31993R2565

VERORDENING (EEG) Nr. 2565/93 VAN DE COMMISSIE van 17 september 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 891/89 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst

Publicatieblad Nr. L 235 van 18/09/1993 blz. 0023 - 0025
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 52 blz. 0140
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 52 blz. 0140


VERORDENING (EEG) Nr. 2565/93 VAN DE COMMISSIE van 17 september 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 891/89 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2193/93 van de Commissie (2), en met name op artikel 9, lid 2, en op artikel 13, lid 6,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1418/76 van de Raad van 21 juni 1976 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1544/93 (4), en met name op artikel 10, lid 2 en op artikel 17, lid 5,

Overwegende dat, op grond van Verordening (EEG) nr. 891/89 van de Commissie (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3570/92 (6), gezien de concurrentie op de wereldmarkt en op voorwaarde dat onderhandelingen gaande zijn over een leveringscontract waarvoor een langere geldigheidsduur dan normaal verantwoord is, op verzoek van de belanghebbende voor de belangrijkste produkten uitvoercertificaten met een bijzondere geldigheidsduur worden toegekend; dat daarbij voorwaarden gelden die met name betrekking hebben op de overlegging van het leveringscontract aan de bevoegde instantie; dat uit de ervaring blijkt dat om de juiste toepassing van deze bepaling te garanderen bijkomende voorwaarden moeten worden opgesteld;

Overwegende dat het wegens de budgettaire beperkingen, de toestand van de interne markt van de Gemeenschap of die van de wereldmarkt dienstig kan zijn de toekenning van uitvoercertificaten met een bijzondere geldigheidsduur te beperken; dat, voor een goed beheer inzake de toekenning van de genoemde certificaten, moet worden bepaald dat bij de aanvraag voor een uitvoercertificaat met langere geldigheidsduur een verklaring van het land van invoer moet worden gevoegd, waaruit blijkt dat onderhandelingen gaande zijn over sluiting van een leveringscontract, eventueel onder voorbehoud van afgifte van het certificaat, voor een hoeveelheid en een leveringsperiode die met het aangevraagde certificaat overeenstemmen; dat tevens moet worden bepaald dat deze certificaten eerst worden afgegeven na onderzoek door de bevoegde instantie waarbij de aanvragen zijn ingediend, rekening houdend met de economische aspecten van de beoogde uitvoer en op voorwaarde dat het definitieve contract tussen de betrokken partijen binnen een vastgestelde termijn wordt overgelegd;

Overwegende dat uit de ervaring blijkt dat de contracten voor uitvoer naar ACS-landen door de landen van bestemming vaak worden gewijzigd; dat het, om dit risico te verminderen, wenselijk is toe te staan dat de contracten voor een deel door uitvoer naar een andere bestemming worden nagekomen, op voorwaarde dat die bestemming tot dezelfde groep landen behoort;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 11 van Verordening (EEG) nr. 891/89 wordt als volgt gewijzigd:

1. Lid 1 wordt als volgt gelezen:

"1. In bijzondere gevallen kan voor het uitvoercertificaat voor zachte tarwe, durum tarwe, rogge, gerst, maïs, rijst, meel van tarwe en van rogge, gries en griesmeel van durum tarwe en voor de produkten van GN-code 2309, met uitzondering van die van GN-codes 2309 10 70, 2309 10 90, 2309 90 10, 2309 90 70, 2309 90 91 en 2309 90 99, met een gehalte aan zuivelprodukten van minder dan 50 gewichtspercenten, een langere dan de in artikel 9, lid 1, bedoelde geldigheidsduur worden vastgesteld wanneer de belanghebbende een contract aan het sluiten is waarvoor een langere geldigheidsduur verantwoord is. Hiertoe legt de belanghebbende aan de bevoegde instantie een schriftelijk bewijs over van een officiële instantie of van een onderneming met bedrijfszetel in het land waarvoor de betrokken uitvoer bestemd is. In dit schriftelijke bewijs moeten, naast de beoogde hoeveelheid en kwaliteit van de betrokken goederen, ook de leveringstermijn en de desbetreffende prijsvoorwaarden zijn vermeld. De Lid-Staat legt de Commissie ter informatie onverwijld een kopie van dit bewijs over.".

2. Lid 2, tweede en derde alinea, wordt als volgt gelezen:

"Voor uitvoer met als bestemming een ACS-land dat de Overeenkomst van Lomé heeft of met als bestemming een aantal landen van een van de in bijlage III vastgestelde groepen ACS-landen die genoemde Overeenkomst hebben ondertekend, wordt de in de eerste alinea vastgestelde minimumhoeveelheid verlaagd tot:

- 20 000 ton voor zachte tarwe, durum tarwe, rogge, gerst, maïs, rijst, meel van tarwe en van rogge en voor de produkten van GN-code 2309, met uitzondering van die van GN-codes 2309 10 70, 2309 10 90, 2309 90 10, 2309 90 70, 2309 90 91 en 2309 90 99, met een gehalte aan zuivelprodukten van minder dan 50 gewichtspercenten,

en

- 5 000 ton voor gries en griesmeel van durum tarwe en voor rijst.

Op aanvragen die betrekking hebben op verscheidene landen die tot een van de groepen ACS-landen behoren, moet van elk land waarvoor de produkten zijn bestemd, de naam worden vermeld.".

3. Lid 3 wordt als volgt gelezen:

"3. De Lid-Staat waaronder de bevoegde instantie ressorteert waarbij de aanvraag is ingediend, onderzoekt de aanvragen, met name rekening houdend met de hoeveelheid en het economische aspect van de beoogde uitvoer en de concrete uitvoermogelijkheden. Wanneer de aanvraag ontvankelijk is, legt de Lid-Staat deze voor aan de Commissie, die volgens de procedure van artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad (*) of die van artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 1418/76 beslist. Aanvaardt de Commissie de aanvraag, dan bepaalt zij met name de termijn waarbinnen de belanghebbende het contract aan de bevoegde instantie moet voorleggen. Deze instantie brengt de beslissing ter kennis van de belanghebbende.

(*) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 21.".

4. Van lid 4, eerste alinea, wordt de laatste volzin door de volgende tekst vervangen:

"Het land van bestemming, respectievelijk de landen van bestemming die tot een zelfde groep behoren, wordt, respectievelijk worden in vak 7 aangegeven; het certificaat verplicht tot uitvoer naar het land of naar de landen waarvoor de aanvraag is ingediend. De exporteur mag echter voor ten hoogste 10 % van de op het certificaat aangegeven hoeveelheden zijn contract nakomen door naar een andere bestemming uit te voeren, op voorwaarde dat die bestemming tot dezelfde, in bijlage III vastgestelde groep van landen behoort.".

Artikel 2

De bijlage bij deze verordening wordt als bijlage III aan Verordening (EEG) nr. 891/89 toegevoegd.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 17 september 1993.

Voor de Commissie

René STEICHEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 21.

(2) PB nr. L 196 van 5. 8. 1993, blz. 22.

(3) PB nr. L 166 van 25. 6. 1976, blz. 1.

(4) PB nr. L 154 van 25. 6. 1993, blz. 5.

(5) PB nr. L 94 van 7. 4. 1989, blz. 13.

(6) PB nr. L 362 van 11. 12. 1992, blz. 51.

BIJLAGE

BIJLAGE " III

Groepen ACS-landen die de Overeenkomst van Lomé hebben ondertekend

/* Tabellen: zie PB */