31993R0384

Verordening (EEG) nr. 384/93 van de Commissie van 19 februari 1993 houdende specifieke maatregelen voor de bewaking van de invoer van tafelappelen uit derde landen

Publicatieblad Nr. L 043 van 20/02/1993 blz. 0033 - 0034


VERORDENING (EEG) Nr. 384/93 VAN DE COMMISSIE van 19 februari 1993 houdende specifieke maatregelen voor de bewaking van de invoer van tafelappelen uit derde landen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1754/92 (2), en met name op artikel 29, lid 2,

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 2707/72 van de Raad (3) de voorwaarden zijn vastgesteld voor de toepassing van vrijwaringsmaatregelen in de sector groenten en fruit;

Overwegende dat in het huidige verkoopseizoen in de Gemeenschap veel meer appelen zijn geoogst dan gemiddeld in de voorbije jaren; dat de producentenprijzen naar gelang van de markten sterk zijn gedaald ten opzichte van het vorige verkoopseizoen; dat de thans nog beschikbare voorraden veel groter zijn dan op hetzelfde tijdstip in het vorige verkoopseizoen, ondanks het feit dat sedert het begin van het verkoopseizoen reeds aanzienlijke hoeveelheden uit de markt zijn genomen;

Overwegende dat, gelet op de omvangrijke produktie, de markt ernstig zou kunnen worden verstoord en de in artikel 39 van het Verdrag vermelde doeleinden in gevaar zouden kunnen komen als te veel appelen zouden worden ingevoerd;

Overwegende dat de nodige maatregelen moeten worden getroffen om tot het einde van de invoerperiode de ontwikkeling van de invoer van appelen op de voet te kunnen volgen; dat de meest geschikte regeling om dit doel te kunnen bereiken een regeling is waarbij wordt gewerkt met invoercertificaten die pas na een bepaalde termijn worden afgegeven en waarvoor een zekerheid moet worden gesteld als garantie dat de importeurs hun verplichtingen nakomen;

Overwegende dat de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3719/88 van de Commissie van 16 november 1988 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwprodukten (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2101/92 (5), moeten worden toegepast, onverminderd bepaalde specifieke voorschriften van deze verordening;

Overwegende dat om rekening te houden met de bijzondere situatie van de produkten die naar de Gemeenschap onderweg zijn op de datum van inwerkingtreding van deze verordening, de vóór 27 februari 1993 aangevraagde invoercertificaten onverwijld worden afgegeven,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor invoer ten verbruik in de Gemeenschap, vóór 1 september 1993, van appelen van de GN-codes 0808 10 31, 0808 10 33, 0808 10 39, 0808 10 51, 0808 10 53, 0808 10 59, 0808 10 81, 0808 10 83 en 0808 10 89 moet een invoercertificaat worden overgelegd dat door de betrokken Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 2 en 3 wordt afgegeven aan elke gegadigde die daartoe een aanvraag indient, ongeacht zijn plaats van vestiging in de Gemeenschap.

Artikel 2

1. Het invoercertificaat wordt slechts afgegeven op voorwaarde dat een zekerheid van 1,5 ecu/100 kg netto is gesteld. De zekerheid wordt geheel of gedeeltelijk verbeurd als de in het certificaat vermelde hoeveelheden niet of slechts gedeeltelijk ten verbruik worden ingevoerd tijdens de geldigheidsduur van het certificaat.

2. De geldigheidsduur van de invoercertificaten bedraagt veertig dagen, te rekenen vanaf de datum van afgifte als omschreven in artikel 3, lid 2. De geldigheidsduur loopt echter uiterlijk op 31 augustus 1993 af.

3. Het bepaalde in Verordening (EEG) nr. 3719/88 is van toepassing, onder voorbehoud van hetgeen volgt:

- de bepalingen van artikel 5, lid 1, vierde streepje, en artikel 8, lid 4, zijn niet van toepassing. De ten verbruik ingevoerde hoeveelheid mag niet groter zijn dan de in de vakken 17 en 18 van het certificaat aangegeven hoeveelheid; in dit verband wordt in vak 19 van het certificaat het cijfer 0 ingevuld;

- in afwijking van het bepaalde in artikel 8, lid 5, wordt de invoerverplichting geacht te zijn nagekomen als niet meer dan 7 % minder dan de in het certificaat vermelde hoeveelheid is ingevoerd;

- in afwijking van artikel 9, lid 1, tweede zin, zijn de uit het invoercertificaat voortvloeiende verplichtingen niet overdraagbaar;

- in afwijking van artikel 33, lid 2, eerste alinea, wordt, wanneer de invoerverplichting niet is nagekomen, de zekerheid verbeurd voor een hoeveelheid die gelijk is aan het verschil tussen

- 93 % van de in het certificaat aangegeven netto-hoeveelheid

en

- de daadwerkelijk ingevoerde netto-hoeveelheid.

Artikel 3

1. Op de certificaataanvraag en op het invoercertificaat zelf moet in vak 8 het land van oorsprong van het produkt worden vermeld. Het invoercertificaat is slechts geldig voor produkten van oorsprong uit het in vak 8 vermelde land.

2. De invoercertificaten worden afgegeven op de vijfde werkdag na de dag van indiening van de aanvraag, voorzover tijdens die termijn geen maatregelen worden genomen.

De vóór 27 februari 1993 aangevraagde invoercertificaten worden evenwel onverwijld afgegeven.

Artikel 4

De Lid-Staten delen de Commissie mede:

1. De hoeveelheden appelen waarvoor invoercertificaten zijn aangevraagd, gespecificeerd naar GN-code en land van oorsprong. Deze mededeling vindt plaats:

- elke woensdag, voor de op maandag of dinsdag ingediende aanvragen;

- elke vrijdag, voor de op woensdag of donderdag ingediende aanvragen;

- elke maandag, voor de op vrijdag van de afgelopen week ingediende aanvragen.

2. De hoeveelheden waarvoor een invoercertificaat niet of slechts gedeeltelijk is gebruikt, overeenkomende met het verschil tussen de op de ommezijde van de certificaten afgeschreven hoeveelheden en de hoeveelheden waarvoor de certificaten zijn afgegeven.

Deze mededeling vindt elke woensdag plaats voor de in de voorgaande week ontvangen gegevens.

Ingeval in de in punt 1 bedoelde periodes geen invoercertificaten zijn aangevraagd of er geen certificaten zijn waarvan de hoeveelheden niet of slechts voor een deel zijn ingevoerd, deelt de betrokken Lid-Staat dit op de in dit artikel vermelde data aan de Commissie mede.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 19 februari 1993.

Voor de Commissie

René STEICHEN

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 118 van 20. 5. 1972, blz. 1.

(2) PB nr. L 180 van 1. 7. 1992, blz. 23.

(3) PB nr. L 291 van 28. 12. 1972, blz. 3.

(4) PB nr. L 331 van 2. 12. 1988, blz. 1.

(5) PB nr. L 240 van 25. 9. 1992, blz. 12.