31993R1113

VERORDENING (EEG) Nr. 1113/93 VAN DE COMMISSIE van 6 mei 1993 houdende specifieke bepalingen inzake de compensatiebedragen voor bepaalde bevloeide akkerbouwgewassen

Publicatieblad Nr. L 113 van 07/05/1993 blz. 0014 - 0015


VERORDENING (EEG) Nr. 1113/93 VAN DE COMMISSIE van 6 mei 1993 houdende specifieke bepalingen inzake de compensatiebedragen voor bepaalde bevloeide akkerbouwgewassen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad van 30 juni 1992 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 364/93 (2), en met name op de artikelen 12 en 16,

Overwegende dat in artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 1765/92 is bepaald dat in de regioplannen onderscheid mag worden gemaakt tussen bevloeide en niet-bevloeide gebieden;

Overwegende dat in sommige delen van de Gemeenschap de bevloeide en de niet-bevloeide oppervlakten binnen een zelfde gebied zozeer door elkaar liggen dat het niet altijd mogelijk is afzonderlijke homogene produktiegebieden af te bakenen; dat een gepaste differentiatie in dergelijke gebieden derhalve zou kunnen worden bereikt door voor een zelfde produktieregio verschillende opbrengsten vast te stellen waarvoor niet zozeer de geografische ligging als wel de feitelijke teeltwijze, al dan niet bevloeid, bepalend is;

Overwegende dat een differentiatie van de compensatiebedragen naargelang het om bevloeide of niet-bevloeide oppervlakten gaat, kan leiden tot een uitbreiding van de bevloeide oppervlakten om een hoger steunbedrag te verkrijgen, en dus tot een stijging van de uitgaven; dat, om te voorkomen dat de regeling minder doeltreffend wordt, naar het voorbeeld van artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1765/92 dient te worden bepaald dat in elke regio slechts een oppervlakte die overeenkomt met het in de jaren 1989, 1990 en 1991 bevloeide areaal, in aanmerking kan komen voor het voor bevloeide grond geldende compensatiebedrag;

Overwegende dat in sommige gevallen met investeringen is begonnen na de referentieperiode voor de bepaling van de maximaal in aanmerking komende oppervlakte, doch vóór de inwerkingtreding van Verordening (EEG) nr. 1765/92; dat derhalve passende bepalingen inzake sommige nieuwe bevloeide oppervlakten dienen te worden vastgesteld;

Overwegende dat deze verordening wordt vastgesteld op een tijdstip waarop in de meeste Lid-Staten reeds bepalingen inzake bevloeide oppervlakten zijn vastgesteld en ter kennis van de belanghebbenden zijn gebracht; dat toepassing van de bepalingen van deze verordening, vooral wat de braaklegging betreft, de reeds door de belanghebbenden opgestelde braakleggingsplannen zou kunnen doorkruisen; dat derhalve in een geleidelijke toepassing van de desbetreffende bepalingen dient te worden voorzien;

Overwegende dat het Gezamenlijk Comité van beheer voor granen, oliën en vetten, en gedroogde voedergewassen geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter vastgestelde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

In regio's waar van oudsher belangrijke oppervlakten worden bevloeid, maar waar het met name door de versnippering van de bevloeide oppervlakten en de ligging daarvan tussen niet-bevloeide oppervlakten onmogelijk is in het regioplan afzonderlijke homogene bevloeide gebieden af te bakenen, kunnen de compensatiebedragen voor bevloeide akkerbouwgewassen worden berekend aan de hand van een specifieke opbrengst.

Artikel 2

In geval van toepassing van artikel 1 wordt de in het verleden verkregen gemiddelde regionale opbrengst die wordt medegedeeld overeenkomstig artikel 3, lid 2, eerste en tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1765/92, gesplitst in een opbrengst voor bevloeide oppervlakten en een opbrengst voor niet-bevloeide oppervlakten. Hiertoe worden dezelfde jaren in aanmerking genomen als voor de vaststelling van de in het verleden verkregen gemiddelde regionale opbrengst. De splitsing mag geen overschrijding van de in het verleden verkregen opbrengst voor de betrokken regio tot gevolg hebben.

Artikel 3

1. De Lid-Staten bepalen de voorwaarden aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of een oppervlakte wordt geacht gedurende een verkoopseizoen te worden bevloeid. In deze voorwaarden worden ten minste de volgende gegevens vermeld:

- een lijst van de akkerbouwgewassen waarvoor een compensatiebedrag kan worden betaald dat is berekend aan de hand van de opbrengst voor bevloeide oppervlakten;

- de bevloeiingsinstallaties waarover het bedrijfshoofd moet beschikken en die in verhouding moeten staan tot de te bevloeien oppervlakten;

- de in aanmerking te nemen bevloeiingsperiode.

2. De producenten maken in hun steunaanvraag "oppervlakten" onderscheid tussen de bevloeide en de niet-bevloeide oppervlakten. De Lid-Staten gaan voor de aanvragen om een compensatiebedrag voor een bevloeide oppervlakte na of is voldaan aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden. Indien deze voorwaarden niet zijn vervuld, worden de in Verordening (EEG) nr. 3887/92 van de Commissie (3) bedoelde sancties toegepast in verhouding tot de betrokken oppervlakte.

Artikel 4

1. De voor bevloeide akkerbouwgewassen vastgestelde opbrengst kan slechts voor een maximumoppervlakte worden toegepast die wordt vastgesteld per produktieregio als omschreven in het regioplan.

2. Voor elke produktieregio is deze maximumoppervlakte gelijk aan het gemiddelde van de in de jaren 1989, 1990 en 1991 voor een oogst van granen, oliehoudende zaden en/of eiwithoudende gewassen bevloeide oppervlakten, eventueel verhoogd met de oppervlakten die sinds 1992 als nieuwe bevloeide oppervlakten voor dezelfde teelten worden gebruikt na investeringen waarmee reeds vóór 1 augustus 1992 was begonnen.

3. De Lid-Staten verstrekken de Commissie de in lid 2 bedoelde gedetailleerde gegevens met bewijsstukken waaruit blijkt dat de gestelde voorwaarden zijn vervuld. Deze gegevens bevatten met name statistische informatie over de in de jaren 1989, 1990 en 1991 bevloeide oppervlakten per teelt en over de nieuwe bevloeide oppervlakten die voor de in aanmerking komende teelten worden gebruikt, onder vermelding van hun ligging en van de datum waarop met de uitvoering van de betrokken investering is begonnen.

4. De Commissie onderzoekt de door de Lid-Staten verstrekte gegevens en vergewist zich ervan of de ingediende bewijsstukken toereikend zijn. Zij stelt de maximumoppervlakten vast volgens de procedures als bedoeld in artikel 12, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 1765/92.

Artikel 5

1. Indien de oppervlakten waarvoor een compensatiebedrag op basis van een specifieke opbrengst voor bevloeide oppervlakten wordt aangevraagd, verhoogd met het daarmee samenhangende aantal braakgelegde hectaren, de in artikel 4 bedoelde maximumoppervlakte overtreffen, worden de aan de opbrengst voor bevloeide oppervlakten gerelateerde compensatiebedragen voor de betrokken regio verhoudingsgewijs verlaagd. Voor het verkoopseizoen 1993/1994 wordt deze verlaging evenwel slechts toegepast voor zover de bevloeide gewassen alleen, zonder de ermee samenhangende braakgelegde hectaren, de maximumoppervlakte overtreffen.

2. Indien de in deze verordening bedoelde maximumoppervlakte en een basisareaal als bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1765/92 tegelijk zijn overschreden, wordt alleen de grootste van de twee daaruit voortvloeiende verlagingen toegepast.

Artikel 6

In de regio's waar deze verordening wordt toegepast,

a) wordt bij de beoordeling of iemand een kleine producent in de zin van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 1765/92 is, de volledige inhoud van de aanvraag "oppervlakten" van de producent in aanmerking genomen en rekening gehouden met de opbrengsten voor bevloeide en niet-bevloeide oppervlakten;

b) worden de compensatiebedragen voor akkerbouwgewassen in het kader van de algemene en de vereenvoudigde regeling betaald op basis van de voor bevloeide oppervlakten geldende opbrengst wat de desbetreffende oppervlakten betreft, en op basis van de voor niet-bevloeide oppervlakten geldende opbrengst wat de overige oppervlakten betreft;

c) worden de compensatiebedragen voor de braakgelegde grond betaald op basis van de gemiddelde opbrengst voor de regio.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de zevende dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 6 mei 1993.

Voor de Commissie

René STEICHEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 12.

(2) PB nr. L 42 van 19. 2. 1993, blz. 3.

(3) PB nr. L 391 van 31. 12. 1992, blz. 36.