VERORDENING (EEG) Nr. 2463/93 VAN DE COMMISSIE van 1 september 1993 tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van vloeispaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China
Publicatieblad Nr. L 226 van 07/09/1993 blz. 0003 - 0010
VERORDENING (EEG) Nr. 2463/93 VAN DE COMMISSIE van 1 september 1993 tot instelling van een voorlopig anti-dumpingrecht op de invoer van vloeispaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2423/88 van de Raad van 11 juli 1988 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 11, Na overleg in het bij genoemde verordening ingestelde raadgevend comité, Overwegende hetgeen volgt: A. PROCEDURE (1) In april 1992 heeft de Commissie met een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (2) de inleiding aangekondigd van een anti-dumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van vloeispaat, vallende onder de GN-codes 2529 22 00 en ex 2529 21 00, van oorsprong uit de Volksrepubliek China, (2) Dit bericht werd gepubliceerd naar aanleiding van een klacht die was ingediend door Eurométaux, dat een groot gedeelte van de bedrijfstak in de Gemeenschap vertegenwoordigt. De klacht bevatte het bewijs van dumping van het genoemde produkt van oorsprong uit de Volksrepubliek China en daaruit voortvloeiende aanmerkelijke schade. Dit bewijsmateriaal werd toereikend geacht om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen. De Commissie heeft de exporteurs en de importeurs waarvan bekend is dat zij hierbij betrokken zijn, de vertegenwoordigers van het land van uitvoer en de indieners van de klacht hiervan officieel in kennis gesteld. Zij heeft de belanghebbenden verzocht de toegezonden vragenlijsten te beantwoorden en heeft hen in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken om te worden gehoord. (3) Alle door Eurométaux vertegenwoordigde producenten in de Gemeenschap die de klacht hadden onderschreven, hebben de vragenlijsten beantwoord. Een producent in de Gemeenschap die aanvankelijk niet voorkwam op de lijst van producenten die de klacht onderschreven, maakte zich aan de Commissie bekend en beantwoordde eveneens de vragenlijst. De producenten in de Gemeenschap die hun medewerking verleenden aan het onderzoek, vertegenwoordigen ongeveer 90 % van de totale communautaire vloeispaatproduktie. Eurométaux maakte zijn zienswijze schriftelijk bekend en verzocht om te worden gehoord, welk verzoek door de Commissie werd ingewilligd. (4) Twee Chinese handelsmaatschappijen, Shanghai Metals and Minerals Import and Export Corporation en Citic Trading Inc., hierna "de Chinese exporteurs" genoemd, beantwoordden de vragenlijsten. (5) Slechts twee niet met de Chinese exporteurs verbonden importeurs hebben de vragenlijst volledig en op bevredigende wijze beantwoord. (6) De Commissie heeft alle voor het onderzoek noodzakelijk geachte informatie onderzocht en geverifeerd. Te dien einde heeft zij een onderzoek ingesteld ten kantore van de volgende ondernemingen: a) Producenten in de Gemeenschap - Sogerem, Paris La Défense, Frankrijk, - Secme, Paris La Défense, Frankrijk, - Laporte Minerals, Derbyshire, Verenigd Koninkrijk, - Weardale Fluorspar Ltd, Bishop Auckland, Verenigd Koninkrijk, - Minerales y Productos Derivados SA, Bilbao, Spanje, - Mineraria Silius SpA, Cagliari, Italië. b) Importeurs in de Gemeenschap - Elf Atochem SA, Lyon, Frankrijk, - Aussimont SpA, Milaan, Italië. De Commissie heeft bovendien inlichtingen ingewonnen bij producenten in Zuid-Afrika, dat als referentieland voor de vaststelling van de normale waarde werd gekozen (zie de overwegingen 13 en 14). Te dien einde werd aan diverse Zuidafrikaanse producenten een vragenlijst toegezonden en werd ten kantore van één onderneming een onderzoek ingesteld. (7) Het onderzoek naar dumping besloeg de periode van 1 januari 1991 tot en met 31 maart 1992 (het onderzoektijdvak). B. BETROKKEN PRODUKT EN SOORTGELIJK PRODUKT 1. Betrokken produkt (8) De procedure had betrekking op vloeispaat, zowel "acid grade" als "ceramic grade", bevattende, hetzij meer dan 97 % calciumfluoride (Caf2), hetzij minder dan 97 % calciumfluoride (CaF2) wanneer het in de vorm van filterkoek wordt aangeboden. Vloeispaat wordt in hoofdzaak gebruikt voor de vervaardiging van fluorwaterstofzuur. Dit produkt vindt ruime toepassing bij het elektronisch zuiveren van silicium en het etsen van glas. Fluorwaterstofzuur kan bovendien worden gebruikt als grondstof voor de vervaardiging van CFK, het basiszuurprodukt voor spuitbussen en koelsystemen, HCFK, het basiszuurprodukt voor plasticschuin, en HFA het basiszuurprodukt voor hard sponsrubber en oplosmiddelen. (9) Het voorafgaande onderzoek heeft aangetoond dat vloeispaat in drie varianten voorkomt: - "acid grade", met een CaF2-gehalte van meer dan 97 %, dat in de vorm van filterkoek of in poeder voorkomt, - "ceramic grade", dat normaliter een CaF2-gehalte van minder dan 97 % heeft en dat niet alleen in de vorm van filterkoek of in poedervorm doch eveneens in de vorm van brokken wordt aangeboden, - "metallurgical grade", waarvan het zuurgehalte normaliter lager is dan dat van de twee vorengenoemde varianten en dat steeds in de vorm van brokken voorkomt. Ceramic grade vloeispaat in de vorm van filterkoek of in poedervorm is volkomen onderling verwisselbaar met acid grade vloeispaat en kan evenals acid grade vloeispaat voor de vervaardiging van fluorwaterstofzuur worden gebruikt. Ceramic grade vloeispaat in de vorm van brokken en metallurgical grade vloeispaat, dat eveneens steeds in de vorm van brokken voorkomt, worden daarentegen niet voor de vervaardiging van fluorwaterstof gebruikt en vertonen derhalve niet voldoende overeenkomst met acid grade vloeispaat of met de andere vormen van ceramic grade vloeispaat om in het kader van deze procedure als identiek met het betrokken produkt te worden beschouwd. Het voorafgaande onderzoek toonde bovendien aan dat vloeispaat in de vorm van filterkoek (zoals omschreven in het bericht van inleiding) en in poedervorm voor dezelfde gebruiksdoeleinden kan worden aangeboden. Het enige verschil tussen de twee aanbiedingsvormen betreft de hoeveelheid vocht die, om redenen in verband met het vervoer, niet geheel uit het in filterkoek aangeboden produkt wordt verwijderd. Om deze redenen werd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (3) een bericht gepublicieerd waarin de uitbreiding van het toepassingsgebied van deze procedure wordt aangekondigd. 2. Soortgelijk produkt (10) Wat de definitie van het begrip soortgelijk produkt in de zin van artikel 2, lid 12, van Verordening (EEG) nr. 2423/88 (hierna de basisverordening genoemd) betreft, heeft de Commissie onderzocht of vloeispaat van oorsprong uit de Gemeenschap of Zuid-Afrika als vergelijkbaar met het betrokken produkt kan worden beschouwd. (11) De Commissie heeft vastgesteld dat vloeispaat uit de Gemeenschap en uit Zuid-Afrika wordt vervaardigd van ertsen die, wat het gehalte aan ruw vloeispaat en het voorkomen van onzuiverheden betreft, vergelijkbaar zijn met het Chinese erts. Het erts wordt op dezelfde wijze gewonnen en verwerkt en wordt voor de vervaardiging van hetzelfde assortiment produkten gebruikt. De winningsmethoden, het vloeispaatgehalte van het erts, het gehalte aan onzuiverheden en het produktieproces kunnen weliswaar van mijn tot mijn verschillen, doch deze verschillen hebben geen gevolgen van betekenis voor de eindprodukten, die steeds dezelfde fysieke en chemische kenmerken en toepassingsmogelijkheden hebben en, ongeacht hun oorsprong, volledig onderling verwisselbaar zijn. Vloeispaat wordt op de markt van Zuid-Afrika en, door de communautaire industrie, op de markt van de Gemeenschap in de vorm van filterkoek en in poedervorm aangeboden. De Commissie concludeert derhalve dat alle varianten van het in de Gemeenschap, Zuid-Afrika en China vervaardigde produkt waarop het onderzoek betrekking heeft, als omschreven in overweging 9, als één enkel, in alle opzichten gelijksoortig produkt in de zin van artikel 2, lid 12, van de basisverordening dienen te worden beschouwd. C. DUMPING 1. Algemeen (12) Om uit te maken of vloeispaat van oorsprong uit de Volksrepubliek China met dumping werd ingevoerd, diende de Commissie rekening te houden met het feit dat de Volksrepubliek China geen land met een markteconomie is. Zij diende derhalve bij haar berekeningen de normale waarde van het betrokken produkt in een land met een markteconomie (referentieland) tot grondslag te nemen. De indiener van de klacht had hiervoor Marokko voorgesteld. Er werd contact opgenomen met een producent in Marokko. Deze producent verleende de Commissie evenwel niet zijn volledige medewerking. (13) De Commisie was derhalve genoopt een ander referentieland te zoeken. Zuid-Afrika bleek een van de grootste producenten ter wereld te zijn met talrijke actieve fabrikanten. De Commissie heeft contact opgenomen met diverse Zuidafrikaanse producenten. Een van deze ondernemingen was bereid met de Commissie samen te werken. Zuid-Afrika werd als een geschikt referentieland beschouwd omdat vloeispaat er in grote hoeveelheden wordt vervaardigd en op de binnenlandse markt verkocht. Deze binnenlandse markt werd derhalve, gezien het grote aantal producenten en het ontbreken van beperkingen op de invoer, als een markt met goede mededingingsvoorwaarden beschouwd. Dit heeft als resultaat dat de produktie in de Zuidafrikaanse vloeispaatindustrie op efficiënte wijze georganiseerd is en de prijzen zeer concurrerend zijn. Om deze redenen was de Commissie van mening dat Zuid-Afrika ten behoeve van de voorlopige bevindingen een geschikt referentieland was. Omdat in Zuid-Afrika de benodigde grondstoffen minder gemakkelijk verkrijgbaar zijn dan in China, dienen de Zuidafrikaanse producenten bepaalde kosten te maken welke de Chinese fabrikanten niet hebben. De Commissie heeft rekening gehouden met dit natuurlijke voordeel van China en heeft, te dien einde, met het oog op een "passende en niet onredelijke vaststelling" van de normale waarde overeenkomstig artikel 2, lid 5, van de basisverordening, een neerwaartse correctie toegepast op de verkoopprijzen in Zuid-Afrika. 2. Normale waarde (14) De Commissie heeft onderzocht of de verkoopprijzen op de markt van Zuid-Afrika geschikt waren voor de vaststelling van de normale waarde. De producent die zijn medewerking verleende aan het onderzoek, verkoopt het betrokken produkt op de binnenlandse markt aan niet verbonden ondernemingen waaraan de goederen in regelmatige zendingen los gestort worden geleverd, zoals ook het geval is voor de door China uitgevoerde produkten. (15) Om al deze redenen en met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, lid 5, onder a), van de basisverordening werd de normale waarde vastgesteld op basis van de nettoverkoopprijs van al het door de Zuid-Afrikaanse producent in het kader van het normale handelsverkeer geleverde, voor verbruik op de Zuidafrikaanse markt bestemde vloeispaat. 3. Prijs bij uitvoer (16) De hoeveelheden die werden uitgevoerd door de Chinese exporteurs die hun medewerking verleenden aan het onderzoek, vertegenwoordigen slechts 21 % van de totale invoer van vloeispaat uit China in de Gemeenschap gedurende het onderzoektijdvak. Dit percentage werd te klein geacht om representatief te zijn. De prijzen bij uitvoer van de door de Chinese producenten uitgevoerde produkten dienden derhalve aan de hand van de meest redelijke beschikbare gegevens te worden berekend (artikel 7, lid 7, onder b), van de basisverordening). (17) Het betrokken produkt wordt bij invoer aangegeven onder de GN-codes 2529 22 00 en 2529 21 00. Onder de laatsgenoemde GN-code vallen eveneens het zogenaamde "metallurgical grade" vloeispaat en "ceramic grade" vloeispaat in de vorm van brokken, waarop deze procedure niet van toepassing is. Gezien de weinig intensieve medewerking van de exporteurs en de importeurs was de Commissie niet in staat de onder GN-code 2529 21 00 ingevoerde hoeveelheid vloeispaat te bepalen en werden de onder deze GN-code vallende hoeveelheden die uit China werden ingevoerd derhalve niet in aanmerking genomen voor het vaststellen van de prijs bij uitvoer. (18) Onder de gegeven omstandigheden werden de cijfers van Eurostat met betrekking tot de onder GN-code 2529 22 00 door China uitgevoerde hoeveelheden derhalve als de meest betrouwbare informatie beschouwd. Op basis van deze cijfers werd de gemiddelde cif-prijs grens Gemeenschap op 82,5 ecu per ton vastgesteld. 4. Vergelijking (19) Met het oog op een eerlijke vergelijking tussen de normale waarde en de prijzen bij uitvoer hield de Commissie waar nodig rekening met verschillen die van invloed waren op de vergelijkbaarheid van de prijzen, overeenkomstig artikel 2, leden 9 en 10, van de basisverordening. Voor Zuid-Afrika werd de vergelijking gemaakt op basis van de prijzen af fabriek en voor China fob Chinese haven, op hetzelfde handelsniveau, voor de produkten van GN-code 2529 22 00. Voor de vaststelling van de normale waarde werd uitgegaan van het door China in natte vorm (ongeveer 10 % vocht) uitgevoerde produkt, filterkoek genaamd. Het op de Zuidafrikaanse markt verkochte produkt werd in droge vorm aangeboden. De Commissie heeft derhalve voor dit verschil in fysieke kenmerken een correctie toegepast ten einde rekening te houden met de kosten van het drogen in Zuid-Afrika. Voor de vaststelling van de prijzen bij uitvoer werden de kosten van het vervoer over zee en de verzekeringskosten voor het vervoer uit China in mindering gebracht, zoals deze werden opgegeven door de Chinese exporteurs die hun medewerking verleenden. (20) De Chinese exporteurs voerden aan dat het Chinese produkt van minder goede kwaliteit was dan het Zuidafrikaanse omdat het in minder geraffineerde vorm werd aangeboden en, derhalve, tegen lagere prijzen diende te worden verkocht. De Commissie heeft dergelijke kwaliteitsverschillen niet kunnen vaststellen en de eindgebruikers in de Gemeenschap maken uit het oogpunt van kwaliteit overigens geen onderscheid tussen het Zuidafrikaanse en het Chinese produkt. Dit verzoek werd derhalve, wat de voorlopige bevindingen betreft, van de hand gewezen. 5. Marge van dumping (21) Uit het voorafgaande onderzoek van de feiten bleek dat het betrokken vloeispaat met dumping werd ingevoerd. De marge van dumping was gelijk aan het verschil tussen de normale waarde, vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de voorgaande overwegingen, en de prijs bij uitvoer naar de Gemeenschap. Uitgedrukt als een percentage van de gewogen gemiddelde cif-waarde van de betrokken invoer bedroeg de marge van dumping 13,2 %. (22) De Chinese exporteurs die hun medewerking verleenden, waren van mening dat voor deze ondernemingen individuele marges van dumping dienden te worden vastgesteld. Te dezen wordt ervan uitgegaan dat voor de uitvoer uit een economisch systeem dat geen markteconomier kent de individuele behandeling een strikte uitzondering dient te blijven die uitsluitend toepassing kan vinden in gevallen waarin de betrokken producent met bewijsmateriaal aantoont dat hij zijn prijzen bij uitvoer vrij en zonder inmenging van de overheid kan vaststellen. Individuele marges van dumping of anti-dumpingrechten zijn immers ongeschikt wanneer de staat, doordat hij op een of andere wijze invloed uitoefent op de betrokken exporteurs, profijt kan trekken van de differentiatie van de anti-dumpingrechten en, zodoende, de doeltreffendheid van de maatregelen kan ondermijnen. Aangezien alle betrokken exporteurs overheidsondernemingen waren, was aan de voorwaarden voor het verlenen van een individuele behandeling niet voldaan en werd voor alle invoer uit China één enkele dumpingmarge vastgesteld. SCHADE 1. Voorafgaande overwegingen (23) a) Aangezien de exporteurs en importeurs slechts in beperkte mate medewerking verleenden en GN-code 2529 21 00 eveneens betrekking heeft op een produkt (zoals uiteengezet in overweging 17) waarop de procedure niet van toepassing is, was de Commissie niet in staat de juiste omvang van de betrokken invoer van vloeispaat vast te stellen. Om deze reden heeft de Commissie bij het beoordelen van de gevolgen van deze invoer in de Gemeenschap en het vaststellen van de veroorzaakte schade uitsluitend rekening gehouden met het onder GN-code 2529 22 00 valende produkt. b) De producenten in de Gemeenschap verkopen een groot gedeelte van hun produktie (1991 = 83 %), hetzij aan verbonden ondernemingen, hetzij in het kader van lange-termijn contracten (besloten markt). In de lange-termijn contracten (tot 10 jaar) zijn hoeveelheden en prijzen vastgesteld die kunnen variëren binnen een bepaalde marge die grotendeels door de produktiekosten van de producenten in de Gemeenschap en de prijzen op de wereldmarkt wordt bepaald. De Chinese exporteurs daartentegen verkopen uitsluitend op basis van korte-termijn contracten aan onafhankelijke importeurs en eindgebruikers (vrije markt). De totale vrije markt vertegenwoordigde in 1991 ten minste ongeveer 30 % van de totale markt voor vloeispaat. Indien de invoer van de onder GN-code 2529 21 00 aangegeven produkten eveneens in aanmerking wordt genomen, is de totale vrije markt voor vloeispaat nog aanzienlijk groter en zou deze zelfs ongeveer 50 % van de totale markt voor vloeispaat kunnen uitmaken. De Commissie heeft onderzocht of, onder deze omstandigheden, de aldus onderscheiden besloten en vrije markt volgens de huidige, uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie voortvloeiende criteria als verschillende markten kunnen worden beschouwd. De Commissie is wat dit betreft van mening dat de besloten en de vrije markt in dit geval sterk van elkaar verschillen en dat de bedrijfstak van de Gemeenschap op de besloten markt niet rechtstreeks met de Chinese importeurs op de vrije markt concurreert. Dit is toe te schrijven aan het feit dat het huidige prijsverschil tussen deze markten niet groot genoeg is om de afnemers ertoe te bewegen hun produkten van andere leveranciers te betrekken. De huidige prijzen van de uit China op de vrije markt ingevoerde produkten zijn derhalve niet van doorslaggevende invloed op de prijzen welke de communautaire producenten op de besloten markt hanteren en hebben slechts geringe consequenties voor andere aspecten van de veroorzaakte schade zoals het marktaandeel, de verkopen, enz. c) Om al deze redenen is de Commissie van mening dat de besloten markt niet sterk wordt beïnvloed door de invoer met dumping uit China. De vaststelling van de veroorzaakte schade was derhalve, tenzij anders vermeld, uitsluitend gebaseerd op gegevens in verband met de vrije markt. 2. Oorzakelijk verband tussen de schade en de invoer met dumping a) Marktaandeel en omvang van de invoer met dumping (24) Aan de hand van de vorengenoemde gegevens werd het verbruik van vloeispaat in de Gemeenschap vastgesteld op ongeveer 155 000 ton in 1988 en ongeveer 124 500 ton in 1991. Het marktaandeel van de Chinese invoer is aanzienlijk toegenomen van iets meer dan 3 % in 1988 tot bijna 50 % in 1991. (25) De invoer van oorsprong uit de Volksrepubliek China is van 1988 (5 145 ton) tot 1991 (61 244 ton) met 1 090 % toegenomen. Voor het onderzoektijdvak bedraagt deze toename, geëxtrapoleerd over een periode van één jaar, 916 %. Hierbij dient bovendien rekening te worden gehouden met het feit dat de markt voor dit produkt tussen 1988 en 1991 met 20 % gekrompen is. b) Prijzen (26) Volgens de gegevens van Eurostat bedroegen de prijzen af grens Gemeenschap van de uit China uitgevoerde produkten tussen 1988 en 1989 gemiddeld 98 ecu per ton. Gedurende het onderzoektijdvak bedroeg deze prijs 82 ecu per ton, een daling van ongeveer 16 %. Voorts heeft de Commissie de gewogen gemiddelde prijs van de uit China ingevoerde produkten (af grens Gemeenschap, ingeklaard) vergeleken met de gewogen gemiddelde verkoopprijs af fabriek, op hetzelfde handelsniveau en voor dezelfde kwaliteiten, van het door de communautaire producenten verkochte produkt. Gedurende het onderzoektijdvak bedroeg de prijsonderbieding, berekend aan de hand van de gewogen gemiddelde verkoopprijzen van de bedrijfstak in de Gemeenschap, 41 %. 3. Toestand van de bedrijfstak in de Gemeenschap a) Produktie (27) De totale produktie in de Gemeenschap is teruggelopen van ongeveer 440 000 ton in 1988 tot ongeveer 350 000 ton gedurende het onderzoektijdvak, berekend over 12 maanden. In 1990 bedroeg de produktie 425 000 ton. In 1988 werd ongeveer 26 % van deze produktie op de vrije markt verkocht. Gedurende het onderzoektijdvak werd 16 % van de totale produktie op de vrije markt verkocht en in 1990 27 %. b) Capaciteitsbezetting (28) Over de periode 1988-1991 liep de totale capaciteitsbezetting terug van 85 % tot 67 %. c) Voorraden (29) De in de periode 1988 tot 1990 opgebouwde voorraden zijn een weinig afgenomen niettegenstaande het feit dat gedurende het onderzoektijdvak kleinere hoeveelheden werden verkocht. Dit wordt toegeschreven aan het feit dat aanzienlijk geringere hoeveelheden werden geproduceerd en meer uit voorraad werd verkocht. d) Verkopen en marktaandeel (30) De verkopen van de producenten in de Gemeenschap op de vrije markt liepen terug van 113 000 ton in 1988 tot 56 000 ton in 1991, terwijl hun marktaandeel daalde van 73 % in 1988 tot 45 % in 1991. In 1990 werd 114 000 ton verkocht en beliep het marktaandeel 72 %. e) Prijzen (31) In het onderzoektijdvak stegen de gemiddelde prijzen van de bedrijfstak in de Gemeenschap met ongeveer 5 % ten opzichte van 1990. De Commissie is van mening dat deze ontwikkeling geen verband houdt met een algemene prijsstijging van het betrokken produkt, doch met het feit dat de bedrijfstak van de Gemeenschap zich heeft teruggetrokken uit de markt voor los gestorte produkten die geheel door de invoer uit China wordt bevoorraad. De bedrijfstak van de Gemeenschap is voor de afzet van zijn produkten thans inderdaad aangewezen op de kleinere marktsegmenten waar hogere prijzen gelden. f) Winstgevendheid (32) De financiële situatie van de bedrijfstak in de Gemeenschap was verre van bevredigend. De winst op verkopen was de voorbije jaren duidelijk ontoereikend voor de financiering van de noodzakelijke investeringen in de mijnen. De bedrijfstak van de Gemeenschap leed gedurende het onderzoektijdvak in het algemeen aanzienlijke verliezen. g) Werkgelegenheid (33) Het onderzoek wees uit dat, als gevolg van de gedaalde produktie en verkopen, het aantal arbeidsplaatsen in deze taak van industrie terugloopt. 4. Conclusie (34) De Commissie is van mening dat de bedrijfstak in de Gemeenschap aanmerkelijke schade heeft geleden in de zin van artikel 4, lid 1, van de basisverordening. Dit blijlct uit de terruggang van de produktie, de verkopen en het verlies van marktaandeel. E. OORZAKELIJK VERBAND TUSSEN DE SCHADE EN DE INVOER MET DUMPING 1. Gevolgen van de invoer met dumping (35) De Commissie heeft de omvang en de prijsontwikkeling van de invoer met dumping uit de Volksrepubliek China vergeleken met de ontwikkeling van de winst op verkopen en het marktaandeel van de bedrijfstak in de Gemeenschap. Zij stelde vast dat de verslechtering van de economische situatie van de bedrijfstak in de Gemeenschap samenviel met de toename van de invoer van vloeispaat uit China. De Commissie constateerde bovendien dat de afnemers zich bij de keuze van hun leveranciers op de vrije markt in hoofdzaak laten leiden door de prijs. Wegens de transparantie en de prijselasticiteit op de markt noopt de prijsdaling van het Chinese produkt de bedrijfstak van de Gemeenchap ertoe zijn prijzen te verlagen in een poging een redelijke capaciteitsbezetting en marktaandeel te handhaven. Gezien de omvang van de invoer met dumping waren de producenten in de Gemeenschap evenwel niet in staat hun marktaandeel in stand te houden en waren zij genoodzaakt hun produktie te beperken, hetgeen hogere produktiekosten per eenheid ten gevolge had. Deze hogere kosten gingen gepaard met een lagere opbrengt op de verkopen, waardoor de bedrijfstak in financiële moeilijkheden kwam. 2. Gevolgen van andere factoren (36) De Commissie heeft onderzocht of de schade aan de bedrijfstak van de Gemeenschap mede door andere factoren werd veroorzaakt. a) Invoer uit Zuid-Afrika (37) De Commissie stelde vast dat Zuid-Afrika de belangrijkste exporteur van vloeispaat naar de Gemeenschap was. Volgens Eurostat bedroeg de prijs bij uitvoer van dit produkt uit Zuid-Afrika 82 ecu per ton, hetgeen vergelijkbaar is met de prijs van de uit China uitgevoerde produkten. Het grootste gedeelte van deze produkten wordt evenwel ingevoerd door ondernemingen die verbonden zijn met de exporteurs. Deze prijzen kunnen derhalve niet als representatieve prijzen op de vrije markt worden beschouwd. Daar komt nog bij dat het uit Zuid-Afrika ingevoerde vloeispaat niet verder naar de vrije markt wordt doorverkocht, zodat het niet rechtstreeks concurreert met de door de bedrijfstak van de Gemeenschap verkochte produkten. Wat de relatief beperkte hoeveelheid goederen betreft die door Zuidafrikaanse exporteurs op de vrije markt in de Gemeenschap werd verkocht, werd geconstateerd dat de prijzen op deze markt in de Gemeenschap aanzienlijk hoger waren dan de gemiddelde prijs bij uitvoer uit Zuid-Afrika zoals die uit Eurostat naar voren kwam. Los hiervan constateerde de Commissie dat de invoer uit Zuid-Afrika tussen 1988 en 1991 sterk is afgenomen. De Commissie concludeert hieruit dat de invoer uit Zuid-Afrika geen schade heeft veroorzaakt aan de bedrijfstak van de Gemeenschap en hier ook niet toe bijgedragen heeft. b) Invoer uit andere landen (38) Uit de gegevens van Eurostat blijkt dat de invoer in de Gemeenschap uit de rest van de wereld in de genoemde periode een dalende tendens vertoonde. Op de onder zware druk staande markt van de Gemeenschap nam slechts de invoer uit China aanzienlijk toe. De prijzen van de uit andere derde landen ingevoerde produkten waren aanmerkelijk hoger dan die van de uit China ingevoerde produkten. c) Inkrimping van de vraag (39) Volgens de Chinese exporteurs dienen de teruggang in de produktie en de verkopen van de communautaire industrie te worden toegeschreven aan de op internationaal niveau genomen maatregelen ter bescherming van het milieu en de daaruit voortvloeiende inkrimping van de vraag. Het is inderdaad juist dat een internationale overeenkomst tegen 1993 voorziet in een vermindering met 20 % van het wereldwijde verbruik van chloorfluorkoolwaterstof (CFK's), waarvan fluorwaterstofzuur een belangrijke component is. De vorengenoemde maatregelen, die ten doel hebben het verbruik van CFK's te verminderen, hadden evenwel slechts beperkte consequenties voor de vloeispaatproduktie. Vloeispaat is namelijk ook de belangrijkste grondstof voor de vervaardiging van vervangingsprodukten voor CFK's en de produktie van vloeispaat neemt zelfs nog toe. 3. Conclusie (40) De Commissie stelde vast dat andere factoren, zoals de invoer uit Zuid-Afrika, geen aanmerkelijke schade hebben toegebracht aan de bedrijfstak van de Gemeenschap. De maatregelen ter bescherming van het milieu hadden slechts beperkte consequenties en bieden geen afdoende verklaring voor de daling van de produktie en het verlies van werkgelegenheid en marktaandeel, waarin de schade het sterkst tot uiting komt. De de Commissie concludeert derhalve in het kader van haar voorlopige bevindingen dat de invoer met dumping uit de Volksrepubliek China, gezien zijn grote marktaandeel in de Gemeenschap, zijn lage prijzen en het daaruit voortvloeiende gebrek aan winstgevendheid van de bedrijfstak van de Gemeenschap, op zich aanmerkelijke schade heeft toegebracht aan deze bedrijfstak. F. BELANG VAN DE GEMEENSCHAP (41) Bij het beantwoorden van de vraag of maatregelen ter voorkoming van schade ten gevolge van invoer met dumping in het belang zijn van de Gemeenschap, ging de Commissie ervan uit dat anti-dumpingrechten in het algemeen ten doel hebben een einde te maken aan verstoringen van de mededinging die het gevolg zijn van oneerlijke handelspraktijken en, zodoende, op de markt van de Gemeenschap open en eerlijke mededingingsvoorwaarden te herstellen, hetgeen in beginsel in het algemene belang is van de Gemeenschap. De Commissie is wat dit betreft van mening dat, indien geen maatregelen worden genomen ter compensatie van de gevolgen van de invoer met dumping uit China, de bedrijfstak van de Gemeenschap zich van de vrije markt zal moeten terugtrekken. Dit zou betekenen dat zij de winning van ertsen ten dele zouden moeten stopzetten en hun produktie zouden moeten inkrimpen. De kosten per eenheid zouden verhoudingsgewijze toenemen en de produktie voor de besloten markt zou eveneens onrendabel kunnen worden. Dit zou nog meer mijnsluitingen ten gevolge kunnen hebben en, als gevolg daarvan, verlies van werkgelegenheid, technologische kennis en investeringen. In werkelijkheid heeft de vloeispaatindustrie echter goede vooruitzichten op een aanzienlijke groei van het verbruik in de nabije toekomst. Opdat hij voordeel zou kunnen trekken uit deze ontwikkelingen dient de bedrijfstak van de Gemeenschap evenwel levensvatbaar te zijn en dient hij zich in een zodanige positie te bevinden dat hij kan verkopen tegen prijzen die een redelijke winst mogelijk maken. (42) De Chinese exporteurs voeren aan dat anti-dumpingmaatregelen de concurrentiepositie van de eindgebruikers op de internationale markten sterk zouden verslechteren. Deze maatregelen zouden de prijs van een belangrijke grondstof doen stijgen, hetgeen hun concurrentiepositie ten opzichte van de producenten in de Verenigde Staten, die het Chinese vloeispaat tegen lagere prijzen kunnen importeren, ongunstig zou beïnvloeden. Anti-dumpingmaatregelen kunnen inderdaad gevolgen hebben voor de eindgebruikers van het produkt waarop de procedure van toepassing is. In dit geval vorm de prijs van het vloeispaat evenwel slechts een klein gedeelte van de totale kosten voor de eindgebruikers. Het zou derhalve in het algemeen niet in het belang van de Gemeenschap zijn om geen einde te maken aan deze oneerlijke handelspraktijken, die hogere kosten per eenheid, een onrendabele produktie en de mogelijke sluiting van mijnen ten gevolge zouden hebben. De vloeispaatindustrie in de Gemeenschap zou gedoemd zijn te verdwijnen en de bedrijfstak van de Gemeenschap zou geheel op invoer aangewezen zijn. Bovendien zou een beperking van het aantal producenten op langere termijn hogere prijzen voor de eindgebruikers, in hoofdzaak de chemische basisindustrie, ten gevolge kunnen hebben. Dit geldt des te meer voor de vloeispaatindustrie omdat slechts een zeer gering aantal landen buiten de Gemeenschap enige produktie van betekenis hebben. (43) Gezien het bovenstaande is de Commissie van mening dat de Gemeenschap er op lange termijn belang bij heeft een levensvatbare vloeispaatindustrie in stand te houden. (44) De Commissie concludeert derhalve dat maatregelen ter bëindiging van de schade die aan de bedrijfstak van de Gemeenschap wordt veroorzaakt door de invoer van vloeispaat uit de Volksrepubliek China in het belang zijn van de Gemeenschap en dat deze maatregelen de vorm van een anti-dumpingrecht dienen te hebben. G. VOORLOPIG RECHT (45) Het voorafgaande onderzoek wees uit dat de schade in hoofdzaak door de prijsonderbieding van de met dumping ingevoerde produkten werd veroorzaakt. Met het oog hierop en ten einde te bepalen of het op te leggen recht lager zou moeten zijn dan de marge van dumping, heeft de Commissie de gewogen gemiddelde verkoopprijs van het Chinese vloeispaat (af grens Gemeenschap, ingeklaard) vergeleken met de overeenkomstige gemiddelde prijs van het vloeispaat dat gedurende dezelfde periode door de bedrijfstak van de Gemeenschap werd vervaardigd. Aangezien dit verschil groter is dan de vastgestelde dumpingmarge, dient het op te leggen recht gelijk te zijn aan deze marge. Wat de vorm van het recht betreft, is de Commissie van oordeel dat de structuur van hun door de overheid gecontroleerde economie de Chinese exporteurs ruimschoots in de gelegenheid stelt hun prijzen bij uitvoer verder te verlagen en dat deze exporteurs dergelijke prijsverlagingen inderdaad reeds sedert 1988 toepassen. De markt voor vloeispaat is gevoelig voor onstabiele prijzen en het recht dient derhalve een zodanige vorm te hebben dat verdere ongerechtvaardigde prijsverlagingen door de Chinese exporteurs worden voorkomen. Noch een recht in de vorm van een vast bedrag, noch een ad valorem recht lijken aan dit doel te beantwoorden. Gelet op een en ander is de Commissie van mening dat een minimumprijs dient te worden vastgesteld tegen dewelke het Chinese vloeispaat op de markt van de Gemeenschap wordt verkocht. Deze minimumprijs werd berekend aan de hand van de gewogen gemiddelde normale waarde van vloeispaat zoals vastgesteld in overweging 15 en aangepast aan de waarde cif-grens Gemeenschap. Deze minimumprijs bedraagt 93,40 ecu per ton. Het recht dient derhalve gelijk te zijn aan het veschil tussen deze minimumprijs en de nettoprijs af grens Gemeenschap, niet ingeklaard. H. SLOTBEPALINGEN (46) Met het oog op een goed beheer dient een termijn te worden vastgesteld binnen dewelke belanghebbenden hun standpunt ten aanzien van de in deze verordening neergelegde bevindingen schriftelijk kunnen bekendmaken en kunnen verzoeken om door de Commissie te worden gehoord, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 1. Bij invoer van vloeispaat in de vorm van filterkoek of in poedervorm, bevattende meer dan 97 % calciumfluoride (CaF2), vallende onder GN-code 2529 22 00 (Taric-code 2529 22 00 10), of bevattende minder dan 97 % calciumfluoride (CaF2), vallende onder GN-code ex 2529 21 00 (Taric-code 2529 21 00 10), van oorsprong uit de Volksrepubliek China, geldt een voorlopig anti-dumpingrecht. 2. Het recht is gelijk aan het verschil tussen een minimumprijs van 93,40 ecu per ton (droog nettogewicht) en de nettoprijs af grens Gemeenschap, niet ingeklaard. 3. De bepalingen inzake douanerechten zijn van toepassing. 4. Bij het in vrije verkeer brengen in de Gemeenschap van het in lid 1 bedoelde produkt dient een zekerheid te worden gesteld ten bedrage van het voorlopige recht. Artikel 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 7, lid 4, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2423/88 kunnen de betrokken partijen binnen één maand na de datum van inwerkingtreding van deze verordening hun standpunt schriftelijk kenbaar maken en verzoeken om door de Commissie te worden gehoord. Artikel 3 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Onverminderd de artikelen 11, 12 en 13 van Verordening (EEG) nr. 2423/88 is deze verordening van toepassing gedurende vier maanden, tenzij de Raad vóór het verstrijken van deze termijn definitieve maatregelen vaststelt. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 1 september 1993. Voor de Commissie Leon BRITTAN Vice-Voorzitter (1) PB nr. L 209 van 2. 8. 1988, blz. 1. (2) PB nr. C 105 van 25. 4. 1992, blz. 23. (3) PB nr. C 210 van 4. 8. 1993, blz. 6.