Verordening (EEG) nr. 879/93 van de Commissie van 13 april 1993 tot vaststelling van de voorwaarden voor indeling in de onderverdelingen van de gecombineerde nomenclatuur, bedoeld in bijlage E van Verordening (EEG) nr. 3953/92 van de Raad betreffende de regeling voor de invoer in de Gemeenschap van produkten van oorsprong uit de Republieken Bosnië- Herzegovina, Kroatië, Slovenië en het grondgebied van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië
Publicatieblad Nr. L 092 van 16/04/1993 blz. 0008 - 0017
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 2 Deel 9 blz. 0058
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 2 Deel 9 blz. 0058
VERORDENING (EEG) Nr. 879/93 VAN DE COMMISSIE van 13 april 1993 tot vaststelling van de voorwaarden voor indeling in de onderverdelingen van de gecombineerde nomenclatuur, bedoeld in bijlage E van Verordening (EEG) nr. 3953/92 van de Raad betreffende de regeling voor de invoer in de Gemeenschap van produkten van oorsprong uit de Republieken Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Slovenië en het grondgebied van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 697/93 (2), inzonderheid op artikel 11, Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 1368/88 van de Commissie (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3886/88 (4), de voorwaarden voor de indeling van bepaalde levende runderen (huisdieren) en van bepaalde soorten vlees van runderen in de onderverdelingen van de gecombineerde nomenclatuur, bedoeld in bijlage C van de overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Joegoslavië, zijn vastgesteld; Overwegende dat de Raad bij Verordening (EEG) nr. 3953/92 (5) de Republieken Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Slovenië en het grondgebied van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië dezelfde regeling voor het handelsverkeer heeft toegekend als die waarin de vroegere samenwerkingsovereenkomst tussen de Gemeenschap en de voormalige Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië voorziet; Overwegende dat in bijlage E van Verordening (EEG) nr. 3953/92 onder de respectieve hierna vermelde onderverdelingen de volgende produkten van runderen zijn opgenomen: 1. levende dieren, huisdieren, andere dan raszuivere fokdieren, nog zonder vervangingstanden, met een gewicht van ten minste 320 en ten hoogste 470 kg voor vaarzen (vrouwelijke runderen die nog niet gekalfd hebben) (ex 0102 90 51 en ex 0102 90 59) en ten minste 350 en ten hoogste 500 kg voor mannelijke dieren (ex 0102 90 71 en ex 0102 90 79); 2. hele dieren, vers of gekoeld, met een gewicht van ten minste 180 en ten hoogste 300 kg (ex 0201 10 00), halve dieren (ex 0201 10 00) en zogenaamde "compensated quarters" (ex 0201 20 20), vers of gekoeld, met een gewicht van ten minste 90 en ten hoogste 150 kg, met een geringe mate van verbening van het kraakbeen (met name van de schaambeenverbinding en de uiteinden van de wervels), met helderroze vlees, en met wit tot heldergeel vet van bijzonder fijne structuur; 3. voorvoeten en voorspannen, vers of gekoeld, met een gewicht van ten minste 45 en ten hoogste 75 kg, met een geringe mate van verbening van het kraakbeen (met name van de uiteinden van de wervels), met helderroze vlees en met wit tot heldergeel vet van bijzonder fijne structuur (ex 0201 20 30); 4. achtervoeten en achterspannen, vers of gekoeld, met een gewicht van ten minste 45 en ten hoogste 75 kg - welk gewicht ten minste 38 en ten hoogste 68 kg bedraagt wanneer het de zogenaamde "Pistola"-versnijding betreft - met een geringe mate van verbening van het kraakbeen (met name de uiteinden van de wervels), met helderroze vlees en met wit tot heldergeel vet van bijzonder fijne structuur (ex 0201 20 50); Overwegende dat ingevolge de bepalingen van artikel 7, punt 3, van Verordening (EEG) nr. 3953/92 de indeling van de desbetreffende produkten in de voornoemde onderverdelingen onderworpen is aan de indiening van een certificaat waaruit blijkt dat de goederen waarop het betrekking heeft van oorsprong en van herkomst zijn uit de bedoelde republieken en het bedoelde grondgebied en dat zij in overeenstemming zijn met de in bijlage E opgenomen omschrijving; dat de tekst van dit certificaat door de Gemeenschap dient te worden opgesteld; Overwegende dat dit certificaat ingevolge de bepalingen van artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 802/68 van de Raad van 27 juni 1968 betreffende de gemeenschappelijke definitie van het begrip oorsprong van goederen (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 456/91 (7), aan bepaalde voorwaarden moet voldoen; Overwegende dat het model van het certificaat dient te worden vastgesteld alsook de voorwaarden voor het gebruik daarvan; dat het derhalve dienstig is voor de vaststelling van de met afgifte belaste instelling voorschriften op te stellen zodat de Gemeenschap zich ervan kan vergewissen of de voorwaarden voor de afgifte van dit certificaat zijn vervuld; Overwegende dat de autoriteiten van de Republieken Kroatië, Slovenië en van het grondgebied van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië hun voor de afgifte bevoegde instelling bekend hebben gemaakt; Overwegende dat ingevolge artikel 20, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 125/93 (9), de algemene bepalingen voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur en de bijzondere regels voor de toepassing daarvan van toepassing zijn op de indeling van de onder genoemde verordening vallende produkten; Overwegende dat het certificaat in een van de officiële talen van de Gemeenschap en, in voorkomend geval, in een officiële taal van het land van uitvoer dient te worden opgesteld; Overwegende dat na de goedkeuring van de onderhavige verordening artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 185/93 van de Commissie van 29 januari 1993 tot vaststelling van de bepalingen voor de uitvoering van de regeling inzake de invoer van bepaalde produkten van de rundvleessector, van oorsprong uit de Republieken Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Slovenië en het grondgebied van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (10) dient te worden geschrapt; Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité nomenclatuur, HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: Artikel 1 De indeling van bepaalde levende runderen (huisdieren) en van bepaalde soorten vlees van runderen in de onderverdeling van de gecombineerde nomenclatuur: - ex 0102 90 51, ex 0102 90 59, ex 0102 90 71 en ex 0102 90 79, - ex 0201 10 00 en ex 0201 20 20, - ex 0201 20 30, - ex 0201 20 50, bedoeld in bijlage E van Verordening (EEG) nr. 3953/92, wordt onderworpen aan de bij de onderhavige verordening vastgestelde voorwaarden. Artikel 2 Onverminderd de bepalingen van artikel 9, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 802/68 wordt bij het in het vrije verkeer brengen in de Gemeenschap van de bij artikel 1 bedoelde produkten een certificaat ingediend dat respectievelijk is afgegeven in de Republiek Kroatië, de Republiek Slovenië of het grondgebied van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, en beantwoordt aan de in deze verordening omschreven voorwaarden. Artikel 3 1. Het certificaat, overeenkomstig het model dat is opgenomen in de onderscheidene bijlagen I, II en III naar volgorde van de bovenvermelde republieken en het grondgebied, wordt opgesteld in een origineel met twee kopieën. Het wordt gedrukt en ingevuld in een van de officiële talen van de Europese Economische Gemeenschap; bovendien kan het worden gedrukt en ingevuld in de officiële taal, of een van de officiële talen, van het land van uitvoer. De douaneautoriteiten van de Lid-Staat waar de goederen worden aangeboden, mogen een vertaling van het certificaat eisen. 2. Het origineel en de kopieën worden hetzij met de schrijfmachine, hetzij met de hand, ingevuld. In het laatste geval dient dit met inkt en in blokletters te geschieden. 3. Het formaat van het certificaat is ongeveer 210 × 297 mm. Het te gebruiken papier dient ten minste 40 gram/m2 te wegen. Het voor het origineel te gebruiken papier is wit, het voor het eerste afschrift te gebruiken papier roze en het voor het tweede afschrift te gebruiken papier geel. 4. Elk certificaat wordt voorzien van een volgnummer waarachter de benaming van de republiek of het grondgebied van uitgifte wordt aangebracht. De kopieën dragen hetzelfde volgnummer en dezelfde benaming als het origineel. Artikel 4 1. Het origineel van het certificaat en de eerste kopie daarvan worden, met de goederen waarop zij betrekking hebben, binnen een termijn van twaalf dagen te rekenen vanaf de datum van afgifte, aan de douaneautoriteiten van de Lid-Staat waar de goederen in het vrije verkeer worden gebracht, overgelegd. 2. De tweede kopie van het certificaat wordt door de met afgifte belaste instelling rechtstreeks gezonden aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat waar de goederen in het vrije verkeer worden gebracht. Artikel 5 1. Het certificaat is slechts geldig indien het behoorlijk is geviseerd door een in de in bijlage IV opgenomen lijst voorkomende instelling. 2. Het certificaat is behoorlijk geviseerd indien plaats en datum van afgifte op het certificaat zijn vermeld en indien het stempel van de met de afgifte belaste instelling en de handtekening van de tot ondertekening bevoegde persoon of personen op het certificaat voorkomen. Artikel 6 1. Een met de afgifte belaste instelling kan slechts op de lijst voorkomen indien zij: a) als zodanig door het land van uitvoer is erkend; b) zich ertoe verplicht de gegevens die op de certificaten voorkomen te verifiëren; c) zich ertoe verplicht aan de Commissie en aan de Lid-Staten, op verzoek, alle nodige inlichtingen te verstrekken om de op de certificaten voorkomende gegevens te kunnen beoordelen; d) zich ertoe verplicht de in artikel 4, lid 2, bedoelde autoriteiten binnen een termijn van drie dagen te rekenen vanaf de dag van afgifte de tweede kopie van elk geviseerd certificaat toe te zenden. 2. De lijst wordt herzien indien aan de in lid 1, onder a), bedoelde voorwaarden niet meer wordt voldaan of indien een met de afgifte belaste instelling een van de verplichtingen die zij op zich heeft genomen niet nakomt. Artikel 7 De facturen die bij de aangifte(n) tot het in het vrije verkeer brengen worden overgelegd, dragen de volgnummers van de desbetreffende certificaten. Artikel 8 De autoriteiten van de Republieken Kroatië, Slovenië en van het grondgebied van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië doen aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen de specimens van de afdruk van de stempels die door hun met de afgifte belaste instellingen worden gebruikt, toekomen. De Commissie geeft deze inlichtingen door aan de douaneautoriteiten van de Lid-Staten. Artikel 9 Verordening (EEG) nr. 1368/88 en artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 185/93 worden ingetrokken. Artikel 10 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij wordt van toepassing met ingang van 1 mei 1993. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat. Gedaan te Brussel, 13 april 1993. Voor de Commissie Christiane SCRIVENER Lid van de Commissie (1) PB nr. L 256 van 7. 9. 1987, blz. 1. (2) PB nr. L 76 van 30. 3. 1993, blz. 12. (3) PB nr. L 126 van 20. 5. 1988, blz. 26. (4) PB nr. L 346 van 15. 12. 1988, blz. 22. (5) PB nr. L 406 van 31. 12. 1992, blz. 1. (6) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 1. (7) PB nr. L 54 van 28. 2. 1991, blz. 4. (8) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 24. (9) PB nr. L 18 van 27. 1. 1993, blz. 1. (10) PB nr. L 22 van 30. 1. 1993, blz. 70. BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV Instanties van afgifte: - Republiek Kroatië: "Euroinspekt", Zagreb, Croatia; - Republiek Slovenië: "Inspect", Ljubljana, Slovenija; - Grondgebied van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië: "Cargoinspekt", Skopje.