31992R3936

Verordening (EEG) nr. 3936/92 van de Commissie van 30 december 1992 tot vaststelling van bepalingen inzake de toepassing van de invoerregeling voor produkten van de GN- codes 0714 10 91, 0714 10 99, 0714 90 11 en 0714 90 19, van oorsprong uit de andere overeenkomstsluitende partijen van de GATT dan Thailand

Publicatieblad Nr. L 398 van 31/12/1992 blz. 0021 - 0028
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 47 blz. 0143
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 47 blz. 0143


VERORDENING (EEG) Nr. 3936/92 VAN DE COMMISSIE van 30 december 1992 tot vaststelling van bepalingen inzake de toepassing van de invoerregeling voor produkten van de GN-codes 0714 10 91, 0714 10 99, 0714 90 11 en 0714 90 19, van oorsprong uit de andere overeenkomstsluitende partijen van de GATT dan Thailand

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 430/87 van de Raad van 9 februari 1987 betreffende de invoerregeling voor de produkten vallende onder de GN-codes 0714 10 en 0714 90 van oorsprong uit bepaalde derde landen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3909/92 (2), en met name op artikel 2,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1738/92 (4), en met name op artikel 12, lid 2,

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 3668/90 van de Commissie (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3647/91 (6), de bepalingen zijn vastgesteld inzake de toepassing van de regeling die geldt voor de invoer van maniok en soortgelijke produkten uit de andere huidige overeenkomstsluitende partijen van de GATT dan Thailand; dat deze bepalingen, op grond van de opgedane ervaring, moeten worden aangepast en in een nieuwe verordening moeten worden vastgesteld en dat Verordening (EEG) nr. 3668/90 derhalve moet worden ingetrokken;

Overwegende dat er met name voor moet worden gezorgd dat de oorsprong van de produkten wordt nagegaan door de afgifte van invoercertificaten afhankelijk te maken van de overlegging van door de betrokken landen afgegeven certificaten van oorsprong;

Overwegende dat, voor een goed beheer van de betrokken regelingen, de certificaataanvraag ten hoogste betrekking mag hebben op de hoeveelheid die is vermeld in het document dat het bewijs vormt van lading en effectief vervoer over zee naar de Gemeenschap;

Overwegende dat, in overleg met de Indonesische autoriteiten, pas invoercertificaten voor produkten van oorsprong uit Indonesië worden afgegeven na overlegging van een specifiek uitvoerdocument;

Overwegende dat de gebruikelijke aanvullende bepalingen inzake het beheer van dergelijke contingenten moeten worden overgenomen, met name voor wat de indiening van de certificaataanvragen, de afgifte van de certificaten en het toezicht op de feitelijke invoer betreft; dat deze bepalingen hetzij een aanvulling vormen op, hetzij een afwijking betekenen van Verordening (EEG) nr. 3719/88 van de Commissie van 16 november 1988 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwprodukten (7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2101/92 (8), en Verordening (EEG) nr. 891/89 van de Commissie van 5 april 1989 houdende bijzondere uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten in de sector granen en rijst (9), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2804/92 (10);

Overwegende dat, voor het geval de werkelijk geloste hoeveelheden kleiner dan wel iets groter blijken te zijn dan de in de invoercertificaten vermelde hoeveelheden, de nodige maatregelen moeten worden vastgesteld om, naargelang van het geval, de ontbrekende hoeveelheden over te boeken of de teveel ingevoerde hoeveelheden in het vrije verkeer te brengen als het land van oorsprong kan instaan voor de afwikkeling van de in dat geval te vervullen formaliteiten; dat Indonesië voor de toepassing van deze tolerantie in aanmerking komt;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor granen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voor de produkten van de GN-codes 0714 10 91, 0714 10 99, 0714 90 11 en 0714 90 19 van oorsprong uit de andere overeenkomstsluitende partijen van de GATT dan Thailand geldt, binnen het kader van de bepalingen van deze verordening, de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 430/87 vastgestelde regeling.

Artikel 2

Een aanvraag om een invoercertificaat is ontvankelijk als zij

a) vergezeld gaat van het origineel van een door de bevoegde autoriteiten van het betrokken land opgesteld certificaat waaruit de oorsprong van het produkt blijkt en waarvan het model is opgenomen in bijlage I; voor de andere leden van de GATT dan Indonesië is dit certificaat vanaf 1 maart 1993 verplicht voor alle invoer van oorsprong uit die landen;

b) vergezeld gaat van het bewijs, in de vorm van een kopie van het connossement, dat het produkt is geladen in het derde land dat het onder a) bedoelde certificaat heeft afgegeven en door het in de aanvraag vermelde schip naar de Gemeenschap wordt vervoerd en, wanneer het betrokken derde land geen rechtstreekse toegang tot de zee heeft, daarbij een internationaal vervoerdocument wordt overgelegd als bewijs dat het produkt van het land van oorsprong naar de laadhaven is vervoerd;

c) voor de produkten van oorsprong uit Indonesië, vergezeld gaat van een naar behoren ingevuld, door de Indonesische autoriteiten afgegeven uitvoercertificaat, dat overeenkomt met het model in bijlage II; het origineel van dit certificaat wordt behouden door de instantie van afgifte van het invoercertificaat; ingeval slechts voor een gedeelte van de in het uitvoercertificaat vermelde hoeveelheid een invoercertificaat is aangevraagd, vermeldt de instantie van afgifte op het origineel de hoeveelheid die erop is afgeboekt en geeft zij het origineel, na het te hebben afgestempeld, af aan de belanghebbende; alleen de onder "shipped weight" in vak 7 van het uitvoercertificaat vermelde hoeveelheid wordt in aanmerking genomen voor de afgifte van het invoercertificaat;

d) geldt voor een hoeveelheid die niet groter is dan de in de documenten onder a), b) en c) vermelde hoeveelheid.

Artikel 3

Op de aanvraag van het invoercertificaat en op het certificaat zelf moet

a) in vak 8 het derde land worden vermeld dat het land van oorsprong is van het betrokken produkt.

Het certificaat brengt de verplichting mee om het produkt uit dit land in te voeren;

b) in vak 24 een van de volgende vermeldingen worden aangebracht:

- Exacción reguladora limitada a percibir: 6 % ad valorem

- Importafgiften: 6 % af vaerdien

- Zu erhebende Abschoepfung: 6 % des Zollwerts

- AAéóoeïñUE êáô' áíþôáôï ueñéï 6 % êáô' áîssá

- Amount to be levied: 6 % ad valorem

- Prélèvement à percevoir: 6 % ad valorem

- Prelievo da riscuotere: 6 % ad valorem

- Toe te passen heffing: 6 % ad valorem

- Direito nivelador a cobrar: 6 % ad valorem;

c) in vak 20 de naam worden vermeld van het schip waarmee het produkt naar de Gemeenschap wordt of is vervoerd, alsmede het nummer van het overgelegde certificaat van oorsprong en, voor produkten van oorsprong uit Indonesië, het nummer van het Indonesisch certificaat van uitvoer.

Artikel 4

1. In afwijking van artikel 12 van Verordening (EEG) nr. 891/89 bedraagt de zekerheid in verband met het invoercertificaat 20 ecu per ton.

2. Als, door toepassing van artikel 5, lid 4, de hoeveelheid waarvoor het certificaat wordt afgegeven kleiner is dan die waarvoor het is aangevraagd, wordt de met het verschil overeenkomende zekerheid vrijgegeven.

3. De bepalingen van artikel 5, lid 1, vierde streepje, van Verordening (EEG) nr. 3719/88 zijn niet van toepassing.

Artikel 5

1. De certificaataanvragen worden elke week op maandag, op dinsdag en op woensdag tot 13 u., bij de bevoegde instanties van de Lid-Staten ingediend; aan het begin van het jaar evenwel worden de aanvragen voor de eerste maal op de eerste werkdag van januari ingediend.

2. Voor produkten van oorsprong uit Indonesië mogen in december certificaataanvragen, op basis van een door de Indonesische autoriteiten voor het volgend jaar afgegeven uitvoercertificaat, worden ingediend voor de invoer van hoeveelheden produkt in het volgend jaar.

3. Op de dag volgende op die van de indiening van de aanvraag en uiterlijk om 13 u. op de donderdag volgende op de in lid 1, eerste alinea, vastgestelde termijn voor de indiening van de aanvragen, delen de Lid-Staten per telexbericht de Commissie voor iedere aanvraag de volgende gegevens mede:

- het land van oorsprong van het produkt,

- de hoeveelheid waarvoor een invoercertificaat wordt aangevraagd,

- de naam van de aanvrager,

- het nummer van het overgelegde certificaat van oorsprong en de totale hoeveelheid die op het originele certificaat of het uittreksel ervan is vermeld,

- de in vak 20 vermelde naam van het schip,

- voor een produkt van oorsprong uit Indonesië het nummer van het Indonesische uitvoercertificaat, dat voorkomt in het vak bovenaan dit certificaat.

4. Uiterlijk op de vierde werkdag volgend op de dag van indiening van de aanvragen bepaalt de Commissie, en deelt zij de Lid-Staten per telexbericht mede, in hoeverre aan de certificaataanvragen gevolg wordt gegeven.

5. Onmiddellijk na ontvangst van het advies van de Commissie mogen de Lid-Staten de invoercertificaten afgeven.

De certificaten voor de invoer van produkten van oorsprong uit Indonesië die in december voor het daaropvolgende jaar zijn aangevraagd, mogen evenwel niet vóór de eerste werkdag van de maand januari van dat jaar worden afgegeven.

Artikel 6

Behoudens toepassing van artikel 7, lid 2, en in afwijking van artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3719/88, mag de hoeveelheid die in het vrije verkeer wordt gebracht niet groter zijn dan de in de vakken 17 en 18 van het invoercertificaat vermelde hoeveelheid; in verband hiermee wordt in vak 19 van het certificaat het cijfer 0 ingevuld.

Artikel 7

1. Wanneer voor produkten van oorsprong uit Indonesië wordt geconstateerd dat de voor een levering werkelijk geloste hoeveelheden groter zijn dan de hoeveelheden die zijn vermeld in het of de voor die levering afgegeven invoercertificaat of invoercertificaten, stellen de bevoegde instanties van afgifte van het betrokken certificaat of de betrokken certificaten de Commissie, op verzoek van de importeur, voor ieder geval afzonderlijk en zo spoedig mogelijk, per telex in kennis van het nummer of de nummers van het of de door Indonesië afgegeven uitvoercertificaat of uitvoercertificaten, het nummer of de nummers van het invoercertificaat of de invoercertificaten, de teveel geloste hoeveelheid en de naam van het schip.

De Commissie stelt zich met het oog op de opstelling van nieuwe uitvoercertificaten met de Indonesische autoriteiten in verbinding. In afwachting van de opstelling van deze certificaten mogen de overtollige hoeveelheden niet onder de voorwaarden die in de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en Indonesië zijn vastgesteld, in het vrije verkeer worden gebracht zolang geen nieuwe invoercertificaten voor deze hoeveelheden kunnen worden ingediend. De nieuwe invoercertificaten worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 5 afgegeven.

2. Wanneer wordt geconstateerd dat de geloste hoeveelheden niet meer dan 2 % groter zijn dan die welke zijn vermeld in de overeenkomstig de uitvoercertificaten voor het betrokken schip afgegeven invoercertificaten, staan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat waar de produkten in het vrije verkeer worden gebracht, op verzoek van de importeur en in afwijking van lid 1, evenwel toe dat deze extra hoeveelheden tegen betaling van een tot 6 % ad valorem beperkte heffing in het vrije verkeer worden gebracht, voor zover de importeur een zekerheid stelt die overeenkomt met het verschil tussen de volledige en de betaalde heffing.

Zodra haar de in lid 1, eerste alinea, bedoelde gegevens zijn medegedeeld, stelt de Commissie zich met het oog op de opstelling van nieuwe uitvoercertificaten met de Indonesische autoriteiten in verbinding.

De zekerheid wordt vrijgegeven tegen overlegging bij de bevoegde instanties van de Lid-Staat waar de goederen in het vrije verkeer worden gebracht, van een aanvullend invoercertificaat voor de betrokken overtollige hoeveelheid. Bij het aanvragen van dit certificaat hoeft de in artikel 14, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3719/88 en artikel 4 van deze verordening bedoelde zekerheid niet te worden gesteld. Het certificaat wordt afgegeven op de in artikel 5 vastgestelde voorwaarden en tegen overlegging van een nieuw invoercertificaat of meerdere nieuwe invoercertificaten die door de Indonesische autoriteiten voor de overtollige hoeveelheid zijn afgegeven. In vak 20 van het aanvullend invoercertificaat moet voorts een van de volgende vermeldingen worden aangebracht:

- Certificado complementario, apartado 2 del artículo 7 del Reglamento (CEE) no 3936/92

- Supplerende licens, forordning (EOEF) nr. 3936/92 artikel 7, stk. 2

- Zusaetzliche Lizenz - Artikel 7 Absatz 2 der Verordnung (EWG) Nr. 3936/92

- Óõìðëçñùìáôéêue ðéóôïðïéçôéêue - ¶ñèñï 7 ðáñUEãñáoeïò 2 ôïõ êáíïíéóìïý (AAÏÊ) áñéè. 3936/92

- Licence for additional quantity, Article 7 (2) of Regulation (EEC) No 3936/92

- Certificat complémentaire, règlement (CEE) no 3936/92 article 7 paragraphe 2

- Titolo complementare, regolamento (CEE) n. 3936/92 articolo 7, paragrafo 2

- Aanvullend certificaat - artikel 7, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3936/92

- Certificado complementar, no 2 do artigo 7o do Regulamento (CEE) no 3936/92.

Behoudens overmacht wordt de zekerheid verbeurd voor de hoeveelheden waarvoor binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de in de eerste alinea bedoelde aangifte tot het in het vrije verkeer brengen is aanvaard, geen aanvullend invoercertificaat wordt overgelegd.

Het aanvullend invoercertificaat wordt, na bij het vrijgeven van de zekerheid door de bevoegde instantie te zijn afgeboekt en geviseerd, zo spoedig mogelijk aan de instantie van afgifte teruggezonden.

3. Toepassing van het bepaalde in de leden 1 en 2 mag niet leiden tot de invoer van hoeveelheden die het totale volume van het contingent voor het betrokken jaar overschrijden. Als bij de afgifte van een aanvullend invoercertificaat wordt geconstateerd dat dit volume wordt overschreden, wordt de in het aanvullend certificaat vermelde hoeveelheid in mindering gebracht op het contingent voor het daaropvolgende jaar.

4. Wanneer bij het vervullen van de formaliteiten om de produkten in het vrije verkeer te brengen blijkt dat de werkelijk ingevoerde hoeveelheden van oorsprong uit Indonesië kleiner zijn dan de hoeveelheden in de vakken 17 en 18 van het invoercertificaat, waarmerken de douanediensten de op de rugzijde van het invoercertificaat vermelde ontbrekende hoeveelheid.

5. Uiterlijk eind juni van het volgende jaar zenden de Lid-Staten de Commissie de volledige lijst van de niet-ingevoerde hoeveelheden toe met vermelding van de nummers van de betrokken invoercertificaten en de naam van het schip.

6. De Commissie berekent de totale ontbrekende hoeveelheid produkt waarvoor een geldig invoercertificaat werd afgegeven en boekt deze hoeveelheid eventueel over naar het contingent voor het jaar volgend op dat waarin de betrokken invoer plaatshad.

Artikel 8

De op grond van deze verordening afgegeven certificaten zijn, vanaf de dag van de feitelijke afgifte, gedurende zestig dagen in de hele Gemeenschap geldig.

De geldigheidsduur vervalt echter op 31 december van het jaar waarin het certificaat is afgegeven.

Artikel 9

Artikel 33, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 3719/88 is van toepassing.

Artikel 10

Verordening (EEG) nr. 3668/90 wordt ingetrokken.

Artikel 11

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 30 december 1992. Voor de Commissie

Ray MAC SHARRY

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 43 van 13. 2. 1987, blz. 9. (2) PB nr. L 394 van 31. 12. 1992. (3) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 1. (4) PB nr. L 180 van 1. 7. 1992, blz. 1. (5) PB nr. L 356 van 19. 12. 1990, blz. 18. (6) PB nr. L 344 van 14. 12. 1991, blz. 84. (7) PB nr. L 331 van 2. 12. 1988, blz. 1. (8) PB nr. L 210 van 25. 7. 1992, blz. 18. (9) PB nr. L 94 van 7. 4. 1989, blz. 13. (10) PB nr. L 282 van 26. 9. 1992, blz. 40.

BIJLAGE I

1 Afzender CERTIFICAAT VAN OORSPRONG

voor de invoer van landbouwprodukten in de

Europese Economische Gemeenschap

Nr. ORIGINEEL 2 Geadresseerde (facultatieve opgave) 3 INSTANTIE VAN AFGIFTE 4 Land van oorsprong NOTEN

A. Het formulier van het certificaat dient met de schrijfmachine of machinaal te worden ingevuld.

B. Het origineel van het certificaat dient te zamen met de aangifte voor het vrije verkeer bij het bevoegde douanekantoor in de Gemeenschap te worden overgelegd. 5 Opmerkingen 6 Volgnummer - Merken en nummers - Aantal en aard der colli - OMSCHRIJVING VAN DE GOEDEREN 7 Bruto- en netto-

massa (kg) 8 HIERBIJ WORDT VERKLAARD DAT DE BOVENOMSCHREVEN GOEDEREN VAN OORSPRONG ZIJN UIT HET IN VAK 4 GENOEMDE LAND EN DAT DE GEGEVENS IN VAK 5 JUIST ZIJN. Plaats en datum van afgifte: Handtekening: Stempel van de instantie van afgifte: 9 VAK BESTEMD VOOR DE DOUANE-INSTANTIES IN DE GEMEENSCHAP

ÐÁÑÁÑÔÇÌÁ ÉÉ ANEXO II - BILAG II - ANHANG II - - ANNEX II - ANNEXE II - ALLEGATO II - BIJLAGE II - ANEXO II

SERIAL EC-A No ORIGINAL

DEPARTMENT OF TRADE

OF THE REPUBLIC OF INDONESIA

EXPORT CERTIFICATE

EXPORT CERTIFICATE No

EXPORT PERMIT No

1. EXPORTER (NAME, ADDRESS AND COUNTRY) 2. FIRST CONSIGNEE (NAME, ADDRESS AND COUNTRY) NAME NAME ADDRESS ADDRESS COUNTRY COUNTRY 3. SHIPPED PER 5. COUNTRY/COUNTRIES OF DESTINATION IN EEC 4. EXPECTED TIME OF ARRIVAL 6. TYPE OF MANIOC PRODUCTS 7. WEIGHT (TONNES) 8. PACKING CN-0714 10 91

CN-0714 10 99

CN-0714 90 11

CN-0714 90 19

SHIPPED WEIGHT

IN BULK

BAGS

OTHERS DEPARTMENT OF TRADE

OF THE REPUBLIC OF INDONESIA DATE NAME AND SIGNATURE OF AUTHORIZED OFFICIAL AND STAMP

THIS CERTIFICATE IS VALID FOR 120 DAYS FROM THE DATE OF ISSUE

FOR USE OF EEC AUTHORITIES: