Richtlijn 93/4/EEG van de Raad van 8 februari 1993 tot wijziging van Richtlijn 71/305/EEG betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken
Publicatieblad Nr. L 038 van 16/02/1993 blz. 0031 - 0032
RICHTLIJN 93/4/EEG VAN DE RAAD van 8 februari 1993 tot wijziging van Richtlijn 71/305/EEG betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 57, lid 2, laatste zin, artikel 66 en artikel 100 A, Gezien het voorstel van de Commissie (1), In samenwerking met het Europese Parlement (2), Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3), Overwegende dat het dienstig is bepaalde technische regels betreffende bekendmakingen en statistische rapportering die bij Richtlijn 71/305/EEG van de Raad van 26 juli 1971 betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken (4) zijn vastgesteld, te kunnen aanpassen in het licht van veranderende technische behoeften; Overwegende dat bijlage II van Richtlijn 71/305/EEG verwijst naar de Algemene Systematische Bedrijfsindeling in de Europese Gemeenschappen (NACE); dat de Europese Gemeenschap waar nodig de gemeenschappelijke nomenclatuur kan herzien of vervangen; dat het nodig is schikkingen te treffen om de verwijzingen naar de NACE-nomenclatuur in bijlage II te kunnen aanpassen; Overwegende dat die wijzigingen aangebracht dienen te worden overeenkomstig de procedure van artikel 30 ter van Richtlijn 71/305/EEG, dat in die zin dient te worden aangepast, HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD: Artikel 1 Artikel 30 ter van Richtlijn 71/305/EEG wordt vervangen door: "Artikel 30 ter 1. Bijlage I wordt door de Commissie gewijzigd overeenkomstig de in lid 3 vastgestelde procedure wanneer het, met name ingevolge kennisgevingen van de Lid-Staten, noodzakelijk blijkt om a) de publiekrechtelijke instellingen die niet meer aan de in artikel 1, onder b), gestelde criteria voldoen, uit die bijlage te schrappen; b) de publiekrechtelijke instellingen die wel aan deze criteria voldoen, in die bijlage op te nemen. 2. De nadere regels betreffende het opstellen, het verzenden, de ontvangst, de vertaling, het verzamelen en de verspreiding van de in artikel 12 vermelde aankondigingen en van de in artikel 30 bis bedoelde statistische overzichten, de in bijlage II bedoelde nomenclatuur en de verwijzing in de aankondigingen naar bepaalde posten van de nomenclatuur kunnen worden gewijzigd volgens de in lid 3 vastgestelde procedure. 3. De voorzitter legt aan het Raadgevend Comité voor overheidsopdrachten een ontwerp voor van de te treffen maatregelen. Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit, binnen een termijn die de voorzitter kan bepalen naar gelang van de urgentie van het betrokken vraagstuk, in voorkomend geval door middel van een stemming. Het advies wordt in de notulen vermeld; bovendien mag elke Lid-Staat vragen dat zijn standpunt in de notulen wordt opgenomen. De Commissie houdt terdege rekening met het door het Comité uitgebrachte advies. Zij deelt het Comité mede op welke wijze zij dit heeft gedaan. 4. De gewijzigde versies van de bijlagen I en II en van de in lid 2 vastgestelde regels worden in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.". Artikel 2 1. De Lid-Staten leggen vóór 1 juli 1993 de nodige bepalingen ten uitvoer om aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis. 2. Wanneer de Lid-Staten de in lid 1 bedoelde bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten. Artikel 3 De Lid-Staten dragen er zorg voor dat de tekst van de belangrijke bepalingen van intern recht die zij ter uitvoering van deze richtlijn vaststellen, aan de Commissie wordt medegedeeld. Artikel 4 Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten. Gedaan te Brussel, 8 februari 1993. Voor de Raad De Voorzitter J. TROEJBORG (1) PB nr. C 225 van 1. 9. 1992, blz. 11. (2) PB nr. C 305 van 23. 11. 1992, en besluit van 20 januari 1993 (nog niet verschenen in het Publikatieblad). (3) PB nr. C 332 van 16. 12. 1992, blz. 71. (4) PB nr. L 185 van 16. 8. 1971, blz. 5. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 90/531/EEG (PB nr. L 297 van 29. 10. 1990, blz. 1).