID="4">Denemarken 7 900 ton

Duitsland 2 100 ton

"">

(1) Aantal stuks.